Rijke landen moeten betalen voor protectionisme

De industrielanden moeten einde maken aan
de handelsbelemmeringen waarmee ze hun markten afschermen voor concurrenten
uit het Zuiden, of ze moeten dat protectionisme compenseren met voldoende
ontwikkelingshulp. Die eis zullen alle Latijns-Amerikaanse landen verdedigen
op de Wereldtop over Duurzame Ontwikkeling (WSDD) die op 24 augustus in
Johannesburg begint.


Het is een essentiële eis, en heel het continent staat erachter, verzekert
ambassadeur Raúl Estrada Oyuela, de directeur Milieuaangelegenheden van het
Argentijnse ministerie van Buitenlandse Zaken en de Argentijnse
vertegenwoordiger in de ‘groep van vrienden van het voorzitterschap’. Dat
informele overleg tussen 26 landen moet tijdens de aanloop naar de WSDD-top
nog snel een zo groot mogelijke consensus opleveren over de talrijke
moeilijke punten in het actieplan dat in Johannesburg zou moeten worden
goedgekeurd. De financiering van ontwikkelingssamenwerking is daar één van,
al is de situatie volgens de Latijns-Amerikaanse regeringen heel eenvoudig.
We hebben financiële hulp nodig voor duurzame ontwikkeling omdat de
scheeftrekkingen in de internationale handel ons verhinderen het geld
daarvoor zelf bijeen te brengen, legt Estrada uit. De Argentijnse diplomaat
heeft het over de heffingen waarmee de invoer van belangrijke producten die
ontwikkelingslanden goedkoop kunnen leveren, bijna onmogelijk wordt gemaakt,
en over de rijkelijke subsidies waarvan de meeste industrielanden met name
hun boeren voorzien.

Maar de eis aan de rijke landen compensaties te betalen voor hun
protectionisme, is geen breekpunt. Estrada waarschuwt dat er van
Johannesburg niet te veel mag worden verwacht. Wie frustraties wil
vermijden, koestert beter geen te grote verwachtingen. We willen in de
eerste plaats de resultaten van Doha en Monterrey veilig stellen. In Doha
besloten de 144 lidstaten van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) een nieuwe
onderhandelingsronde over de verdere liberalisering van de internationale
handel op te starten waarbij speciaal aandacht zou worden besteed aan de
noden van de arme landen. In Monterrey beloofden de EU en de VS jaarlijks
samen ongeveer 12 miljard dollar extra uit te geven aan ontwikkelingshulp.

Ook de niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) in Latijns-Amerika lijken
niet erg optimistisch wat de WSDD-top aangaat. Liliana Isas van de
Universele Ecologische Stichting vindt dat er onder de landen die zullen
deelnemen aan de top teleurstellend weinig overeenstemming is over veel
belangrijkste punten. Er is nog geen consensus over het hele hoofdstuk over
de ontwikkelingshulp, en hetzelfde geldt voor veel concrete acties. De
rijke landen - vooral de VS - lijken allergisch aan beloften waarop een
concreet jaartal of een precies bedrag kan worden geplakt.

Latijns-Amerika en de Cariben dienen zelf maar één voorstel in met een
verplicht tijdskader: tegen 2010 zou 10 procent van de energievoorziening
uit propere en hernieuwbare bronnen moeten worden gehaald. De eisen rond de
afbouw van handelsbeperkingen en meer geld voor de bestrijding van de
armoede die opgenomen in zijn in het officiële Actieplatform Johannesburg
van de Latijns-Amerikaanse regeringen, zijn veel minder concreet wat het
tijdsschema betreft.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift