Rio+20: Magere oogst, noodzakelijke debatten

In juni vond in Rio de Janeiro de VN-conferentie voor Duurzame Ontwikkeling plaats. Een record aantal mensen zakte af naar de Braziliaanse stad, maar dat resulteerde niet in een inspirerende of concrete eindverklaring. Was de Top dan een maat voor niets? Niet noodzakelijk. Alma De Walsche –zowat de enige Vlaamse journaliste die de hele conferentie volgde– licht enkele opvallende punten uit de berg thema’s en discussies die zich opstapelden rond het Rio Centro.

  • CC Alcindo Correa Filho Rio de Janeiro was eind juni gaststad van Rio+20, de internationale top over duurzame ontwikkeling. CC Alcindo Correa Filho

BNP: Meer meten om meer te weten

Het bruto nationaal product wordt meestal gebruikt als dé graadmeter om te weten of landen het goed stellen. Overheden, economen en actiegroepen vinden echter dat het bnp een te eenzijdige kijk geeft en enkel economische groei meet. Die kritiek heeft ook in Rio+20 gehoor gevonden en is vertaald naar concrete initiatieven om ook sociale en milieuaspecten op te nemen in het meten van het welbevinden van een land.

Op initiatief van Botswana werd er een oproep gelanceerd, gesteund door 57 landen en de EU, een reeks multinationals zoals Walmart en Unilever, en financiële instellingen, voor het Natural Capital Accounting initiatief. Dat moet nieuwe indicatoren uitwerken voor alles wat te maken heeft met het meten en verrekenen van natuurlijk kapitaal: ecosystemen en hun opbrengsten, bossen, proper water, zuivere lucht, grond. Nationale overheden moeten dit dan ook verwerken in hun boekhouding.

De Wereldbank zal landen ondersteunen om dat natuurlijk kapitaal in kaart te brengen en te verrekenen, via een nieuw opgericht initiatief, WAVES genaamd ( Wealth Accounting and the Valuation of Ecosystem Services) voor het registreren en op waarde schatten van ecosysteemdiensten. In februari van dit jaar keurde de Commissie Statistiek van de VN al een systeem goed om natuurlijke rijkdommen te verrekenen in de boekhouding, het zogenaamde Systeem voor Milieu-en Economische berekening (SEEA) dat natuurlijke rijkdommen zoals mineralen en hout becijfert, evenals uitgaven, taksen en subsidies die betrekking hebben op natuurbescherming.

Voor het meten van het sociale welbevinden, heeft UNDP twintig jaar geleden de Human Development Index (HDI) aangenomen, die een combinatie is van gezondheid, onderwijs en inkomen. Op initiatief van UNDP werd er ook nu een oproep gelanceerd om te komen tot een duurzaamheids-HDI die een vollediger beeld zou moeten geven. ‘Rechtvaardigheid, waardigheid, geluk en duurzaamheid zijn fundamenteel in ons leven maar worden niet meegerekend in het bnp’, aldus Helen Clark van UNDP.

Een nieuw initiatief in die zin is de Inclusive Wealth Index, door UNEP gelanceerd. Andere voorstellen zijn om de HDI uit te breiden met noties voor intergenerationele rechtvaardigheid (de keuzes die wij vandaag maken mogen geen hypotheek leggen op de ontwikkelingskansen van de toekomstige generaties) en met de notie van planetaire grenzen, een concept dat tot grote ontgoocheling van tal van sociale en milieuorganisaties niet in de slottekst van Rio+20 staat.

Fossiele subsidies: Stilstand op Rio+20

In de aanloop naar de Rio+20-conferentie konden mensen wereldwijd digitaal uit een selectie onderwerpen hun prioritair thema voor de conferentie aangeven. Het elimineren van de subsidies aan fossiele brandstoffen kwam als grote favoriet uit de bus.

De redenering is dat de middelen voor een omschakeling naar een klimaatbestendige en duurzame samenleving gehaald kunnen worden bij de subsidies die wereldwijd naar de ontginning, verwerking en consumptie van fossiele brandstoffen gaan. In totaal loopt dat op tot een bedrag van om en bij een triljoen dollar, volgens de studie Low Hanging Fruit: fossil fuel subsidies, climate finance and sustainable development, van Oil Change International.

Het rapport stelt voor de subsidies die nu naar fossiele brandstoffen gaan, te heroriënteren naar sectoren die een lagekoolstofeconomie stimuleren. De idee is niet nieuw, in 2009 al engageerden de landen van de G20 op de bijeenkomst in Pittsburgh zich ertoe om ‘op de middellange termijn inefficiënte subsidies aan fossiele brandstoffen, die kwistig gedrag stimuleren, uit te faseren’. Sindsdien is dit echter dode letter gebleven. Een aantal pogingen zijn ook op de klippen gelopen: zowel in Nigeria als in Bolivia probeerde de overheid petroleumsubsidies terug te schroeven maar dat draaide uit op hevige protesten. 

De onderhandelaars in Rio bleken geen oren te hebben naar de oproep van de internetpoll. Ook een laatste poging van de actiegroep Avaaz bracht geen aarde aan de dijk. Dit digitale netwerk publiceerde op 22 juni een advertentie in de Financial Times met een oproep aan de Braziliaanse presidente Dilma Rousseff om de bespreking over fossiele subsidies op te nemen. Tevergeefs.

Oceanen: Voorzichtige vooruitgang, geen protocol

Oceanen zijn niet alleen de bakermat van de mariene biodiversiteit en visstocks, door de opname van CO2 spelen ze ook een sleutelrol in de regulering van het klimaat. Maar de gezondheid van die oceanen laat te wensen over. De opwarming van het klimaat zorgt voor verzuring, illegale visserij en overbevissing roeien hele soorten uit, en zowel het vasteland als de schepen zorgen voor gigantische vervuiling zoals de ronddrijvende plastic soep in de Stille Oceaan. De zeespiegel stijgt ook, met eroderende kustlijnen tot gevolg.

In tegenstelling tot vele andere deelthema’s hebben de besprekingen in Rio+20 om tot een duurzamer beheer van die oceanen te komen, wel wat opgeleverd. Sophie Mirgaux, die voor de Belgische overheid deze onderhandelingen gevolgd heeft, is best tevreden. In tegenstelling tot sommige andere deelthema’s, is hier nooit de indruk gewekt dat men opnieuw moest verdedigen wat al was verworven. Mirgaux: ‘In een aantal paragrafen, zoals over het beschermen van de visstocks op basis van biologische kenmerken is de taal zelfs versterkt.’

En dat is niet onbelangrijk, want de nuanceringen die hier zijn aangebracht, zullen ook een rol spelen bij de hervormingen van het Europese visserijbeleid, die volop aan de gang zijn. De tekst onderstreept nog eens het belang van het zogenaamd reguliere proces: de evaluatie die elk land om de vijf jaar moet maken van de toestand van het mariene milieu, om die gegevens te vertalen in beleid.

De High Seas Alliance (een koepel van milieuorganisaties) en de Deepsea Conservation Coalition hadden evenwel gehoopt op een nieuw protocol ter bescherming van de mariene biodiversiteit in de hoge zee. Zo’n protocol moet aansluiten bij UNCLOS (United Nations Convention on the Law of the Sea), het zeerechtverdrag over het beheer van de oceanen buiten de territoriale wateren.

De EU is al jaren voorstander van zo’n protocol en ook de G77, Australië, Nieuw-Zeeland en de Kleine Eilandstaten zijn grote voorstanders. Maar vijf landen waren tegen: de VS, Canada, Japan, Rusland en Venezuela. Sophie Mirgaux: ‘De VS verzetten zich omdat ze vrezen dat hierdoor hun biotech-industrie vleugellam zou worden.’ Het proces om toch tot zo’n protocol te komen wordt echter verder gezet en eind 2013 wordt beslist of er echte onderhandelingen worden opgestart.

Groene economie en de Belgische bedrijfswereld

De bedrijfswereld was massaal aanwezig op Rio+20. Zowel in de koepel van vertegenwoordigers van de civiele samenleving als op het Stakeholdersforum van de Global Compact (multinationals verbonden aan de VN) benadrukten ze hun cruciale rol in het realiseren van de groene economie.

Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) was er niet bij, maar volgt de ontwikkelingen op internationaal vlak wel, zegt Isabelle Callens, economisch directeur van het Verbond van Belgische Ondernemingen. ‘Groene economie en duurzaam ondernemen is bij ons prominent op de agenda gezet onder het voorzitterschap van Thomas Leysen (van 2008 tot 2011).’ Intussen ontwikkelen tal van Belgische bedrijven een milieubewustere manier van functioneren die tevens goed is voor hun portemonnee: efficiënter energie- en watergebruik, het afvalbeheer optimaliseren, CO2-uitstoot opmeten of zelfs een zekere milieukost in het product verrekenen. Daarnaast ontstaat er een markt van zowel internationale bedrijven als kleinere kmo’s die producten, diensten en technologieën aanbieden in de sector van de “groene” economie.

Sommige bedrijven verwierven internationale faam, zoals Umicore (recyclage van metalen en katalysatoren voor wagens), Van Gansenwinkel (afvalverwerking) en Van Hool (waterstofbus). Belgische bedrijven maken naam in de windenergiesector, watertransport, desalinatie (het ontzilten van zeewater), waterzuivering en bodemsanering. Birgit Fremault, milieuverantwoordelijke bij het VBO en volgt de bedrijven in die sectoren op de voet op. ‘Een bedrijf dat een visie heeft op de toekomst, weet dat het moeilijk zal worden om aan de nodige grondstoffen te geraken. Het is zowel economisch als strategisch van belang om minder afhankelijk te worden van die import. Als we ons vandaag niet klaar maken voor de toekomst, zullen anderen die markt innemen. In België hebben we een aantal bedrijven die tien jaar geleden voor die weg hebben gekozen en die het heel goed doen.’

Een manier om de ecologische voetafdruk te verkleinen, is de economie steeds meer op diensten te baseren. Je koopt een aantal producten dan niet meer, maar je leent ze. Cambio-autodelen is daar een voorbeeld van, maar het bedrijf Desso past dit principe ook toe voor vast tapijt in grote ruimtes, waarbij het tapijt volgens ecodesign principes is ontworpen, zodat onderdelen makkelijk vervangen kunnen worden en de leverancier verantwoordelijk blijft tot het einde van de levensduur van dat product. Birgit Fremault: ‘Innovatie en creativiteit zijn de kernwoorden, gekoppeld aan een verantwoordelijkheidsgevoel van de bedrijfsleiding en een systematisch opmeten van je resultaten, die aantonen dat je op de goede weg bent.’

Die creativiteit botst wel eens op de regelgeving. Hoewel Europa een duidelijk klimaatplan heeft en een stappenplan voor de groene economie, wordt het heel wat ingewikkelder wanneer dit op het nationaal vlak moet toegepast worden omdat verschillende bevoegdheden hierbij betrokken zijn (milieu, energie, volksgezondheid, mobiliteit, huisvesting, ruimtelijke ordening) op verschillende politieke niveau’s. Fremault: ‘België is een open land, ingebed in de EU. Het beste is dan ook de regelgeving zoveel mogelijk te stroomlijnen.’ Volgens het VBO mogen dat zelfs ambitieuze normen zijn, al is het in crisistijd niet evident voor bedrijven om hierin te investeren.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.