Rio+20 moet een kantelmoment zijn

Dinsdag 28 februari reikte de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling (FRDO) voor de tweede keer zijn jaarlijkse persprijs uit. Vorig jaar was de focus gericht op de geschreven pers, dit jaar ging de aandacht naar de audiovisuele middelen voor een realisatie in de lijn van het thema Duurzame Ontwikkeling. Aan Nederlandstalige kant vielen Raf Custers en Greet Brouwers in de prijzen, met hun reportage “Lithium, vloek of zegen” uit Bolivia. Die eerste prijs ging ex aequo ook naar de Panorama uitzending over de zoetstof stevia van An Baccaert en Lode Desmet.

  • FRDO Volgens minister Van Ackere mag de Rio+20 conferentie zich niet tevreden stellen met het herformuleren van wat reeds werd afgesproken. FRDO

De prijsuitreiking werd voorafgegaan door een vooruitblik naar de Rio+20 conferentie van juni en daar werden een aantal niet mis te verstane boodschappen meegegeven.

Rio+20 als katalysator

Die conferentie moet een kantelmoment worden, vindt FDRO-voorzitter Theo Rombouts. In de voorbije 20 jaar is het concept Duurzame Ontwikkeling op de politieke agenda gezet en doorgestroomd in beleidsplannen, administraties, raden en ontelbare concrete projecten. Maar op verschillende vlakken zijn de verwachtingen niet ingelost of de doelstellingen niet gehaald.

Anno 2012 is de wereld ook veranderd en op verschillende domeinen ging de evolutie van kwaad naar erger. De laatste jaren volgen zelfs de crisissen elkaar op. De drie pijlers – economie, milieu en sociaal- volstaan vandaag niet meer om Duurzame Ontwikkeling te vatten en gestalte te geven. Er is nood aan een meer geïntegreerde benadering, waarbij ook verbanden gelegd worden tussen de verschillende crisissen, iets wat nagenoeg volledig ontbreekt.

Er wordt al te veel naast elkaar door gewerkt. Rio+20 kom daarom op een strategisch moment, aldus voorzitter Rombouts, om de omslag te maken waar we al zo lang op wachten. ‘Rio+20 is een succes als het een katalysator wordt voor een nieuw model’, zo klonk het.

Anders produceren en consumeren

Volgens vice-premier Van Ackere, naast Financiën ook bevoegd voor Duurzame Ontwikkeling, mag de Rio+20 conferentie zich niet tevreden stellen met het herformuleren van wat reeds werd afgesproken. De conferentie moet de zekerheid voor reële uitvoeringen geven, aldus Van Ackere.

Hij stelde voor dat er niet zozeer een jaarlijkse rapportering van Duurzame Ontwikkeling zou komen op een centraal VN-secretariaat, zoals voor de Mensenrechtenraad (een van de voorstellen voor institutionele hervormingen), maar eerder een strenge controle zoals men die vandaag kent voor de financiële stand van zaken, de zogenaamde excessive deficit proceeding, zoals dat nu om de haverklap gebeurt in de EU.

‘Rio moet een moment zijn waarop maatschappelijke innovatie wordt ingezet, een innovatie die onze manier van produceren en consumeren herziet en die het geluk beoogt van de vele miljarden mensen met wie we deze planeet delen.’ Het concept mag bijgevolg ook niet in de instellingen geparkeerd worden maar moet in de maatschappelijke projecten vertaald worden.

Die uitvoering van Duurzame Ontwikkeling is ook niet de weg van de minste weerstand, aldus de minister. Het consequent doorzetten betekent beslissingen herzien op het vlak van ons handelsbeleid en ons energiebeleid, beslissingen die op de hoogste beleidsniveau’s moeten genomen worden.

Verder verduidelijkte de minister nog dat Duurzame Ontwikkeling alles behalve een obstakel is in tijden van economische en financiële crisis, maar eerder een instrument om de crisis te lijf te gaan. “Het is niet het probleem, maar een antwoord op het probleem,” aldus de vicepremier, die overigens liet verstaan dat hij het een taak van premier Di Rupo vindt om in Rio aanwezig te zijn. Duurzame Ontwikkeling behoort tot de kern van het beleid, je moet die verantwoordelijkheid dan ook in de kern leggen, zodat de doorstroming naar de verschillende niveaus verzekerd is.

Sociale en maatschappelijke innovatie

De evolutie van onze ecologische voetafdruk de voorbije twee decennia volstaat om te beseffen hoe cruciaal de komende Rio-conferentie is, vindt Dries Lesage, van de UGent en adviseur van de FRDO. Groene economie is een sleutelbegrip van de conferentie, maar alles hangt af van hoe dit begrip zal ingevuld worden, merkt Lesage op.

In deze tijden van financiële crisis en besparingen alom, moet er meer dan ooit over gewaakt worden dat er geopteerd wordt voor een transitie die rechtvaardig en aanvaardbaar is, voor groene en waardige jobs, voor niet alleen technologische maar ook sociale en maatschappelijke, ethische en ecologische innovatie. Institutionele hervormingen, aldus Lesage, moeten gepaard gaan met het mainstreamen van Duurzame Ontwikkeling ook binnen instellingen als het IMF, de Wereldbank en de WTO.

De toestand van de planeet, maar ook de groeiende kloof tussen arm en rijk maken het noodzakelijk om van Rio een succes te maken, een historische mijlpaal. Zo’n conferentie kan de maatschappij niet veranderen maar kan wel de bedding trekken waarbinnen die verandering moet worden uitgebouwd.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.