Rivieren van Filipijns hardhout

Het zijn niet de arme boeren die de laatste ongerepte wouden op de Filipijnen slechten. Nederlandse wetenschappers durven na tien jaar onderzoek de echte schuldigen aanwijzen: de georganiseerde misdaad.

Lumalug, een Kalinga dorpje aan het Northern Sierra Madre Natural Park. Groene long van een van de meest biocultureel rijke gebieden ter wereld: de Cagayan Vallei. Samen met de drie bergketens die haar begrenzen — de Sierra Madre, de Cordillera en de Caraballo Mountains — vormt deze vallei een uniek ecosysteem. Op een landoppervlakte die dubbel zo groot is als Vlaanderen.

Mens en krokodil

Lumalug bestaat uit een 60-tal nipa-hutten die tussen de Dinang Creek en de rivier Iluaguen liggen. In een onrustig gebied waar de communistische rebellen van de New People’s Army de uitbouw van elke vorm van ecotoerisme blokkeren. Het dorpje ligt op drie uur rijden van het kweekstation van de Mabuwaya Foundation. Deze stichting ijvert al tien jaar voor het overleven van de inheemse Filipijnse krokodil. Nog 100 dieren leven er hier, de enige hoop op een toekomst want de soort prijkt al jaren op de rode lijst van de IUCN als ernstig bedreigd.


Het hoofdkwartier van de Mabuwaya Foundation is gelegen in Cabagan. Ten oosten van dit stadje ligt het Northern Sierra Madre Natural Park.

Hier leven mens en krokodil in een voorzichtige maar broze symbiose. Nog niet zo gek lang geleden lag dit gebied onder een dik wouddeken, nu resten er enkel nog bomen langs het water. Zonder de inspanningen van de Mabuwaya Foundation hadden de boeren ook deze bomen gekapt voor die laatste meters vruchtbare grond aan het water. In de verte, van noord tot zuid, herinneren de wouden van het Sierra Madre gebergte aan een rijker verleden. Voordat het hardhout — narra, apitong, yakal en lauan — massaal door de rivieren werd afgevoerd.

Corruptiemachine

De Nederlandse onderzoekers Jan van der Ploeg en Merlijn van Weerd (Universiteit van Leiden), beiden actief binnen Mabuwaya, kennen het park als hun broekzak. Dat gaf hen de kans om er de illegale houtkap wetenschappelijk in kaart te brengen. Want zelfs in beschermde gebieden als het Northern Sierra Madre Park wordt er nog gekapt. ‘De gevolgen van het moratorium op de houtkap zijn in het park wel merkbaar,’ zegt bioloog Van Weerd. ‘De illegale houtkap is voorlopig steviger aan banden gelegd. Maar we moeten nooit te vroeg victorie kraaien. Een politieke koerswissel is genoeg om opnieuw de boel opnieuw om te zagen.’

Het onderzoek van de wetenschappers onthulde dat de illegale houtkap in de provincie Isabela tot voor kort een grootschalige en goed georganiseerde business was. Van Weerd: ‘Er werd evenveel hout gekapt als voor het verbod op legale kap. De houtkap werd opgezet door de georganiseerde misdaad via een goed geoliede corruptiemachine waar veel politici en ambtenaren van het Department of Environment and Natural Resources (DENR) flink aan verdienden. Dat arme boeren zonder de houtkap niet kunnen overleven, bleek een fabeltje. Integendeel, de kap belemmert duurzame plattelandsontwikkeling en verarmt ecosystemen en mensen.’

De onderzoekers legden het mechanisme achter de kap bloot. Financiers uit de steden laten tussenpersonen in de dorpen langs en in het park teams van jonge mannen en kleine boeren ronselen voor de gevaarlijke nachtelijke strooptochten in het woud. Zowat 3.000 mannen bleken actief in de illegale houtkap.

‘De helft van de families die naast het park wonen, verdiende aan de illegale houtkap,’ aldus Van Weerd. ‘Een team bestaat uit opzieners, de operator van de kettingzaag, helpers en dragers of “bugadores”. De opzieners, soms Agta, pikken er de bomen uit die geschikt zijn om ter plaatse in vierkante balken gezaagd te worden door de operator. Niet zelden is dat een voormalig werknemer van een houtbedrijf. De helpers dragen uitrusting, brandstof en bevoorrading. Ze onderhouden de kettingzaag en doen de catering.’

De bugadores brengen het hout met waterbuffels naar een tijdelijk kamp aan een rivier. Platgebrand woud moet het transport vergemakkelijken. In het kamp worden de balken tot planken gezaagd die op vlotten door de rivier meegevoerd naar een bepaalde locatie. Van Weerd: ‘Vandaar gaat het naar een zagerij. Slechts 30 tot 40% van het hout overleeft dit transportproces. Maar de gevolgen voor het woud en haar bewoners zijn enorm.’

De financiers verdienen bergen geld aan de houtkap, het team krijgt net geen aalmoes voor het vernietigen van het biocultureel erfgoed. De gevolgen zijn voor iedereen voelbaar. Wegen worden kapot gereden, visvangsten slabakken, akkers worden vernield, het woud gestroopt, rivieroevers eroderen en wilde dieren worden opgeschrikt. Van Weerd: ‘Een goeie kettingzaagoperator verdient tot 8 euro per dag. Bugadores en helpers drie euro. Ze worden betaald per levering, als het hout in beslag wordt genomen verdienen ze niks. Dat maakt deze mensen heel afhankelijk van hun opdrachtgever. Een goed deel van het geld gaat trouwens naar alcohol, prostitutie en tabak.’

Optreden tegen deze praktijken verloopt niet van een leien dakje. Van Weerd: ‘Illegale houtkap is zwaar ingebed in het corrupte systeem van politieke patronage. Belangrijke politieke dynastieën hebben financieel voordeel uit de houtkap. Ze betalen er hun campagnes mee, kopen er hun stemmen mee.’ DENR-ambtenaren die hun werk naar behoren doen, dreigden verplaatst te worden naar een andere regio. Corrupte collega’s die zich laten omkopen aan checkpoints en transporten beschermen, verdienen een goede cent in een regio waar veel mensen het moeten rooien met minder dan een euro per dag. Van Weerd: ‘Momenteel loopt het wat beter. De grootschalige corruptie binnen de DENR en de Filipijnse overheid wordt nu stevig aangepakt door de huidige president Aquino. DENR is echter vaak machteloos tegen lokale burgemeesters en gouverneurs omdat in de Filippijnen macht vergaand gedecentraliseerd is.’

Guerilla

Corruptie is niet beperkt tot de hoogste regionen. Aanvankelijk keerden de rebellen van de New People’s Army (NPA), een revolutionaire communistische guerrillagroepering, zich tegen de vernietigers van het tropische woud. Van Weerd: ‘Nu laten ze zich omkopen via “revolutionaire taks”, voedsel en benzine. Hele dorpen profiteerden trouwens op dezelfde manier van de illegale houtkap door een taks te heffen. Ook politie en leger openen hun portefeuille.’ Veel commentaar kan Van Weerd niet kwijt over de NPA. ‘Dit is geen ongevaarlijk onderwerp.’

Dat voel ik zelf tijdens een verkenning van de streek rond Lumalug. Mijn afwezigheid veroorzaakt een kleine golf van paniek bij mijn gastheren. Buitenlanders moeten sowieso de toestemming krijgen van de lokale overheid om het park te betreden. Dat de stichter van de Communist Party of the Philippines, José María Sison, sinds 1987 als banneling in Nederland woont, maakt sommige militairen erg wantrouwig tenopzichte van lagelanders.

Ook het artikel van de onderzoekers zette bij sommige kwaad bloed: het is nu moeilijker werken voor Mabuwaya. Van Weerd: ‘Sommige politici willen niet meer met ons samenwerken of maken ons werk ingewikkeld met vergunningen en bureaucratie. Er wordt desinformatie verspreid over onze bedoelingen. Dit is een heel gevoelige en gevaarlijke kwestie. Mensen die zich tegen de illegale houtkap verzetten, werden in het verleden vermoord of met de dood bedreigd.’

Hoop

De houtkap in de provincie Isabela kreeg vanaf 2009 een serieuze knauw door de no-nonsense aanpak van gouverneur Grace Padaca en haar opvolger Bojie Dy. Van Weerd: ‘Op dit moment is er geen grootschalige, georganiseerde houtkap meer. Met mogelijke uitzondering van het zuidwesten van de provincie. Wel wordt er op grote schaal hout gekapt voor eigen gebruik en lokale huizenbouw in de dorpjes langs de woudgrens. Ook gaat de conversie van bos in landbouwgrond nog steeds verder via slash and burn landbouw.’

Voorlichting kan ook grenzen stellen aan de slash-and-burn landbouw, meent de bioloog. ‘Verder kunnen ontboste gebieden herbebost worden via agrobosbouw, landbouw gemengd met bosbouw. En tenslotte kan men houtplantages opzetten voor de bouw en meubelindustrie. Samen met Mabuwaya ben ik momenteel betrokken bij een aantal pilootprogramma’s die al deze activiteiten proberen te ontplooien met financiering van USAID, UNDP en the World Agroforestry Centre (ICRAF).’

De bescherming van de resterende Filipijnse wouden lukt enkel als er ook nieuwe houtbronnen worden voorzien, meent Van Weerd. ‘Het moratorium op houtkap heeft de Filipijnen verstoken van legale bronnen van hout. Er is nauwelijks geïnvesteerd in houtplantages. Decennia geleden exporteerde de Filipijnen hardhout naar het buitenland, nu is het een netto-importeur.’ Het illegaal gekapt hout bedient vooral de meubel- en in de bouwindustrie. ‘Zelfs tijdens de jaren van de grootschalige houtkap in Isabela werd het hout enkel voor de binnenlandse markt gebruikt. En niet geëxporteerd naar Japan, China, Korea en Europa, zoals dat gebeurt met illegaal hout in Indonesië en Maleisië.’

Van Weerd is redelijk optimistisch over de toekomst van de Filipijnse wouden. ‘Er waait echt wel een nieuwe wind door de Filipijnen. Grootschalige illegale houtkap is in het huidige politieke klimaat onmogelijk. De meeste Filipino’s willen de wouden in berggebieden beschermd zien. Via goede voorlichting en de financiële ondersteuning van milieudiensten kunnen we nog meer boeren in de Cagayan Valley overtuigen dat het bos in de Sierra Madre van levensbelang is voor hun watervoorziening. Dan kan je iedereen laten meebetalen aan bosbescherming en herbebossing door lokale belastingen op water te heffen. Ja, er is hoop.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3059   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift