Rode Kruis helpt Palestijnen met waterleiding

Een bedoeïenendorp op de Westelijke Jordaanoever is eindelijk aangesloten op het waternet, althans gedurende 36 uur per week. Het duurde jaren voor het zover was.

“Water, voor het eerst in ons leven!” zegt de 71-jarige Rasmiyeh Dakka blij, terwijl ze saliethee en dadels serveert op een feestje van de Palestijnse Waterautoriteit (PWA) en het Internationale Rode Kruis. Samen met beide organisaties hebben de dorpelingen een nieuw waterleidingsysteem aangelegd.

Tot op heden moest het water met vrachtwagens worden aangevoerd. Dat werd van privéputten naar reservoirs op daken gepompt, elektrisch. Een watertank moest twee of drie dagen van tevoren worden besteld. “Water kostte 4,20 dollar”, zo’n 3 euro, zegt Hosni Al-Qadri, het hoofd van de dorpsraad. “Met het netwerk is dat vier keer zo goedkoop geworden.”

Courgettes

Water is schaars. Het regenseizoen duurt normaal gesproken drie maanden. Op een veld in de buurt prikken jongens gaatjes in plastic zeilen die over de courgettestekjes liggen, bedekt met plasjes regenwater. De dorpelingen hebben het land niet in bezit, ze pachten het van rijke grondbezitters.

Het dorp is opgericht door een Palestijnse familie, bedoeïenen die hier decennialang in tenten hebben gewoond nadat ze in 1948 waren gevlucht. De Hafiraput was hun enige waterbron. “We moesten twee kilometer lopen met het water op onze ezels”, weet Jihad Ghawadri nog. Volgens de traditie is dit de put waar de Bijbelse Jozef door zijn broers in werd gegooid.

Toen de put opgedroogd was, was er geen alternatief voorhanden voor de 1700 inwoners. Water is hier een controlemiddel. Israël bevoordeelt de kolonisten boven de Palestijnen. En dit dorp ligt in zone C, waar de Palestijnse Autoriteit niets te zeggen heeft. Daardoor is het niet aangesloten op de waterleiding die de Palestijnse dorpen in de omgeving voorziet van water uit de Arrabehbron, door Israël gegraven en door de PWA beheerd.

Israëlische vergunningen

Zeven jaar geleden diende het dorp een verzoek bij Israël in om aangesloten te mogen worden en presenteerde het een plan bij de Palestijnse premier Salaam Fayyad. “Iedereen hielp,” zegt Al-Qadri. “De PWA deed onderzoek, legde een afgiftepunt aan en legde contact met het Rode Kruis”, zegt Ziad Drameh van de PWA. Maar het project kwam stil te liggen. “We hadden vergunningen nodig van Israël om het netwerk in het dorp te mogen aanleggen.”

“Er was toestemming”, zegt Jean-Marc Burri, geoloog bij het Rode Kruis. “Het lag niet aan politieke inmenging. Maar niemand zat er echt achteraan en daarom moesten wij iedereen bij elkaar brengen.” Het Rode Kruis was de katalysator en doneerde 40.000 dollar (30.000 euro), maar hoefde verder de mensen niets uit te leggen. “Meestal moeten wij mensen vertellen wat er moet gebeuren”, zegt Ikhtiyar Aslanov, hoofd Water en Habitat bij het Rode Kruis. “Nu was het andersom. Alle beslissingen werden op dorpsniveau genomen.” Iedereen moest 130 dollar (82 euro) aan de PWA betalen, en dat gebeurde.

Toen Israël zijn uiteindelijke toestemming gaf, was iedereen binnen vier maanden aangesloten. Elf kilometer waterleiding verbindt de 257 huizen met elkaar. Er is drie kubieke meter drinkwater per uur, twaalf uur per dag, drie dagen per week. Het is geen wonder, maar wel een enorme verbetering van het leven in het dorp.

In 2011 hebben 775.000 Palestijnen geprofiteerd van waterprojecten van de PWA die door het Rode Kruis zijn gefinancierd. Een tiende van hen woont op de Westelijke Jordaanoever, de rest in Gaza.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2925   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift