Rot op uit Rotterdam

Rotterdam was ooit het schoolvoorbeeld van de multiculturele samenleving. Vandaag is de havenstad het Nederlandse en Europese laboratorium voor een steeds repressiever integratiebeleid. Wie zich afvraagt wat een rechtse meerderheid na 2006 in Antwerpen kan betekenen, kan dat vandaag al gaan zien in Rotterdam.
Op de derde verdieping van het Rotterdamse Wereldmuseum hangen enkele klasfoto’s van de Koningin Wilhelminaschool. Op de vergeelde foto uit 1957 kijkt juffrouw Van Swet streng toe op Joop, Gerard, Agaath en Nellie. Twintig jaar later, in 1978, heet de helft van de leerlingen Derya, Jamila, Zouhair. En in 1999 zit Sarah, het enige vlasblonde meisje, gelukkig en vrolijk op de eerste rij.
De stad telt vandaag 162 verschillende nationaliteiten. 45 procent van de stadsbevolking is allochtoon -waarvan 36 procent niet-westers. Toen het studiebureau van de stad onlangs aankondigde dat er tegen 2017 maar liefst 48 procent niet-westerse allochtonen en nog maar 42 procent autochtonen in Rotterdam zullen wonen, bleek een “verhard integratiebeleid” plots gelegitimeerd. Achter dat onvriendelijk klinkende concept gaat een nog grimmigere realiteit schuil.
Een symbooldossier in het debat en de manier waarop het gevoerd wordt, is de Essalam moskee in de “zwarte” wijk Feyenoord. Het vorige stadsbestuur keurde zeven jaar geleden de bouwplannen voor deze moskee goed. De bedoeling was de verschillende kleine moskeeën -vaak in slechte staat- in het zuiden van Rotterdam te verenigen in één grote moskee. Het zou een architectonisch hoogstandje worden, zoals elk nieuw bouwsel op Kop van Zuid, de hippe wijk naast Feyenoord. Toen de partij en de ideeën van Pim Fortuyn aan de macht kwamen in Rotterdam, werden de goedgekeurde plannen plots in vraag gesteld. De minaretten moesten de helft kleiner, of toch zeker lager dan de Sint-Laurenskerk, en je mocht ze zeker niet zien als je Rotterdam binnenrijdt. Vrouwen en mannen moesten samen kunnen bidden. En kon de bouwstijl -van nota bene een Nederlands architectenbureau- niet wat minder opzichtig?
De moskee moest ook een “exotisch daguitstapje” voor Nederlanders zijn. Volgens de nieuwe machthebbers zou de moskee overigens gefinancierd worden door een fundamentalistische sjeik die de Taliban steunt. Journalist Ilah Rubio van het Rotterdams Dagblad bracht aan het licht dat de mecenas uit de Verenigde Arabische Emiraten verward werd met zijn broer, die overigens Arabische liefdesgedichten in plaats van opruiende fundamentalistische taal op het internet zette.
Ilah Rubio: ‘Het stadsbestuur had wettelijk gezien geen poot om op te staan om de bouwplannen te dwarsbomen, maar heel de discussie heeft diepe wonden geslagen bij de moslimgemeenschap.’
Intussen verwelkomt Rotterdam Centraal de treinreiziger wel in alle wereldtalen: bienvenue, bien venida, hosgeldiniz, marhaba. Maar dat is bedoeld voor de toeristen, niet voor migranten.

Tot uw dienst


Wat is er gebeurd met het tolerante, verlichte polderland over de Moerdijk? Hoe komt het dat het toonbeeld van de multiculturele 21ste eeuw plots in zo’n kramp terechtgekomen is? Rewind… Eerst had je Pim Fortuyn die tijdens de gemeenteverkiezingen in maart 2002 met zijn Leefbaar Rotterdam van de ene op de andere dag 17 van de 45 zetels bemachtigde. At your service. Bij de nationale Tweede Kamerverkiezingen in mei 2002 werd Lijst Pim Fortuyn, ondanks en dankzij de moord op de charismatische leider, de tweede grootste partij in het parlement. Balkenende I wankelde en kantelde naar nieuwe verkiezingen, waarbij de zetels van de LPF naar de christen-democraten van CDA doorschoven. De ruk naar rechts was echter ingezet en ook de gevestigde partijen haastten zich om de ideeën van Pim Fortuyn in beleid om te zetten. Immers, zo kon het toch niet langer? Rotterdam scoort hoog in alle foute lijstjes: werkloosheid, criminaliteit, concentratiewijken, illegalen…
‘Het probleem is niet kleur, maar het probleem heeft wel een kleur’, werd de meest geciteerde oneliner in Rotterdam. Leefbaar Rotterdam leerde zijn burgers ook schelden op elkaar. Het is nu niet meer onbehoorlijk om de islam een achterlijke en gevaarlijke godsdienst te noemen, of te zeggen dat de zesde peiler van het islamitische geloof luidt: pak de jobs van de Nederlanders af en als dat niet lukt, ondermijn dan het sociale zekerheidssysteem. Het multiculturalisme van de jaren tachtig, waarbij migranten mochten integreren met behoud van eigen identiteit, werd uitgespuwd. Voortaan was assimileren de boodschap. Aanpassen aan de Nederlandse Normen & Waarden.

Blok afgestraft


Rotterdam zet door, op weg naar een stad in balans, is de ronkende titel van het actieprogramma van de stad Rotterdam dat eind vorig jaar werd goedgekeurd. De 99 pagina’s aanvulling op het stadsbeleid van 2002 bevatten een aantal controversiële voorstellen. Zo lanceert Leefbaar Rotterdam een aantal proefballonnetjes rond verplicht inburgeren. Oud- en nieuwkomers moeten binnen de vijf jaar een inburgeringexamen afleggen. Als ze niet opdagen of slagen, moeten ze een boete betalen of hebben ze geen recht meer op een vestigingsvergunning. Niet vadertje Staat, maar godin Markt zal instaan voor de nodige machinerie aan taal- en oriëntatiecursussen.
De migrant moet zelf opdraaien voor de kosten van zo’n cursus -dat kan oplopen tot 6.000 euro- en als je binnen de drie jaar slaagt, krijg je korting. Kwestie van de Nederlandse Normen & Waarden van meet af aan te leren kennen. Kandidaat aanvragers zouden zelfs al in het land van herkomst een inburgeringtest moeten afleggen. Aan gezinshereniging en importhuwelijken zouden ook strengere voorwaarden worden gekoppeld: minimum leeftijd van 21 jaar, bewijs van voldoende inkomsten en een degelijke huisvestiging.
Een ander creatief voorstel is de “120 procent regel”. Mensen die minder dan 120 procent van het minimuminkomen verdienen, zijn niet meer welkom.
Rotterdam wil zo een betere mix van rijk en arm (volgens sommigen: van autochtoon en allochtoon) creëren in de achtergestelde of “zwarte” wijken. Tegenstanders vergelijken deze maatregel met een hek rond Rotterdam en vragen zich af of dit niet in strijd is met de Nederlandse en internationale wetgeving. Het recht op vrije keuze van woonplaats, dat is toch geen universeel niemendalletje. Marco Pastors, schepen van Huisvesting (Leefbaar Rotterdam) hierover: ‘We hebben afgesproken met de nationale overheid dat we de mogelijkheden van de bestaande huisvestigingswet gaan benutten. Als daarmee niet de gewenste resultaten worden bereikt, komt er een uitzonderingswet voor grootsteden om een inkomenseis in te voeren.’
In juli 2005 beslist de Tweede Kamer definitief over deze nieuwe voorstellen.
Leefbaar Rotterdam staat intussen dik twee jaar aan het stedelijke stuurwiel, maar de liberale VVD, het christen-democratische CDA en de socialistische PVDA geven mee richting aan het rechtse stadsbeleid. De concrete gevolgen daarvan worden stilaan zichtbaar. Subsidies voor integratieprojecten worden stelselmatig afgebouwd. Onderwijs en voorlichting in eigen taal, extra financiële steun voor concentratiescholen en projecten om bijvoorbeeld analfabete allochtone vrouwen Nederlands te leren of ze via zwemles in het openbaar leven te betrekken, zijn al afgeschaft.
Ibrahim Spalburg van SPIOR, de Stichting Platform Islamitische Organisaties Rijnmond, wacht een beetje bang af wie en wat nog gesubsidieerd zal worden. SPIOR verenigt 45 moskee-organisaties, sociaal-culturele verenigingen en vrouwen- en vluchtelingenorganisaties. ‘Een organisatie moet een bijdrage leveren aan het integratieproces om subsidies te krijgen. Maar voor het stadsbestuur betekent het dat je niet openlijk mag laten zien dat je moslim bent: geen hoofddoek, geen herkenbare moskee. Integratie door onze bril bekeken, betekent dat mensen ook hun eigen achtergrond moeten kennen om te kunnen integreren.’
Subsidies aan zelforganisaties worden afgebouwd, ook al gaf de Commissie Blok begin 2004 die allochtone organisaties nog een pluim voor hun werk. VVD’er Stef Blok -allesbehalve een allochtonenknuffelaar- moest dertig jaar integratiebeleid doorlichten. Zijn genuanceerde conclusie was dat het Nederlandse integratiebeleid faliekant gefaald had, maar dat de integratie wél gelukt was dankzij inspanningen van individuen en organisaties.
Er is zelfs een commissie in het leven geroepen om alle bestaande subsidies onder de loep te nemen. Marco Pastors, Leefbaar Rotterdam schepen van Huisvesting, licht de ietwat vage criteria toe: ‘Projecten die verscheidene landen bij elkaar brengen en contact hebben met Nederlanders, maken meer kans. We willen in de toekomst minder mono-etnische projecten steunen.

Zware averij


Johan Grijzen is schepen voor Welzijn in de deelgemeente en achtergestelde wijk Delfshaven. Hij behoort tot GroenLinks en probeert tegen de stroom en de wil van het stadsbestuur in te roeien. ‘Scholen met veel allochtone, lager opgeleide ouders krijgen geen extra geld meer vanaf augustus 2005. Hetzelfde geldt voor gesubsidieerde banen in onderwijs, welzijn en cultuur. Rijk keert arm de rug toe. Daar hebben wij hier last van, want wij zijn arm.’ Delfshaven is een prototype van een “zwarte wijk”. Nog maar 27 procent van de inwoners is van Nederlandse origine, het werkloosheidscijfer bedraagt 17 procent, het gemiddeld inkomen ligt 30 procent lager dan het gemiddelde stedelijk inkomen, 80 procent van de woningen zijn huurhuizen, een record aantal jongeren zijn vroegtijdige schoolverlaters of hebben een schoolachterstand.
Maar Johan Grijzen blijft krampachtig optimistisch. ‘We vullen al minder krantenpagina’s dan zeven jaar geleden en je ziet hier al minder verhuiswagens.’ De pijlers van zijn integratiebeleid? Onderwijs, jongerenwerking en ondersteunen van migrantenorganisaties. ‘De introductie van een -betaalbare- kleuterschool doet wonderen voor de taal en sociale competenties van kleine kinderen. Tijdens de naschoolse opvang proberen we het wereldbeeld van de kinderen wat te verruimen. En we hebben een getrapte financieringsstructuur voor migrantenorganisaties, van enkele honderden euro’s als waardering tot ondersteunende en zelfs volledige projectsubsidiëring. Vier jaar Leefbaar Rotterdam kan de integratie-inspanningen van de afgelopen dertig jaar niet wegvagen, maar wel zwaar beschadigen.’
Het mes in dertig jaar interculturaliteit, zal heel wat initiatieven doen bloeden. Maar de toon van het huidige debat, snijdt wellicht nog dieper. ‘Over vijf jaar krijgt Rotterdam de rekening gepresenteerd van het huidige beleid’, zegt (niet alleen) Mohammed Benzakour, columnist en auteur van het recent verschenen boek Abou Jahjah, nieuwlichter of oplichter? Demonisering van een politieke rebel. Benzakour vat het gevoel van de allochtone gemeenschap in Rotterdam samen: ‘De spierballentaal in het integratiedebat heeft net het tegenovergestelde effect. Allochtonen voelen zich diep beledigd en teleurgesteld. Het resultaat is apathie en berusting. Veel allochtonen trekken zich terug in eigen kring en nemen volledig afstand van de Nederlandse normen en waarden. Ik heb nog nooit zo veel hoofddoeken en baarden in het straatbeeld gezien, dat is een soort geuzendracht geworden. Veel jonge Marokkanen worden ook plots vrome moslims. ’
Abdel Ilah Rubio van het Rotterdams Dagblad ziet dezelfde evolutie: ‘Ik woonde in de leukste multiculturele stad van Nederland en vòelde me Rotterdammer. Alles kon hier: een islamitische universiteit, onderwijs in eigen taal, ieder zijn eigen moskee, de Dag van de Dialoog… En van de ene op de andere dag ontdek je dat je buren en collega’s een bloedhekel aan je hebben. Plots staat islam gelijk aan Het Kwaad en terrorisme en is je geloof een obstakel om te integreren. Dat doet pijn. Wij zijn teleurgesteld en verslagen -zoals een bokser die knockout is gegaan. De allochtonen hebben zich volledig teruggetrokken uit de Nederlandse samenleving en uit de discussie. Plots maak je geen deel meer uit van deze stad. Waarom zou je dan nog participeren? En dat is een nog groter gevaar op lange termijn dan het afbouwen van de integratiesubsidies.’

Zelfrespect is belangrijk


Allochtonen krijgen het verwijt dat ze niet willen integreren in de Nederlandse maatschappij. De veertig islamitische scholen in Nederland, waarvan drie in Rotterdam, worden gezien als het bewijs van die onwil. Mohammed Jar, de Surinaamse bezieler en oprichter van de islamitische basisschool De Dialoog is het daar uiteraard niet mee eens: ‘Ik weet dat de publieke opinie heel negatief is over ons en het stadsbestuur werkt ons openlijk tegen. Maar het feit dat we ons betrokken voelen bij het onderwijs is net een teken van onze wil tot integreren.’
Mohammed Jar toont fier de kleurrijke klasjes, op het eerste zicht een doorsnee, gezellige basisschool. Alleen de namen boven de kapstokken verraden dat de leerlingen hier niet Kees en Katrijn heten, maar Hassan en Fatima. In de hogere klassen duiken ook subtiel Arabische letters en posters aan de muur op. ‘Nee, de kinderen en leerkrachten moeten niet verplicht een hoofddoek dragen, Arabisch praten of moslim zijn’, lacht Mohammed Jar. ‘De helft van onze leerkrachten is zelfs niet moslim, ze zijn wel allemaal allochtoon. De voorzitter van het bestuur is zelfs katholiek. Door de taal- en onderwijsachterstand van onze leerlingen geven we extra uren les en Nederlands.’
En dat werkt blijkbaar. De drie scholen van Mohammed Jar scoren beter dan de “zwarte scholen” en even goed of beter dan de “witte scholen”. Het geheim achter zijn succes? ‘Het is belangrijk dat een kind zich prettig voelt op school. De sfeer en aanpak hier sluiten beter aan bij de opvoeding thuis. Wij stellen hun identiteit niet in vraag. Door ze positief te benaderen, geven we ze een gevoel van eigenwaarde en zelfvertrouwen -heel belangrijk voor de ontwikkeling van een kind.’
Een andere peiler is het contact met de ouders. ‘We vinden het belangrijk om alles aan te kaarten bij de ouders. Sommige ouders zien gemengde zwemlessen bijvoorbeeld niet zitten. Dan leggen we ze uit dat de kinderen nog heel klein zijn en dat ze, eens ze naar het middelbaar gaan, er toch niet onderuit kunnen. Dat zet ze aan het denken. Een ander voorbeeld: een vader die zijn dochter per se naar een vrouwelijke gynaecoloog wil sturen, maar haar niet wil laten verder studeren. Dat klopt niet.’
Een zevental van de veertig Nederlandse moslimscholen worden in de gaten gehouden door de staatsveiligheid omwille van fundamentalistische banden en invloed. Jar reageert routineus op deze kritiek: ‘Haal de rotte appels eruit, maar veroordeel niet heel de mand.’

Stad onder stroom


In Feyenoord, waar de omstreden Essalam moskee gebouwd moet worden, blijkt de bouwwerf verrassend klein te zijn voor de “grootste moskee van Europa”. Ze is ook weggestopt in een uithoek naast een grijze viaduct en treinsporen aan de uiterste rand van Feyenoord. Voor het aanpalende appartementsblok staat een Hollandse vrouw een sigaretje te roken. ‘Ik kijk vanuit mijn appartement op de eerste verdieping liever uit op zo’n architectonische moskee dan op een betonnen muur. Nu hangen hier ‘s avonds ook altijd jongeren rond die drugs dealen. Dat zal snel gedaan zijn eens de moskee er is.’
De cafébazin op de hoek is er minder gerust op: ‘De wijk is er niet gelukkig mee. Straks zijn wij Rotterdammers in de minderheid en worden wij gediscrimineerd.’ Het houten paneel met een tekening van de toekomstige moskee is besmeurd met rode verf. Het topje van de gehalveerde minaret steekt nog net boven de rode agressie uit.
Antwerpen en Rotterdam zijn buren en delen veel historische ervaringen. Moet Antwerpen dan ook “Leefbaar” worden volgens dit rechtse, Rotterdamse recept?
Volgens Han Entzinger, professor migratie en integratie, niet: ‘Vroeger was Nederland een lichtend voorbeeld van hoe het moest, nu zijn we een voorbeeld van hoe het vooral niet moet. Oké, er zijn veel problemen in Rotterdam, maar dat zijn de typische problemen van een grootstad. In plaats van de allochtonen te stigmatiseren, zouden we beter oplossingen zoeken op de arbeids- en woonmarkt. Het grote aantal goedkope en slechte arbeiderswoningen in Rotterdam trekt veel laag betaalde mensen aan. De slabakkende oude industrieën en de gemoderniseerde haven hebben ook veel minder laag opgeleide arbeiders nodig. Door de opkomst van concentratiewijken groeide de segregatie en is er minder contact tussen autochtonen en allochtonen dan tien jaar geleden. Maar hoe minder allochtonen je kent, hoe meer angst je hebt. Een betere mix creëren in een stad is dus een goed idee, maar de instrumenten -zoals bijvoorbeeld de 120 procent regel- zijn niet goed. Een combinatie van arbeid, wonen, taal en onderwijs -de belangrijke integratie-instrumenten- is noodzakelijk maar niet alleenzaligmakend. We mogen de invloed van een overheid niet overschatten. De factor tijd is ook heel belangrijk. Integreren vraagt gewoon tijd en het lukt steeds beter, maar voor de politici gaat het niet snel genoeg.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2848   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift