Rwanda bevestigt verbod op plastic zakjes

Wie nu en dan voet op Afrikaanse bodem zet, zal zich ongetwijfeld geërgerd hebben aan de verbijsterende hoeveelheden plastic die in sommige Afrikaanse landen het landschap ontsieren: sommige delen van Afrika lijken wel geplastificeerd.
Vooral de flinterdunne, niet-afbreekbare lichtblauwe en zwarte plastic zakjes die massaal maar vooral éénmalig gebruikt worden om voedingswaren in te verpakken (men ziet ze heel vaak op markten), veroorzaken deze grootschalige vervuiling.
De rondslingerende zakjes vormen niet enkel een esthetisch probleem, ze verstoppen ook rioleringen (vooral tijdens het regenseizoen onaangenaam omdat er aldus broeihaarden voor malariamuggen ontstaan), ze kunnen de bodemdoorlaatbaarheid verstoren (slecht voor de landbouw), en ze schaden bovenal de gezondheid van mens en dier (bij verbranding komen toxische stoffen vrij).
Langzamerhand is Afrika zich bewust gaan worden van deze ecologische ramp en binden enkele landen kordaat de strijd aan tegen het vervuilend plastic. Eritrea, Oeganda en Rwanda hebben een volledig verbod op de productie, de distributie en het gebruik van plastic zakjes ingevoerd. Andere landen verbieden zakjes gemaakt van te dun folie, of heffen extra taksen op het gebruik ervan.

Koplopers


Rwanda is één van de koplopers wat het bannen van plastic betreft. Sinds 2004 wordt de bevolking gesensibiliseerd om het gebruik van de vermaledijde zakjes te vermijden en de omgeving schoon te houden (zo werd de bevolking door de overheid aangemoedigd om plastic afval te verzamelen op speciale vrije dagen). In 2006 werd een wet gestemd die zakjes van minder dan 100 micrometer dikte verbiedt en sinds 10/09/2008 is wet 57/2008 van kracht, die het gebruik, de verkoop, de productie en de verdeling van alle plastic zakjes illegaal maakt.
Overtreders van de wet, bedrijven zowel als privé-personen, kunnen straffen oplopen van 6 tot 12 maanden gevangenisstraf, of boetes krijgen van 5000 tot 500.000 Rwandese franc (ongeveer 6,25 tot 625 euro), afhankelijk van de gewichtigheid van de feiten. Wie het land probeert binnen te komen met een plastic zak, moet die achterlaten bij de grens.
Reizen door Rwanda leert snel dat de wet werkt. Niet alleen liggen de straten van Kigali en andere steden er doorgaans netjes bij, ook het platteland is opmerkelijk plastic-vrij  (al moet gezegd dat het werk nog niet helemaal af is: het volstaat om de aarden steegjes van Nyamirambo – een volkswijk in Kigali – in te duiken, om vast te stellen dat er nog heel wat afval op te ruimen is). De verklaring ligt volgens nogal wat Rwandezen voor de hand: de boetes zijn in verhouding tot het gemiddeld inkomen zo hoog, en de pakkans is blijkbaar zo groot, dat de modale Rwandees de voorkeur geeft aan alternatieven.

Direct economisch effect


Niet iedereen is gelukkig met de maatregel. Er is het directe economisch effect: sommige lokale bedrijven die plastic produceerden of verdeelden hebben de deuren moeten sluiten, en de consument klaagt dat levensmiddelen duurder geworden zijn omdat de handelaren de kosten van de duurdere alternatieve verpakkingen (meestal papieren zakken) aan de klant doorrekenen.
De overheid rekent er dan ook op dat de bevolking geleidelijk aan zal teruggrijpen naar traditionele manieren om levensmiddelen te verpakken en vervoeren, en hoopt dat aldus het mandenvlechten, ooit een belangrijke ambacht in Rwanda, opnieuw in zwang geraakt en economisch weer betekenis krijgt. Ook andere alternatieven worden aangemoedigd.
Het maandblad Grands Lacs Hebdo (juli 2009) berichtte onlangs over een aantal ecologisch geïnspireerde coöperatieve organisaties die met plantaardige vezels (onder andere van bananenbomen) op artisanale wijze, manden en zakken vervaardigen. Zo heeft de coöperatie Land Love Rwanda een origineel alternatief bedacht voor de plastic zakjes waarin kiemplantjes van bomen tot ontkieming gebracht worden: zakjes vervaardigd uit de bladeren van de bananenboom blijken even goede resultaten te leveren en  zijn tevens biologisch  afbreekbaar.
Toch is er onlangs in de Rwandese pers enige deining ontstaan over het beleid van de Rwandese overheid ten aanzien van plastic zakken. Het weekblad Business Week schreef begin september dat Rwanda nieuwe investeringen in de productie van polyetheen voor zeer specifieke toepassingen zou aanmoedigen en dat plastic van een bepaalde dikte toch weer zou kunnen geproduceerd worden in Rwanda.
De Rwandese overheid haastte zich bij monde van Vincent Karega, Minister voor Mineralen en Natuurlijke rijkdommen, en Rose Mukankomeje, Directeur van de REMA (Rwanda Environment Management Authority), om de gepubliceerde aantijgingen als onjuiste informatie af te doen. In The Sunday Times van 13 september benadrukken beiden dat er geen sprake is van het opheffen van het verbod op plastic zakken, omdat dit verbod nu net een Rwandees succesverhaal is gebleken.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2945   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Erik Gobbers bestudeert stedelijke socio-culturele verenigingen in Lubumbashi in het kader van zijn thesis aan de VUB, in samenwerking met een onderzoekscentrum van de Universiteit van Lubumbashi.