In Rwanda heerst de ijzeren vuist

De Grote Meren staan weer in brand. Congolese burgers vluchten voor het geweld dat Rwandese en Congolese militairen teweegbrengen. De man die aan de touwtjes van dit eindeloze drama trekt, zit in de Rwandese hoofdstad Kigali. Jeroen Corduwener* bezoekt Rwanda al meer dan tien jaar als zelfstandig journalist. In december ging hij er opnieuw heen om er voor MO* een indringend portret te schrijven van een ondoordringbaar land.

Het is oorlog


Maar de zon zet Gisenyi in een weldadige gloed. Op de boulevard langs het Kivumeer fluisteren de jongens zachte, lieve woordjes en de meisjes giechelen. Ze wandelen in het lommer van de hoge palmen, waarvan de bladeren ruisen in een vlaagje wind. Op het strand spelen kinderen, ze dollen in het zand, springen van een oude, kapotte aanlegsteiger in het koele water.
Van alle steden in Rwanda ademt Gisenyi, in het uiterste noordwesten van het land, nog het meest de Belgische koloniale sfeer.
Langs de boulevard, omzoomd met geurige bougainville en oude, kreunende palmen, gaan verschoten huizen schuil in enorme tuinen. De ramen zijn verdwenen, soms hebben zwervende kinderen bezit genomen van het interieur. Maar achter de verloedering, de verwilderde plantengroei, de scheefhangende deuren, de gesprongen raamkozijnen flakkert nog steeds de grandeur van een mondaine badplaats. Gisenyi was ooit het Saint-Tropez van Rwanda, lang, lang geleden. En ook vandaag geurt en kleurt de Mediterrannée nog door het verrotte hout, het verbrokkelde beton, de gaten en kuilen in de restanten van het asfalt.

Afwezige gasten


In hotel Regina wacht het voltallig personeel op het marmeren bordes. Twee mannen, vier meisjes, er zijn geen gasten. De hotelkamers verstoft, het warme water al jaren buiten gebruik, een vuilnisbelt torent buiten het keukenraam, de parasols op het terras zijn vervuild en vergaan. In de enorme eetzaal, met teakhout tegen de wanden, staat een oude piano, de barman slaat wat verdwaalde noten aan. Daarnaast detoneert een spiksplinternieuwe televisie, rechtstreeks aangesloten op een paraboolantenne.
Het is oorlog, zegt de nieuwslezeres van TV5. De camera toont beelden van een landkaart, met het Congolese Goma en het Rwandese Gisenyi, die als een twee-eiige tweeling tegen elkaar liggen, gescheiden door een grenspaal van kromgetrokken dennenhout. Dan hollen gecamoufleerde soldaten door een groen heuvelland met bananenbomen. Ze dragen zware kalashnikovs. Het volgende beeld toont een voortschuifelende groep vluchtelingen, met hun huisraad balancerend op het hoofd.
Het is oorlog, zegt de Rwandese president Paul Kagame. Hij kijkt vorsend naar zijn gehoor, bestaande uit senatoren in het parlementsgebouw in de hoofdstad Kigali. TV Rwanda zoomt in op zijn ascetische gelaat, met een smal, streng snorretje boven de smalle lippen, die de brillenglazen daarboven nog groter doen lijken dan ze al zijn.
‘We zijn klaar om met tienduizend manschappen Congo binnen te trekken’, spreekt de president op de beeldbuis. Hij heeft een zachte, wat nasale stem. Zo lijkt het eerder dat hij preekt dan commandeert. Maar dat is schijn. ‘We zullen afrekenen met de moordenaars die verantwoordelijk zijn voor de genocide’, vervolgt hij. ‘De internationale gemeenschap is niet in staat gebleken om hen te ontwapenen. De gevolgen daarvan kennen we. Honderden Tutsi’s die zijn vermoord in het vluchtelingenkamp Gatumba (Burundi, in augustus vorig jaar- red.). En recent een aanval op onschuldige Rwandese burgers in Gisenyi.’
Het is oorlog en Gisenyi baadt in de zon. Op het strand zet het personeel van het vijfsterrenhotel Kivu Sun City de ligstoelen recht. Het uiterst luxueuze ressort is onlangs met veel Zuid-Afrikaans geld grondig verbouwd. Er is alles wat hotel Regina, op een steenworp afstand, niet heeft. Maar ook hier wachten pakweg honderd personeelsleden op gasten. Die zijn er niet.
Wel heeft de president onlangs nog de nacht doorgebracht in Kivu Sun City, een reclamestunt om cliëntèle te trekken. Langs de weg lonken ook grote lichtbakken: ‘Welcome to paradise’ en ‘Paradise is just a few seconds away’. Maar nu vertelt diezelfde president op de televisie dat Gisenyi onveilig is, dat de Interahamwe -de doodskaders die verantwoordelijk worden gehouden voor de genocide in 1994- er rondspookt en dat burgers weer ten prooi vallen aan de hel van de genocide. De vredige rust in het dommelige stadje vloekt met de woorden van de president.

Ooggetuigen


Ik vertrouw dit niet helemaal en niet alleen omdat de woorden van de president zo schrijnen met de kalmte die ik aantref. Ik reis nu ruim tien jaar naar en door Rwanda en ik weet dat in dit kleine landje, ter grootte van België, iedereen iedereen kent. Als in Gisenyi, met nog geen 10.000 inwoners, mensen door raketten zijn geraakt, dan is dat de talk of the town.
Dus ga ik op onderzoek uit en in Rwanda doe ik dat door op bezoek te gaan bij vrienden en kennissen. Mensen die ik vertrouw, tenminste in grote mate. En die mij vertrouwen, tenminste ook in grote mate. Als ik wil weten wat hier speelt, zijn zij mijn belangrijkste bronnen, van meer gewicht, met meer openheid en betrouwbaarheid dan wat ik bij officiële woordvoerders aantref - of dat nu Rwandese autoriteiten zijn of de bijna onvermijdelijke ‘westerse waarnemers’, waarop journalisten hun bronnen baseren. De eersten vertellen me niet wat ik wil weten en de tweede categorie weet zelf niets of op z’n best weinig.
Vanaf de boulevard loop ik de heuvel op, de stad in, over keiige wegen, zwarte restanten van de hoog boven de stad uittorenende vulkanen, die in het verleden hun erupties over deze regio uitbraakten. Nu verstoppen de Interahamwe zich soms in het gebergte -zoals vroeger Paul Kagame, die de koude, natte jungle als basis koos voor zijn toenmalige guerrillaleger.
Dative ontvangt me in haar huis van leem, hout en klei, een oud maar gedegen optrekje langs één van de doorgaande wegen in de stad. Achter op het erf spelen kinderen in de modder van de net overgetrokken regenbui, schilt buurvrouw Marie de aardappelen en frituurt Dative’s zuster Ingabire ansjovis op een houtskoolvuurtje. We drinken Primusbier uit driekwartliterflessen en eten een geroosterde kip.
Dative is een mooie jonge vrouw, maar de armoede, de ellende en de angsten van de afgelopen jaren hebben zichtbare sporen achtergelaten. Ze woonde na de genocide van 1994 in Goma, samen met haar zussen, broer en moeder. In 1996 trok Kagame Congo binnen, dat toen nog Zaïre heette, om samen met Laurent Desiré Kabila Mobutu te verdrijven. Ook toen ging Kagame de Interahamwe te lijf, die in grote getale in de vluchtelingenkampen rond Goma woonden.
Door het noodlot werd Dative in die oorlog op een bizarre ochtend gescheiden van haar familie. ‘Mijn moeder, zussen en broer zaten aan de andere kant van de frontlinie en trokken naar Gisenyi. Ik was die morgen toevallig op weg naar de markt. Toen ik naar huis wilde, hadden de Interahamwe de wegen afgesloten en moest ik met hen mee, Congo in.’
Twee jaar lang overleefde ze in de ondoordringbare jungle bij Kisangani. Gegijzeld door de Interahamwe, opgejaagd door het Rwandese leger. Na ruim zevenhonderd gruwelijke dagen werd ze door de Verenigde Naties naar Rwanda teruggevlogen, samen met nog enkele duizenden andere vluchtelingen. ‘Toen ik bij mijn moeder aanklopte, viel ze flauw. Ze hadden me allang doodverklaard.’
We praten tot het duister valt en Gisenyi onder een donkere deken verdwijnt. Er is al maanden nauwelijks nog elektriciteit in Rwanda, een direct gevolg van een te snelle bevolkingsgroei gecombineerd met achterstallig onderhoud van de stroomvoorziening. Bij het licht van flakkerende kaarsen zegt Dative dat dat hele verhaal van de president één grote leugen is. Zij heeft geen raketten gehoord en als ze na jaren van oorlog en geweld iets herkent, dan is het wel het hoge gefluit van kogels, het gegier van raketten, de doffe dreunende inslag, de rook, soms het vuur daarna.
Zus Ingabire heeft zich al die tijd stil gehouden. Maar de donkere kamer én de hoeveelheid Primusbier maken haar nu spraakzaam. ‘Het incident van de raketten is een luchtballon, een excuus voor Kagame om te dreigen, zowel aan het adres van de Congolese regering als aan de internationale gemeenschap’, zegt ze. Zelf woont Ingabire in Goma, ze is getrouwd met een rijke Congolees.
Haar loyaliteit helt naar twee kanten van de grens. Haar huwelijk gruwt van nieuwe Rwandese inmenging, van kinyarwanda gebabbel in de straten van Goma. Maar ze begrijpt de Rwandese president als deze de halfzachte houding laakt van de vredessoldaten van de Verenigde Naties in de missie MONUC (Mission des Nations Unies en République Démocratique du Congo). ‘De blauwhelmen hebben echt niets geleerd van 1994’, zegt Ingabire. ‘Ze durven nog steeds niet op te treden tegen de Interahamwe. Die zouden vrijwillig ontwapend worden. Nou,’ gnuift ze, ‘moordenaars komen echt niet uit zichzelf uit de jungle, waar ze al tien jaar zitten, om zich over te geven. Die vechten zich liever gewoon dood.’

De buik van de trom


In november, nog geen week voordat Kagame zijn dreigende woorden in Kigali uitspreekt, heeft hij een vredesakkoord getekend met Congo en andere buurlanden. Op een grootse vredesconferentie in Dar es Salaam beloven alle leiders van de Grote Merenregio in Afrika stabiliteit, democratie, goed bestuur en eenheid. De wereld is verbijsterd als Kagame binnen zeven dagen het akkoord, dat hij schouder aan schouder met zijn Congolese collega Joseph Kabila ondertekende, van tafel veegt.
Maar wie in Dar es Salaam goed heeft opgelet, weet dat Kagame zijn eigen agenda heeft. Als de inkt nog niet eens echt droog is, zegt de Rwandese president tot zijn collega’s en vooral de televisiecamera’s in Dar es Salaam: ‘Ik mag hopen dat dit niet het zoveelste stukje papier is dat ondertekend is en waar verder geen consequenties aan vast zitten.’ Zijn gehoor neemt Kagames woorden als een waarschuwing. Zo zijn ze niet bedoeld, Kagame doet alleen een voorspelling. Van zijn eigen voornemen. En hij laat de internationale gemeenschap in de luxe hotels van Dar es Salaam graag in de waan.
Kagame is Rwandees, en een Rwandees geeft nooit zomaar spontaan een antwoord op een vraag. In Rwanda geldt zelden wat er gezegd en verklaard wordt. De werkelijkheid verhullen is er geen schande maar een gave. Iemand vertaalde mij eens een bekend Rwandees spreekwoord: ‘Wat zich in de buik van de trom bevindt, is slechts gekend door de ritualist en de eigenaar.’ En dat betekent: ‘Alleen diegene die iets zegt, kent de betekenis van zijn woorden.’
Na de dreigende taal van Kagame aan het adres van Congo en de internationale gemeenschap wordt de discussie maandenlang beheerst door de vraag of de Rwandese troepen nu wél of niet de grens zijn overgestoken. Een zinloos debat, want feitelijk zijn de Rwandese soldaten na 1996 nooit uit Congo vertrokken, alle beloften ten spijt. Een Nederlandse krant kopt boven een artikel over het Congolees-Rwandese conflict: Oorlog met afstandbediening, en dat lijkt me de meest treffende typering van wat gaande is in de ondoordringbare bush tussen Bukavu, Goma en Kisangani.

Over de grens


Ingabire moet de volgende morgen naar Kigali op familiebezoek en ik vraag of ik met haar mee kan. Dat is geen probleem. Tot diep in de nacht praten we in het lemen huisje van zus Dative over de politieke problemen die deze regio sinds jaar en dag teisteren. ‘Wat Kagame in werkelijkheid in Congo zoekt, zijn niet in de eerste plaats de Interahamwe’, beweert Ingabire. In die opvatting staat ze niet alleen.
Ook in de hoofdstad Kigali, in de universiteitsstad Butare, bij boeren op de heuvels en in de diaspora, ver en veilig weg in Brussel heb ik dit verhaal gehoord. Rwanda heeft tussen 1996 en vandaag een eigen staat in de Congolese staat gevestigd. De Congolese provincies Noord-Kivu en Zuid-Kivu zijn in de afgelopen acht jaar feitelijk ‘gerwandificeerd’. Het openbaar bestuur -voor zover aanwezig-, de lokale economie, het militaire apparaat: ze zijn alle direct of indirect in handen van Kigali. Door de etnische verschillen in Oost-Congo uit te spelen en daarbij vooral de Banyarwanda te steunen, van oorsprong Rwandezen die ondanks of juist door hun eeuwenlange verblijf aan gene zijde van de grens nog steeds sterke banden hebben met hun broeders en zusters in Rwanda.



Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3091   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur