Rwanda onzeker over economische toenadering tot Oost-Afrika

Rwanda en Burundi worden op 30 november onthaald als nieuwe leden van de Oost-Afrikaanse Gemeenchap (EAC). In de aanloop naar de top in het Tanzaniaanse Arusha gaan ook kritische stemmen op, zowel in Rwanda als in buurland Tanzania.
De Oost-Afrikaanse gemeenschap bestaat uit Uganda, Tanzania en Kenia. Sinds 2005 hebben de drie landen een douane-unie en tegen 2008 komt er een gemeenschappelijke markt met vrij verkeer van personen en goederen. Op langere termijn wil de EAC een politieke federatie met een gemeenschappelijke munt worden. Met Rwanda en Burundi erbij telt de EAC 110 miljoen inwoners en haalt het zijn inkomen uit landbouw, mijnbouw en toerisme.

Rwanda is als sinds 1996 kandidaat-lid, Burundi sinds 1999. De toetredingsprocedure liep vertraging op omdat de EAC-landen eerst een douane-unie wilden tot stand brengen, wat sinds 2005 het geval is. Rwanda en Burundi stuurden vergeefs aan op een overgangsperiode van drie jaar alvorens zich bij het douaneakkoord aan te sluiten. Uiteindelijk gingen de beide landen akkoord met een gemeenschappelijk extern tarief en de eliminering van de interne tarieven tegen 2010. Ze sloten zich ook aan bij het streven naar een gemeenschappelijke markt en politieke integratie

Dankzij het akkoord krijgen Rwandese bedrijven voor hun in- en uitvoer gemakkelijker toegang tot de havens in Kenia en Tanzania. Bovendien gaan de invoertarieven naar beneden, wat moet leiden tot lagere prijzen en meer handel. “Het succes van EAC-lidmaatschap zal snel duidelijk worden”, voorspelt de Rwandese minister van Financiën en Regionale Planning, James Masoni.

Niet iedereen deelt dat optimisme. “De Rwandese economie dreigt te worden weggevaagd in een prijsoorlog met de andere EAC-leden”, zegt een anonieme economist van de Nationale Universiteit van Rwanda in Butare. Een politicoloog vraagt zich af of bij de onderhandelingen rekening is gehouden met de wil van het Rwandese volk. “Wanneer de regionale organisatie faalt, zullen de burgers in de verschillende landen het slachtoffer zijn”.

“Er is geen garantie dat de EAC zal blijven bestaan”, zegt Bonavernture Bizumuremyi, uitgever van het tijdschrift Umuco (“cultuur”) in Kigali, “Het is een monumentale vergissing geen rekening te houden met gelijkaardige ervaringen in het verleden”. Rwanda trad eerder toe tot twee regionale organisaties die niet meer bestaan, de Economische Gemeenschap van de Grote Meren en de Organisatie voor de Ontwikkeling van het Kagera-rivierbekken.

Ook in EAC-lid Tanzania is er weerstand tegen de nieuwe leden, omwille van het vluchtelingenprobleem. De Tanzianiaanse vice-minister bevoegd voor de EAC, Diodorus Kamala, stelde bij een bezoek aan het westelijke grensgebied vast dat de Rwandezen een slechte reputatie hebben. “De vluchtelingen krijgen de schuld voor de verspreiding van wapens en misdaad”, zo verklaarde Kanama, “We roepen de regeringen van Rwanda en Burundi op vaart te zetten achter de repatriëring van de vluchtelingen”.

Rwanda en Burundi komen uit jaren van burgeroorlog en hebben zich binnen de EAC aangesloten bij een strategie om problemen van vluchtelingen, de misdaad en de verspreiding van klein wapentuig aan te pakken. De EAC-landen hebben ook een gemeenschappelijke positie inzake terrorisme. IPS MDG8 (MC/BV)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3093   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift