Rwandees-Amerikaanse Rosamond Carr kreeg eerste kind op haar 82ste

Ze was mode-illustratrice in New York, reisde de wereld af en leidde het Palm Beach Hotel. Nu is Rosamond Carr 93 en staat ze aan het hoofd van een Rwandees kindertehuis dat ze na de genocide oprichtte. Ik heb mijn hele leven kinderen gewild, dus kreeg ik mijn eerste toen ik 83 was.

Klein, met zachte stem en 93 jaar oud - de Amerikaanse Carr is zowat de minst voor de hand liggende directrice van een kindertehuis in een van de armste en verscheurde streken van zwart Afrika. Toch is dat precies wat ze is, al elf jaar lang. Amiel Ngabo, provinciaal secretaris van de westelijke Rwandese provincie Gisenyi, noemt haar onvervangbaar en Aloys Kaberuka, de coördinator van een plaatselijke niet-gouvernementele organisatie, vertelt hoezeer ze bij de mensen van de streek in de smaak valt.

In haar bungalow aan de oevers van het Kivumeer, een huis waarvan de muren volhangen met ingelijste foto’s van kinderen, vertelt Rosamond Carr hoe ze na de genocide in 1994 Imbabazi stichtte. Vertaald betekent imbabazi zoveel als ‘een plaats waar je de liefde van een moeder kan ontvangen’. Met de helft van de 6.000 dollar op haar bankrekening maakte ze van een droogschuur voor pyrethrine (een plaatselijk natuurlijk insecticide) een opvanghuis. De meeste van de kinderen die we kregen hebben gezien hoe hun ouders vermoord werden, zegt Carr.

Het tehuis ontving op het einde van 1994 de eerste kinderen en huisde er vrij snel meer dan honderd. De meeste onder hen werden intussen herenigd met tantes, nonkels of grootouders, zegt Carr, maar Imbabazi bleef een opvanghuis. Momenteel wonen er 122 kinderen.

De Rwandese overheid wil iemand zoeken om de leiding over Imbabazi over te nemen, en op termijn de kinderen in families laten leven - bij hun eigen familieleden of in adoptiegezinnen. Ik ben te oud nu… en ik ben altijd moe, zegt ze.

Voor ze naar Afrika kwam, illustreerde Carr catalogi voor warenhuizen en woonde in New York. Ze trouwde in de jaren dertig met een Brit die 24 jaar ouder was. Hij was een jager op groot wild en een uitstekend fotograaf, herinnert ze zich. Ze reisden veel en bezaten onder meer een koffieplantage in Uganda. In 1949 deed het koppel samen Congo aan. We gingen langs Kinshasa - toen Leopoldville - en dan via de Congorivier tot in Gisenyi, de streek van Kivu. Ik werd op een morgen wakker en zag het meer, droomt de oude vrouw weg.

Toen ze vier jaar later scheidde, verhuisde Carr naar Rwanda, waar ze een uiteenlopende reeks jobs deed om in haar levensonderhoud te voorzien: van het runnen van een pyrethrineplantage tot het managen van het plaatselijke Palm Beach Hotel.

De harde oorlog, zo verwijst Carr de eerste helft van de jaren negentig in Rwanda, toen het Rwandese Patriottisch Front (RPF), dat voornamelijk bestond uit Tutsi’s, de door Hutu’s gedomineerde regering omver probeerde te werpen. Ze moest het land ontvluchten tijdens de genocide van 1994.

Maar Carr kwam terug en stichtte haar opvanghuis. Zo kreeg ze op vergevorderde leeftijd eindelijk het gezin dat ze altijd had gewild. Haar ex-man had nooit kinderen gewild. Zij bleef er altijd naar verlangen. Op haar veertigste overwoog ze nog naar de Verenigde Staten terug te keren om een gezin te stichten, maar vond zichzelf bij nader inzien te oud. Een huwelijksaanzoek van een andere Brit sloeg ze af omdat die uit Afrika weg wou. Ik was echt verliefd op het leven, niet op een persoon, zegt ze. Ik had geliefden kunnen hebben - zoveel als ik had gewild - maar alle mannen hier die me het meest bevielen waren getrouwd.

Na de genocide greep het RPF de macht. Vele daders van de genocide vluchtten naar buurland Congo, van waaruit ze Rwanda probeerden te destabiliseren. Het ergste voor mij was dat de kinderen de hele tijd in gevaar waren. De geweren zwegen nooit. Zelfs in 1998 niet, zegt Carr. Dat was het jaar waarop Rwanda de rebellen tegen Congolees president Laurent Kabila begon te steunen.

De eerste donatie voor haar tehuis - ter waarde van 1000 dollar - kreeg Carr van een andere Amerikaanse, de actrice Sigourney Weaver. Vorige maand keerde Weaver terug naar Rwanda om een vervolgdocumentaire te filmen op ‘Gorillas in the Mist’, de prent over het leven Dian Fossey, die vermoord werd na meer dan tien jaar te hebben geijverd voor de bescherming van de berggorilla’s in Centraal-Afrika. De documentaire toont ook Carr. (ADR)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3098   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift