Samba, soja en Lula

Brazilië moet het in onze verbeelding stellen met samba en carnaval. In de werkelijke wereld heeft het land grote internationale ambities, een veelbesproken president, het grootste oerwoud én het Groene Goud: soja. Die sojaboon, essentieel voor onze intensieve veehouderij, verscherpt de al eeuwenoude grondconflicten en verslindt jaarlijks tienduizenden vierkante kilometer Amazonewoud. Op dit moment woedt er een controverse over ggo-soja, en die vreet aan de populariteit van president Lula, stelt Alma De Walsche vast.
Doña Amalia, een verweerde zwarte vrouw met lichtjes in de ogen, weet nog goed hoe de Groene Revolutie, met haar wonderzaden en reuzenopbrengsten, arriveerde: ‘Het was in 1974. Toen we thuis kwamen van het veld, zagen we dat ons huis was afgebrand.’ Het was het begin van een landbouwrevolutie. De gevolgen van die revolutie zien we als we naar het dorpje Paiol de Telha in de deelstaat Paraná rijden, waar doña Amalia woont. Twintig kilometer lang rijden we langs golvend groene zeeën van sojavelden en voorbij residentiële wijken van Duitse kolonisten.
Amalia: ‘De politiechef zelf, Oscar Pacheco, en een groep gewapende mannen zaaiden terreur, met de revolver in de hand. Met onze zes kinderen zijn we toen weggevlucht, zonder iets. Al onze bezittingen waren in de vlammen opgegaan. Met driehonderd gezinnen werden we weggejaagd. Pacheco beweerde dat de grond van hem was, dat hij de eigendomstitels had.’ In werkelijkheid waren al deze gezinnen afstammelingen van zwarte slaven op de fazenda Paiol de Telha van mevrouw Balbina Siquera. Bij haar overlijden in 1860 schonk zij de grond aan de slavenfamilies, die een relatief rustig bestaan opbouwden op hun grond. Tot aan de Groene Revolutie van de jaren zestig-zeventig.
‘Toen kwamen de pistoleros met valse papieren en twee bidons benzine om de boel in brand te steken’, vervolledigt iemand het verhaal. ‘In hun ogen hoeven zwarten geen grond.’ Pacheco en zijn mannen werkten in opdracht van de overheid en gaven de grond aan Duitse kolonisten die na de Tweede Wereldoorlog door het Rode Kruis naar de regio waren gebracht en er de landbouwcoöperatie Entre Rios oprichtten. Sinds 1996 vechten de zwarten, via juridische procedures en met de steun van de katholieke Comissão Pastoral da Terra, opnieuw voor hun grond. De grond waarop ze vandaag verblijven is hen door de overheid toegewezen, maar ze moeten er wel voor betalen. ‘Met welk geld zouden we betalen?’, vraagt een van de gedupeerden. ‘We hebben niets! Bovendien is deze grond onvruchtbaar. Wij willen onze oorspronkelijke grond terug.’

Een verloren strijd


Op de grond die de zwarte boeren claimen, groeit intussen soja. Het is een verhaal dat met verschillende details maar gelijkaardige effecten verteld wordt in heel Brazilië. Tussen 1975 en 2002 is het soja-areaal, volgens het Instituto Brasileiro de Geografia e Estatística, met 193 procent toegenomen, gestimuleerd door aantrekkelijke prijzen op de internationale markt en door een subsidiebeleid voor de soja.
Vanuit de zuidelijke deelstaat Rio Grande do Sul rukt de soja vandaag op naar het noorden, via Mato Grosso tot Maranhão en de Nordeste. Jaarlijks wordt daarvoor 18.000 tot 22.000 km² oerwoud gekapt. De vraag naar soja steeg spectaculair toen de EU in januari 2001, als antwoord op de gekkekoeienziekte, verbood nog dierlijke eiwitten te verwerken in het veevoer. Soja is sindsdien van vitaal belang voor de intensieve veehouderij en de groeiende vlees-, vis- en pluimveeconsumptie van Europa, Japan en China. Volgens een rapport dat het WWF in juni 2004 publiceerde, zou de vraag naar soja de komende twintig jaar nog met zestig procent toenemen. In Argentinië, Bolivia en Brazilië zou daardoor al tegen 2020 zo’n 22 miljoen hectaren woud en savanne opslokt worden.
overal valt de sojateelt samen met grootschalige agro-industrie. In Rio Grande do Sul is de teelt nog voor 48 procent in handen van de familiale landbouw. Teotisto Corso, in Três de Maio, is zo’n sojaboer. Jong, blond en gespierd. Op z’n rode motor rijdt hij ons voor naar zijn akkerland. Dit jaar zaaide hij 15 ha in met gewone soja en 19 ha met ggo-soja. Waarom hij de twee verbouwt? ‘Conventionele soja moet je tweemaal per oogst uithakken, ggo-soja vraagt minder werk. Eén keer sproeien en je wacht tot de oogst rijp is. Ik kan het anders niet rond krijgen.
Werkvolk is duur en niet zo makkelijk te vinden.’ Daar staat tegenover dat zijn conventionele soja 28,5 real per zak van 60 kg opbrengt, tegenover 27,90 voor transgene soja (1 euro is 3,4 real) . Ook de oogst is overvloediger: 35 zakken van 60 kg per ha voor de conventionele soja tegenover 15 tot 20 zakken voor transgene. Sinds juni 2004 zakte de sojaprijs van 52 real per zak naar gemiddeld 28,25 real per zak. Die daling heeft te maken met de tijdelijke importstop van Braziliaanse soja die China in mei vorig jaar uitvaardigde, omdat een aantal vrachten een dubieuze schimmelbestrijder bevatten.
Het is het derde jaar dat Teotisto ggo-soja plant. Dit jaar kan hij dat voor het eerst legaal doen, omdat de regering uitzonderingsmaatregelen afkondigde. De andere jaren werd het ggo-zaaigoed illegaal binnengesmokkeld vanuit Argentinië. Teotisto is een van de 12.000 leden van de landbouwcoöperatie Cotrimaio, die lang geprobeerd heeft de transgene gewassen tegen te houden. Tevergeefs.
Directeur Antonio Wünch: ‘We hebben ons drie jaar lang met hand en tand verzet tegen ggo-soja. In 2001 moesten we onder druk van onze leden onze positie herzien. We dreigden het grootste deel van de boeren kwijt te spelen.’ Zelf had hij liever vastgehouden aan het voorzorgsprincipe, zegt Wünch. Om zijn boeren een extra stimulans te geven, nam hij in 1999 het initiatief om onderhandelingen op te starten met de havens van Brest en Lorient in Bretagne, één van de honderd regio’s in de EU die zich volgens Friends of the Earth ggo-vrij verklaard hebben. Het kwam niet tot afspraken, omdat Carrefour in Bretagne al ggo-vrije soja importeert uit de Brailiaanse deelstaat Paraná.

Ggo-vrije gouverneur versus ggo-gouverneur


‘Wij moeten vasthouden aan ggo-vrije soja’, zegt gouverneur Roberto Requião van Paraná op de Show Rural in Cascavel. Deze jaarlijkse landbouwbeurs trok dit jaar 180.000 bezoekers, een paar tienduizend meer dan het Wereld Sociaal Forum dat de week voordien doorging in Porto Alegre. Requião onderbouwt zijn pleidooi voor ggo-vrije soja met pure marktargumenten: ‘Het is ons absolute concurrentievoordeel ten aanzien van de VS.
’ Vorig jaar daalde de export van soja vanuit de VS naar Europa van 2,2 miljoen ton naar 937.000 ton, omdat Europa ggo-vrije soja wil en de VS bijna uitsluitend ggo-soja produceren. In Rio Grande do Sul is 90 procent van de sojateelt transgeen, in Paraná is officieel 99 procent van de soja ggo-vrij. En Paranaguá, de belangrijkste exporthaven voor Braziliaanse soja, heeft zichzelf uitgeroepen tot ggo-vrije zone. Vorig jaar liet gouverneur Requião grote reclameborden plaatsen met de tekst: ‘Als Paranaguá transgene soja zou exporteren, hadden we in 2003 60.000.000 US $ aan royalty’s betaald aan Monsanto.’
Toch is de landbouwbeurs in Cascavel één groot promodorp voor transgene zaden, onkruidverdelgers en moderne landbouwmachines. Bayer, Syngenta en DuPont bekampen er elkaar met hun producten, maar samen zijn ze het roerend eens over de zegeningen die ggo’s voor de mensheid betekenen. Perceeltjes met deskundig kapot gespoten onkruid tonen de efficiëntie van de aangeprezen onkruidverdelgers, terwijl proefveldjes met varianten van genetisch gemanipuleerde RR-sojasoorten de twijfelende boeren over de genetische streep moeten trekken. RR staat voor Roundup Ready, de genetisch gemanipuleerde zaden van Monsanto die resistent zijn tegen de onkruidverdelger Roundup -van Monsanto, uiteraard.
De druk op Requião wordt intussen met alle mogelijke middelen opgevoerd. Het gerechtshof van Paraná verklaarde begin februari het verbod dat de deelstaat uitvaardigde op het verbouwen, verkopen en vervoeren van transgene soja, juridisch ongefundeerd omdat het door de Braziliaanse wet wel toegestaan wordt.
Een paar deelstaten verder naar het noorden, in Mato Grosso, is Blairo Maggi gouverneur. Hij is eigenaar van het sojabedrijf Amaggi en één van de grootste sojaproducenten ter wereld. Gouverneur Maggi is een fervent voorstander van ggo-soja. De voo
De voorbije twee jaar bebouwde zijn Amaggi-groep 190.000 ha, een toename met 61 procent tegenover de vorige jaren. Die expansie realiseerde Amaggi met leningen van de International Finance Corporation (IFC), een afdeling van de Wereldbank. Een lening van 30 miljoen dollar in 2004 lokte scherpe kritiek uit van de milieuorganisaties omdat de “ontwikkeling” een nefaste impact op het landschap en de biodiversiteit had.
Ondanks die brede financiële omkadering, ziet Maggi de toekomst voor de soja niet echt rooskleurig in. In een interview met de Folha de São Paulo van 23 januari zegt hij: ‘2005 zal voor Brazilië een moeilijk jaar zijn omdat de opbrengsten van de landbouwproducten serieus onder de verwachting zullen blijven.’ Alleen al voor Mato Grosso verwacht hij een daling van de inkomsten van 2,4 miljard real. ‘We gaan zo’n 22 miljoen ton meer produceren, maar minder inkomsten ontvangen. Dat scenario geldt ook voor de andere deelstaten. Die daling zal de regering noodzaken een verlaging van de schuldaflossingen af te dwingen.’
Oorzaken van de daling zijn de lage dollarprijs, de hogere productiekosten die samenhangen met de mechanisering, ggo-royalties, aankoop van herbicides en bodemverbeteraars, en nieuwe problemen zoals de Aziatische schimmel, waar heel wat sojavelden onder te lijden hebben. Ook op de beurs van Chicago is de prijs voor soja flink gedaald. Maggi verwacht dat de gevolgen hiervan vanaf maart voelbaar zullen zijn.

Ggo-vrije minister versus ggo-minister


Huidig president Lula nam een felle anti-ggo houding aan tijdens zijn verkiezingscampagne. Toch tekende hij, kort na zijn aantreden als president, op 26 maart 2003, een decreet dat de illegaal geteelde ggo-soja op de markt toeliet tot januari 2004. Met die maatregel ging Lula in tegen de Federale Grondwet, die voor zo’n beslissing een milieu-impactstudie vraagt. In september 2003 besliste de regering dan dat ggo-zaaigoed toegelaten werd voor het plantseizoen 2003, voor de boeren die zo’n zaaigoed hadden bewaard voor hergebruik. Begin 2005 is voor het eerst ggo-sojazaaigoed legaal te koop op de markt.
Volgens volksvertegenwoordiger João Alfredo, van Lula’s Partido dos Trabalhadores (PT), heeft die tweeslachtige houding van Lula alles te maken met de Braziliaanse landbouwpolitiek, die verdeeld is tussen twee ministers. Minister van Landbouw Roberto Rodrigues is een man van de agrobusiness. Hij heeft nauwe banden met de exporteurs van soja en is al lang een tegenstander van de landhervormingen die de landloze boeren eisen. Rodrigues heeft altijd onomwonden gezegd dat hij zou vechten voor het vrijmaken van transgene gewassen. Ministerie van Agrarische Ontwikkeling Miguel Rosetto is een PT- militant van de linkerzijde, die probeert de belangen van familiale landbouw en landlozen te verdedigen.
João Alfredo: ‘De regering staat met één been in de agrobusiness en met een ander been in de familiale landbouw, en dat werkt verscheurend. Zoveel te meer de regering steun verleent aan de agrobusiness, zoveel te duurder worden de gronden en zoveel te moeilijker wordt het om landhervorming door te voeren. Hoe meer middelen en geld er gaan naar het ministerie van landbouw, hoe minder er gaat naar agrarische ontwikkeling.’ En dan is er nog de milieuminister, Marina Silva, die volgens Alfredo wil vasthouden aan het voorzorgsprincipe in verband met ggo’s, maar het moet afleggen tegen de agro-export die de betalingsbalans in evenwicht houdt.
Op het WSF in Porto Alegre haalden voormalige medewerksters van de regering zwaar uit naar de manier waarop het kabinet Lula omgaat met het probleem van de genetische manipulatie van soja. Eliane Moreira en Leticia Rodrigues zetelden beiden in de bioveiligheidscommissie die technisch advies moet geven over de mogelijke risico’s van nieuwe producten, maar ze stapten op omdat de commissie verhinderd werd ernstig werk te leveren en steevast gedwongen werd tot beslissingen die het establishment plezierden. Beide vrouwen klagen ook aan dat de commissieleden systematisch onder druk gezet worden om de kritieken van civiele samenleving te negeren. Volgens Moreira is er in Brazilië niets mis met het juridische kader, maar worden de wettelijke bepalingen niet nageleefd. Ze deed een emotionele oproep tot inspraak en informatie, vóór de regering beslissingen neemt.
Tijdens een seminarie over landhervorming, elders op het WSF, luidt de conclusie: ‘Landhervorming is een politieke strijd. Die kan niet aan de boeren alleen overgelaten worden. We moeten onze krachten bundelen en allianties aangaan met de consumenten.’ In de strijd tegen de ggo’s lijkt dat vandaag voor Brazilië cruciaal. Zodra Europa de eis voor ggo-vrije soja laat varen, verliezen in Brazilië gouverneurs, coöperaties en de boeren elk uitzicht op een ggo-vrije toekomst.
Meer informatie over de sojathematiek: www.wervel.be

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.