Samen op kot met Afghaanse vluchtelingen

Vorige week deelde Vluchtelingenwerk de Gastvrije Awards uit. 155 Vlaamse scholen, gemeenten, bedrijven en vrijwilligers namen deel, zes initiatieven werden bekroond. Een van de laureaten is het ‘Samen Op Kot’-project in het Aalste Arme Klarenklooster, waar gewezen niet-begeleide minderjarigen samenleven met Vlaamse leeftijdsgenoten.

  • Minor Ndako In het Huis van Clara in Aalst wonen drie jonge Afghaanse vluchtelingen samen met negen leeftijdsgenoten. Minor Ndako

Een druilerige herfstochtend, even over half tien. Een externe houten trap voert naar de bovenverdieping van het gewezen slotklooster van de Arme Klaren in Aalst. Vier jaar geleden trokken de vier laatste hoogbejaarde nonnen weg, na een leven van gebed, handenarbeid en bezinning. Hosties bakten ze hier, de kerkwas werd gedaan. De zusters kwamen enkel om de kiesplicht te vervullen of zich in het ziekenhuis te laten opnemen buiten de muren.

Het bisdom besloot de gebouwen vervolgens in dienst te stellen van organisaties die het opnemen voor de zwaksten in de maatschappij, wat verklaart waarom hier nu het ‘Huis van Clara’ werd geopend, een nieuw samenlevings- en integratieproject. Twaalf twintigers wonen in pas gerenoveerde studio’s en beschikken bovendien over een gezellige gemeenschappelijke living. Drie van hen zijn Afghanen die hier als niet-begeleide minderjarige aankwamen en die ondertussen subsidiaire bescherming genieten.

‘Onbekend is onbemind’

Annelies Vos (26, en werkneemster in een supermarkt) is een van hun negen Vlaamse medebewoners. Een tevreden buur, dat is ze vooral. ‘Een mooie, nieuwe studio voor een lage huurprijs en de kans om samen te leven met leeftijdsgenoten uit een andere cultuur, dat sprak me ontzettend aan’, zegt ze lachend. ‘Het doet je nadenken over de meest evidente zaken. Over samen eten bijvoorbeeld, en hoe dat ook ongepland en ongedwongen kan, gezeten op de grond met brood en een aantal gezamelijke schotels, zoals onze Afghaanse huisgenoten doen’.

Vos las op Immoweb over het project en bood zich ‘s anderendaags al aan voor het intake-gesprek. ‘Een aantal mensen uit mijn omgeving reageerde terughoudend op mijn plannen. Zou er ‘s nachts niet teveel lawaai zijn, zou iedereen zich wel aan de regels houden? Vanwaar die vrees? Joost mag het weten, in hun eigen familie- en vriendenkring zijn er weinig buitenlanders. Misschien juist daarom. Onbekend is onbemind.

‘Dat valt me in het algemeen op, hier in Aalst. In Gent, waar ik jaren heb gewoond, waren mensen minder racistisch. Hier gaat geen dag voorbij of ik hoor dergelijke praat. Het discours over een al te vol land, je kent het wel. En het zijn niet alleen de bejaarden die zich eraan bezondigen, wel integendeel. Bij hen voel ik nog een bepaalde schroom, het zijn de jongeren die ongegeneerd de meest onkiese zaken poneren. Soms hou ik mijn mond maar als ik een goede gelegenheid zie, bied ik ook weerwerk. Ken je zelf nieuwkomers, vraag ik dan. En welke ervaringen heb je met hen? Meestal is daarmee de kous af’.

Vos woont sinds 1 september in het Huis van Clara, waar ondertussen drie bewonersvergaderingen plaatsvonden en enige gezamelijke activiteiten. Het gezelschap is gaan bowlen en voor de komende weken staan ondermeer een casino-avond op het programma. ‘Erg goed kennen we elkaar nog niet. Zo heb ik aan geen van de Afghanen gevraagd hoe en waarom ze hier zijn. Wel weet ik dat er goede redenen voor zijn: ouders laten hun kinderen niet vertrekken als dat niet hoeft. Ongetwijfeld zullen we er nog over praten, we hebben tijd’.

Meisjesonderwijs

Een paar deuren verder woont Hafizullah (20). Hij was de eerste die het gerenoveerde pand betrok, vier jaar na zijn aankomst in België. Drie middagen per week volgt de jongen uit een dorp in de buurt van Jalalabad Nederlandse les en hij droomt ervan automechanicien te worden. Hafizullah is van ver gekomen, zes maanden was hij naar Europa onderweg. Met bussen, auto’s, en een enkele keer in een opblaasbaar bootje. Geen pretje voor een jongen die niet kan zwemmen.

‘Ik leef nu in een andere wereld, dat probeer ik aan de telefoon ook uit te leggen aan mijn vader. Hij maakt zich zorgen over me. Vergeet ik in het land van de ongelovigen niet wie ik ben? Europa is keuze, zeg ik dan. Niet meer moeten gehoorzamen maar zelf mogen beslissen. En zo hoort het ook, elk mens legt uiteindelijk individueel verantwoording af aan God’.

Hafizullah is erg blij met zijn nieuwe vrijheid en dat steekt hij ook in de gesprekken met landgenoten niet onder stoelen of banken. Verkettert de imam van de Afghaanse moskee in Molenbeek het meisjesonderwijs in een sermoen, dan stapt Hafizullah na afloop naar hem toe. ‘Stel dat je vrouw in het ziekenhuis wordt opgenomen’, zei ik tegen hem, ‘wil je dan niet dat ze door een vrouw wordt behandeld? Uiteraard, antwoordde hij. Wel, dan heb je toch vrouwelijke dokters nodig, analfabeten genezen geen zieken. De imam had daar niet van terug en stuurde me boos weg’, zegt Hafizullah triomfantelijk. Hij heeft datzelfde discours ook al een paar keer aan de telefoon gehouden, met groot succes.

‘Hier heb ik geleerd dat mannen en vrouwen gelijk zijn en dat was inderdaad niet makkelijk. Ik herinner me nog het eerste verblijf in een asielcentrum. Een jonge westerse vrouw keek me voortdurend glimlachend aan, vervolgens kwam ze zeggen dat ze mij zou begeleiden. Ik panikeerde. Mannen worden niet verondersteld te praten met onverwante vrouwen, dit zou God me vast erg kwalijk nemen. Ik was wat blij dat ik werd overgeplaatst. Alleen, ook in het volgende opvangcentrum maakten vrouwen de dienst uit. Ik smeekte God om het te begrijpen en bad hard om vergeving.

‘Nu weet ik dat de dingen hier anders zijn. Wetend dat ik kan kiezen, probeer ik mijn identiteit te behouden. Zwembaden en bioscopen zijn voor mij haram en niemand heeft me ooit gedwongen om erheen te gaan. Maar dat westerlingen er wel komen, is voor mij geen probleem. Je mag zelf beslissen. Geweldig is dat’.

Hafizullah is erg opgezet met zijn studio in het Huis van Clara. ‘Ik heb nog niet veel Belgische vrienden, hier wonen biedt kansen. Binnenkort gaan we Afghaans koken voor de Vlamingen. Aubergines en rundsstoofpot. Ik wed dat ze het erg lekker zullen vinden.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift