'Sancties tegen Iran werken averechts'

De ingrijpende sancties die de VS en de EU opleggen om Iran tot toegevingen over zijn atoomprogramma te dwingen, doen de economie wel pijn, maar verstevigen tegelijk de positie van de zittende regering. Dat is de conclusie van een nieuw rapport van de National Irananian American Council. Vijf internationale experts geven hun commentaar.

  • CC Center for American Progress Trita Parsi, voorzitter van de National Irananian American Council. CC Center for American Progress

The Impact of Sanctions on Tehran’s Nuclear Calculations werd geschreven op basis van dertig diepte-interviews met hooggeplaatste Iraanse beleidsmakers, analisten en zakenmensen. Het resultaat van die analyse is dat de verhoopte interne druk op de regering of de niet-verkozen machtskringen rond de Opperste Leider ayatollah Khamenei er niet gekomen is, ondanks de enorme impact die de sancties gehad hebben op de economie en het dagelijkse leven. De olie-inkomsten zijn wellicht gehalveerd tot 50 miljard dollar in 2012. Tegelijk zorgen de sancties er echter voor dat de economische problemen die eigenlijk het gevolg zijn van slecht bestuur ook op het conto van het Westen geschreven kunnen worden.

De eerste reden waarom het regime de sancties tot nu zo goed overleeft, is volgens het rapport het feit dat het overgrote deel van de Iraanse samenleving het standpunt van ayatollah Khamenei volgt, namelijk: het Westen is niet zozeer geïnteresseerd in het beperken van het huidige atoomprogramma, maar in het breken van de macht en invloed van Iran. Die doelstelling bepaalt al lang voor de Iraanse Revolutie het beleid van de VS en toegevingen op het vlak van verrijking van uranium zullen daar niets aan veranderen.

Tweede reden is het feit dat de zakenwereld, die zwaar te lijden heeft onder de sancties, bij de autoriteiten niet gaat pleiten voor toegevingen aan de P5+1 (VS, Rusland, China, Frankrijk, Groot-Brittannië + Duitsland) in de hoop de sancties te milderen of op te heffen, maar wel voor voordelen voor zichzelf.

Het rapport ziet drie manieren waarop Iran reageert op de externe druk die de sancties ontegensprekelijk creëren: de economie wordt aangepast zodat ze wel buigt maar niet breekt onder de sancties, toenemende pogingen om het Westen en Israël in de rest van de wereld te treffen en de feitelijke toestand van het atoomprogramma voortdurend veranderen. In concreto heeft Iran op elke verstrenging van de sancties geantwoord met een versnelling van zijn eigen verrijkingsactiviteiten.

Vijf experts aan het woord

Op maandag organiseerde het European Policy Centre een debat over de patstelling rond Irans atoomprogramma, waaraan onder andere een van de auteurs van het NIAC-rapport,Trita Parsi, deelnam. We geven hieronder de voornaamste ideeën van de diverse experts.

Trita Parsi (voorzitter van de National Irananian American Council)

‘Ayatollah Khamenei beseft dat het regime dat hij leidt en belichaamt in toenemende mate onpopulair is en dat laag na laag van de Iraanse samenleving de facto afstand neemt van de Islamitische Revolutie. Dat betekent echter ook dat hij zich niet kan permitteren om de laatste groepen die hem steunen te verliezen door toegevingen te doen aan de Amerikaanse tegenstrever.’

Walter Posch (Duits instituut voor Internationaal en Veiligheidsbeleid)

‘Tegenover de internationale gemeenschap voert Iran een klassiek tiermondistisch, anti-imperialistische beleid, ten minste qua discours. In zijn eigen regio handelt Iran vanuit zijn (sjiitisch) islamitische ideologie en zijn ongemakkelijke verhouding met de Arabische buurlanden. De concurrentie met Saoedi-Arabië is een “ordinaire” botsing tussen regionale machten, ook, al wordt die wederzijds verpakt in sektarische identitietsargumenten.

Het atoomprogramma wordt in Teheran vooral gezien als een manier om het machtsevenwicht in de regio met Israël, dat atoomwapens bezit, te herstellen.

In feite is het Iraanse regime erg pragmatisch en beleidskeuzes worden dan ook niet op ideologische en zeker niet op religieuze basis gemaakt.’

Savac Genc (Departement Internationaal Beleid aan de Fatih universiteit, Istanboel)

‘Voor Turkije zijn er twee periodes voor zijn houding tegenover Iran: voor de Syriëcrisis en erna. Voor de crisis was Iran een buurland waarmee zeker de AKP-partij van premier Erdogan en president Gül zaken kon doen. De nucleaire ambities van Iran waren, zolang het bij civiele atoomenergie bleef, ook interessant om een tegenwicht tegen Israël te bieden. Na het uitbreken van de oorlog in Syrië keert Turkije zich veel meer naar de Arabische golfstaten. Ook militair is dat “verstandig”, want een land als Saoedi-Arabië spendeert al snel 45 miljard dollar aan conventionele bewapening per jaar.

Thierry Coville (Instituut voor Internationaal Beleid en Strategie, Frankrijk)

‘De Iraanse economie lijdt weliswaar onder de sancties, maar blijft eigenlijk zeer dynamisch. In 2012 werd ondanks de sancties voor 40 miljard dollar geëxporteerd naar Irak, Iran, Centraal-Azië… In zekere zin hebben de sancties de verschuiving van handel met de VS en Europa naar handel met de buurlanden versneld.

Sinds de revolutie van 1979 is de Iraanse samenleving in snel tempo gemoderniseerd. Dertig jaar geleden kreeg elke vrouw nog gemiddeld zeven kinderen, nu is dat nog nauwelijks twee. Zo’n overgang is alleen mogelijk met actieve overheidssteun. Die moderniseringstrend wordt nu bedreigd door de sancties, omdat de middenklasse klappen krijgt, terwijl de netwerken rond de Opperste Leider juist floreren. Nochtans zou Iran, met zijn heel sterk geseculariseerde samenleving, een matigende en stabiliserende invloed kunnen uitoefenen op de regio.

De manier waarop Europa naar Iran en zijn atoomprogramma kijkt, is fundamenteel anders dan de benadering van de opkomende landen. Gezien het groeiende gewicht van die landen, zouden we daar beter eens bij blijven stilstaan.’

Mohammad Ali Shabani (School of, Oriental & African Studies, Londen)

‘Het atoomprogramma geldt in Iran als een zaak van nationale souvereiniteit, over alle lagen van de maatschappij heen. Zelf Mir-Hossein Mousavi, de presidentskandidaat van de Groene Beweging in 2009, zei bij een bezoek aan nucleaire installaties dat dit programma voor Iran even belangrijk was als de nationalisering van de olie-industrie in de jaren vijftig.

Er is, met andere woorden, een breed maatschappelijk draagvlak voor het atoomprogramma. Volgens een recente enquête steunt 63 procent van de Iraniërs het verderzetten van het programma. Die steun is tegelijk een probleem voor de onderhandelaars, want een eventueel akkoord mag uiteraard niet overkomen als landverraad. De sancties tasten de soft power en de geloofwaardigheid van de VS aan.

Al zeker veertig organisaties en instellingen die onder de sancties vallen, vechten die beslissing aan voor Amerikaanse en Europese rechtbanken. Twee hebben hun gelijk al gehaald. Dat kan ertoe leiden dat Iran ervoor kiest het sanctieregime eerder juridisch dan politiek aan te vallen.

Iran begon de verrijking tot 20 procent, wat heel dicht bij wapenwaardige verrijking zit, pas nadat een voorstel om hoogverrijkt uranium in het buitenland aan te kopen afgewezen werd. Uiteindelijk wil Iran vooral erkenning: van zijn recht op atoomenergie en verrijking, maar meer nog van zijn bestaansrecht op eigen voorwaarden.’

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 2790   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

Met de steun van

 2790  

Onze leden

11.11.1111.11.11 Search <em>for</em> Common GroundSearch for Common Ground Broederlijk delenBroederlijk Delen Rikolto (Vredeseilanden)Rikolto ZebrastraatZebrastraat Fair Trade BelgiumFairtrade Belgium 
MemisaMemisa Plan BelgiePlan WSM (Wereldsolidariteit)WSM Oxfam BelgiëOxfam België  Handicap InternationalHandicap International Artsen Zonder VakantieArtsen Zonder Vakantie FosFOS
 UnicefUnicef  Dokters van de WereldDokters van de wereld Caritas VlaanderenCaritas Vlaanderen

© Wereldmediahuis vzw — 2024.

De Vlaamse overheid is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.