Sans-papiers in de uitverkoop: Twee halen, één betalen

Niet alle werkgevers in België nemen het even nauw met de arbeidsrechten van werknemers zonder papieren. Wanneer clandestiene arbeidsmigranten een werkongeval hebben of economisch worden uitgebuit, staan ze voor een dilemma. Als ze hun rechten willen doen gelden, lopen ze het risico uitgewezen te worden. Tine Danckaers houdt de pijnlijke uitwassen van ’s lands parallelle zwartwerkcircuit tegen het licht.
  • Lectrr Lectrr
‘Zie je die plant daar? Hij is even oud als mijn officiële bestaan hier. Ik kocht hem in 2007, de dag dat ik erkend werd als slachtoffer van mensenhandel. Daarvoor bestond ik niet.’ Op zijn salontafel ligt, in Franse vertaling, De stad der Blinden van de Portugese schrijver José Saramago. B. Abderrahim schuift een kopje Marokkaanse thee naar me toe, en laat zich dan voorzichtig in de zetel zakken. Af en toe verzet hij zich om zijn spieren ademruimte te geven. Hoe langer we praten, hoe verder hij wegzakt en hoe vaker hij over zijn hoofd zal wrijven. ‘Ik herken me in het hoofdpersonage, dat zomaar blind wordt. Zijn wereld stopte met draaien, de mijne ook toen ik die zware val deed.’
Abderrahim (45) kwam in 2001 uit Marokko naar België, met een universitair diploma maar zonder visum. Zijn doel: werken, geld naar huis sturen en op termijn een “wit” bestaan opbouwen. Maar de weg naar papieren verliep cynischer dan hij zich had voorgesteld. ‘De eerste maanden zijn voor sans-papiers heel moeilijk. Ik kende niemand, had nauwelijks geld op zak en verhuisde van station naar portaal. Werk vinden was heel moeilijk. Mijn eerste job werkte ik voor tien euro per dag, in de horeca. Toen ze merkten dat ik Frans sprak en de telefoon kon opnemen, steeg mijn loon naar 25 euro.’ Abderrahim schuimde het zwartcircuit af van job naar job, de ene al slechter betaald dan de andere, met werkloze intervallen van dagen, weken, soms maanden.
Flexibiliteit en spotgoedkope arbeidskracht vormen nu eenmaal de motor die de zwarte arbeidmarkt doet draaien. Wie klaagt mag vertrekken, werkloze sans-papiers genoeg om de plaats in te nemen. Abderrahim verhuisde naar een appartement, gedeeld met vier collega-clandestienen, en ontdekte ook de onzichtbare glijdende uren in de abattoir van Anderlecht, ‘een garantie voor een illegaal dagloon van 25 tot 30 euro per dag’. ‘Hier werk je de ene maand wel, de andere niet.’ Hij werkte er voor Marokkanen en Turken, en ook Vlamingen zijn er gretige afnemers van arbeid zonder papieren. Van het slachthuis ging het opnieuw naar de horeca –pizzeria’s deze keer. In zijn laatste –goed betaalde– job runde hij de zaak op een bepaald moment praktisch alleen, van kok tot zaalbediener.

Zwart arbeidsongeval


Op een avond in december 2009 maakte Abderrahim een zware val van de trap. Het gebeurde tijdens het opkuisen na een lange werkdag. Aanvankelijk besloten hij en zijn baas niet naar een hospitaal te gaan, ook al was hij buiten bewustzijn geweest en liep er bloed uit zijn oren. De angst aangegeven te worden was groter dan de angst cruciale medische hulp mis te lopen. Tot de pijn en de onrust het overnamen. Met gebroken tanden, ontwrichte schouders en een pijnlijke heup ging hij dan toch naar het hospitaal. Sindsdien heeft Abderrahim naar eigen zeggen alle ziekenhuizen van Brussel gezien. Na een paar maanden bracht een hersenscan aan het licht dat hij een schedelfractuur had opgelopen. Tot vandaag veroorzaakt die stevige uitstralings- en zenuwpijn. De baas, met wie hij dacht een goede relatie te hebben, liet hem als een baksteen vallen. Hij moet Abderrahim nog drie maanden achterstallig loon.
 ‘Toen ik besefte dat ik het geld niet zou zien, heb ik beslist om het hele verhaal te vertellen aan mijn sociaal assistente, die me doorverwees naar PAG-ASA (een van de drie Belgische opvanghuizen voor slachtoffers van mensenhandel, td). Die hebben me voor deze zaak op hun beurt in contact gebracht met de Organisatie voor Clandestiene Arbeidsmigranten (Orca), en zo ben ik uiteindelijk bij de vakbond terechtgekomen. Van al die diensten heb ik enorm veel sociale en juridische hulp gekregen.’
Van het geld dat zijn ex-baas hem nog moet om de kosten te dekken van het ongeval –minstens 2100 euro– heeft Abderrahim nog geen cent gezien. Abderrahim verkreeg intussen het statuut van slachtoffer van mensenhandel, via een tweede dossier over economische uitbuiting, waarvan het onderzoek nog loopt.

Loondiefstal


83.870 euro. Dat is het totaalbedrag van het achterstallig loon dat zeventien clandestiene werknemers nog moeten krijgen van hun baas. ‘Loondiefstal is het grote probleem bij clandestiene arbeidsmigranten,’ zegt Sabine Craenen van Orca, ‘werkgevers die hun werknemers enkele maanden niet uitbetalen.’
Sinds januari dit jaar houdt Orca de cijfers van loondiefstal bij. ‘Die 83.870 euro is de optelsom van zeventien dossiers, waarbij de gedupeerden zelf het bedrag opgaven van het loon dat hen niet is uitbetaald’, vult Jan Knockaert van Orca aan. ‘En dat is slechts het topje van de ijsberg. Dit zijn de mensen die ons bereiken, heel wat mensen weten niet eens dat we bestaan.’
De meerderheid van werknemers die clandestien in ons land verblijven, durft niet te klagen uit angst opgepakt te worden. De bedragen die Orca registreert, gaan over het loon dat onderling werd afgesproken tussen werkgever en clandestiene werknemer. ‘En dat ligt al snel onder het minimumloon’, verduidelijkt Knockaert. Ook werknemers zonder papieren hebben recht op het algemene minimumloon van 8,50 euro per uur. In de bouw bedraagt dat zelfs 12,20 euro, in de schoonmaak 10,34 euro. Het is een basisrecht dat weinig werkgevers van illegale arbeiders willen kennen, ook de particulieren onder ons die al eens een zwartwerker in huis halen voor poets- of verfraaiingswerken.

Solden: letse loodgieters


‘We stoppen allemaal onze principes in onze broekzak zodra we onze muren snel en goedkoop willen laten stuken’, zegt een vrijwillige hulpverlener die dagelijks met mensen zonder papieren werkt. ‘We consumeren mensen om onze eigen portemonnee zoveel mogelijk gesloten te houden, dat getuigt van een enorm gebrek aan respect’, vindt ook Heidi De Pauw, directrice van PAG-ASA. ‘En juist die houding is misschien wel de grootste hinderpaal om uitbuiting te bestrijden en arbeidsrechten van kwetsbare werknemers op te waarderen.’
De statistieken over illegale tewerkstelling en economische uitbuiting van de federale politie, de sociale inspectiediensten, de drie gespecialiseerde centra mensenhandel en organisaties als Orca leggen gelijklopende trends bloot. Illegale tewerkstelling –en dus de kans op economische uitbuiting– blijven hardnekkig bestaan in de klassieke sectoren –textiel, bouw, tuinbouw, vleesverwerking, horeca– en in huishoudens. Bovendien groeit de uitbuiting binnen kmo’s –bakkers, hamams, kruideniers, massagesalons…
In de Belgische wetgeving valt economische uitbuiting onder mensenhandel. Wim Bontinck, diensthoofd van de cel Mensenhandel van de federale politie: ‘Het begrip “economische uitbuiting” is zeer ruim. We beschikken over een goede evolutieve indicatorenlijst om te checken of er sprake is van uitbuiting. Het moet gaan om tewerkstelling in mensonwaardige omstandigheden die niet stroken met onze westerse normen en waarden –geen goede bescherming of hygiëne, het inhouden van identiteitskaarten, een gebrek aan voeding…’
Wanneer het parket, de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) en de gespecialiseerde opvangcentra vermoeden dat het om mensenhandel gaat, wordt een speciale procedure opgestart en krijgt het slachtoffer gedurende 45 dagen een beschermingsstatuut. Vervolgens is het aan de parketmagistraat om te oordelen of een persoon daadwerkelijk slachtoffer van mensenhandel is en in aanmerking kan komen voor eventuele regularisatie. Maar niet elk slachtoffer wil meestappen in die procedure, zeggen hulpverleners. ‘Je moet al heel overtuigd zijn om in het beschermingsstatuut te stappen’, zegt De Pauw. ‘De voorwaarden zijn streng, het is geen waterdichte garantie voor rechtszekerheid en mensen hebben geen inkomsten. Sommigen geven dan ook op en duiken opnieuw de illegaliteit in. Ons systeem is streng maar rechtvaardig. We zijn geen Mister Cash in papieren maar we vermijden misbruik.’

Vatbaar voor interpretatie


Van de 311 hulpverzoeken die bij Orca binnenliepen, werd slechts één dossier door de arbeidsauditeur als mensenhandel bestempeld. Nochtans was er bij 53 hulpverzoeken sprake van loondiefstal. Waarom wordt niet elk dossier over loondiefstal bij werknemers zonder papieren automatisch beschouwd als een geval van mensenhandel? De vraag is eenvoudiger dan het antwoord. ‘We stellen vast dat waar er sprake is van economische uitbuiting mensen gewoon naar ons worden doorgestuurd door de diensten die bevoegd zijn voor mensenhandel’, zegt Jan Knockaert van Orca.
Op 25 april 2006 werd een bedrijf dat schepen restaureert door de correctionele rechtbank van Brugge veroordeeld voor mensenhandel. Volgens de rechtbank waren er genoeg elementen die duidden op tewerkstelling in strijd met de menselijke waardigheid. De zaak dateert van 2000  en betrof de tewerkstelling van maar liefst 66 Litouwers zonder wettelijke verblijfsvergunning, die meer dan elf uur per dag werkten aan een uurloon van vijf euro. Sommige werknemers hadden 500 euro moeten betalen voor de job in België. Het loon dat hen vooraf werd voorgespiegeld, kregen ze niet.
Het hof van beroep in Gent vernietigde de veroordeling voor mensenhandel in februari 2009. De rechter oordeelde dat de werkomstandigheden dan toch niet van die aard waren om van “mensonwaardig” te spreken. Bovendien, aldus het hof, gingen na de repatriëring van de Litouwers Belgen aan de slag. Dat zou nooit het geval geweest zijn als de arbeidsomstandigheden mensonwaardig waren, luidde de redenering.
‘Wat de eerste grote zaak inzake mensenhandel had kunnen worden, liep op een sisser af. Een gemiste kans’, schreven Jan Buelens en Hadiel Holail, juristen bij het Progress Lawyers Network, in de Juristenkrant. De uitspraak in beroep maakt vooral duidelijk dat de arbeidsrechten van buitenlandse werknemers zonder papieren geen prioriteit zijn.
‘De wetgeving rond mensenhandel kwam in België tot stand in de context van seksuele uitbuiting, op een moment dat er enorme publieke verontwaardiging over bestond’, licht Orca-voorzitter Didier Vander Slycke toe. ‘De wetgever vertrok daarbij niet vanuit de bescherming van het arbeidsrecht.’

Slaag- versus pakkansen


Werknemers zonder papieren hebben basisrechten die zijn ingeschreven in onze wetgeving. In de praktijk merken hulporganisaties echter dat het moeilijk is om mensen te helpen die rechten ook effectief af te dwingen. Er is niet alleen het probleem van de bewijslast maar ook het risico opgepakt te worden nadat je klacht indient.
Hassan Zahri kwam in 2004 zonder papieren naar ons land en draaide jaren als clandestiene lasser mee. Begin 2010 werd hij gerepatrieerd naar Marokko, nadat hij klacht had ingediend bij de politie. Het begon in 2009, in de aanloop naar de recente regularisatiecampagne. Zahri zou perfect in aanmerking komen voor regularisatie, verzekerde zijn baas. Hij zou Zahri een arbeidscontract bezorgen, één van de tijdelijke criteria voor voorlopige verblijfsdocumenten. Het contract liet op zich wachten, net als drie volle maanden loon. Naarmate de termijn om een regularisatiedossier in te dienen verstreek, werd Zahri ongeduldiger.
Op een dag in december kwam het tot een hoog oplopend dispuut. Voor Zahri was de maat was vol. Overtuigd van zijn rechten verwittigde hij de politie. Die noteerde Zahri’s klacht maar verwittigde ook de Dienst Vreemdelingenzaken. Zahri werd opgepakt, verbleef twee maanden in het gesloten centrum van Brugge en werd vervolgens twee maanden in Vottem geplaatst. De regularisatiecampagne was intussen afgesloten. Zahri laat intussen, vanuit Marokko, weten dat hij wil verdergaan met de zaak, omdat ‘hij ten eerste zijn salaris wil, en ten tweede een precedent wil scheppen voor andere gedupeerden’.

‘We stoppen onze principes in onze broekzak zodra we onze muren snel en goedkoop willen laten stuken.’
De wet op het politieambt


‘Het klopt niet,’ zegt een hulpverlener, ‘de wet bepaalt dat clandestiene werknemers rechten hebben maar als iemand inbreuken tegen die rechten wil aanklagen, wordt hij opgepakt?’
‘Er zijn nu eenmaal de bepalingen van de Wet op het Politieambt’, zegt Wim Bontinck. Artikel 21 van die wet bepaalt dat de politie verplicht is de DVZ in te lichten over mensen die onwettig op grondgebied verblijven. ‘Die wet schrijft eveneens voor dat de politie slachtoffers moet informeren over hun rechten’, voegt Bontinck toe.
MO* vroeg de DVZ of er richtlijnen bestaan voor dossiers waarin sprake is van loondiefstal. Het antwoord was zeer kort. Wanneer de procedure mensenhandel wordt opgestart, nemen de gerechtelijke politie, de gespecialiseerde centra en het parket over. Wordt er geen procedure opgestart, dan krijgt de betrokkene het bevel om het land te verlaten of wordt die gerepatrieerd, aldus de DVZ.
‘Bij vermoeden van uitbuiting van een persoon die niet wil worden opgevangen in de erkende centra, komen we vaak met de DVZ tot een akkoord om iemand tijdelijk op te sluiten, met het oog op verwijdering’, vult Wim Bontinck aan. ‘Niet met de intentie om echt te repatriëren, wel om de zaak verder te onderzoeken. Als er geen sprake is van mensenhandel, leidt een interpellatie niet altijd tot een repatriëring. Meestal krijgt iemand in irregulier verblijf bij een eerste interpellatie het bevel het grondgebied te verlaten. Pas na een tweede of derde aanhouding zal de DVZ opteren voor een tijdelijke opsluiting met het oog op repatriëring.’
Wat Zahri overkwam is geen gangbare praktijk, zegt een jurist. De DVZ heeft wel oog voor gelijkaardige dossiers waarbij een pv werd opgesteld na het indienen van een klacht. Waarom Zahri werd gepatrieerd is een raadsel. Wel is het zo dat er geen wettelijke bepaling bestaat die verbiedt iemand die klacht heeft ingediend te repatriëren.

Sociale inspectiediensten


Werknemers zonder papieren die in de problemen geraken, dienen dus beter geen klacht in bij de politie. Een veiliger weg om aanspraak te maken op arbeidsrechten, zijn de sociale inspectiediensten –zij het zonder garantie op succes. De Braziliaanse Fernando gaf er de brui aan en verdween opnieuw in de illegaliteit toen hij merkte dat er van zijn klacht niets in huis kwam. Hij werd door zijn werkgever in elkaar geramd toen hij zijn achterstallige loon van 4000 euro eiste in ruil voor de autosleutels van de bedrijfsauto.
Via Orca werd zijn dossier overgeheveld naar de sociale inspectiediensten, die hem zouden opbellen. Bij verschillende navragen bleek telkens dat ze hem nog niet hadden opgebeld wegens ‘te veel werk’. Meer dan een half jaar later was Fernando niet meer te bereiken. ‘Ondanks de ernst van zijn klacht en het hoge bedrag aan loon dat van hem was gestolen, is er in het dossier van Fernando uiteindelijk niets ondernomen’, laat Orca weten.
Zowel Orca als PAG-ASA, dat soms ook doorverwijst, hebben in het Brusselse wel een goede ervaring met inspecteurs Toezicht Sociale Wetten (TSW). Zij zijn bovendien het best geplaatst om dossiers over arbeidsrechten van werknemers te behandelen. Orca ving echter geruchten op dat in een aantal andere arrondissementen arbeidsinspecteurs TSW te vaak moeten optreden als migratiecontroleurs. MO* sprak met inspecteurs die dat beamen, maar geen klokkenluider willen zijn. Zij hebben het moeilijk met het gegeven dat bij controleacties verblijfspapieren prioritair zijn op arbeidsrechten.
‘We hebben inderdaad een duale bevoegdheid’, zeggen Philippe Vanden Broeck, adviseur, en Michel Aseglio, algemeen directeur-generaal van TSW. ‘Het is onze corebusiness om de belangen van de werknemer te beschermen, maar wij moeten ook de beleidsprioriteiten volgen in het kader van fraudebestrijding en het openbaar belang. Soms botsen die twee, zeker als er werknemers zonder papieren betrokken zijn.’
Beiden steken niet onder stoelen of banken dat sommige inspecteurs het daar moeilijk mee hebben. Een sociale inspecteur beschikt over een appreciatierecht. Dat wil zeggen dat hij een dossier van een gedupeerde werknemer zonder papieren kan regulariseren, zorgen dat een achterstallig loon toch uitbetaald wordt, of een pv aan het arbeidsauditoraat bezorgen. ‘In de meeste gevallen worden werknemers zonder papieren aangetroffen bij georganiseerde acties met de politie en/of de DVZ in het kader van het regeringsbeleid tegen sociale fraude en mensenhandel. En dan heeft een inspecteur weinig bewegingsruimte, dan nemen de politie en de DVZ over.’
In 2007 klaagden Franse arbeidsinspecteurs de Franse staat aan omdat ze teveel tijd aan migratiecontrole moesten spenderen in plaats van aan hun eigenlijke jobinhoud: controleren of er inbreuken zijn tegen sociale arbeidsregels. De Internationale Arbeidsorganisatie gaf hen gelijk. ‘We nemen afstand van die attitude’, zeggen Vanden Broeck en Aseglio. ‘Arbeidsrechten moeten gerespecteerd worden maar het openbaar belang speelt ook een rol.
De sociale zekerheid moet beschermd worden, sociale dumping en deloyale concurrentie moeten bestreden worden om de arbeidsmarkt niet te ontwrichten. Buitenlanders hier gedogen of hun aanwezigheid zelfs aanmoedigen terwijl zij hier slechts aan de rand van de maatschappij kunnen leven, is immoreler dan meewerken aan hun repatriëring.’

Dweilen met de kraan open


In 2004 werd op de ministerraad voor werkgelegenheid in Gembloux beslist dat bepaalde misdrijven op de werkvloer prioritair strafrechtelijk moeten worden vervolgd. Tewerkstelling van mensen zonder arbeidskaart en wettelijke verblijfsvergunning is daar een van. De sancties voor die inbreuk zijn zwaar, van zware administratieve geldboetes over exploitatieverbod tot bedrijfssluiting en gevangenisstraf.
Ook een nieuwe Europese richtlijn pleit voor zwaardere sancties voor werkgevers die werknemers zonder papieren tewerkstellen. Volgens migrantenorganisaties is die richtlijn teveel gestuurd vanuit het migratiebeleid. ‘Het klopt dat de richtlijn als doel heeft migratie terug te dringen, in plaats van een sociaal beleid te sturen. Maar je kan het ook anders bekijken’, zegt Frederic De Wispelaere, onderzoeker aan het Hoger Instituut van de Arbeid (HIVA). ‘Je kan de richtlijn ook juist zien als een hefboom voor de werknemers. Een strengere Europese aanpak van malafide werkgevers beschermt de kwetsbare werknemers.’
Sinds Gembloux zit België al quasi volledig op de Europese lijn. ‘Een Europese aanpak is nodig’, zegt Vanden Broeck van TSW. ‘Anders is het dweilen met de kraan open en worden de toch al gespannen arbeidsmarkten nog verder beproefd. De sanctierichtlijn voert vooral goede impulsen in tegen georganiseerde netwerken die de hoofdelijke aansprakelijkheid omzeilen, en biedt tegelijk betere beschermingsgaranties voor werknemers zonder papieren. We bekijken ook of een tijdelijk beschermingsstatuut naast dat van mensenhandel ingevoerd kan worden.’

Collectieve rechten


Er zijn ook nog de vakbonden, die dossiers kunnen reguleren voor clandestiene werknemers. Wie wil kan lid worden, ook zonder papieren. Ook de vakbonden slagen er echter moeilijk in de rechten van werknemers zonder papieren te doen respecteren. Om dezelfde reden: gebrek aan bewijslast. ‘Het afdwingen van rechten via de rechtspraak wordt op die manier een zeldzaam gegeven’, zegt Veronique Aps, diversiteitsconsulent bij ACV-Antwerpen.
Naar aanleiding van de zaak-Brasileuro trokken werknemers zonder papieren in juni 2009 de straat op om hun rechten op te eisen. Het ging om gedupeerde werknemers die met dienstencheques in de vzw Brasileuro tewerkgesteld waren door een priester die hen een toekomst met papieren beloofde. Het was de eerste keer dat clandestienen in België massaal de straat op kwamen en hun rechten opeisten, gesteund door de socialistische en de christelijke vakbonden. ‘Dat is waar we naartoe moeten’, zegt Aps. ‘We zijn aan het brainstormen over hoe we werknemers zonder papieren van binnenuit kunnen versterken zodat ze hun rechten collectief kunnen afdwingen.’
Het zou alvast een goede piste kunnen zijn om de arbeidsrechten van mensen zonder papieren beter onder de publieke aandacht te brengen. Want het is duidelijk dat die rechten nauwelijks prioriteit krijgen. ‘Er bestaan nogal wat manieren om de rechten af te dwingen, maar zelden leiden die tot een positief resultaat. Daarin spelen verschillende elementen mee: de angst om opgepakt te worden, het gebrek aan bewijslast, de duur van allerhande procedures…’, besluit Jan Knockaert.
Intussen blijft werknemer-zonder-papieren een eenzaam beroep. Ze hadden hem gewaarschuwd dat de hemel niet in Europa ligt, vertelt Abderrahim, maar echt geloven deed hij dat niet. ‘Ik heb nog altijd het gevoel dat het woord “illegaal” op mijn voorhoofd staat geschreven. Het is een eenzaam gevoel dat je niet gauw verlaat.’
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur