Saoedi-Arabië: olierijk maar arm

Het rommelt in Saoedi-Arabië. De derde rijkste koning ter wereld, koning Abdullah, zal meer uit zijn hoed moeten toveren dan de hervormingen die hij tot nu beloofde om de armen en de werklozen in zijn land te sussen.

  • Reuters/STR New Protest in de sjiitsche stad Qatif in 2011 voor de vrijlating van gevangenen die 'zonder eerlijk proces' zijn opgesloten. Reuters/STR New

Recent hervormde Saoedi-Arabië zijn arbeidswetgeving. Of beter: het voegde een amendementje toe. In een poging zuurstof aan de economie en de arbeidsmarkt te geven, richtte Riyad zich op de naar schatting twee miljoen illegale arbeidsmigranten in het land. Voortaan mogen arbeidsmigranten niet langer een eigen onderneming opstarten. Buitenlanders zonder werkvergunning worden onherroepelijk de deur gewezen als ze er niet in slagen binnen de drie maanden hun papieren in orde te maken.

Na een nationale razzia op bedrijven en in de straten, uitgevoerd door officiële inspectie- en veiligheidsdiensten, zijn naar schatting al meer dan 250.000 buitenlanders gerepatrieerd. Een miljoen migranten zijn op eigen initiatief vertrokken. Een noodzakelijk begin om de eigen bevolking meer kansen te geven op de arbeidsmarkt, aldus de behoudsgezinde Saoedische regering. Een schijnbeweging, stellen hervormingsgezinde Saoedi’s. Ze noemen het een poging van de Saoedische overheid om de aandacht af te leiden van haar eigen verantwoordelijkheid. Want ondanks de groeiende werkloosheid in Saoedi-Arabië blijven structurele maatregelen om de arbeidsmarkt te verbreden uit. Meer dan twee miljoen, vooral jonge en vrouwelijke, Saoedi’s zijn werkloos. En dat lokt in het tot dusver nogal rustige Saoedi-Arabië steeds meer protest uit.

‘Koning Abdullah weet uiteraard dat de sociale ongelijkheid en de uitzichtloosheid op de arbeidsmarkt de Tunesiërs en de Egyptenaren in 2011 naar de protestpleinen dreven’, reageert de bekende Saoedische mensenrechtenactivist Waleed abu al-Khair via de telefoon. ‘Steeds meer mensen morren, en dat wil de Saoedische koning ontzenuwen op de kap van arbeidsmigranten, mensen die het koningshuis zelf naar hier heeft gehaald. Alleen zijn er grotere investeringen nodig dan dit om sociale onrust te doen luwen.’

Saoedische lente?

Saoedi-Arabië heeft zijn eigen versie van de Arabische Lente. De protesten zijn minder hevig, de eisen minder streng, het geheel lijkt minder doordacht. ‘We moeten hier rekening houden met twee controleniveaus’, zegt Waleed abu al-Khair. ‘Je hebt het bestuurlijke machtsniveau van de koninklijke familie en daarnaast de klerikale macht op het niveau van de straat. De controle is overal. Mensen zijn bang om de volgende politieke gevangene te worden die zonder eerlijk proces in de cel belandt.’

Saoedi-Arabië beleefde in maart 2011 zijn eigen Dagen van woede. Het protest was in de eerste plaats gericht op de vrijlating van politieke gevangenen. De demonstraties vonden vooral plaats in steden in het sjiitische en olierijke oosten, waar al decennia geprotesteerd wordt tegen de discriminatie en politieke ondervertegenwoordiging van de sjiitische minderheid in het land –zowat tien tot vijftien procent van de bevolking. De Saoedische veiligheidsdiensten antwoordden met harde hand, rubberkogels en schokhandgranaten. De protesten bleven nadien sporadisch doorlopen en namen na november 2011 in hevigheid toe, toen in de stad Qatif vijf demonstranten werden gedood en vele anderen gewond.

‘De controle is overal. Mensen zijn bang om de volgende politieke gevangene te worden die zonder eerlijk proces in de cel belandt.’

Maar ook elders, in niet-sjiitische steden, wordt gedemonstreerd, zij het in mindere mate. In maart 2013 arresteerden Saoedische troepen 161 personen in Buraida, de hoofdstad van de centrale provincie Qassim. En ook elders weerklonk protest. Kondigt zich dan toch een Saoedische Lente aan? Waleed abu al-Khair nuanceert. ‘Buraida, een stad in het noorden, is niet representatief. De mensen komen er veel sneller op straat, zijn radicaler in hun acties en eisen. Wie enkel afgaat op de vele protest-tweets uit Saoedi-Arabië, denkt dat de revolutie morgen uitbreekt. De straten blijven leeg. Openlijk protesteren en burgerlijke ongehoorzaamheid zitten nog te weinig in onze cultuur.’

Via de sociale media wordt er wel flink geprotesteerd. En volgens abu al-Khair werden sinds 2012 meer dan vier petities naar koning Abdullah gestuurd. ‘Recent tekenden 12.000 mensen op korte tijd een petitie die pleit voor constitutionele hervormingen inzake burgerrechten.’ De eisen zijn duidelijk en “Arabisch herkenbaar”: de vrijlating van politieke gevangenen, een ban op de diepgewortelde corruptie en een aanpak van de werkloosheid en armoede.

Olierijke armen

Saoedi-Arabië kende de afgelopen decennia een ware bevolkingsexplosie, van zes miljoen in 1970 naar 28 miljoen begin dit jaar. Ze ging echter niet gepaard met de nodige jobcreatie en investeringen in een structureel bijstandssysteem. Nochtans voorziet de Saoedische regering nog steeds in gratis onderwijs en gezondheidszorg en andere sociale programma’s zoals voedselbijdragen en sociale uitkeringen voor kwetsbare groepen. Dat geld komt vooral van de herverdeling van de zakaat, de religieuze bijdrage die de Saoedi’s jaarlijks aan de regering geven.

Dat alles volstaat blijkbaar niet. De armoede en sociale ongelijkheid zijn fors toegenomen. Volgens The Guardian moeten tussen de twee en vier miljoen Saoedi’s met minder dan 408 euro per maand rondkomen, terwijl de olieopbrengsten vorig jaar 231 miljard euro bedroegen. Officiële armoedecijfers ontbreken echter. ‘Over armoede wordt niet gecommuniceerd. Armoede in ons olierijke land is een taboe van de bovenste plank, iets wat het rijke koningshuis niet wil zien’, zegt abu al-Khair. ‘Vooral alleenstaande vrouwen of vrouwen wiens man niet werkt, hebben het hard te verduren. Zij vinden nauwelijks een job en krijgen ook geen bijstand want de Saoedische wet schrijft voor dat ze moeten worden onderhouden door hun man.’

Koning Abdullah beloofde in 2012 om 28,5 miljard euro te investeren in huisvesting, loonsverhogingen en hogere werkloosheidsuitkeringen. Bovendien beloofde hij zes miljoen nieuwe banen tegen 2030. Abu al-Khair blijft sceptisch. ‘Abdullah heeft sociale hervormingen doorgevoerd maar het zijn druppels op een hete plaat. Het gaat om geïsoleerde maatregelen die de groeiende armoede niet snel genoeg aanpakken. Op het vlak van vrouwenrechten hervormde hij op een niet-consequente manier. Vrouwen kregen stemrecht, en ze mogen nu lid worden van de Sjoera Raad (de Saoedische vergadering die de koning adviseert en 150 leden telt, td). Velen noemen dat mijlpalen. Akkoord, maar die vrouwen moeten, conform de wet, nog steeds toestemming vragen aan een mannelijke voogd om de deur uit te mogen.’

Koning Abdullah is negentig. Is prins Muqrin bin Abdulaziz –die als troonopvolger wordt genoemd– een mogelijke hervormer? De vraag lokt bij Abu al-Khair cynisme uit. ‘Hij is zeventig. Veel verandering vanuit dat “oudjespaleis” moeten we niet verwachten.’ Maar de verandering zal ergens vandaan moeten komen, vervolgt hij. ‘Ik hou me vast aan de idee dat een week voor de Tunesische Lente niemand had geloofd dat een revolutie zou losbarsten.’

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3306   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur