Dossier: 

Schatten zoeken op de zeebodem

De ministerraad buigt zich eerstdaags over een wetsvoorstel dat Belgische bedrijven moet toelaten grondstoffen te ontginnen op de oceaanbodem. Gezien de grondstoffenschaarste op het land toeneemt, wordt het steeds interessanter om vanop kilometers diepte in de wereldzeeën nikkel, koper, kobalt en andere ertsen boven te halen.

  • De Flintstone van Deme werkt met dynamische positionering en kan ingezet worden voor diepzeemijnbouw.

Op de zeebodem zijn kostbare grondstoffen te vinden. Om te voorkomen dat rijke landen en bedrijven de boel zouden leeghalen volgens het principe ‘eerst komt, eerst maalt’, hebben de VN de Internationale Zeebed Autoriteit (ISA) opgezet. Vanuit het Jamaicaanse Kingston ziet de instelling sinds 1994 toe op het beheer van de oceaanbodemrijkdommen in internationale wateren.

Bedrijven die aan zeebodemexploitatie en –exploratie willen doen, kunnen bij de ISA een concessie aanvragen. Belangrijke voorwaarde is dat hun thuisland zich borg stelt. Precies om die waarborg te regelen, hebben de administratie en het kabinet van minister van Noordzee Johan Vande Lanotte (sp.a) een wetsvoorstel voorbereid. Eerstdaags wordt het voorgelegd aan de ministerraad. Een half jaar na de publicatie van de nieuwe wet in het Staatsblad, kunnen Belgische bedrijven de zoektocht naar zeebodemschatten starten.

‘Het mooie aan dit verhaal is dat de Internationale Zeebed Autoriteit naar billijkheid streeft en een herverdeling van de rijkdommen op de oceaanbodem beoogt’, zegt Marijn Rabaut van het kabinet-Vande Lanotte. Wanneer een bedrijf een concessie krijgt voor een bepaalde zone op de zeebodem, moet het zijn kennis over de aanwezigheid van grondstoffen delen met derdewereldlanden. Er is ook winstdeling voorzien eens het tot echte commerciële exploitatie komt. Anno 2013 gebeurt de ontginning op grote diepte van zeebodemrijkdommen nog niet, maar daar zou wel eens snel verandering in kunnen komen.

De zeebodem in kaart brengen

Stap één is weten waar de grondstoffen zich precies bevinden in de enorme wereldzeeën, die tenslotte driekwart van de planeet uitmaken. G-Tec, een bedrijf met zo’n zestig werknemers in het Waalse Milmort, is gespecialiseerd in geologische en geofysische verkenning. ‘Geofysische verkenning is voor bodemonderzoek wat medische beeldvorming is voor geneeskunde. Je maakt een beeld van de ondergrond, en dat moet dan geïnterpreteerd worden.’ Aan het woord is professor Lucien Halleux, gasthoogleraar geofysika aan de KU Leuven en de Universiteit van Luik. In 1993 startte hij G-Tec vanuit zijn garage, vandaag is zijn bedrijf in heel de wereld actief. ‘De essentie is dat je op niet-destructieve wijze de zeebodem verkent, bijvoorbeeld met seismische golven. De milieu-impact van zeebodemexploratie vormt een belangrijk aandachtspunt bij het gunnen van concessies. Die impact dient grondig onderzocht en geminimaliseerd te worden. De situatie is in ieder geval anders dan voor grondstoffen op het land, waar de gevolgen voor het milieu vaak gigantisch zijn en in het verleden weinig in beschouwing werden genomen.’

G-Tec Sea Mineral Resources, met zetel in Oostende, is het eerste Belgische bedrijf dat van de Internationale Zeebed Autoriteit een concessie heeft gekregen. Zodra de Belgische waarborgen wettelijk geregeld zijn, kan het dochterbedrijf van G-Tec aan de verkenning van het zeebed beginnen. Professor Halleux: ‘We hebben een concessie gekregen voor een zone in de Stille Oceaan die 2,5 keer zo groot is als België. Bedoeling is om gedurende vijf jaar de zeebodem in kaart te brengen. We gaan op zoek naar nodules –ze zien eruit als aardappelen– die ijzer, mangaan, koper, nikkel en kobalt bevatten en in grote hoeveelheden op de zeebodem liggen. Vooral nikkel, koper en kobalt zijn interessant om later commercieel te ontginnen.’

Chirurgisch baggeren

Stap twee is de ontginning zelf. Geen sinecure, aangezien veel belangrijke grondstoffenvoorraden zich op een diepte van twee tot vijf kilometer bevinden. Daar is de druk gigantisch –wat onder meer een uitdaging vormt voor het loswrikken van grondstoffen uit de zeebodemkorst én voor de instrumenten die op grote diepte worden ingezet. Komt daarbij dat opereren op duizenden kilometers van de kust erg kostelijk is. Een schip van 160 op 40 meter met zo’n 120 bemanningsleden en alle nodige technologie aan boord kost maar liefst 250.000 euro per dag.

Een bedrijf dat naar eigen zeggen de nodige hardware én technologie in huis heeft om aan zeebodemontginning te doen, is OceanflORE. Het gaat om een joint venture van baggeraar Deme en de Nederlandse technologie-ontwikkelaar IHC Merwede.

‘Gezien de toename van de wereldbevolking en de economische welvaart zal ook de vraag naar grondstoffen blijven stijgen’, zegt OceanflORE-directeur Hugo Bouvy. ‘We zullen beter moeten recycleren en efficiënter leren omgaan met grondstoffen, maar we zullen ook meer grondstoffen nodig hebben. De bewezen voorraden zink, tin, cadmium, koper en nikkel zullen nog een goede dertig jaar meegaan. Daarna treedt schaarste op. Die grondstoffen zijn voorradig op de zeebodem. Dat we uiteindelijk tot diepzeemijnbouw zullen overgaan, dat staat wel vast. De vraag is alleen wanneer. Al in de jaren zeventig werd het zeebed voor een stuk in kaart gebracht. Maar door de lage grondstofprijzen was het niet rendabel om met de ontginning te starten. Sinds een jaar of acht staat zeebodemontginning opnieuw op de agenda.’

Deme-topman Alain Bernard benadrukt dat de technologie het mogelijk maakt om de grondstoffen op zo een manier te ontginnen dat de milieu-impact beperkt blijft. ‘Neem nu de nodules op de zeebodem. We gaan niet zoals een boer met een ploeg heel de aarde omwroeten, maar we gaan de spreekwoordelijke aardappelen één voor één oprapen. Chirurgisch baggeren als het ware. Deme heeft daarvoor een aantal zogenaamde dynamische positieschepen, die zich zeer nauwkeurig kunnen positioneren.’

‘Iets anders is het water dat je samen met de grondstoffen naar boven pompt. Dat mag je niet zomaar overboord gooien. Het komt immers van kilometers diep en heeft een andere temperatuur en samenstelling dan het oppervlaktewater. Door dat in grote volumes te verplaatsen, zou je het ecosysteem kunnen verstoren. Daarom zullen we het water terugpompen naar de plek waar het vandaan komt.’

De kennis en technologie is dus voorhanden. Nu is het wachten op geïnteresseerde klanten die het geld op tafel leggen om tot commerciële exploitatie over te gaan. Bouvy vindt dat diepzeemijnbouw een kans biedt voor Europa. ‘De VS, Japan en China zijn landen die al decennialang nadenken over grondstoffen. Europa zelf heeft relatief weinig grondstoffen voorhanden. In internationale wateren, desnoods aan de andere kant van de wereld, kan Europa zijn grondstoffenbehoefte veiligstellen.’

Lees ook Baggeraar Deme wil oceaanbodem ontginnen, een uitgebreid interview met Hugo Bouvy, directeur OceanflORE, en Alain Bernard, ceo van Deme.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift