Sektarische slachting in Egypte: Morsi's verantwoordelijkheid

Zondagavond 23 juni 2013 werden er in het dorp Zawiya Abu Musalem nabij Gizeh in de Egyptische hoofdstad Cairo vier sjiitische Egyptenaren door een menigte van meer dan drieduizend dorpelingen uit hun huis gesleurd en brutaal vermoord. Volgens Samme Dick, arabist en stagiair op de Belgische ambassade in Caïro, is dit geen alleenstaand incident maar wel een illustratie van de terreinwinst die het salafisme boekt in Egypte. Het beleid en de retoriek van president Morsi en zijn Moslimbroeders dragen hierin een zware verantwoordelijkheid.

  • CC EEAS President Morsi. CC EEAS

In het huis van de slachtoffers van de aanval en in vier naburige huizen werd brand gesticht. Naast de vier dodelijke slachtoffers – waaronder de bekende Egyptische sjiitische geestelijk Hassan Shehata en zijn broer– vielen er ook nog 35 zwaargewonden bij de door salafistische predikers geleidde aanval.

Nadat de menigte de slachtoffers uit hun huis gesleurd had werden ze door de straten gesleept, met messen gestoken en geslagen totdat de vier uiteindelijk overleden. De samengetroepte dorpelingen joelden uitzinnig religieuze haatslogans tegen sjiieten en scandeerden Allahu akbar –Arabisch voor God is groot. De aanwezige veiligheidstroepen grepen niet in.

Achteraf verklaarden inwoners dat ze bevreesd waren dat Hassan Shehata, die naar het dorp was afgezakt om het sjiitische feest op de vijftiende van de islamitische maand shaban te vieren, de jonge kinderen van het dorp zou veranderen in sjiieten. De aanval kwam er nadat volgens ooggetuigen salafistische prekers wekenlang antisjiitische haatpreken hielden in de moskeeën van het dorp.

Het is duidelijk dat de motieven voor de brute lynchpartij religieus waren. Maar waar komt deze religieuze haat vandaan?

Soennieten en sjiieten in Egypte

De meerderheid van de Egyptische bevolking behoort tot het soennisme, de grootste islamitische stroming wereldwijd. Na de soennieten vormen de koptische christenen met ongeveer 10% van de bevolking de grootste religieuze minderheid in het land.

Hoewel over het exacte aantal sjiieten discussie bestaat gaat het om niet meer dan een paar procent van de Egyptische bevolking.

De soennitische en sjiitische islam verschillen voornamelijk in hun visie op wie de profeet Mohammed na diens dood moest opvolgen als leider van de islamitische gemeenschap. De groep die later soennieten genoemd zou worden verkoos Abu Bakr tot opvolger, terwijl de latere sjiieten Ali verkozen – de term sjiiet komt van het Arabische shiat Ali –de partij van Ali. Hoewel Ali uiteindelijk de vierde kalief werd, zorgde deze opvolgingsstrijd voor een breuk in de islamitische gemeenschap, een breuk die later ook theologisch werd en tot op heden voortduurt.

De sektarische breuklijn tussen sjiieten en soennieten speelt in de moderne islamitische wereld een belangrijke rol in de conflicten in Irak en Syrië en ook in Libanon liepen en lopen de sektarische spanningen soms hoog op.

Egypte heeft in tegenstelling tot deze landen op religieus vlak echter een veel homogenere samenstelling en ligt ook niet op de traditionele sektarische breuklijn. Waar kwam deze uitbarsting van sektarisch geweld dan vandaan?

De ‘verbroedering’ van de Egyptische staat

De regering van president Morsi, het eerste verkozen regime na de Egyptische revolutie van 2011 en het eerste verkozen regime in Egypte tout court, heeft in het eerste jaar na Morsi’s aantreden als president steeds aan populariteit verloren.

De structurele problemen van het land zijn enorm: zowel op economisch, politiek en sociaal vlak erfde Morsi een land in crisis. De gevolgen van de revolutie en de daaropvolgende periode van militair bestuur en politieke instabiliteit vergrootten deze problemen doordat toeristen en buitenlandse investeerders wegbleven. Het spreekt voor zich dat elk regime dat in deze toestand aan de macht komt de problemen onmogelijk eenvoudig kan oplossen, en daarom gedoemd is om populariteit te verliezen.

Echter, Morsi en zijn Freedom and Justice Party (FJP), de politieke arm van de Moslimbroeders waar hij uit afkomstig is, probeerden sinds hun electorale overwinningen in de verkiezingen na de revolutie hun macht steeds verder uit te breiden. De FJP en Morsi drukten hun wetten zonder omkijken door en benoemden waar ze konden hun eigen figuren op de machtsposities in het land.

Deze ‘verbroedering’ van de staat wekte veel protest op: Morsi en de Moslimbroeders joegen niet alleen de seculiere oppositie tegen zich in het harnas, maar ook de rechterlijke macht, mensenrechtenactivisten en grote delen van het maatschappelijk middenveld veranderden steeds meer in tegenstanders van het regime.

Deze politieke oppositie, gecombineerd met de frustraties van de Egyptische bevolking over het uitblijven van de verhoopte  socio-economische verbeteringen, verzwakten de positie van de Moslimbroeders en Morsi steeds verder. Tegelijk waren het vooral de salafistische partijen als de Nour Partij die steeds populairder werden ten koste van de Moslimbroeders.

In de nasleep van de revolutie in 2011 werden er een aantal politieke partijen opgericht door salafistische bewegingen in Egypte. De Nour Partij werd hiervan de grootste en werd uiteindelijk de tweede partij bij de parlementsverkiezingen, maar ook andere salafistische partijen zijn niet onbelangrijk.

Salafisme

Het salafisme is een ultraconservatieve soennitische stroming. Oorspronkelijk afkomstig uit Saudi-Arabië verspreidde de salafistische leer zich over de islamitische wereld, en zo ook naar Egypte. De salafistische leer is gebaseerd op het idee dat de eerste generatie moslims, degenen die samen met of vlak na de profeet Mohammed leefden, een ‘pure’ vorm van de islam beleden.

De term salafisme komt van het Arabische salaf, wat voorouder betekent, en het zijn deze eerste generaties moslims of voorouders die de salafisten proberen te imiteren. Naast een erg literalistische en conservatieve interpretatie van de islamitische leer kenmerkt het salafisme zich ook door onverdraagzaamheid tegenover andere islamitische stromingen, en niet in het minst de sjiieten. Sommigen gaan zelfs zo ver om de sjiieten van ongeloof of geloofsafval te beschuldigen.

Alliantie met de extremisten

Geconfronteerd met zijn tanende populariteit en de opkomende salafistische partijen begon Morsi steeds meer te steunen op salafistische politici en retoriek. Initiatieven van het ministerie van toerisme om toeristen uit het merendeels sjiitische Iran aan te trekken konden rekenen op forse kritiek uit salafistische hoek, die gebaseerd was op de angst dat de Iraanse toeristen de sjiitische leer zouden verspreiden.

Een politicus van de Nour Partij ging zelfs zover door te stellen dat Iraanse toeristen nog gevaarlijker waren dan naakte vrouwen, en een bedreiging vormden voor de nationale veiligheid. De Nour Partij organiseerde in april nog een conferentie met als onderwerp hoe de verspreiding van de sjiitische islam in Egypte tegen te gaan.

Morsi ging niet in tegen deze steeds onverdraagzamer wordende retoriek, en gaf salafistische prekers zelfs een forum op de islamistische conferentie over Syrië op vijftien juni, waar hij aankondigde de banden met Damascus te verbreken. Morsi’s toespraak werd toen ingeleid door salafistische prekers die de president opriepen ‘onreine sjiieten’ het land uit te houden. Morsi en de Moslimbroeders sloten een informeel pact met de salafisten om hun eigen positie te versterken, en lieten zo toe dat hun salafistische bondgenoten de sektarische spanningen en paranoia steeds verder op de spits dreven.

Ook vormden religieuze minderheden een gemakkelijke zondebok en afleiding voor de lijst aan problemen waarmee Egypte te kampen heeft. Het feit dat er om de haverklap processen worden aangespannen tegen (voornamelijk) koptische christenen voor het beledigen van religie is een teken aan de wand van hoe godsdienst politiek word uitgebuit in het land.

Horror in Gizeh: geen incident maar een maatschappelijk probleem 

De slachting in Zawiya Abu Musalam kan dus moeilijk als een alleenstaand incident gezien worden. Aan de ene kant wint een onverdraagzame en extremistische vorm van salafisme steeds meer politieke en sociale invloed, en tegelijk tolereert en gebruikt de overheid zelf deze haatretoriek. De officiële reactie op het incident was ook erg lauw en indirect, nergens werd er gewag gemaakt van sektarisch geweld en het woord sjiiet kwam ook niet over de lippen van de president.

Het is afwachten of de trend van intolerantie nog gekeerd kan worden en of het bij deze ene slachtpartij zal blijven. Een drastische ommekeer in het beleid en de retoriek van de overheid lijkt echter noodzakelijk, onafhankelijk van wie er nu precies de machthebber is in Egypte.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift