Senegal heeft geen haast met vervolging "Afrikaanse Pinochet"

Twee jaar nadat de Afrikaanse Unie Senegal het mandaat gaf tot de berechting van de Tsjadische dictator Hissenè Habré, die beschuldigd wordt van duizenden politieke moorden tijdens zijn acht jaar durende bewind, is er nog weinig actie ondernomen.
Zes mensenrechtengroeperingen wezen gisteren op de Senegalese “kunst van het uitstellen”. De geloofwaardigheid van de Afrikaanse Unie (AU) staat volgens hen op het spel. “Deze zaak is een testcase voor de Afrikaanse justitie”, zei Alioune Tine van de African Assembly for de Defence of Human Rights (RADDHO). “Afrika kan niet klagen dat het internationaal recht het op Afrikaanse leiders voorzien heeft, als het zelf toestaat dat de zaak-Habré doodbloedt in Senegal.”

Habré was in Tsjaad aan de macht tussen 1982 en 1990. Hij vluchtte naar Senegal nadat hij werd afgezet door de huidige president, Idriss Deby Itno. Tijdens zijn bewind beging Habré met zijn politieke politie (DDS) wreedheden, inclusief de arrestaties op grote schaal, systematische marteling en massamoord op etnische groepen in het land, stelt mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch.

Habré en de DDS, allemaal van etnische Gorane-komaf, voerden een etnische zuivering uit onder diverse islamitische en christelijke groeperingen, zoals de Sara, Hadjerai en de Zaghawa. Habré wordt vanwege zijn schrikbewind wel eens vergeleken met de voormalige Chileense dictator Augusto Pinochet.

Documentaire



De dictatuur van Habré is het onderwerp van de nieuwe, indrukwekkende documentaire ‘The Dictator Hunter’ van de Nederlandse filmmaakster Klaartje Quirijns. De documentaire ging deze maand op het filmfestival van Human Rights Watch in New York in première.

Een van de hoofdrolspelers is Souleymane Guengueng, die na de val van Habré de Tsjadische Vereniging van Slachtoffers van Politieke Repressie en Misdaad (AVCRP) oprichtte. Hij zou de “echte motor” achter de zaak-Habré zijn.

Guengueng werd op valse beschuldiging van steun aan de oppositie tegen Habré opgesloten in een cel die nauwelijks hoog genoeg was om er rechtop te kunnen staan. In de cel waren lampen van 100 watt aangebracht waar veel gevangenen blind van werden en die ook hem bijna blind maakten. Gedurende tweeënhalf jaar voelde het alsof zijn hoofd “explodeerde”.

Guengueng zit tegenwoordig zonder baan in New York, waar hij behandeling zoekt voor zijn ogen. Hij durft niet terug naar Tsjaad uit angst om vermoord te worden door aanhangers van Habré.

Getuigenissen



Advocaat Reed Brody van Human Rights Watch, de “dictatorjager” uit de titel van de film, werkte zeven jaar aan het verzamelen van getuigenissen van 792 slachtoffers om Habré te kunnen berechten in Senegal of hem uit te kunnen leveren aan een ander land. “Deze zaak kan een historisch precedent worden omdat de Verenigde Naties en het Internationaal Strafhof in Den Haag er niet bij betrokken zijn”, zegt Brody in de film. “De slachtoffers zijn de drijvende kracht achter de Hissenè Habré-zaak.”

In 1992 schreef een Waarheidscommissie 40.000 politieke doden toe aan het regime van Habré. Het exacte aantal is echter onbekend. In 2000 werd de dictator aangeklaagd in Senegal. Zijn advocaten en de openbare aanklager kwamen echter tot de conclusie dat de Senegalese rechtbanken niet konden oordelen over misdrijven die in het buitenland werden begaan. De slachtoffers vochten die uitspraak aan en probeerden hem aan België uitgeleverd te krijgen. Tsjadische slachtoffers reisden naar Senegal om hun verhalen te vertellen en hun getuigenissen werden bevestigd door Senegalese slachtoffers.

Op 15 november 2005 werd Habré gearresteerd door de Senegalese autoriteiten. Het Senegalese recht laat echter niet toe te beslissen over een uitleveringsverzoek. In juli 2006 stemde Senegal in met een verzoek van de Afrikaanse Unie om de dictator in Senegal te berechten.

Grondwetswijziging



Het is nu aan Senegal om de zaak voort te zetten. Volgens Reed Brody is alles daarvoor gereed. “De slachtoffers hebben in Senegal bewijzen aangedragen. De internationale gemeenschap heeft Senegal verzekerd van financiering voor de rechtszaak. Senegal moet nu een aanklacht opstellen en de zaak verwijzen naar een onderzoeksrechter.”

Senegal vervolgt Habré nog niet. Het land zit momenteel in een proces om de grondwet te wijzigen, zodat ook genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden uit het verleden vervolgd kunnen worden. Tegelijkertijd is de nieuwe minister van Justitie, Madicke Niang, die verantwoordelijk is voor het organiseren van de rechtszaak, een voormalig lid van het juridische team van Habré. De minister kondigde eerder aan dat voor 7 juni de namen van de onderzoeksrechters bekend gemaakt zouden worden, maar dat is nog niet gebeurd.

Op 16 mei kreeg Senegal van het VN-Comité tegen Marteling negentig dagen om te rapporteren over de voortgang die vereist is volgens VN-regels. Het land moet de zaak tijdig overdragen “aan competente autoriteiten met als doel vervolging.” Gebrek aan medewerking zou erin kunnen resulteren dat Habré uitgeleverd wordt aan België of een ander land.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift