Shangri-la ligt in België

De Nepalese gemeenschap in ons land boomt. Tussen januari en augustus 2006 vroegen bijna vier keer meer Nepalezen asiel aan in België dan in eender welk ander land van de EU. Nu het shangri-la in de Himalaya aan flarden is geschoten, zoeken steeds meer Nepalezen hier hun aards paradijs.
In 2002 ging een schokgolf door de Nepalese gemeenschap in België. Experts van het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen (CGVS) kwamen na een tiendaags bezoek aan Kathmandu terug met de boodschap dat het in de hoofdstad veilig was. Het strikt geheime rapport van het Centrum voor Documentatie inzake Asiel (Cedoca) werd geschreven midden in de jaarlijkse moesson, een periode waarin er klassiek weinig wordt gevochten tussen leger en maoïstische opstandelingen. Het rapport creëerde een beeld van Nepal dat de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Louis Michel, goed uitkwam toen hij de verkoop van Waalse minimi’s aan de Himalayastaat wou laten goedkeuren.
Voor Durga P. Ghimire, die sinds 1999 in België verblijft, kwam het rapport heel wat minder goed uit. Zoals vele anderen kreeg hij in de nasleep van het rapport het bericht dat zijn tijdelijke verblijfsvergunning ingetrokken werd. Terugkeren is voor hem echter geen optie. ‘Als actief lid van een grote democratische partij in Nepal nam ik regelmatig deel aan demonstraties. Bij een vreedzame betoging werd ik samen met honderden anderen opgepakt en werd mijn adres geregistreerd. Toen ik bij een latere betoging werd vastgepakt door een politieman die mij herkende, worstelde ik me los en sloeg op de vlucht. Veel van mijn vrienden zijn na hun arrestatie verdwenen.’
Amnesty International bracht in oktober 2003 een rapport uit waarin sprake is van honderden verdwijningen in een erg zorgwekkend systematisch patroon. Wat het verhaal van Ghimire tragisch maakt, is dat hij in België een nieuw leven was begonnen dat hij nu moest opgeven. Als hoogopgeleide was hij reeds gedegradeerd van schooldirecteur in Nepal tot uitbater van een nachtwinkel in België. Sinds 2002 leeft hij echter illegaal in België, zonder de toestemming om te werken of het recht op uitkeringen.
Ook zijn vertrouwen in alle hulporganisaties is geslonken. Onder hun druk besloot hij niet deel te nemen aan kerkbezettingen en hongerstakingen en de beloofde bemiddeling van hun kant af te wachten. Nu moet hij vaststellen dat Nepalezen die nog maar drie jaar in België zijn, na een paar dagen hongerstaking papieren krijgen. Zwartwerken ziet hij niet zitten, want een vriend werd bij een controle opgepakt en terug naar Nepal gestuurd. Een paar maanden later is hij in de rook van een vuile burgeroorlog opgegaan.

De aantrekkelijkheid van een oude democratie


Na het Cedoca-rapport uit 2002 en de massale intrekking van tijdelijke verblijfsvergunningen viel het aantal Nepalese asielaanvragers in België terug van 540 in 2001 naar nog geen honderd in 2003. Volgens Bodraj Paudel, voorzitter van een Nepalese sociaalculturele vereniging, had de terugval ook te maken met de paranoia die ontstond na 9/11.
‘Vroeger liet de politie ons altijd met rust, maar na de aanslagen in New York werd ik tweemaal op straat tegengehouden en werden mijn papieren gevraagd. Veel van mijn Nepalese vrienden die hier zonder papieren verbleven, durfden in die tijd amper nog buiten komen. De afgelopen jaren lijken deze willekeurige controles te verminderen. In landen als Duitsland blijft de politie echter nog steeds jacht maken op illegalen’.
Tegen 2005 was de trend volledig omgedraaid. Nepal kwam qua asielaanvragen voor het eerst voor in de top tien van landen van herkomst. En in 2006 staat België helemaal vooraan in Europa wat betreft Nepalezen die asiel aanvragen. De eerste zeven maanden vroegen 169 Nepalezen asiel aan in België, tegenover bijvoorbeeld 35 in Groot-Brittannië, 21 in Duitsland, 18 in Frankrijk en 39 in Nederland. Die opvallende keuze voor België als eindbestemming heeft vooral te maken met een plotse versoepeling in het toekennen van verblijfsvergunningen. In januari 2005 kreeg Bodhraj een verblijfsvergunning, vrijwel tegelijk met veel andere Nepalezen die hier al lang verbleven. Het CGVS wou niet reageren op onze vraag naar uitleg over de plotse koerswijziging. In de loop van 2006 volgden uit de kerkbezettingen en hongerstakingen verdere regularisaties. Vele Nepalezen laten nu vrouw, kinderen en zelfs vrienden overkomen.
Volgens Khrishna Khimire, voorzitter van het Nepal Democratic Forum, zijn er weinig landen in Europa waar zoveel lokale hulporganisaties voor migranten bestaan. Hij vindt dat België migranten veel kansen op ontplooiing geeft: ‘Weinigen onder ons denken nog aan terugkeren, zelfs nu de situatie in Nepal onder controle lijkt.’ Het sociale leven onder de Belgische Nepalezen krijgt ook steeds meer vorm. Begin oktober vierde de Nepalese gemeenschap in Gent en Antwerpen Dashain, het belangrijkste festival van het jaar waarin de overwinning van de godin Durga op de demon Mahisasur centraal staat. Eind oktober kwam een gemengd Belgisch-Nepalees publiek in Aarschot bijeen om Tihar te vieren.

Een Belgisch appeltje voor de Nepalese dorst


De Nepalezen die in België wonen, werken vooral in fabrieken en keukens. Pushpa R. Adhikari, eigenaar van twee Nepalese restaurants in Leuven: ‘Nepalezen zijn niet vies van het soort werk waar de meeste mensen hier liever voor passen. Het zijn eerlijke en harde werkers waar je op kunt rekenen’. Op het moment dat Adhikari zijn landgenoten bewierookte, stelde Peter Sutherland, een belangrijk zakenman en VN-adviseur, op een door hem georganiseerde speciale VN-conferentie over migratie en ontwikkeling dat ‘migranten een enorme bijdrage leveren aan economische ontwikkeling, zowel in de landen waar ze heen trekken als in de landen waar ze vandaan komen’.
In 2002 bedroeg het geld dat migranten naar hun land van oorsprong stuurden driemaal het totale budget aan ontwikkelingssamenwerking door overheden. Gyam is een Dalit, een kasteloze, die vanwege zijn verzet tegen het kastenstelsel moest vluchten. Bij een door hem georganiseerde actie om kastelozen toe te laten tot tempels werd hij door politie en hogere kasten bedreigd en sloeg hij op de vlucht. Hij vindt de discriminatie op basis van kaste niet te vergelijken met de discriminatie die mensen in zijn nieuwe omgeving, Antwerpen, ondervinden: ‘Hier hangt het veel meer af van hoe je met mensen omgaat, in Nepal staat of valt alles met je naam’.
Gyam greep de kansen die hij hier kreeg met beide handen. Sinds hij een permanente verblijfsvergunning kreeg, werkt hij tot 65 uur per week in een keuken. Naast zijn bijdrage aan de Belgische economie is hij erin geslaagd om via een Belgische ngo een school en een bloedbank op te zetten in ruraal Nepal. Gevraagd naar wat zijn zeven familieleden doen met het geld dat hij soms kan opsturen antwoordt hij: ‘Nu is er ten minste een reserve die hen toelaat om naar een ziekenhuis te gaan.’
Reageer via info@mo.be
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Nick Meynen (°1980) schreef het boek ‘Frontlijnen. Een reis langs de achterkant van de wereldeconomie’ en eerder ook Nepal.