Sharia4Belgium helpt strijd tegen radicalisering

Het geheime Plan-R doorgelicht

De polemiek over Sharia4Belgium is een opkikker gebleken voor de aanpak van gewelddadige radicalisering. Na jarenlang gepalaver is het Plan-R eindelijk op kruissnelheid. Exclusief in MO*: hoe administratief pestgedrag kan helpen om radicale boodschappen te doen verstommen.

  • CC Stephane Mignon De Grote Moskee van Brussel krijgt wel eens radicale predikers over de vloer. CC Stephane Mignon

In alle hevigheid barstte voor de zomer een parlementair debat los over de omstreden organisatie Sharia4Belgium. De directe aanleiding waren relletjes in Molenbeek, zeer uitvoerig gecoverd in de mainstream media. De daarop volgende uitspraken in het parlement waren soms kras (‘Nationaliteit afnemen!’ ‘Verbieden die handel!’) maar niet altijd even goed geïnformeerd. De vraag die er echt toe doet, is hoe de Belgische inlichtingen- en veiligheidsdiensten omgaan met het fenomeen van gewelddadige radicalisering. Een blik achter de schermen.

Zeven assen

De hoeksteen van de Belgische aanpak is het Plan Radicalisme, kortweg Plan-R. Dat is in 2005 –in de nasleep van de terreuraanslagen in Madrid– gelanceerd om de verspreiding van radicale boodschappen tegen te gaan. De uitvoering staat onder leiding van het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (OCAD), dat sowieso al samenwerkt met de politie en de inlichtingendiensten, de Dienst Vreemdelingenzaken, de douane, Buitenlandse Zaken en de FOD Mobiliteit. Die ondersteunende diensten zijn verplicht om relevante informatie over extremisme en terrorisme over te maken aan het OCAD, dat zo punctuele en strategische evaluaties kan maken om dag na dag het extremisme en de terreurdreiging in kaart te brengen. Het doel van de informatie-uitwisseling in het kader van het Plan-R is een lijst op te stellen van ‘extremistische entiteiten’ en er vervolgens ook bestuurlijke maatregelen tegen te nemen.

De aandacht gaat daarbij uit naar zeven manieren waarop radicale boodschappen worden verspreid: via groeperingen (zoals Blood and Honour); via websites en het internet; via radio en televisie (denk aan Arabische satellietzenders à la Al Manar, de zender van Hezbollah); door ideologische predikers en propagandisten; door moskeeën, culturele centra en vzw’s; via propagandacentra zoals boekhandels en uitgeverijen; en in gevangenissen. Elk van die zeven wordt door een bepaalde dienst van nabij gevolgd. Zo doet de militaire inlichtingendienst ADIV de radio-uitzendingen, en de Staatsveiligheid de gevangenissen.

Namen noemen

De namen van personen of organisaties waarover een gedeelde bezorgdheid bestaat, kunnen terechtkomen in een Joint Information Box (JIB). De beslissing om een naam in die JIB op te nemen, wordt bij consensus genomen door de zogenaamde National Task Force. Daarin hebben onder meer het OCAD, de Staatsveiligheid, de ADIV, de federale en de lokale politie, Buitenlandse Zaken en de Dienst Vreemdelingenzaken zitting. Maandelijks bespreken zij de laatste trends binnen de zeven aandachtspunten (gevangenissen, internet…). Belangrijk is dat als een naam eenmaal in de JIB staat, die meteen een focus wordt voor alle diensten, die vervolgens met elkaar informatie moeten delen over de persoon of organisatie in kwestie. Geen vanzelfsprekendheid in een wereldje waarin informatie delen altijd al moeilijk heeft gelegen.

Net door die gevoeligheid draaide het systeem tussen 2005 en 2008 absoluut niet. Zelfs tegen het in de JIB opnemen van Nizar Trabelsi (zowat ’s lands bekendste terrorist, veroordeeld wegens plannen voor een aanslag op Kleine Brogel) maakte een bepaalde dienst bezwaar. Gevolg: eind 2008 bevatte de JIB amper vijftien namen –belachelijk weinig uiteraard.

Sinds 2009 is het vertrouwen langzaam maar zeker gegroeid; die positieve dynamiek resulteerde in een toename van namen in de JIB. Vooral in 2011 en 2012 is een aanzienlijk aantal namen toegevoegd. Het gaat om groeperingen en individuen die als ‘radicaliserende vector’ werken, met een klemtoon op het radicale islamisme, een klein segment van het gewelddadig anarchisme en extreem-rechts. Ironisch genoeg heeft met name Sharia4Belgium ertoe bijgedragen dat de betrokken diensten steeds beter zijn gaan samenwerken in het kader van het Plan-R. ‘Sharia4Belgium is een voorbeeld van hoe het Plan-R zou moeten functioneren’, zegt een insider. ‘Daardoor is ook de info-uitwisseling rondom andere entiteiten een stuk beter geworden.’

Pesten? nee hoor!

De vraag is natuurlijk wat de gevolgen zijn van een opname in de JIB. Aangezien het niet gaat om een veroordeling door een rechtbank, zijn strafrechtelijke sancties uitgesloten. Wel voorziet het Plan-R in een heel pakket bestuurlijke maatregelen, met als doel de verspreiding van radicale boodschappen te bemoeilijken. Concreet? Alles wat binnen het bevoegdheidspakket van een overheidsdienst valt, kan ingezet worden. Dat is héél ruim en kan slaan op elke mogelijke ambtelijke stap die een groepering of individu het leven lastig kan maken. ‘Pesten? Noem het liever “de wet strikt toepassen”’, zegt een goedgeïnformeerde bron, die niet te veel in detail wil treden, ‘want daaruit zouden sommige groeperingen kunnen afleiden waarom ze dit of dat hebben meegemaakt. Wel kan ik zeggen dat drie kwart van de voorstellen die in het recente parlementaire debat zijn geformuleerd nu al toegepast kan worden.’

Om toch een tipje van de sluier op te lichten: het gaat van maatregelen over de toegang tot het Belgisch grondgebied (denk aan het intrekken van visa voor radicale predikers) over huisarrest (zoals opgelegd aan Mohammed Saber, die van 2004 tot 2007 in België achter de tralies zat na een veroordeling wegens terrorisme) tot het offline halen van internetmateriaal. Zo heeft de Computer Crime Unit van de politie in het kader van het Plan-R een aantal filmpjes van het internet laten verwijderen. Opmerkelijk is trouwens dat ook de Wikipedia-pagina over Mohammed Saber op 19 juli gewist is.

Om ongewenste inhoud offline te halen, is de overheid afhankelijk van de goodwill van internetproviders (zie ook kaderstuk Jihad dot com). Ze kan enkel verzoeken een bepaalde site te sluiten, daarbij vaak argumenterend dat de inhoud sowieso strijdig is met het interne reglement van de internetprovider. Soms halen providers trouwens uit eigen beweging –vaak na publieke druk– dingen van het internet, denk maar aan het filmpje van Sharia4Belgium over de overleden Vlaams Belang-politica Marie-Rose Morel.

De grote moskee

Niet geheel onlogisch vormen predikers (en dan met name imams die opruiende boodschappen verkondigen) een van de belangrijkste aandachtspunten in het Plan-R. Binnenlandse imams worden sowieso door de Staatsveiligheid gescreend alvorens ze een loon van de overheid kunnen ontvangen. De buitenlandse imams worden vaak gestuurd door landen als Marokko, Tunesië of Saoedi-Arabië. Ze komen voor religieuze feesten of de ramadan naar België en krijgen daarvoor een visum kort verblijf. Soms wordt na screening zo’n visum geweigerd of worden aan de toekenning voorwaarden verbonden (‘Als je radicale preken houdt, vlieg je eruit’).

In 2011 ontstond bij de inlichtingen- en veiligheidsdiensten bezorgdheid over de Grote Moskee van Brussel, die ook de zetel van het Islamitisch Cultureel Centrum van België is. Die moskee in het Jubelpark, in de jaren zestig door België geschonken aan de toenmalige koning van Saoedi-Arabië, krijgt naar verluidt wel vaker radicale predikers over de vloer. De Staatsveiligheid maakte melding van de komst van een nieuwe directeur voor het Islamitisch Cultureel Centrum: Saoedi-Arabië stuurde Chalid Alabri, die bekendstond om zijn extremistische profiel. De man kreeg uiteindelijk een verblijfsvergunning, zij het zonder de privileges die zijn voorganger wel nog had –zoals de toch wel erg uitgebreide toegang op de luchthaven van Zaventem tot onder meer de vip-salons. De Belgische inlichtingendiensten stelden vast dat Alabri in Brussel radicale preken hield –wat door de Saoedische ambassadeur werd ontkend. Uiteindelijk is hij in de lente van 2012 op eigen initiatief weer vertrokken, nadat het leven hem in België administratief ‘niet makkelijk was gemaakt’.

Delicate evenwichten

Een zwak punt in het Plan-R, aldus sommige waarnemers, is dat het Openbaar Ministerie niet vertegenwoordigd is in de Task Force. Gevolg: wanneer de Task Force maatregelen neemt tegen een persoon tegen wie tegelijkertijd ook een gerechtelijk onderzoek loopt, dan kunnen die maatregelen dat onderzoek wel eens dwarsbomen. Door een filmpje van het internet te halen kan bewijsmateriaal vernietigd worden. Overleg is dus cruciaal. Toch wenst het Openbaar Ministerie, vertegenwoordigd door het College van procureurs-generaal en de Federale Procureur Johan Delmulle, niet formeel deel te nemen aan het plan-R.

‘Verschillende elementen spelen daarin een rol’, zegt Delmulle. ‘Zo zijn wij géén ondersteunende dienst van het OCAD en hebben we ook geen bevoegdheid inzake radicalisme en extremisme, wat tot op heden geen misdrijven zijn. De maatregelen die in het raam van het Plan-R worden genomen zijn van bestuurlijke aard. Bovendien beschikt de politie over precies dezelfde informatie als het Openbaar Ministerie: alles wat wij weten, weet de politie ook, en die zit wel in de Task Force. Wij krijgen de informatie trouwens ook via onze gebruikelijke kanalen aangeleverd door de politiediensten en de inlichtingendiensten. Ten slotte zijn wij altijd bereid om ad hoc te vergaderen over een bepaalde entiteit waartegen tegelijk een onderzoek in het raam van het Plan-R en een strafonderzoek bij ons zou lopen. Dat functioneert vrij goed. Het heeft even geduurd eer elke dienst zijn plaats had gevonden in het domein van radicalisme-extremisme-terrorisme. Sinds een paar jaar zijn die evenwichten er, en die wil ik niet gaan verstoren.’

Voorkomen is beter dan genezen

De grote lacune in de Belgische aanpak van gewelddadige radicalisering is het ontbreken van een preventiebeleid. Nochtans had de directie Integrale Veiligheid van Binnenlandse Zaken daarvoor al onder het vorige kabinet een gedetailleerd plan uitgewerkt. Minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet (CDH) herwerkte die bestaande tekst tot een strategie van zo’n twintig pagina’s met de wat vage titel Veilig en respectvol samenleven.

‘De focus ligt op polarisering en gewelddadige radicalisering’, zegt Sabrina Buelens, kabinetsmedewerkster van Milquet. ‘Het preventieplan heeft vijf doelstellingen: de kennis over het fenomeen verdiepen; in samenwerking met de regio’s en gemeenschappen de voedingsbodem van frustratie wegnemen via sociaal en cultureel werk; de weerbaarheid van kwetsbare groepen verhogen opdat ze minder vatbaar zouden zijn voor radicale boodschappen; lokale overheden versterken en ondersteunen bij de preventie van radicalisering; en ten slotte leerkrachten, gezondheidswerkers en andere maatschappelijke actoren bewustmaken en ondersteunen.’

Op 29 maart kondigde Milquet in de senaat aan dat ze de preventiestrategie ‘na Pasen’ aan het Comité voor Inlichtingen en Veiligheid (MCIV) zou voorleggen. Het MCIV, de politieke spil van het Belgische veiligheidsbeleid, is onder Di Rupo echter nog nooit samengekomen. Behalve de premier, die voorzitter is, zitten in het MCIV ook de ministers Reynders (Buitenlandse Zaken), Milquet (Binnenlandse Zaken), De Crem (Defensie), Turtelboom (Justitie) en Vande Lanotte (Economie). Zeker gelet op de ontwikkelingen in verband met Sharia4Belgium is het opmerkelijk dat het MCIV al zeven maanden niet meer is samengeroepen. Ter vergelijking: tussen 2007 en december 2011 is het MCIV 22 keer bijeengekomen.

Op het kabinet-Di Rupo klinkt het dat agendaproblemen een en ander verklaren, en dat een aantal discussies ter zake sowieso al hebben plaatsgevonden in het kernkabinet. Na het zomerreces zou eindelijk een vergadering van het MCIV gepland zijn.

Lees ook Een baan en een huis, de nieuwe aanpak van radicalisering, het interview met EU-antiterrorismecoördinator Gilles de Kerchove.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3174   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur