Sherpa's blikken terug op 50 jaar Everest

Vijftig jaar na de eerste beklimming van de hoogste berg ter wereld maken inwoners van het Everestgebied de balans op. Ze verheugen zich over de rijkdom die het toerisme bracht, maar er is ook bezorgdheid over het de druk op het milieu en de onevenwichtige verdeling van de rijkdom.



Het geluid van een kettingzaag weerklinkt. Je hoort arbeiders stenen breken en houten constructies in elkaar timmeren. In het hart van Namche Bazaar, het dorp op 3440 meter hoogte dat de officieuze hoofdstad is van de Everestregio, wordt alweer een nieuwe berghut gebouwd. Toen Tenzing Norgay Sherpa en Edmunt Hillary op 29 mei 1953 voor het eerst de hoogste berg ter wereld beklommen was Namche een verarmde gemeenschap van aardappelboeren en dragers. Nu is het een van ‘s werelds bekendste toeristische attracties: een trekkersparadijs met wasserijen, bakkerijen met lekkernijen om van te watertanden en een half dozijn internetcafés.

Nooit in mijn wildste dromen had ik me een dergelijke verandering voorgesteld, zegt de 84-jarige Gyalzen Sherpa. Gyalzen, zelf veteraan van zeven klimexpedities waaronder de Everestexpeditie van 1953, herinnert zich een verleden waarin de mensen erg arm waren en er weinig huizen stonden. Iedereen werkte als koelie om lasten te transporteren voor de enkele rijke handelaars die hier woonden. De expedities hebben daarin verandering gebracht. Zelf gebruikte Gyalzen het geld van de expedities om een handel op te zetten in Nepalees papier, boter en zilver met Tibet, over de Nangpa-pas op drie dagen lopen van Namche. Vandaag is hij één van de rijkste mannen in Namche.

Ook Kancha Sherpa, een andere lid van de expeditie van ‘53 dat nog leeft, verheugt zich over de veranderingen in het dorp sinds die tijd. De mensen waren eenvoudig toen, ze hadden alleen verstand van lasten dragen. Nu zijn sommige sherpa’s piloot, dokter en ingenieur.

In Tengboche, op drie uur stappen van Namche, kan Mingma Yangzi Sherpa dankzij het toerisme ‘s zomers de Verenigde Staten bezoeken en de winters door te brengen bij haar kinderen in de hoofdstad Kathmandu. Tijdens de toeristenseizoenen in lente en herfst runt ze haar berghut in Tengboche. Mingma nam deel aan de Nepalese vrouwenexpeditie naar Everest in 2000, en dat gaf haar berghut een extra impuls.

De toeristenstroom ging samen met de komst van buitenlandse steun om de regio te ontwikkelen. Dat gebeurde grotendeels via het fonds van Sir Edmund Hillary, die richtte in 1960 de eerste school oprichtte. Zijn fonds ondersteunt momenteel meer dan twee dozijn scholen in het Everestgebied. Op 29 mei, de vijftigjarige verjaardag van de eerste beklimming, krijgt Hillary een standbeeld op de schoolterreinen.

Naast positieve ontwikkelen, bracht toerisme ook hoofdbrekers met zich mee: de soms lamentabele arbeidsomstandigheden van de dragers en de milieuproblemen. De oorspronkelijke inwoners van de Khumbu waren met ongeveer 5000. Nu bezoeken jaarlijks ongeveer 25.000 toeristen de streek, en ze stellen steeds hogere eisen. En dan zijn er nog de honderden dragers, arbeiders en overheidsbeambten. De groeiende vervuiling leidde in 1991 tot de oprichting van het Sagarmatha Comité voor Controle op Vervuiling. Na afloop van expedities ruimt het basiskampen op met de hulp van mensen van het nationaal park en inwoners. In het begin vonden de inwoners opruimen van vuiligheid een zorg voor het comité. Maar nu hebben we in verschillende dorpen ecoclubs en vrijwilligersgroepen van jongeren, zegt Dorji Lama Sherpa van het comité.

Het besef groeit ook dat de voordelen van het toerisme evenwichtiger verdeeld moeten worden. We moeten rekening houden met de noden van lager gelegen dorpen waar geen toeristen komen. Anders zullen er altijd aanleidingen voor conflicten zijn, zegt Sonam Gyalzen Sherpa. Hij is voorzitter van het recent opgerichte Bufferzonecomité, dat ervoor wil zorgen dat het geld gedecentraliseerd wordt en dat de voordelen van het toerisme doordringen tot bij die afgelegen gemeenschappen, waarvan vele arm gebleven zijn. We hebben nog geen destructieve fase bereikt. Maar iedereen moet meewerken om toekomstige problemen te voorkomen, aldus Sonam Gyalzen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift