Sirenenzang Indiase overheid naar rijke expats klinkt vals

Koortsachtig op zoek naar buitenlandse
investeerders, hoopt de Indiase regering een nieuwe goudader te hebben
aangeboord. De Indiase diaspora, 20 miljoen zielen rijk, worden verleid om
meer warme gevoelens te krijgen voor het oude vaderland. Maar de nogal
strenge selectie van potentiële kandidaat-investeerders - geen
nachtwinkelhouders, alleen Amerikaanse businesslui - doet de oppositie de
termen ‘apartheid’ en ‘vals’ in de mond nemen.


Eerder deze maand organiseerde de Indiase overheid een driedaagse,
spetterende show om enkele honderden buitenlanders met Indiase roots te
feliciteren voor hun bezoekje aan het oude vaderland. Er werd op geen roepie
gekeken: de somptueuze banketten en culinair verantwoorde conferenties regen
zich aan elkaar. Nagenoeg het hele kabinet van Premier Atal Bihari Vajpayee
was present om handjes te schudden met de bezoekers, die anders met geen
stokken naar het land te krijgen zijn het ze al lang zijn vergeten of nooit
hebben gekend.

De overheid liet zich naar eigen zeggen inspireren door de Chinese buurman.
Geëmigreerde Chinezen en hun nakomelingen vertegenwoordigen 60 tot 80
procent van de directe buitenlandse investeringen in de Chinese economie.
Maar de expats met Indiase affectie zijn dunner gezaaid. Slechts 9 procent
van de totale buitenlandse investeringen draagt de stempel van Indiase
emigranten.

Eèn van de wortels die Vajpayee zijn select gezelschap voorhoudt, is het
dubbele staatsburgerschap: wie genoeg centen en een ver Indiaas verleden
heeft, kan bliksemsnel het Indiase staatsburgerschap verwerven. Hier wringt
voor de oppositie het schoentje: alleen Noord-Amerikanen en Britten en
enkele andere nationaliteiten - allen van geïndustrialiseerde landen - komen
in aanmerking voor de vlotte regeling. Een dollar en pond-apartheid,
wordt gesmaald. De wereldbewoners met Indiase wortels die niet in de
uitverkoren landen wonen, worden niet gevraagd, al maken zij wel de
overgrote meerderheid van de diaspora uit.

Er worden vier grote golven emigratie onderscheiden. De eerste en oudste
golf betreft de negentiende-eeuwse gastarbeiders of semi-slaven die zich
verspreidden over het Britse en Nederlandse rijk: onder meer Mauritius,
Fiji, Maleisië, Suriname en Zuid-Afrika. Velen van hun afstammelingen zijn
nog steeds arm. De tweede groep wordt gevormd door de meer dan een miljoen
Indiërs die de vorige eeuw naar Groot-Brittannië vertrokken en veelal
nachtwinkelier of postbode werden. Deze groep is er wat beter aan toe, maar
heeft het moeilijk om alle burger -en politieke rechten te verwerven. De
derde groep bestaat uit half-opgeleide gastarbeiders die in 1973, toen de
olieprijs explodeerde, naar de Perzische golf trokken. Zij hebben een
bescheiden inkomen maar zijn volledig ingeburgerd.

Alleen de laatste groep is uitverkoren door de Indiase overheid. Het gaat om
zelfstandige professionelen en welvarende zakenlui die in de jaren ‘60 naar
het Westen emigreerden. Vooral in de Verenigde Staten boerden ze goed, waar
ze de rijkste - rijker dan de Japanse - minderheid vormen.
Nobelprijswinnaars Amartya Sen en V S Naipaul worden bij deze groep
gerekend, maar het zijn vooral de Indiase ondernemers van Silicon Valley die
een duit in het zakje zouden moeten komen doen.

Indiase commentatoren stellen grote vragen bij de exclusieve keuze van de
regering. Als is deze laatste groep ontstellend rijk, toch vertegenwoordigen
zij vandaag een uiterst klein deeltje van de directe investeringen - de
arbeiders in de Perzische Golf sturen viermaal meer geld naar huis en
zorgden ervoor dat India de jaren ‘70 overleefde. Zelfs een verdubbeling van
de inspanningen van de rijkste groep zou dus niet veel opleveren, wordt
gesteld.

Volgens Lakshmi N Mittal, ‘s werelds tweede grootste staalproducent en de
rijkste Indiër, is de regering niet goed bezig. Ze moet niet kijken naar
die 50 miljard euro die niet-residenten jaarlijks opsturen, maar naar de 500
miljard euro van de multinationals. Ik denk niet dat ook maar één
niet-resident zou investeren op basis van zijn emotionele verbondenheid. Zij
willen vooral geld verdienen. Ik hou van mijn land, maar ik wil óók mijn
investeringen terugbetaald zien.

Ook het lokmiddel van de dubbele nationaliteit, wordt niet goed onthaald.
Staatsburgerschap heeft niet te maken met paspoorten of emotionele banden,
maar alles met het participeren in het leven in de maatschappij, zeggen
commentatoren. Kortom: men mag niet sjacheren met paspoorten, dat geeft geen
goede, democratische verantwoorde indruk.

De Indiase organisatie Campaign to Stop Funding Hate heeft zo zijn eigen
idee over de demarche van Vajpayee. Zij wijst erop dat Vajpayee lid is van
de regerende conservatieve Bharatiya Janata Party (BJP), die een deel van
haar middelen betrekt uit het buitenland - vooral bij rijke, conservatieve
Indiërs in de VS en Europa. De organisatie toonde aan dat de Amerikaanse
computergiganten Cisco en Apple grote schenkingen deden aan het India
Development and Relief Fund (IDRF), een BJP-getrouw donatiefonds dat geld
gaf aan organisatoren van het geweld dat in 2002 in de deelstaat Gujarat
moslims trof. Cisco heeft zich inmiddels geëxcuseerd voor zijn donatie aan
het IDRF. Volgens politieke commentatoren is de BJP zich dus volop aan het
discrediteren met zijn investeringsoffensief, dat - als de aantijgingen
kloppen - meer op partijfinanciering lijkt.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift