'Slag om Fallujah kan Irak verder destabiliseren'

Irak-deskundigen in de Verenigde Staten vrezen dat Operatie Phantom Fury, het Amerikaanse offensief in de Iraakse stad Fallujah, het land verder zal destabiliseren. Met het offensief willen de Amerikanen de door soennitische opstandelingen gecontroleerde stad heroveren om er in januari verkiezingen mogelijk te maken.

Gisteren (maandag) trokken duizenden Amerikaanse militairen na hevige bombardementen de stad Fallujah, ten westen van Bagdad, binnen. Deskundigen zijn het erover eens dat de Amerikaanse troepen de strijd tegen de naar schatting paar duizend opstandelingen in de stad zullen winnen. Maar ze verwachten ook dat de slag om Fallujah leidt tot verdere destabilisering in het land. De operatie zal, vooral als het een bloedige en langdurige strijd wordt, vrijwel zeker spanning doen toenemen onder de ongeveer vijf miljoen soennieten in Irak en de grote soennitische gemeenschappen in de buurlanden, inclusief Saudi-Arabië, Jordanië, Syrië en Turkije.

In de Arabische wereld, waar men gehoopt had dat Bush de verkiezingen zou verliezen, worden de ontwikkelingen met argusogen gevolgd, zegt As’ad Abukhalil, Irak-deskundige van de Universiteit van Californië in Berkeley. De bloedige beelden die ze op televisie zullen zien, zijn in scherp contrast met de feestelijke sfeer in Washington D.C.

De operatie dreigt ook tweespalt te veroorzaken binnen de Iraakse interim-regering. President Ghazi al-Yawer is tegen een aanval op Fallujah. Hij dreigde in april af te treden, nadat volgens ooggetuigen honderden burgerslachtoffers vielen bij een poging van Amerikaanse mariniers om Fallujah in te nemen. Binnen de soennitische gemeenschap in Irak bestaat ook verdeeldheid. Een deel van de soennieten staat open voor deelname aan de verkiezingen in januari, een ander deel wil een boycot, zegt Juan Cole, Irak-deskundige aan de Universiteit van Michigan. Een keiharde politiek zal waarschijnlijk de balans laten doorslaan in het voordeel van de tegenstanders van de verkiezingen. Hun macht zal toenemen.

Amerika snijdt zichzelf in de vingers met de campagne in Fallujah, meent Cole, verwijzend naar de manier waarop de Amerikanen in augustus een overwinning boekten op de Mahdi-militie van Muqtada al-Sadr in Najaf. Aanhangers van de sjiitische geestelijke vertrokken uit de heilige Imam Ali-moskee, maar de populariteit van al-Sadr steeg in de daarop volgende weken naar ongekende hoogte, zelfs buiten de sjiitische gemeenschap.

De regering Bush beschouwt de campagne die in augustus in Najaf gevoerd werd als een militaire en politieke overwinning, vanwege al-Sadrs voorlopige besluit om mee te doen aan de verkiezingen in januari en de gedeeltelijke ontwapening van de Mahdi-militie in Sadr-stad, een wijk in Bagdad. De Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld zei gisteren tijdens een persconferentie dat een overwinning in Fallujah niet het einde van de opstand in Irak betekent. Maar als er in de stad verkiezingen kunnen worden gehouden als gevolg van zo’n overwinning, dan kan dat volgens hem een keerpunt zijn in de veiligheidssituatie in Irak.

Haviken in de regering-Bush pleiten al maanden voor een groot offensief in Fallujah. Nadat in april een poging om de stad in te nemen mislukte, werd de macht overgedragen aan een groep militairen en veiligheidsofficieren van het regime van voormalig president Saddam Hoessein. Sindsdien zou de stad bestuurd worden door een coalitie van voormalige leden van de Baath-partij, andere nationalisten, fundamentalistische soennieten en buitenlandse strijders die volgens Washington handelen in opdracht van Abu Musab al-Zarqawi. Al-Zarqawi zou volgens Amerika banden hebben met terreurbeweging al-Qaeda.

Secretaris-generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties stuurde onlangs een brief naar president Bush, de Iraakse interim-premier Iyad Allawi en de Britse premier Tony Blair, waarin hij waarschuwde tegen een offensief in Fallujah. Annan waarschuwde dat de dreiging of het daadwerkelijke gebruik van geweld niet alleen de kloof verdiept tussen verschillende gemeenschappen in Irak, maar ook onder de bevolking het gevoel versterkt van een voortdurende militaire bezetting. In de conservatieve Amerikaanse krant Wall Street Journal werd Annans brief betiteld als een ‘vijandige daad’.

De meeste veiligheidsexperts in de VS scharen zich echter achter de analyse van Annan, die volgens hen gesteund wordt door recente ontwikkelingen. Zo zou afgelopen weekeinde ruim de helft van de 500 militairen van een bataljon van de Iraakse Nationale Garde gedeserteerd zijn. Zij hadden samen met Amerikaanse mariniers in Fallujah moeten vechten.

Zowel de Associatie van Moslim Geleerden (AMS), een van de belangrijkste religieuze soennitische groeperingen, als de volgelingen van al-Sadr, hebben hun geloofsgenoten opgeroepen niet mee te doen aan het offensief. De desertie zal het voor de Amerikanen moeilijker maken om na de inname van Fallujah de macht over te dragen aan lokale strijdkrachten.

Als gevolg van de massale desertie afgelopen weekeinde, zou nog maar één volledig intacte Iraakse eenheid, het 36ste bataljon, zij aan zij met de Amerikanen strijden. Dat bataljon wierf hoofdzakelijk rekruten onder Koerden en Shia-milities. Als het 36ste bataljon straks het nieuwe bestuur in Fallujah gaat vormen, dan wordt dat opnieuw als een bezettingsmacht beschouwd, waarschuwt een bezorgde regeringsfunctionaris. (JS)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift