Slavernij anno 2002: achter de muren van de ambassade

‘Als ik op voorhand geweten had wat mij hier te wachten stond, dan was ik nooit naar België gekomen.’ Meer dan twee jaar werkte Mahamed als kelner op de ambassade van Tsjaad in Brussel. ‘Zestien uur per dag, zeven dagen per week, voor 433 euro per maand. Ik werd behandeld als een slaaf.’ Een blik achter de muren van de diplomatieke onschendbaarheid.
2000. Het hotel in Tsjaad waar Mahamed (31) al 15 jaar werkt, draait niet goed. Zijn loon wordt niet meer uitbetaald en hij gaat op zoek naar een nieuwe job. ‘Via een vriend op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Tsjaad ben ik in contact gekomen met de ambassade in België. Ik mocht er beginnen als kelner en zou 650 euro per maand verdienen. In Tsjaad is dat het loon van een minister.’ Mahamed tekent een contract voor een voltijdse job en de dienst protocol van het ministerie van Buitenlandse Zaken reikt hem een speciale identiteitskaart voor dienstbodes van diplomaten uit. Maar wat een droomjob zou moeten worden, draait voor Mahamed uit op een nachtmerrie.

‘Ik ben hier de koning’


‘Het werk in de keuken was ongelooflijk hard. Ik werkte elke dag van zeven uur ‘s morgens tot elf uur ‘s avonds. Even pauzeren zat er niet in. Zaterdag, zondag, feestdag, ik moest altijd klaarstaan. Ik heb vaak willen stoppen, maar iedereen zei: het betert wel, heb wat geduld. Maar het werd niet beter. Ik moest de hele dag rechtstaan. ‘s Nachts geraakte ik haast niet in slaap van de pijn in mijn rug en benen.’ Na een tijdje wordt Mahamed ziek. ‘Van de dokter moest ik een week in bed blijven, ik was oververmoeid. Maar na drie dagen stond de ambassadeur naast mijn bed: “Trop, c’est trop. Je moet niet overdrijven. Je begint onmiddellijk terug te werken. Ik ben hier de koning.”’
Samen met een andere dienstbode en de chauffeur van de ambassadeur woonde Mahamed in de garagekelder van de ambassade. ‘De kelder was echt heel vuil. Overal kropen kakkerlakken en soms liep het water langs de muren. Er stond een elektrisch kacheltje, maar dat mochten we niet gebruiken. Douches waren er niet, we moesten ons behelpen met een waterkraantje en een bassin. Een matras om op te slapen heb ik zelf moeten kopen.’
‘In plaats van het beloofde loon kreeg ik elke maand maar 433 euro, naar de transferkosten kon ik fluiten. “Meer heb ik niet”, zei de ambassadeur. Om de drie maanden kon ik een klein bedrag opsturen naar mijn vier kinderen in Tsjaad.’
Een bijkomende stressfactor voor Mahamed is het slechte contact met de familie van de ambassadeur. ‘Elke dag werd ik door de kinderen van de ambassadeur uitgescholden. Ze gedroegen zich als slavendrijvers. “Jij bent onze slaaf” riep de oudste dochter. “Je wordt betaald om voor ons te werken.” Een gewoon gesprek voeren, zat er niet in.’ In september 2002 loopt de situatie uit de hand. ‘De oudste dochter vroeg me om de sleutel van de berging, maar die mocht ik van de ambassadeur aan niemand geven. Daarop probeerde ze met geweld de sleutel af te pakken. Haar vader kwam tussenbeide en vroeg: “Waarom geef je haar die sleutel niet?” Dat was voor mij de druppel. De volgende dag heb ik mijn ontslag ingediend.’ Mahamat Hagar, personeelschef op de ambassade van Tsjaad, ontkent met klem alle beschuldigingen van Mahamed. ‘Het loon wordt rechtstreeks vanuit Tsjaad betaald, op zaterdag wordt hier niet gewerkt en door in de kelder te wonen, kan ons personeel huur uitsparen. Wij hebben niemand als slaaf behandeld.’

Zenuwinzinking


Mahameds getuigenis is exemplarisch voor de kwetsbaarheid van het internationaal huispersoneel in België. Hoeveel buitenlanders als keukenhulp, babysit, poetsvrouw of chauffeur in mensonterende omstandigheden werken op ambassades of bij rijke families, weet niemand. Hun klachten geraken meestal niet voorbij de muren van de ambassade.
 ‘Op mijn vrije zondag lag ik de hele dag in bed om bij te slapen, want de rest van de week moest ik minstens 16 uur per dag werken. Na een tijdje was ik mezelf niet meer: ik had overal pijn en was nerveus, gestresseerd en moe.’ Aan het woord is de Filipijnse Maria (38), ze werkte 15 maanden in Brussel op de ambassade van een Zuidoost-Aziatisch land. ‘Met de andere Filipijnse dienstbode mocht ik niet praten. Toen ik uiteindelijk met een zenuwinzinking in het ziekenhuis belandde, werd ik ontslagen. Een tijdje daarvoor had ik zelf al mijn ontslag ingediend, maar toen kreeg ik van de ambassadeur te horen dat dat volgens mijn contract niet kon. Ik had geen poot om op te staan, want ik had nooit een kopie van het contract gekregen.’
‘Ik ben wel altijd goed behandeld’, zegt haar landgenoot Fred (48), al 20 jaar chauffeur op de ambassade van een Afrikaans land. ‘Maar er is één probleem: de ambassadeur weigert mijn sociale bijdragen te betalen. Hij krijgt hiervoor elke maand geld van zijn regering maar vraag me niet wat daarmee gebeurt. Doordat ik geen sociaal vangnet heb, kan ik later mijn pensioen wel vergeten. De ambassadeur kan me ook elk moment zonder reden buitengooien. Sommige ambassadeurs maken misbruik van hun diplomatieke onschendbaarheid, de Belgische regering zou hiertegen moeten optreden.’
Minister van Tewerkstelling Laurette Onkelinx (PS) heeft intussen een aantal maatregelen genomen om tegemoet te komen aan de problemen van het internationaal huispersoneel. Zo komt er een sensibiliseringscampagne om de werkgevers en werknemers te wijzen op hun rechten en plichten en wordt er een ombudsman aangesteld. Verder wil de minister met de diplomaten een overeenkomst afsluiten, die arbeidsinspectie in ambassades toelaat wanneer er klachten zijn.

Asielaanvraag


Na Mahameds ontslag zorgde de ambassadeur voor een vliegtuigticket naar Tsjaad. ‘Officieel mocht ik nog tot maart 2003 in België blijven. In afwachting heeft de ambassadeur tweemaal de politie op mij afgestuurd om mij uit het land te zetten. Maar teruggaan naar Tsjaad zie ik niet zitten, want ik ben bang dat de ambassadeur mij daar zal laten vervolgen. Gelukkig is mijn asielaanvraag intussen ontvankelijk verklaard.’
Mahamed woont vandaag in een OCMW-huis nabij Nijvel en is op zoek naar werk. ‘Ik ben blij dat ik ‘s nachts weer kan slapen. Mijn problemen zijn achter de rug, maar elders duren de wantoestanden voort. Wat achter de muren van de ambassades gebeurt, kan niemand controleren.’
(Uit veiligheidsoverwegingen hebben Mahamed, Maria en Fred gekozen voor schuilnamen.)
Wereldsolidariteit komt op voor het lot van het internationaal huispersoneel in België. Meer info op www.wereldsolidariteit.be

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift