"Sociale organisaties moeten Mexicaanse president controleren"

Sociale organisaties moeten een centrale rol spelen in het toezicht op de nieuwe Mexicaanse regering, zeggen experts. De vermoedelijke nieuwe president wordt Enrique Peña van de PRI. “Ik weet niet of de PRI de laatste jaren veranderd is, maar Mexico in elk geval wel”, zegt een analist.

De overwinning van de presidentsverkiezingen wordt geclaimd door Enrique Peña (de definitieve telling begint pas morgen). Zijn partij, de Institutioneel Revolutionaire Partij (PRI), was van 1929 en 2000 aan de macht in Mexico. Sinds 2000 is het aantal sociale organisaties gestegen, hun werkterrein is uitgebreid, hun invloed gegroeid.

“Ik weet niet of de PRI de laatste jaren veranderd is, maar Mexico in elk geval wel”, zegt Andrew Selee van het Amerikaanse Woodrow Wilson-centrum. “Uiteindelijk gaat de PRI een land vinden dat van regeringen verwacht die ze verantwoording afleggen, dat ze hun beloften nakomen. Als ze dat niet doen, dan vliegen ze er bij de volgende verkiezingen uit. De Mexicanen zijn ontgoocheld over hun regeringen. Het voordeel van de PRI is dat het een zeer kneedbare partij is, een partij die op zoek is naar legitimiteit.”

Ernstig nemen

Alleen al de voorbije maanden zijn invloedrijke sociale organisaties ontstaan. Onder meer de Beweging voor de Vrede met Rechtvaardigheid en Waardigheid, die familieleden van slachtoffers van het geweld groepeert. In mei ging Yo Soy 132 van start, een initiatief van universiteitsstudenten die een democratisering van de elektronische media vragen en een herziening van hun banden met politieke en economische machtsgroepen.

“De sociale oppositie tegen de PRI die de laatste weken van de campagne georganiseerd is, moet ernstig genomen worden”, schreef analist Jesús Silva gisteren in de krant Reforma.

Charismatische Peña

De charismatische Peña is het boegbeeld van een nieuwe generatie PRI-leiders. De partij werd er in het verleden voortdurend van beschuldigd te frauderen bij verkiezingen en opposanten te belonen of straffen naargelang van de omstandigheden.

In zijn campagne benadrukte Peña dat hij de strijd tegen de drugshandel niet zou laten verslappen maar dat hij wel een nieuwe strategie zou hanteren, zonder in details te treden.

Toen huidig president Felipe Calderón in december 2006 aantrad, zette hij duizenden soldaten en politieagenten in tegen de drugsmaffia’s. Sindsdien zijn meer dan zestigduizend mensen omgekomen, tienduizend mensen verdwenen en een kwart miljoen mensen uit hun huizen verdreven, volgens cijfers van mensenrechtenorganisaties.

Georganiseerde misdaad

De sociale organisaties moeten er nu op toezien “dat misdaden onder vorige regeringen niet onbestraft blijven en dat er een duidelijke strategie bepaald wordt tegen de georganiseerde misdaad, vanuit het perspectief van de mensenrechten”, zegt advocaat Octavio Amezcua van de Mexicaanse Commissie voor de Verdediging van de Mensenrechten.

“De burger moet nu waakzaam zijn”, zegt Maite Azuela van de Nationale Burgerassemblee (ANCA), een netwerk van personen en organisaties dat in 2009 tijdens de campagne voor de tussentijdse verkiezingen ontstaan is.

De 500 volksvertegenwoordigers en 128 senatoren die zondag verkozen zijn, gaan op 1 september aan de slag. De opvolger van Calderón doet dat op 1 november.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift