Soedan: tussen luchtspiegelingen en donkere wolken

Terwijl Islamistische generaals, paramilitairen en internationale hoven (bek)vechten over olie, gerechtigheid en identiteit, strijden de Soedanezen voor het recht om zelf hun toekomst te bepalen. De komende twee jaar worden absoluut cruciaal voor Soedan: gewapende vrede of opnieuw open oorlog?
Het was bloedheet op de plaats waar Witte en Blauwe Nijl samenvloeien, maar de politieke temperatuur eind juli lag nog hoger dan de 42°C die ervoor zorgde dat vele Soedanezen voor schaduw en een zoveelste kop jabanah kozen. De discussies in Omdurman, Soedan’s culturele hart, gingen over de beslissing van het Permanente Arbitragehof in Den Haag aangaande de controversiële afbakening van de grenzen van de olierijke regio Abyei.
Zou het Hof grote delen van Zuid Kordofan toekennen aan Abyei, dat in 2011 hoogstwaarschijnlijk via een referendum een deel zal worden van een mogelijk onafhankelijk Zuid Soedan? Of opteerde het Hof voor een minimalistische interpretatie door Abyei’s grenzen zo te bepalen dat haar lucratieve olievelden in Noord Soedan komen te liggen, om daardoor gedeeltelijk het explosieve plebisciet te ontmijnen?
Er stond veel op het spel in Den Haag: de institutionele impasse leidde tot grootschalige clashes in mei 2008 waarbij honderden burgers omkwamen en 90000 mensen op de vlucht werden gedreven in minder dan 48 uur. Meer onzekerheid omtrent Abyei dreigde het geweld als een uitslaande brand in de hele Soedanese savanne te verspreiden.

Afrika’s oudste burgeroorlog


Het jaar 2009 werd van bij de start “the year of living dangerously” voor Soedan genoemd. Vier jaar nadat de regering en de Sudan’s People Liberation Movement/Army (SPLM/A) hun “Comprehensive Peace Agreement” (CPA) ondertekenden, daarmee een einde makende aan Afrika’s oudste burgeroorlog, vormde 2009 een cruciale test voor het complexe institutionele kader dat veiligheid, ontwikkeling en democratie voor de Soedanese bevolking moet opleveren. Die test heeft op zijn minst ambigue resultaten opgeleverd. Het Abyei-vraagstuk is slechts een van de vele hindernissen die Soedan permanent op de rand van de afgrond doen balanceren.
Het uitstellen van de eerste democratische verkiezingen in meer dan 20 jaar; het arrestatiebevel uitgevaardigd door het International Strafhof tegen Omar Al-Bashir; het uitgroeien van Khalil Ibrahim en zijn JEM-rebellen tot een nationale factor van belang te midden van het kwakkelende vredesproces in Darfur: al deze elementen bezitten het potentieel om de verworvenheden van de CPA, zoals vrede en economische groei, teniet te doen.
Op 22 juli deed het Hof in Den Haag haar bijdrage tot het behoud van het broze evenwicht door Abyei’s grenzen relatief ver in het noorden te leggen (en dus de SPLM/A-claims te volgen), maar tegelijk het grote oliegebied van Heglig aan Zuid Kordofan (dat deel uitmaakt van Noord Soedan) toe te kennen. De evenwichte beslissing kon aanvankelijk op bijval rekenen, maar tijdens de voorbije weken liep op het terrein zelf de spanning weer op.
Lokale interpretaties van het vonnis creëren de angst dat Misseriya pastoralisten van Zuid Kordofan zullen worden belemmerd af te reizen naar hun historische graaslanden in Abyei- een casus belli voor de zwaar bewapende Misseriya, traditionele regeringsbondgenoten. De ‘oplossing’ van een geschil in Soedan draagt typisch reeds de kiemen van een volgende crisis in zich.

Economische groei


Ondanks het quasi-permanente balanceren van Soedan op de rand van de afgrond, wijst bij een bezoek aan Khartoem vrijwel niets erop dat dit een van de meest gewelddadige landen ter wereld is. De economische groei is indrukwekkend. De skyline van de hoofdstad ondergaat een spectaculaire transformatie met kapitaal uit de Perzische Golf. En Khartoem blijft een van Afrika’s veiligste steden. Op het terras van het Ozone Café showen jonge vrouwen hun designer-hijabs en kletsen ze eindeloos over toekomstige echtgenoten en carrières in Emirati bedrijven, terwijl ze uitdagende blikken werpen naar mannelijke studenten een paar tafels verder.
Zeinab, een 21-jarige studente geneeskunde die opgroeide in Khartoem, maakt zich vooral zorgen over de wisselvallige kwaliteit van Zain GSMs, niet over politiek: “De burgeroorlog? Die dingen liggen in het verleden. Mijn vrienden komen uit heel Soedan. We zijn een natie nu.”
Het is gemakkelijk om Zeinabs optimisme af te doen als de naïeve gedachtes van een dochter van de Soedanese elite, maar Tayeb, een vrome handelaar uit de lagere middenklasse, en Konan, een werkloze ingenieur uit Gezira State, delen haar mening wanneer hun opinie over het conflict in Darfur wordt gevraagd: “Dit zijn de restanten van het oude Soedan, tribale clashes. De meeste mensen leggen hun oude meningsgeschillen bij en laten het verleden achter zich. Ons land verdient al die negatieve berichtgeving op BBC niet. Vergeet al dat gepraat over heilige oorlog. We bouwen aan vrede en democratie dezer dagen.”

Stereotypen


Het is zeer zeker waar dat Afrika’s grootste staat al vele jaren wordt verkeerd ingeschat. Indien we de conventionele voorstelling -zoals afgebeeld in vele Westerse media- mogen geloven, dan is Soedan de facto een Arabisch-gezinde theocratie die erop uit is haar Christelijke en Afrikaanse burgers het leven zuur te maken, in Darfur, in het Zuiden en in de hoofdstad zelf.
Dossiers à la Lubna Hussain –een Soedanese werkzaam bij de VN die veroordeeld wordt tot 40 zweepslagen omdat ze een pantalon droeg- worden ingeroepen om het argument te ondersteunen dat sinds de Islamistische Al-Ingaz Revolutie van 1989, president Bashir en zijn trawanten de Soedanese samenleving hebben geregeerd via een onmenselijke mix van Sharia wetgeving en jihad. De realiteit blijkt, ondanks dat soort alarmistische claims over “20 jaar fundamentalistische Islam en agressief Arabisme”, veel genuanceerder.
De vrijheid van meningsuiting is fors toegenomen, vooral sinds 2005. De smeltkroes Khartoem heeft nooit enig grootschalig geweld gekend tussen de verschillende etno-culturele en religieuze gemeenschappen, noch kan Khartoem een ‘Arabische’ stad genoemd worden in demografische termen. Alle retoriek ten spijte blijft de Soedanese Islam merkwaardig divers en open, dankzij haar diepe wortels in een fascinerend samengaan van invloeden uit Afrika en het Arabische schiereiland. Traditie en moderniteit botsen soms, maar het samenleven verloopt meestal succesvol. Oude gebruiken blijven bestaan, maar worden vervoegd door nieuwe gewoontes om zo een totaal uniek multiculturalisme te creëren.

Sterkte, geen zwakte


Sadig (40) en Gihad (29) spreken voor velen wanneer zij dit beschouwen als een sterkte, en niet als een zwakte: “Islam vloeit als een wijde en tolerante rivier doorheen ons land. We bannen alcoholconsumptie, maar we dragen de excentrieke dervishes van Omdurman op handen en we verwerpen een al te letterlijke lectuur van onze heilige teksten. We zijn trots Moslim te zijn en we haten Amerika voor haar steun aan Israel.
Tegelijkertijd houden we van Facebook, aanvaarden we romantische betrekkingen voor het huwelijk en verkiezen we het oude Britse onderwijssysteem boven het huidige Islamistische. Op cultureel vlak kijken we naar Egypte en Libanon, niet naar Oeganda of Zuid-Afrika. Maar we zijn heel fier op onze Afrikaanse roots en we houden van onze zwarte huidskleur. Waar zit het probleem?”
Zoals elders in The Global South dienen de stereotypes van het verleden vervangen te worden door een veel complexere analyse van lokale dynamieken, in het bijzonder m.b.t. de verhouding cultuur-godsdienst-politiek. Barack Obama’s pogingen om tot een nieuwe engagement met Soedan te komen via een dialoog van gemeenschappelijk respect, maar zonder principes als universele mensenrechten te laten verwateren, zijn een belangrijk signaal. Obama’s boodschap van hoop en verantwoordelijkheid, als ook zijn gevoeligheid voor symbolische gestes, is erg populair in Soedan.
Zowel behoudsgezinde Moslims als Osama (42), afkomstig uit het Soedanees-Egyptische grensgebied, als ambitieuze juristen zoals Judith uit Zuid Soedan (25) geloven dat de nieuwe president een cruciale rol kan spelen in het helen van oude wondes: “Maar heel wat concrete acties zullen nodig zijn voor we echt geloven in ‘change’. Zal Obama het durven opnemen tegen de machtige lobbygroepen in Amerika die Israëls belangen pushen in de regio en die Darfur willen ‘redden’? Dit zal veel politieke moed vragen.”

Kristische zelfreflectie


Maar als de buitenwereld dringend haar beoordeling moet bijsturen, dan is het ook hoog tijd voor kritische zelfreflectie in Soedan, en dan vooral in de hoofdstad, waar gedurende veel te lange tijd de inwoners hebben verondersteld dat cultureel zowel als politiek, er amper een verschil is tussen Khartoem en Soedan.
Vier jaar na het ondertekenen van de CPA, dat verondersteld werd de grondoorzaken van een halve eeuw oorlog aan te pakken, blijven vele van dezelfde fundamentele problemen aanwezig. Omwille van de stevige groei, degelijke infrastructuur en publieke veiligheid beseffen vele hoofdstedelingen niet dat de dingen buiten hun stad véél complexer en contradictorischer zijn dan zij bevroeden. Die combinatie naïviteit-doelbewuste myopie dreigt bij te dragen aan het einde van de Soedanese staat zelf.
De kwestie die het beste het onvermogen van velen illustreert om de dynamieken te appreciëren die Soedan verscheuren, is zonder enige twijfel de mogelijke scheiding tussen Zuid Soedan en de rest van het land. Volgens de CPA heeft het Zuiden recht op zelfbeschikking via referendum in 2011. Zowel opiniepeilingen als informeel onderzoek geven aan dat een overweldigende meerderheid van Zuiderlingen inderdaad voor onafhankelijkheid wil stemmen.
De regerende National Congress Party (NCP) en de SPLM/A werden verondersteld de eenheid van het land aantrekkelijk te maken door stabiliteit en ontwikkeling te brengen in het historische straatarme Zuiden en door de politieke macht in het hele land te herstructureren. Een geïntegreerd leger diende gecreëerd te worden, de olie-opbrengsten zouden eerlijk verdeeld worden en elke Soedanees kreeg het recht zijn identiteit expliciet erkend zien door de staat.

Solo


In realiteit kwam daar weinig van in huis. De NCP bestuurde vrijwel solo het Noorden en Oosten, terwijl de SPLM/A zich concentreerde op het Zuiden (Darfur was geen deel van de CPA) en haar werkzaamheden toespitste op het voorbereiden van een eigen staat, niet op re-integratie in een nieuw Soedan.
Vele noorderlingen die maar langzaam begonnen te beseffen dat het risico op een desintegratie van het land echt wel reëel is, zijn nu in toenmende mate verontrust, al ontkennen nog velen het probleem. Hythem (27), een hulpverlener uit Blue Nile State in Noord Soedan: “Dit is niet iets dat Soedanezen zouden doen, een scheiding zal enkel buitenlandse belangen dienen. Het zal ons doen terugkeren naar neokoloniale patroon-cliënt relaties.”
Maar wanneer hij gevraagd wordt wat hijzelf en mensen uit pakweg Equatoria of Upper Nile State gemeen hebben, blijft het pijnlijk stil. Weinig noorderlingen hebben evenveel moed als de jonge Jaaliyin zakenman Abubakr: “Ik denk dat de tijd is gekomen om te erkennen dat dit land een puinhoop is en dat we enkel onszelf iets te verwijten hebben. Ik weet dat indien ik ooit in problemen zou geraken, ik binnen de 5 minuten de gevangenis weer kan verlaten dankzij persoonlijke connecties. Mijn etnische groep en een handvol andere clans [de zgn. Awlad al bilad] runnen dit land al decennia lang, via een verdeel-en-heers strategie die grote delen van Soedan gemarginaliseerd houdt. We zullen oogsten wat we gezaaid hebben, er is geen eeuwig uitstel van die zaken. En ik ben bang dat zelfs Khartoem niet zal ontsnappen.”

Onvrede


Abubakr heeft gelijk. De onvrede in Khartoem en elders over de traditionele heersers van Soedan -en hun gewelddadige, elitaire manier van besturen- is bijzonder groot, zelfs indien de CPA een aantal van de meest controversiële manifestaties van de Al-Ingaz Revolutie heeft teruggeschroefd. Zeinabs optimisme in het Ozone Café dat “die dingen in het verleden liggen” wordt niet gedeeld door vele mensen. Kodi en Abdou zijn beide afkomstig uit de Nuba Mountains, een deel van Zuid Kordofan dat de meest gruwelijke episodes in de Soedanese burgeroorlog onderging.
De “Popular Defence Forces” en de Baggara-milities werden door de kringen rond Bashir gevraagd “de beschaving te brengen naar de ondankbare Nuba” en kregen carte blanche om de regio van haar natuurlijke en menselijke rijkdom te ontdoen. De Nuba Mountains werden voor meer dan tien jaar afgesneden van de buitenwereld; internationale hulp werd niet toegelaten. Nadat hun families werden vermoord, ontvluchtten Abdou en Kodi hun thuisland. Vanaf de dag dat ze in Khartoem aankwamen, vonden ze er veiligheid maar ook en vooral discriminatie. Ze werden gedwongen zich tot de Islam te bekeren om te overleven tijdens de waanzinnige eerste jaren van Islamistisch bewind.
Nog elke dag voeren de Nuba een strijd om hun ‘Afrikaanse’ identiteit in leven te houden en de eindjes aan elkaar te knopen: Yasir, een fysicus geboren in de Nuba Mountains, zit al drie jaar zonder werk; hoewel het voor hem geen probleem is om solliciatiegesprekken te versieren, worden zijn kansen op een job tot bijna nul herleid telkens een ‘Arabische’ interviewer zijn Nuba gelaatstrekken ziet. Ondanks zijn doctoraat in de theoretische fysica werkt Yasir voor een handvol Soedanese ponden op de hafla-bussen die Omdurman’s stoffige wegen beheersen.
Hoewel hun verhalen nooit verteld worden in Sudan’s officiële media, heeft een substantieel deel van de bevolking van Khartoem een zeer pijnlijk verleden. Niemand weet precies hoeveel inwoners ooit aan de zijde van de regering of de SPLM/A vochten en hoeveel IDPs de buitenwijken bevolken, maar hun aantal ligt waarschijnlijk boven de drie miljoen.

Tragedies


Vele mensen hebben hun lokale grieven en persoonlijke tragedies met hen meegebracht: Clement (43) verloor zijn vrouw in een luchtbombardement gericht tegen de Madi gemeenschap in Zuid Soedan; Ahmed (29) werd gedwongen deel uit te maken van Darfur’s Janjaweed milities om zijn Zaghawa buren te bevechten; Theresa (52) vluchtte als Congolese jonge vrouw uit haar thuisland naar Equatoria waar ze het slachtoffer werd van verkrachting door de Oegandese bondgenoot van Bashir en co, de Lord’s Resistance Army (LRA).
Voor slachtoffers van uitsluiting en geweld als Clement, Ahmed en Theresa is de idee dat Soedan op een of andere manier een bladzijde heeft omgeslagen in het beste geval een pijnlijk misverstand. In de ogen van de meer dan 150000 IDPs in Wad al-Bashir, waar publieke dienstverlening nog steeds totaal afwezig is 20 jaar na de creatie van het vluchtelingenkamp, is het een doelbewuste provocatie. Geweld, seksuele uitbuiting en ondervoeding zijn alomtegenwoordig in Wad al-Bashir, dat bewoond wordt door een amalgaam van Dinka, Shilluk en andere Zuidelijke bevolkingsgroepen die de doelbewuste hongersnoden en ethnische zuiveringen van de jaren 90 in Bahr al-Ghazal en Jonglei ontvluchtten.
Voor hun overlevende familieleden in Zuid Soedan biedt het referendum in 2011 een unieke kans om zich te bevrijden van hun historische onderdrukkers. “Na de scheiding willen wij geen normale internationale grens,” zegt Josephine (36), een Bor-Dinka weduwe. “Wij willen een muur die Khartoem voor eeuwig buiten houdt.”

Mirakeloplossing


Hoewel er weinig twijfel bestaat over het verlangen naar zelfbeschikking, suggereren verschillende ontwikkelingen dat onafhankelijkheid absoluut niet de mirakeloplossing zal zijn waarop Josephine en andere Zuiderlingen hopen. Niet alleen is de corruptie ontzettend toegenomen in gebieden gecontroleerd door de SPLM/A, een zelfstandig Zuid Soedan zou voor meer dan 95% van haar inkomsten afhangen van de internationale olieprijs en haar grillen.
Bovendien moeten er bijzonder grote vraagtekens worden geplaatst bij het vermogen van een Zuidelijke SPLM/A-regering om de veiligheid te verzekeren op haar grondgebied. In Western Equatoria moorden en plunderen de Oegandese LRA-rebellen in totale straffeloosheid; in Lakes State eisen diefstallen van vee de levens van alsmaar meer burgers, met een pijnlijk hoogtepunt vorige maand; en in Jonglei vinden misdaden tegen de menselijkheid plaats op een schaal die open oorlog suggereert, en niet democratie of interetnische verzoening.
In de vroege ochtend van 2 augustus slachtten Murle militieleden 185 vrouwen en kinderen van de Lou Nuer-etnie af tijdens het vissen in de Akobo regio van Jonglei. De genadeloze aanval had geen economische motieven, maar was een doelbewuste eliminatie van Nuer uit weerwraak voor clashes eerder dit jaar waarbij honderden Murle omkwamen. De SPLM/A troepen waren, nog maar eens, niet in staat de moordpartij te stoppen. In elk jaar na het ondertekenen van de CPA zijn meer gewelddadige incidenten gerapporteerd bij de Verenigde Naties dan in het voorgaande jaar. 2009 heeft het sinistere record  van 2008 verpulverd.

De trieste waarheid


Het onvermogen om de veiligheid van alle burgers te garanderen en de inter-etnische geweldspiraal te stoppen ondermijnt de SPLM/A’s legitimiteit en werpt een schaduw over haar claims in staat te zijn (Zuid) Soedan te kunnen besturen. “We kunnen enkel op onszelf vertrouwen voor de veiligheid van ons vee en onze kinderen. Er veranderde niets sinds het vredesakkoord. Dat is de trieste waarheid,” dixit David, 37 en voor de derde maal ontheemd sinds 2005 in Jonglei.
Clement, die werd geboren in Nimule vlakbij Oeganda maar momenteel in Khartoem woont, vreest voor de gevolgen indien Zuid Soedan met haar hart stemt i.p.v. met haar hersenen: “Mijn broeders en zusters  in het Zuiden denken dat ze vrede zullen kennen indien ze voor afscheuring stemmen. Wat ze zullen krijgen is oorlog in Noord én Zuid, tot groot leedvermaak van de Islamistische krachten.”
Indien onafhankelijkheid voor Zuid Soedan meer problemen dreigt te creëren dan oplossingen, zal er dan toch voor eenheid worden gekozen? Weinig waarschijnlijk. Zowel de SPLM/A als de NCP gebruikten het “vredesdividend” om hun legers te herbewapenen, niet om duurzame ontwikkeling te faciliteren die de basis zou kunnen vormen van een veiliger, inclusiever Soedan. Daarenboven lijken gewone burgers én de media in het Noorden, Westen, Oosten en Zuiden van Soedan vaak in verschillende mentale werelden te leven.
Het is veelzeggend dat slechts een handvol Noorderlingen in Omdurman nieuws hadden opgevangen over het Akobo massacre –of over de slachtpartijen tussen Dinka en Mundari in oktober en november die honderden levens claimden-, maar dat ze wel talloze krantenberichten over Israel-Palestina hadden gelezen.
Vele inwoners van Khartoem menen dat de perifere gebieden van Soedan dringend moeten ophouden met zich blind te staren op het verleden en de handen uit de mouwen moeten steken om een betere toekomst vorm te geven. Vele gemarginaliseerde gemeenschappen stellen dat dit onmogelijk is zolang de pijn van zowel verleden als heden niet eerst expliciet wordt erkend door Khartoem.
Wat Soedan bovenal mist, zijn visionaire staatsmannen die bereid zijn tegen de stroom in te gaan en de politieke moed durven op te brengen om de vrede en territoriale integriteit te behouden. De enige leider die het Soedanese amalgaam van conservatieve hardliners, Christelijke Dinka veehoeders en verwoeste Nuba gemeenschappen echt kon inspireren was John Garang, de stichter van de SPLM/A die in juli 2005 overleed.
Zelfs Noorderlingen zoals Mohamed Seedon, wiens Shaigiyya het etnische hart van de machtsbasis van de NCP vormt, spreken nog altijd met passie over Garangs droom van een “New Sudan”, een land waar diversiteit als een zege wordt beschouwd, en niet als de hoofdoorzaak van politiek geweld: “Ik zal nooit de dag vergeten dat Dr. Garang naar Khartoem kwam na 22 jaar bush war. Hij sprak over vrede, ontwikkeling en culturele waardigheid voor alle Soedanezen, onafgezien van hun afkomst. Zijn woorden deden me geloven dat dit prachtige Afrikaanse land misschien toch nog iets goed kan bijdragen aan de aarde.”
De inzet kan moeilijk groter zijn. Vele politieke wetenschappers menen dat indien Soedan opnieuw met zichzelf in oorlog treedt, dit conflicten in Tsjaad, Oeganda, Congo en Ethiopië zal doen heropflakkeren. Malik Agar, vice-voorzitter van de SPLM/A en een van de laatste volgelingen van Garang’s unionisme, roept alle Soedanezen én de internationale gemeenschap op om goed na te denken en voorzichtig te handelen: “De toekomst zit er niet rooskleurig uit. We moeten eerlijk zijn over de mogelijke gevolgen van 2011. Indien het Zuiden Soedan verlaat, wordt een implosie van de Soedanese staat à la Somalia een reële mogelijkheid. De volksraadpleging of een nieuwe oorlog zal niet zomaar twee nieuwe landen creëren. Ze zullen Soedan in 6 of 7 verschillende delen breken. En dan kan enkel Allah ons nog redden.”
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift