Somaliland: de buitenechtelijke weduwe in de Hoorn van Afrika

In de turbulente Hoorn van Afrika vormt Somaliland een oase van relatieve vrede en orde. Twintig jaar geleden riep Somaliland de onafhankelijkheid uit. Sindsdien wordt het staatje in het noordwesten van Somalië echter door geen enkel land erkend.

  • MO*/Olivia Rutazibwa MO*/Olivia Rutazibwa
  • MO*/Olivia Rutazibwa MO*/Olivia Rutazibwa
  • MO*/Olivia Rutazibwa MO*/Olivia Rutazibwa
  • MO*/Olivia Rutazibwa MO*/Olivia Rutazibwa
  • MO*/Olivia Rutazibwa MO*/Olivia Rutazibwa

Somaliland voor dummies

Oppervlakte: 137.600 km² (zowat vier keer België)

Kustlijn: 850 km

Bevolking: 3,85 miljoen (de internationale gemeenschap houdt het op twee miljoen)

Hoofdstad: Hargeisa (680.000 inwoners)

Economie 60-65% veeteelt (geiten, schapen, kamelen, koeien) en 20% landbouw voor eigen gebruik. Andere belangrijke bronnen van inkomsten: buitenlandse hulp en geld van de diaspora.

Bron: Somaliland in Figures 2011, Ministerie van Planning

Ruime, lichtglooiende straten in een kalkwitte stad. Een wirwar van ezels, watertanks, qat-standjes, geiten, kamelen, mensen, jeeps, bussen, taxi’s en ontelbaar veel winkeltjes. Op twee uur rijden van de Ethiopische grens ligt Hargeisa, de hoofdstad van Somaliland. ‘In 1991 was negentig procent van Hargeisa verwoest, vier jaar later was de stad bijna volledig opnieuw opgebouwd’, zegt Lady Edna niet zonder trots. ‘We verdienen het dus om onafhankelijk te zijn.’

We zitten in Edna’s bureau, in een ziekenhuis dat haar naam draagt omdat ze het zelf uit de grond heeft gestampt. Edna Adan Ismail was naast minister van Buitenlandse Zaken ook de voormalige First Lady van Somaliland. Ze was de vrouw van “de vader van Somaliland”, wijlen president Mohamed H. Ibrahim Egal (1993-2002). Dit jaar wordt Lady Edna 75, maar het belet haar niet om dag in dag uit met veel energie haar vrouwenkliniek te runnen en met vuur de erkenning van Somaliland te bepleiten. Edna: ‘De internationale gemeenschap zou ons dankbaar moeten zijn dat er toch ergens een rustige haven is in de regio.’

Fans en bondgenoten

Twintig jaar na de onafhankelijkheidsverklaring geniet Somaliland nog steeds geen internationale erkenning. ‘Er moet maar één land voor ons de nek uitsteken’, zegt Ayanle S. Derie, een vertegenwoordiger van Somaliland in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba. Hij hoopt dat hij zelf de erkenning nog zal mogen meemaken.


Grotere kaart weergeven

Op Ethiopië, een van Somalilands meest openlijke bondgenoten, moet hij daarvoor alvast niet rekenen. ‘Wij mengen ons niet in interne aangelegenheden’, zegt de consul van Ethiopië in Hargeisa. Hij windt er geen doekjes om: ‘Wij zijn hier omdat we belangen hebben in Somaliland –toegang tot de Somalilandse zeehaven van Berbera– maar ook vijanden delen –met name Al-Shabaab.’ Die islamistische organisatie actief in Somalië wordt ervan verdacht verantwoordelijk te zijn voor de bomaanslag op 29 oktober 2008 tegen het Ethiopische consulaat in Hargeisa. De schrik zit er vandaag nog altijd goed in. Van buitenaf zijn er nergens zichtbare tekenen dat het om de Ethiopische vertegenwoordiging gaat en meters van het gebouw word ik grondig op de rooster gelegd. Mijn gsm blijft bij de bewaker.

De westerse fans van Somaliland –waaronder Groot-Brittannië, de Scandinavische landen, de EU en de VS– voeren een de facto tweesporenbeleid jegens Somalië en Somaliland, maar prediken officieel nog een verenigd Somalië. ‘De erkenning van Somaliland is een Afrikaanse aangelegenheid’, klinkt het uit die hoek. De Afrikaanse Unie (AU) is dan weer formeel: ‘Het Verdrag van Caïro van 1964 stelt dat er niet meer getornd mag worden aan de grenzen na de dekolonisatie’, aldus een AU functionaris in Addis Abeba. ‘Als we Somaliland erkennen, belanden we in een straatje zonder einde. Er zijn zo veel andere regio’s in Somalië en Afrika –en zelfs binnen Somaliland– die zich willen afscheiden.’

Vóór de onafhankelijkheid

Somaliland was tot 1960 een Brits protectoraat terwijl de rest van het huidige Somalië door Italië gekoloniseerd werd. Na vijf dagen onafhankelijkheid sloot Somaliland zich op 1 juli 1960 vrijwillig aan bij de rest van Somalië. Voor de Somalilanders ging het van meet af aan om een eerste stap in de richting van de Groot-Somalische droom: het verenigen van de vijf Somalische regio’s die door de kolonisatie verdeeld waren. In de jaren zeventig werd echter duidelijk dat de Somalische ster nooit helemaal herenigd zou worden. De Somaliërs in het noordoosten van Kenia gingen bij de onafhankelijkheid in 1963 immers op in de Keniaanse staat. Ook de bevolking van de Frans-Somalische Kust koos in 1977 voor de onafhankelijkheid en riep de staat Djibouti uit. De Somalisch-Ethiopische oorlog van 1977-78 werd beslecht in het voordeel van Ethiopië, waarop de Ogaden-regio bij Ethiopië bleef.

Intussen pleegde Siad Barre in de Republiek Somalië in 1969 een militaire staatsgreep en herdoopte hij het land tot de socialistische Democratische Somalische Republiek. De Somalilanders zagen zich nauwelijks vertegenwoordigd in de centrale overheid in Mogadishu. In hun eigen regio gingen ze gebukt onder discriminatie en mensenrechtenschendingen. Velen vluchtten daarop naar het buitenland. In 1981 werd in Londen de Somali National Movement opgericht. Vanuit hun thuisbasis in de vluchtelingenkampen in Ethiopië voerde die beweging in de jaren tachtig een guerrillaoorlog tegen Siad Barre –samen met andere Somalische rebellenbewegingen. In 1988 groeide het conflict uit tot een echte burgeroorlog en werden Somalilandse steden zoals Hargeisa platgebombardeerd. Tegen 1991, toen Siad Barre van de macht werd verdreven, hadden tot 100.000 mensen het leven gelaten.

In Mogadishu ontstond een felle machtstrijd tussen de verschillende rebellenbewegingen. De Somali National Movement trok zich terug naar Somaliland en riep op 18 mei 1991 de onafhankelijkheid van de Republiek Somaliland uit.

Somalië is niet meer

De AU houdt vast aan een verenigd Somalië, niet in het minst omdat ze –samen met de rest van de internationale gemeenschap– zelf veel middelen en mensenlevens steekt in een militaire missie in centraal en zuidelijk Somalië (AMISOM). Als puntje bij paaltje komt, schuift de AU de hete aardappel door naar de Somaliërs zelf. ‘De AU is net zoals de EU een organisatie van lidstaten, in die zin is Somalië een beetje onze baas’, vertelt een AMISOM-medewerker die ik in de Keniaanse hoofdstad Nairobi ontmoet. ‘Als de Somaliërs ondereen beslissen dat Somaliland zich mag afscheiden, is er voor ons geen probleem’, zegt ook de AU functionaris in Addis.

In Somaliland zijn ze niet onder de indruk van die argumentatie. ‘Met wie moeten we daarover onderhandelen,’ werpt Boobe Yusuf Duale op, een veteraan van de afscheidingsbeweging Somali National Movement. ‘Met Puntland? Met Al Shabaab? Met president Sheikh Sharif en de Federale Transitie Regering? Er is geen instantie die alle Somaliërs vertegenwoordigt en tot wie we ons dus kunnen richten.’ Lady Edna stelt het nog scherper: ‘Somaliland is een politieke weduwe van een land dat niet meer bestaat. Het Somalië waar iedereen het over heeft, is dood. Vragen dat wij onze onafhankelijkheid met hen onderhandelen is zoals een weduwe vragen te wachten op de verrijzenis van haar overleden echtgenoot om de scheidingspapieren te tekenen.’

Op eigen houtje

De Somalilanders hebben zich intussen niet laten afremmen door het uitblijven van de internationale erkenning. Integendeel. In een zeldzaam huwelijk tussen de noden van de lokale bevolking en de hoop op internationale erkenning, timmerden de Somalilanders in de afgelopen twintig jaar met succes aan vrede en verzoening.

Ze maakten ook werk van ontmijning en de ontwapening van milities. Met de hulp van Somalilanders in de diaspora bouwden ze bovendien een bloeiende privésector en een meerpartijenstelsel uit.

Sleutel tot stabiel Somaliland

Een greep uit de redenen waarom Somaliland stabiel is terwijl dat in Somalië maar niet wil lukken:

  • Somaliland was een protectoraat en geen kolonie. De sociale structuren zijn intact gebleven.
  • Somaliland heeft in tegenstelling tot het zuiden van Somalië een vrij homogene clanstructuur. Er is één hoofdclan (Isaaq) en daarnaast heb je enkele kleinere clans.
  • De Somali National Movement was een echte volksbeweging. Ze was afhankelijk van de clans voor manschappen en middelen, en moest hen dus verantwoording afleggen. Na de bevrijding droegen ze de macht over.
  • De Isaaq-clan heeft na 1991 geen wraak genomen op de clans die aan de kant van Siad Barre stonden.
  • De vredesconferenties kwamen er op initiatief en met de middelen van de Somalilanders zelf.

Het verhaal wil dat Somaliland dat helemaal zelf heeft gepresteerd, zonder internationale hulp. ‘Aanvankelijk bleef de internationale gemeenschap op een afstand. Ze dacht niet dat een stabiel politiek proces mogelijk was in deze turbulente regio’, vertelt Dr. Aden Abokor over de beginfase van het democratiseringsproces, rond de eeuwwisseling. ‘Bovendien had ze haar steun al verleend aan de Federale Transitie Regering in de rest van Somalië.’ Abokor stond lange tijd aan het hoofd van Progressio in Hargeisa, een door de EU gefinancierde ngo die van meet af aan nauw betrokken was bij de verkiezingen in Somaliland. Die eerste verkiezingen kwamen er op eigen initiatief en werden nagenoeg geheel gefinancierd door de Somalilanders zelf. Nu worden verkiezingen tot 75 procent gefinancierd door de internationale gemeenschap.

‘Vragen dat Somaliland over zijn onafhankelijkheid onderhandelt met Somalië, is zoals een weduwe vragen te wachten op de verrijzenis van haar overleden echtgenoot om de scheidingspapieren te tekenen.’

‘Het idee dat ze alles zelf hebben gedaan, is tot op zekere hoogte een mythe’, zegt menig westerling die ik hierover aanspreek. ‘Het verzoenings- en vredesproces onder leiding van de Somali National Movement en de oudsten in de jaren negentig was echt iets van hen zelf’, zegt een EU-medewerker in Nairobi. Een Europees onderzoeker in Hargeisa maakt daar op zijn beurt een kleine kanttekening bij: ‘In de vluchtelingenkampen eind jaren tachtig en begin jaren negentig konden de Somalilanders geld in de Somali National Movement steken omdat de internationale gemeenschap instond voor hun noden. Vandaag klopt die mythe al helemaal niet.’

 

Rondrijdend in het Hargeisa van vandaag krijg ik zeker niet de indruk dat de klus hier zonder buitenlandse inbreng wordt geklaard. Langs de kant van de weg prijken overal bordjes met namen van internationale organisaties. Aan de universiteit van Hargeisa hangt op elk gebouw de naam van de gulle weldoener die het financierde.

‘Somalilanders gaan er prat op dat ze geen budgetsteun krijgen, maar per capita vloeit er veel meer geld naar Somaliland dan naar de rest van Somalië’, zegt een EU-ambtenaar in Hargeisa. ‘Dat is omdat projecten hier, in tegenstelling tot de rest van Somalië, effectief geïmplementeerd kunnen worden.’ Die situatie zorgt er wel voor dat er veel organisaties zijn die met budgetten jongleren die veel groter zijn dan het budget van de overheid. Dat resulteert in een zwakke staat, gezien het de privésector en humanitaire organisaties zijn die de basisvoorzieningen en diensten zoals gezondheidszorg en telecommunicatie leveren.

In Somaliland alleen al zijn naar verluidt een driehonderdtal internationale organisaties geregistreerd. Het internationale personeel woont echter vaak in Nairobi, in Kenia. ‘Somaliland wordt als post in risicogebied gezien’, zegt Lady Edna met de nodige verontwaardiging. ‘Maar Hargeisa is veiliger dan Nairobi.’ De EU-beambte geeft toe dat het moeilijk is om het werk te coördineren en geïnformeerde beslissingen te nemen over Somaliland als het personeel in Nairobi zit. Bovendien gaan veel middelen verloren die niet bij de betrokken bevolking terechtkomen.

Mohamed F. Hersi, democratiseringsspecialist bij de Academy for Peace and Development (APD) in Hargeisa: ‘Er is een verschuiving in het beleid van de internationale gemeenschap. Nu komen ze meer naar hier. Maar het geld geraakt nog steeds niet bij de Somalilanders.’ Hersi kleeft een cijfer op de geldverspilling: ‘Van een bedrag van twee miljoen komt maar 300.000 effectief bij de mensen terecht.’

Democratie van eigen makelij

‘We hebben geluk dat de internationale gemeenschap ons links heeft laten liggen’, zegt Boobe, veteraan van de Somali National Movement en vicedirecteur van de APD. ‘Anders hadden we misschien in dezelfde verschrikkelijke situatie als onze broeders in het zuiden gezeten.’ Zijn collega Mohamed Hersi is het daarmee eens: ‘Wanneer mensen met rust worden gelaten, zijn ze in staat hun eigen zaakjes te regelen.’ Die relatieve vrijheid heeft in het democratiseringsproces van Somaliland alvast één interessant resultaat opgeleverd: een moderne centrale overheid met traditionele bestuurselementen.

‘Somaliërs zijn een nomadenvolk en regelen hun geschillen of problemen altijd via de clan-oudsten. Sinds jaar en dag komen die ad hoc samen als Guurti om te bemiddelen en recht te spreken’, zegt Abdillahi Ibrahim Habane. Tijdens het vredesproces in de jaren negentig speelden de oudsten zo een belangrijke rol in de verzoening dat men besloot om het Guurti-systeem mee te nemen naar de nationale politiek en het permanent te maken. ‘Zo kwam er een parlement met twee Kamers: een Lagerhuis met 82 rechtstreeks verkozen volksvertegenwoordigers en een Hogerhuis met 82 oudsten (Guurti), aangesteld door de verschillende clans.’

Abdillahi is de secretaris-generaal van de Guurti en ontvangt me in de gebouwen van het Hogerhuis in hartje Hargeisa. ‘Alle wetsvoorstellen, behalve die over de budgetten, moeten mee door de Guurti worden goedgekeurd.’ Daarmee vormt de Guurti een uiterst machtig orgaan. In de loop der jaren is het volgens velen echter gepolitiseerd geraakt. Vandaag gaan er stemmen op om het mandaat en de aanstelling van de Guurti te herzien. Weinigen willen het echter afvoeren.

Ook de Guurti zelf ziet het belang van hervormingen in. ‘We moeten meegaan met de tijd, maar we moeten iets vinden dat bij onze samenleving past’, zegt Abdillahi. Via hun leden consulteren ze de mensen in de verschillende regio’s hierover. Van een democratische verkiezing van de 82 oudsten, of van vrouwen in de Guurti, wil Abdillahi niet horen. ‘Er is momenteel één vrouw in de Guurti, omdat ze die post van haar man heeft geërfd, maar het gaat in tegen onze traditie.’ Een man die ons gesprek opvangt, spreekt dit lachend tegen. Abdillahi, onverstoorbaar: ‘Als we de Guurti bovendien rechtstreeks gaan verkiezen, wat is dan nog het verschil met het Lagerhuis? Die oudsten worden niet willekeurig van de straat geplukt hoor. In de regio’s komen mensen samen om te bespreken wie ze zullen afvaardigen –een beetje zoals bij de Amerikaanse kiescolleges.’ De vrouwen verwijst hij vriendelijk door naar het Lagerhuis.

Ondanks de verankering van het traditionele in de centrale staat, blijft het hele democratiseringsproces toch vooral een zaak van de elite. ‘Somaliland heeft nooit een sterke centrale staat gekend en het vredesproces was eigenlijk eerst en vooral een sociale verzoening, niet per se gericht op het instellen van staatstructuren,’ zegt Abdullahi M. Odowa, directeur van het Institute for Peace and Conflict Studies aan de Universiteit van Hargeisa. ‘Vandaag zorgen die voor frictie in de samenleving. Tot op het hoogste niveau begrijpen mensen niet hoe het systeem in elkaar zit. Ze gaan vechten om de postjes te verdelen tussen de verschillende clans.’

Betaal je cash of met zaad?

De blijvende invloed van het clan- en familiesysteem laat zich op de meest verrassende momenten gevoelen, ook in de stad. Hibo M. Khayre, medewerkster van het APD vertelt me over Zaad, een betalingsservice via sms. In een land zonder banken- en kaartensysteem en met een munt die zo weinig waard is dat mensen altijd grote bundels bankbiljetten meezeulen, wordt hier dankbaar gebruik van gemaakt. Hibo: ‘Zelfs de waterverkopers die de straten afschuimen met hun ezelskar zullen u vragen: ‘Cash of Zaad?’” Behalve in winkels betalen kunnen Somalilanders met Zaad ook geld naar elkaar sturen. ‘Dat maakt het nog gemakkelijker voor familieleden om geld te vragen. Met een simpel sms’je kunnen ze je om vijf of tien euro vragen en je kan niet eens doen alsof je het niet gezien hebt.’ Ook als versiertruc wordt Zaad gebruikt: ‘Wanneer een jongen je mee uit wilt vragen en je weigert, stuurt hij je via Zaad wat geld, “om er iets leuks mee te kopen”.’ (Lees hierover ook Mobiel bankieren verovert Afrika)

Ooit had ze per ongeluk geld naar de verkeerde persoon gestuurd. Toen ze erom vroeg, stortte die het gewoon terug. ‘Mensen kennen elkaar hier. Er is altijd de kans dat een delegatie van mijn familie naar de zijne zou trekken om het uit te klaren. Zoiets vermijden mensen liever.’ En de gewone rechtbanken dan? ‘Die treden enkel op als een conflict niet via de families opgelost geraakt. Het gerecht duurt lang en kost veel geld. Het zou trouwens opnieuw de familie zijn die geld samenlegt en een advocaat voor me regelt.’

Het lijkt wel alsof er verschillende parallelle werelden bestaan in het Somaliland van vandaag. Die van clan-oudsten en familiebanden die het sociale leven organiseren en bepalen. Die van de diaspora die geld en nieuwe ideeën in het land injecteert. Die van de internationale organisaties en de verkiezingen die er ergens tussenin lijken te hangen.

Het blijft voor de buitenstaander onduidelijk hoe die werelden precies in elkaar passen of welke kant het zal uitgaan met de traditionele elementen. Het antwoord zit allicht in wat zowel Hibo als collega Nasir Osman me over de twee belangrijkste hotels in Hargeisa vertellen: het Mansoor Hotel in het noordwesten en Ambassador Hotel, aan de luchthaven in het zuiden van de stad. Beide voldoen aan de strenge veiligheidsvoorschriften voor de onafgebroken stroom internationale hulpverleners, politici en consulenten. Beide zijn gebouwd door Somalilanders uit de diaspora. Nasir: ‘Toen Mansoor de deuren opende, zorgde dat voor spanningen. De mensen zeiden dat de stad uit evenwicht was. Elke clan heeft immers een eigen zone in de stad. Toen Ambassador Hotel, eigendom van een andere clan, er jaren later bijkwam, zagen de clan-oudsten dat het goed was. De stad was eindelijk terug in evenwicht.’

Lees ook het interview met Lady Edna en de blog die Olivia bijhield tijdens haar reportagereis op MO.be/somaliland.

Deze reportage kwam mede tot stand met de financiële steun van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek in het kader van Olivia Rutazibwa’s doctoraal onderzoek naar het democratiseringsproces in Somaliland.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3205   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur