Dossier: 

Sous le ciel de Brussèl

Eén van de rijkste regio’s van Europa slaagt er niet in de armste helft van zijn bewoners een degelijk onderdak te bieden.

  • CC G odfu CC G odfu

Een maandagmiddag, onthaaltehuis Albatros in de Anneessenswijk. De tafelgenoten hebben voorlopig meer aandacht voor het lapje vlees met champignonroomsaus op hun bord dan voor Willem Defieuws oproep tot actie. Defieuw werkt voor een Brusselse vereniging waar armen het woord voeren en voert mee actie tegen de huisvestingscrisis. Alweer. Al jarenlang kaarten armoedeorganisaties ook de problematiek van betaalbaar wonen in Brussel aan. Het welzijnswerk dreigt door de huisvestingscrisis ontwricht te geraken, klinkt het. Ze zijn de noodplannen beu, willen betonvaste maatregelen om de Brusselse thuisloosheid tegen te gaan.

De onthaaltehuizen en transitwoningen in Brussel slibben dicht. Steeds meer panden worden gekraakt, want er is behoorlijk wat leegstand. Om het probleem aan te pakken, is in 2012 een gewestelijke leegstandscel opgericht. Die bracht bijna 2200 leegstandsdossiers in kaart. 130 woningen werden op de markt gegooid. Vooruitgang op maat van een druppel. 11,5 procent van de Brusselse kantoren en naar schatting zeven procent van de woonpanden zijn verlaten, latente daken boven het hoofd. Het leest net zo averechts als het gegeven dat Brussel, de op twee na rijkste regio van Europa, kampt met een werkloosheid vergelijkbaar met die van Spanje.

‘Er is meer extreme armoede dan vroeger’, zegt Martine Dewinter van centrum De Harmonie in de Brusselse Noordwijk, die al heel wat jaren in de Brusselse wijken werkt. Vooral huisvesting vindt ze een probleem. Mensen wringen zich in bochten om een dak te hebben. ‘Zelfs mensen met een –laagbetaalde– job slapen in auto’s. Dat had je vroeger niet.’

Huurcatastrofe

Of ik zijn zieke stem wel kan verstaan, vraagt Christian Gregoir. Het vorige hoofdstuk van Gregoirs leven leest niet zo vlot. Toen hij zijn ontslag indiende bij zijn werkgever, een tuinarchitect, tekende hij –‘hoe gaat dat?’– onbewust voor een sociale glijbaan. Hij vond niet meteen een nieuwe job, geraakte aan de drank en werd ten slotte uit zijn huis gezet. Als nieuwe thuisloze in Brussel leerde ook Gregoir de daklozenopvang kennen. Met de verbeten steun van zijn zus raapte hij zijn moed bij elkaar en liet zich opnemen in een afkickcentrum. Daar ontdekten ze zijn keelkanker. Sinds februari is Gregoir, nog in volle chemo- en bestralingsbehandeling, één van de dertig gasten in Albatros –én een van de 769 personen in de Brusselse onthaaltehuizen.

Voor kost, inwoning en begeleiding betaalt Gregoir 21 euro per dag. Met dertig dagen in een maand en een OCMW-uitkering van ‘iets meer dan 800 euro’ is het vet algauw van de soep. Gemakkelijk is het niet, maar ‘arm’ hoort hij niet graag. Anderen hebben het moeilijker, zegt hij. Hij heeft alles wat hij moet hebben. Bovendien kondigt zich een nieuw hoofdstuk aan. Met het mogelijke vooruitzicht op een invaliditeitsuitkering en met de steun van Albatros is Gregoir begonnen aan een huizenzoektocht. Maar er gaapt een enorme kloof tussen de huur- en koopprijzen van een Brusselse woning enerzijds en het geld dat de Brusselaars aan wonen kunnen besteden anderzijds.

‘De situatie van de huurders op de Brusselse huurmarkt is ronduit catastrofaal.’ Dat staat niet te lezen in een actiepamflet, wel in het laatste rapport van het overheidsgebonden Brussels Observatorium van de huurprijzen. Op zes jaar tijd is de gemiddelde huurprijs in Brussel met bijna negen procent gestegen. De armste helft van de Brusselaars heeft maar toegang tot zeven, acht procent van een huurmarkt die geen huurrichtprijzen kent.

Een calvarietocht noemt Werner Van Mieghem van de Brusselse Bond recht op wonen de zoektocht naar een betaalbare woning voor Brusselaars met een laag inkomen. ‘41.000 mensen staan op de wachtlijst voor een sociale woning. In 2004 waren er dat 22.500. Dat betekent dat het investeringsplan voor de sociale woningbouw in Brussel al is achterhaald nog voor het deftig werd aangevat.’

De Brusselse regering gaf in 2005 een akkoord voor de bouw van 5000 woningen: 3500 sociale woningen en 1500 middelgrote woningen. Tot nu werden nog maar 1000 sociale woningen gerealiseerd. Dat is volgens Van Mieghem geen kwestie van geldtekort, ‘wel van een te slecht begeleide gewestelijke huisvestingsmaatschappij en de onwil van gemeenten om sociale woningbouw toe te laten op het grondgebied’. Volgens het sociale middenveld ligt het accent van de Brusselse regering te veel op een woonbeleid voor mensen met een middelgroot inkomen en nauwelijks op een sociaal woonbeleid.

Project X pakt onder de vleugels van het OCMW van 1000 Brussel de huurwoningen aan die niet in orde zijn met de Brusselse wooncode. Die legt regels op inzake hygiëne, veiligheid en uitrusting. Het project is een goed –maar nog te stil– antwoord op het groot aantal huurwoningen dat niet in orde is. Bovendien heeft datzelfde OCMW een patrimonium van maar liefst 1800 woningen die grotendeels verhuurd worden aan prijzen die de eigen doelgroep niet kan betalen. Alweer zo’n Brusselse paradox.

De teller staat op 150.000 geregistreerde gezinnen zonder degelijk dak boven hun hoofd. In 1000 Brussel en de centrumgemeenten daarrond nemen bewoners hun intrek in gammele huurhuizen. Mensen die echt geen woning vinden, kunnen in het beste geval terecht in een vorm van samenleven in de dertig Brusselse onthaalhuizen. Daar lopen de maximum verblijfstermijnen intussen op van een half jaar tot een jaar.

Wie niets vindt, wijkt uit.

Solidair wonen

Wie niets heeft, blijft in Brussel.

De Tunesische Younes, dak- en papierloos, is erbij als we een sociale woonwijk bezoeken in Anneessens, hartje Brussel. Een sociale luchtbel met slechte behuizing volgens de wijkopbouwwerker, een droom volgens Younes. Het verschil tussen arm zijn mét, en arm zijn zonder papieren.

Younes laveert al anderhalf jaar tussen de Brusselse kraakpanden. Hij is de stank van urine en vuilnis beu en zoekt naar oplossingen. Die zijn er. De leegstand biedt ruimte voor wie een alternatief wil voor het gebrek aan betaalbare woningen. Koningsstraat 123, een voormalig administratief gebouw, is zo’n vorm van “legaal kraken” die al zes jaar goed draait. De eigenaar, het Waalse Gewest, ging akkoord met een conventie van tijdelijke bezetting. Nu is het gebouw een collectief thuis voor zestig bewoners.

Younes stapte mee in het project Leeggoed, een samenwerkingsverband tussen Brusselse sociale organisaties en thuislozen. Ze zijn in onderhandeling met de Elsense sociale huisvestingsmaatschappij om een paar panden te bezetten en renoveren. Ze liggen in een Elsens tuinwijkje en zouden sowieso nog jaren blijven leegstaan.

Voorlopig is ook dat een calvarietocht. ‘Het gaat traag, maar hopelijk komen we met een portie geduld tot structurele oplossingen’, zegt Lien Gijbels van Samenlevingsopbouw Brussel, één van de organisaties die mee de schouders zet onder project Leeggoed.

Westwaarts, ergens in Kuregem, knapten ingenieur Jan Janssen en doctorandus Isabel Berckmans een leegstaand pand op om er te gaan samenwonen met een gezin en een alleenstaande minderjarige zonder papieren. Een antwoord van twee meer fortuinlijke burgers op de precaire woonsituatie van de Brusselse aangestranden, zo noemen ze het.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur