Staatloos in Europa

Mijn thuis is nergens

Ze kunnen niet legaal werken, stemmen, een arts bezoeken, reizen. Ze bestaan niet voor de wet, en dus nemen ze niet deel aan het openbare leven. Nergens in de wereld hebben ze verblijfsrecht. Els Duran en Evelien Vehof reisden de wereld rond om enkelen van de 12 miljoen staatlozen te portretteren.

  • Evelien Vehof Khalid is staatloos maar kan dat niet bewijzen. Evelien Vehof
  • Evelien Vehof Marianna Varga voor het schuurtje waarin ze woont. Ze was de eerste officieel staatloze in Hongarije. Evelien Vehof
  • Evelien Vehof Sergei Kruk, staatloos in Letland: 'Ik voel nog liever de vernedering als ik mijn niet-burgerpaspoort moet tonen.' Evelien Vehof

Een regenachtige middag in het centrum van Amsterdam. Khalid loopt voor de zoveelste keer naar het Houten Huys, een instelling die verbonden is met de protestantse kerk van Nederland. ‘Zij zijn de enigen die me helpen met opvang.’ Khalid werd geboren in Somalië, maar kan dat niet bewijzen aan Nederland. ‘Ik heb nu achttien maanden in vreemdelingendetentie gezeten. Nederland wilde me uitzetten naar Somalië, Kenia en Tanzania. Maar nergens ben ik welkom.’ Khalid heeft geen idee waar hij naartoe moet met zichzelf.

Wereldwijd zijn er meer dan 12 miljoen mensen zoals Khalid, zonder nationaliteit, zonder burgerschap. Niet alleen in Azië, Afrika en Amerika, ook in Europa leven vele staatlozen. De meeste lidstaten hebben de VN-verdragen inzake staatloosheid uit 1954 en 1961 ondertekend. Die verdragen erkennen staatloosheid als probleem en onderschrijven de urgentie om het te voorkomen en tegen te gaan. De meeste lidstaten hebben ook de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens ondertekend, die het recht op een nationaliteit erkent. Toch worden er nog voortdurend nieuwe staatlozen geboren, ook in Europa.

Staatloos in België

Staatloosheid komt ook in België voor. Het Commisariaat Generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS) heeft, anders dan de naam doet vermoeden, op dit moment geen bevoegdheid om staatlozen een status te geven. Alleen rechtbanken kunnen bij individuele gevallen staatloosheid erkennen. Het probleem is dat er geen rechten verbonden zijn aan de status. Zo verkrijgt een erkende staatloze niet automatisch het recht om in België te verblijven.

Volgens Véronique De Ryckere, die momenteel voor de UNHCR een onderzoek omtrent staatloosheid in België afrondt, is het enige aantal dat bekend is een groep van tussen 600 en 700 erkende staatlozen die een verblijfsvergunning voor drie maanden hebben gekregen. Het werkelijke aantal staatlozen in België ligt waarschijnlijk hoger. In het huidige regeerakkoord is opgenomen dat het CGVS de volledige bevoegdheid zal krijgen om de status staatloos te verlenen. De UNHCR raadde eerder al aan om de procedure tot erkenning van staatloosheid te verbeteren en om erkende staatlozen elementaire rechten en, in principe, verblijfsrecht in België te geven. Het UNHCR-rapport over staatloosheid in België verschijnt deze zomer.

Niet-burgers

‘In 1988, toen Letland nog deel uitmaakte van de Sovjet-Unie, werkte ik als journalist voor een Russischtalig radiostation’, begint Sergei zijn verhaal. ‘Ik maakte stukken over democratie en een mogelijk onafhankelijk Letland. “Voor onze vrijheid en die van u”, de slogan van de onafhankelijkheidsbeweging, nam ik heel serieus. Toen werd de onafhankelijkheid uitgeroepen, ik herinner het me alsof het gisteren was. We waren allemaal zó opgetogen. Tot we de krantenkoppen lazen. “Russisch sprekende gemeenschap krijgt geen Lets staatsburgerschap.” Het was als een klap in mijn gezicht. Ik voelde me verschrikkelijk verraden.’


Sergei Kruk © Evelien Vehof

Sergei Kruk is hoofddocent aan de universiteit van zijn geboortestad Riga. Na de onafhankelijkheid in 1991 werd hij staatloos – of, zoals de Letten het noemen, “niet-burger”. Vrijwel alle Letten die Russisch spraken, vielen in deze categorie. Ze kregen een paspoort, maar daarin stond geschreven ‘burger van de voormalige Sovjet-Unie’; Lets burgerschap was niet weggelegd voor hen. Vandaag de dag leven er 290.660 niet-burgers in Letland, dat is 14 procent van de totale bevolking. Die mensen hebben (ongeveer) dezelfde economische en sociale rechten als gewone burgers en ze betalen belastingen. Maar flink wat beroepen mogen ze niet uitoefenen. En vooral: niet-burgers hebben geen stemrecht.

Waar kwam het besluit vandaan om zo veel mensen uit te sluiten van deelname aan de nieuwe Letse samenleving? Sergei klinkt ontgoocheld als hij erover praat. ‘De Sovjetperiode wordt hier officieel beschouwd als een tijd van bezetting. Wij krijgen daar direct of indirect de schuld van. Het enige waar ze destijds naar keken, was de nationaliteit van mijn ouders. Ik was voor hen een Rus en dat ben ik nog altijd in hun ogen. Russen willen ze er niet bij hebben.’

Letland biedt zijn ‘niet-burgers’ de kans om burger te worden door een naturalisatie-examen af te leggen. Sergei weigert dat examen te doen: ‘Wat betekent burgerschap nog in een land dat 15 procent van zijn inwoners uitsluit van politieke rechten? Bovendien gaat het me veel te ver: ik spreek vloeiend Lets, ben hier geboren en werk aan de universiteit van Riga, en nog moet ik bewijzen dat ik het Letse staatsburgerschap verdien.’

Sommige niet-burgers in Letland leggen het naturalisatie-examen zonder mopperen af, geven niets om politieke rechten of zijn zo oud dat ze de Letse taal gewoon niet meer willen leren. Sergei is echter een van de niet-burgers die heel bewust de keuze maken staatloos te blijven. ‘Ik voel nog liever de vernedering als ik mijn niet-burgerpaspoort toon aan een douanier. Ik accepteer liever dat ik nooit professor zal kunnen worden, dat ik geen politieke rechten heb, dan dat ik op deze manier de Letse nationaliteit moet verkrijgen.’

Alvorens Letland in 2004 kon toetreden tot de Europese Unie stelde Brussel een aantal eisen. Zo moest het voor niet-burgers makkelijker worden om te naturaliseren tot Let. De Letse regering verlaagde de prijs van het naturalisatie-examen en versoepelde de taalvereisten voor bijvoorbeeld ouderen. Over de inhoud van het examen of de verdere behandeling van niet-burgers zei Europa niets.

Naakte mens

Het probleem van de staatloosheid in Europa hangt nauw samen met de bewogen twintigste eeuw van het continent. Toen na de Eerste Wereldoorlog grote imperiums zoals Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk uit elkaar vielen, was een massa staatlozen het resultaat. Al in 1935 ontnam Duitsland alle Joden het staatsburgerschap. Ook vele Roma werden staatloos. Na de Tweede Wereldoorlog behoorden zij tot de grootste groepen staatlozen in Europa.

Hannah Arendt, politiek filosoof, ontvluchtte nazi-Duitsland en was zestien jaar staatloos voor ze het Amerikaanse burgerschap verwierf. ‘Als staatloze ben je niets meer dan een naakte mens’, schreef ze in 1951. ‘Het rampzalige voor staatlozen is niet dat ze beroofd worden van het leven, de vrijheid en het nastreven van geluk (…) maar dat ze niet langer tot welke gemeenschap ook behoren. (…) Niet dat ze niet gelijk zijn voor de wet, maar dat voor hen geen wet bestaat; niet dat ze verdrukt worden, maar dat niemand er zelfs maar op uit is hen te onderdrukken.’

Door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en Joegoslavië in de jaren tachtig en negentig kwamen er vele staatlozen bij in Europa. Ook immigratie uit andere werelddelen – Somaliërs en Palestijnen bijvoorbeeld – heeft het leger staatlozen in Europa vergroot.

Gebroken

Khalid Jamadi (30) verblijft als staatloze al vijf jaar illegaal in Nederland. ‘Ik ben een Bajuni, een etnische minderheid in Somalië. We worden gediscrimineerd, verjaagd, we krijgen geen Somalisch paspoort. Met de papieren van mijn oudere neef, die ook Khalid heet, ben ik naar Nederland gevlucht.’

Ik was staatloos in Somalië, nu ben ik staatloos in Nederland. Ik kan niets opbouwen, maar ik kan ook niet weg.

Ik was staatloos in Somalië, nu ben ik staatloos in Nederland. Ik kan niets opbouwen, maar ik kan ook niet weg.
Khalids asielaanvraag werd niet ontvankelijk verklaard. Sindsdien bracht hij anderhalf jaar in detentie door. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) gelooft zijn verhaal niet en probeerde hem terug te sturen naar Kenia en Tanzania, zelfs naar Somalië. ‘Ik was gebroken na al die jaren van onzekerheid en detentie. Het kon me niets schelen dat ik teruggestuurd werd naar Somalië, waar ik waarschijnlijk óf vermoord zou worden omdat ik Bajuni en gevlucht was, óf niet eens zou worden toegelaten.’

Met een laissez passer, een tijdelijk reisdocument, kon Khalid onder begeleiding van de IND naar Somalië reizen. Maar hij werd opgepakt op het vliegveld van Mogadishu en daarna vastgezet. ‘Na een week vol martelingen smeekte ik of ik terug mocht naar Nederland.’ Daar begon het hele gedonder opnieuw: hij moest zich aanmelden, zonder paspoort. En ook de rest van het verhaal herhaalde zich. ‘Ik was staatloos in Somalië, nu ben ik staatloos in Nederland. Ik kan niets opbouwen, maar ik kan ook niet weg. Ik weet dat het geen zin heeft om naar een ander Europees land te vluchten en daar asiel aan te vragen. Ik ging naar België en Zwitserland, maar ze stuurden me terug naar Nederland, want daar was ik het eerst aangekomen.’

Staatloos in Nederland

VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR telt 2062 geregistreerde staatlozen in Nederland (1 januari 2010). Maar in werkelijkheid zijn het er waarschijnlijk veel meer. In Nederland verblijven 83.007 niet-gedocumenteerden, mensen die geen bewijs hebben van hun nationaliteit. Strikt genomen zijn dat staatlozen: misschien hebben ze officieel wel een nationaliteit, maar ze genieten op dit moment geen bescherming van die staat. ‘De nationaliteit van de facto staatlozen is in feite niet effectief’, schreef de UNHCR in een rapport over staatloosheid in Nederland (december 2011).

Een belangrijke conclusie van dat rapport is dat er in Nederland nauwelijks beleid is voor staatlozen. Rene Bruin, hoofd van de UNHCR voor Nederland: ‘Nederland heeft alleen de buitenschuldverklaring om aan te tonen dat een land een persoon niet als burger wil, maar heeft geen procedure voor staatlozen om vast te stellen dat ze werkelijk staatloos zijn.’ Zonder de officiële status “staatloos” kun je geen verblijfsvergunning aanvragen, laat staan een nationaliteit.

Heeft Brussel iets te zeggen over het beleid van de lidstaten inzake nationaliteit? Viviane Reding, Europees commissaris van Justitie, Grondrechten en Burgerschap: ‘Nationaliteit en daardoor ook burgerschap zijn het privilege van de natiestaat. De Europese Unie heeft daar eigenlijk niets over te zeggen. De verantwoordelijkheid van de EU zit hem in het volgende: als een burger de grens over gaat naar een andere lidstaat, dan moet hij dezelfde rechten krijgen als een burger van dat land. Wij moeten ervoor zorgen dat het vrije verkeer van burgers binnen de Europese Unie gerespecteerd wordt.’

Toch moet op Europees niveau meer mogelijk zijn, vindt Laura van Waas, onderzoeker en manager van het programma ‘statelessness’ aan de Universiteit van Tilburg. ‘De EU-lidstaten hebben bijvoorbeeld afgesproken hoe lang iemand in vreemdelingendetentie mag zitten. Op het moment dat een land die maximale duur overschrijdt, mag het door een andere lidstaat op de vingers worden getikt, en dat kan leiden tot een zaak bij het Europees Hof van de Rechten van de Mens. Meer zaken zouden daar dus uitgevochten kunnen worden in plaats van op nationaal niveau.’ Laura van Waas richtte samen met een aantal wetenschappers het European Network on Statelessness op. Daarmee proberen ze de politiek, het publiek en de studenten in aanraking te brengen met het fenomeen staatloosheid en advocaten inzicht te bieden in de rechtsgang op Europees niveau.

Hongarije

Verrassend is dat Hongarije, dat niet bekendstaat om zijn tolerant beleid ten aanzien van vreemdelingen, een van de weinige landen is met een wetgeving voor staatlozen. Sinds 2007 is in de vreemdelingenwet vastgelegd dat staatlozen, als ze voldoende bewijs kunnen voorleggen, een legale status kunnen verkrijgen. De status ‘staatloos’, die te vergelijken is met een officiële vluchtelingenstatus, geeft een persoon verblijfsrecht. Hij of zij kan dan legaal werken en heeft recht op zaken als ziekteverzekering, onderwijs en een uitkering.

Mariana Varga (58) kreeg als eerste in Hongarije de officiële status “staatloos”. ‘Toen ik erachter kwam dat ik staatloos was, voelde dat aan alsof ik in een vacuüm gezogen werd, zonder einde. Nu ik de officiële status staatloos heb, kan ik mezelf in ieder geval weer identificeren. Ik heb gratis toegang tot de gezondheidszorg en kan in de toekomst misschien zelfs een Hongaars staatsburger worden.’


Mariana Varga © Evelien Vrehof

Mariana’s achtergrond is enigszins vergelijkbaar met die van staatlozen in Letland. Ze verhuisde rond 1990 met haar man vanuit de Sovjet-Unie naar Hongarije. Toen de Sovjet-Unie uiteenviel, verbleef ze in het buitenland. Daardoor verkreeg ze niet automatisch een nieuwe nationaliteit. Bovendien kon ze Hongarije niet verlaten, aangezien haar Sovjetpaspoort ongeldig was. ‘Toen ik naar de Russische ambassade ging om te vragen of Rusland me erkende als Russisch staatsburger, zeiden ze me doodleuk dat als ze mij het burgerschap zouden geven, ze iedereen Russisch staatsburger konden maken.’

Hoewel Mariana nu officieel mag werken in Hongarije, is een baan vinden een groot probleem. ‘De status staatloos bestaat vijf jaar en er is nauwelijks bekendheid over. Mogelijke werkgevers kijken vaak vol ongeloof naar mijn documenten.’ Zelfs bij overheidsinstanties roept Mariana’s status vragen op. ‘Ik moest ooit op het gemeentehuis zijn. Toen ik mijn staatloze paspoort toonde aan de vrouw achter de balie, viel haar mond open van verbazing. Ze had zoiets nog nooit gezien. Ze vroeg me waar ik het vandaan had.’

Tamas Molnar, een medewerker van het ministerie van Binnenlandse Zaken in Boedapest die grotendeels verantwoordelijk is voor het beleid, geeft toe dat er een probleem is: ‘Het beleid is nog niet perfect. Maar de grootste winst is dat het voor staatlozen nu mogelijk is erkend te worden. Dat is een eerste stap om uit het juridische vacuüm te geraken waar staatlozen vaak in verkeren.’

Lichtpuntje

Staatlozen ontberen het recht op recht. Ze zitten opgesloten in een land dat hen niet erkent. En in vele gevallen is er geen enkele uitweg. Een klein lichtpuntje is dat de UNHCR in de voorbije twee jaar hard gewerkt heeft om staatloosheid onder de aandacht van publiek en politiek te brengen. De hoop is nu dat natiestaten in Europa en elders in de wereld inzien dat zij de sleutel in handen hebben om staatlozen een rechtvaardig bestaan te geven, door hun staatloosheid te erkennen.

‘Het lijkt wel alsof ik voor altijd gevangen zit in dit land dat me niet wil helpen’, zegt Khalid. ‘Ik zou dolgraag naar Kenia gaan, wat mij betreft zelfs naar Nigeria of Syrië. Als ik maar weg ben uit Nederland.’

Lees meer verhalen over staatloosheid op citizensofnowhere.net, de website van de auteurs.


Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3100   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift