Stadsvernieuwing in Molenbeek

Actieve burgers in passiefwoningen

Op een boogscheut van metrostation Zwarte Vijvers in Molenbeek wonen sinds kort dertien gezinnen op een unieke site: een vrolijk sociaal wooncomplex, opgetrokken in hout en volgens de regels van passiefbouw. Sociale cohesie in zijn nieuwste vorm.

‘Het toilet met douche.’ Ze opent de deur van het kleine kamertje. ‘Hier staat ook het centrale ventilatiesysteem dat de luchtafvoer en -toevoer regelt.’ Een verwarmingsketel heeft ze niet nodig, het enige verwarmingstoestel in huis is een klein elektrisch brandertje ‘voor je weet maar nooit’. Joséphine Mukabucyana vervolgt haar rondleiding door haar nieuwe ecowoonst: een ruim en –ondanks het druilerige herfstgrijs– licht duplexappartement. Ze toont de twee houten terrassen en vraagt niet te letten op de rommel die schijnbaar enkel in haar blikveld ligt. De Rwandees-Belgische alleenstaande moeder met vier kinderen is sinds juli 2010 de trotse bewoner van nummer elf in de Finstraat in Molenbeek. Haar appartement is onderdeel van L’Espoir, een uniek complex van veertien sociale passiefwoningen.

De kleurrijke houtskeletbouw ligt in een wijk van Sint-Jans-Molenbeek, beslist geen middenklassebuurt. Integendeel, de omgeving van de Finstraat kent een verleden van “achtergestelde buurt”: een grauw getto met de nodige oostblokuitstraling. Die erfenis loert nog om de hoek. Zo heeft een stapel zwerfvuil, die wat verderop de stoep verspert, naar verluidt zijn vaste stek. Zodra hij verwijderd wordt, ligt er een dag later een nieuwe. Maar L’Espoir en de transformatie van een nabijgelegen voormalig fabrieksgebouw tot woon- en atelierruimte voor artiesten, blazen wel degelijk een nieuwe, frisse wind door de wijk. Geert De Pauw, medewerker van buurtcentrum Bonnevie, heeft er vijftien jaar Molenbeekervaring op zitten. Hij heeft de gemeente positief zien evolueren, vertelt hij. ‘Maar tegelijk blijft een van de grote problemen hier het tekort aan sociale of betaalbare woningen. Het wordt steeds moeilijker om er nog een te vinden.’ Het Brusselse Woningfonds bevestigt dat het recht op huisvesting in heel het Brussels gewest steeds moeilijker te garanderen is. De oorzaken zijn bekend: de gezinsinkomens stijgen niet of in elk geval veel trager dan de vastgoedprijzen en bovendien neemt de Brusselse bevolking steeds verder toe.

klimaatvriendelijk

De massale noodkreet om woningen en een gunstig subsidieklimaat liggen aan de basis van het project L’Espoir. ‘De urgente vraag naar degelijke behuizing is het grootste bij uitgebreidere gezinnen die door hun lage inkomens uitgesloten zijn van de koopmarkt’, zegt De Pauw. ‘Goedkope huizen waren al verhuurd of verkocht voor ze bij wijze van spreken publiek gemaakt werden.’ Omdat vooral niet-Belgen het moeilijk hebben een betaalbare woonst te vinden voor hun kroostrijke gezinnen, sloegen Bonnevie en vluchtelingenorganisatie CIRE de handen in elkaar. Ze gingen op zoek naar de geschikte formule om betaalbare woningen uit de –nauwelijks beschikbare– grond te stampen, in samenspraak met zestien geselecteerde kandidaat-gezinnen. De volledige participatie van de toekomstige bewoners was immers een basisvoorwaarde.

De transformatie van een voormalig fabrieksgebouw tot woon- en atelierruimte voor artiesten blaast een frisse wind door de wijk.

Het Brussels Woningfonds nam de taak van bouwheer op zich. Het kocht in 2007 het terrein van de gemeente voor 65.700 euro in het kader van een wijkcontract, een herwaarderingsprogramma van het Brusselse gewest. Het pilootproject maakt deel uit van het huisvestingsplan binnen het Grootstedenbeleid en kreeg ook via dat kanaal een stevige financiële injectie. Ruim drie jaar, vele partners en een architectonische uitdaging later, is het project Finstraat een pilootproject geworden in Brussel, dat veel belangstelling rekent. Vooral de combinatie van passiefbouw en een familiaal appartementencomplex is nieuw. L’Espoir kreeg het passiefhuiscertificaat, wat een bijkomende subsidie van bijna 150.000 euro oplevert. De constructie is zeer energiezuinig geworden, met een maximum K-waarde van vijftien (de K-waarde is de globale isolatiewaarde van een gebouw. Hoe lager, des te beter het huis geïsoleerd is). Op het groendak staan zonnepanelen om het water voor douche en bad op te warmen. ‘Die energielage invulling kwam er op vraag van de huidige bewoners, niet van ons’, vertelt Geert De Pauw. Omdat de steeds hogere energiefacturen een belangrijke hap uit het gezinsbudget nemen, was een energielage bouw voor de kandidaatbewoners prioritair op hun verlanglijstje. De ecologische houtconstructie bleek bovendien veruit de goedkoopste optie.

actief burgerschap

De huidige bewoners betaalden tussen de 148.000 en 203.000 euro voor hun nieuwe huis. Hun lening aan twee procent betalen ze op dertig jaar terug aan het Woningfonds, in hun budgetplannen worden ze bijgestaan door Bonnevie en CIRE.

Zowel Joséphine Mukabucyana als haar onderbuur Fadel Lahoussine woonden vroeger in schamele behuizingen. Veel willen ze er niet over kwijt. Mukabucyana vertelt dat ze in panden woonde waar zelfs geen verwarmingselementen aanwezig waren, waardoor haar kinderen in onverwarmde ruimtes zonder privacy moesten studeren. ‘Houd het op een catastrofale en veel te kleine behuizing voor vijf kinderen’, aldus Lahoussine. Hij had de hoop opgegeven ooit nog in een warme, gezellige thuis te wonen. ‘Zodra de bouwwerken startten, ben ik elke dag naar de werf gegaan om het toekomstige huis voor mijn kinderen te zien groeien’, vertelt Lahoussine. ‘Nu we er wonen, is onze levenskwaliteit enorm gestegen.’ En hij heeft er een nieuwe familie bij gekregen, voegt hij eraan toe: de mede-eigenaars met wie hij jarenlang aan de vergadertafel zat om dit gezamenlijke project af te werken. ‘Het is niet altijd gemakkelijk geweest, maar we hebben bewezen dat je met tien verschillende nationaliteiten en culturen kan samenwerken en -leven.’ Ze zijn actievere burgers geworden, zeggen ze. Hun burgerschap stopt niet nu ze in hun huis wonen. Mukabucyana haalde intussen een diploma sociaal werk en doet haar eerste interimjob bij Bonnevie. En Lahoussine noemt zichzelf een ambassadeur van L’Espoir. Er staan nog genoeg uitdagingen op de lijst, zoals het wegwerken van de vuilnisbelt, de organisatie van een buurtfeest, het streven naar meer groen en kindvriendelijke plekken in de buurt.


Recht op grond

Zestien Brusselse organisaties –waaronder Bonnevie, Samenlevingsopbouw, Bral en de Bond voor het Recht op Wonen– richtten in 2010 een Community Land Trust op. Hun inspiratie haalden ze in de Verenigde Staten. Het principe is dat de trust (letterlijk: een vorm van bedrijfsconcentratie waarbij de verschillende bedrijven zich onder één gemeenschappelijke leiding stellen) grond aankoopt. Mensen kopen een woning maar niet de grond waarop die woning staat. Via dat woonprincipe kunnen burgers met een beperkt budget alsnog een betaalbare en comfortabele woning aanschaffen. Ook L’Espoir ondertekende het charter.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur