Stakingsgolf in Egypte

Meer dan twee miljoen werknemers namen de voorbije jaren deel aan meer dan drieduizend acties in Egypte. Maar aangezien dat niets met moslimfundamentalisme te maken heeft, blijft de sociale beweging onzichtbaar voor onze media. Dirk Wanrooij bericht vanuit Caïro.
Een tiental arbeiders protesteert voor de Libanese Ambassade in een van de rijkere buurten van Caïro. ‘Wij vertegenwoordigen honderden afwezigen die ons volledig steunen, maar die te bang zijn om te komen’, zegt organisator Khalid Ahmed. Op borden en vlaggen hebben ze hun eisen geschreven: loonsverhoging, een jaarlijkse winstdeling zoals beschreven in hun contracten en een zorgverzekering die hen indekt tegen de gevolgen van werken met gevaarlijke stoffen. Het zijn arbeiders van Future Pipe Industries, een Libanees-Amerikaans multinationaal bedrijf, volgens zijn eigen website ‘de mondiale leider in de grote diameter glasvezelpijpindustrie’.
Chemicaliën gebruikt in de productie van de pijpen zijn schadelijk voor de gezondheid. Verschillende arbeiders van FPI lijden aan de gevolgen en moeten zelf opdraaien voor de kosten. De Egyptische tak van het bedrijf is de enige waar arbeiders nog steeds onbeschermd in aanraking komen met de chemicaliën, die door een gebrek aan wetgeving niet verboden zijn zoals elders. Drie jaar geleden besloten de arbeiders van FPI dat ze het niet meer zouden pikken. De eigenaar van de fabriek negeerde hun verzoeken en ontsloeg de leiders van de campagne. Een van hen, Mohammed Saïd: ‘Wij hebben het recht aan onze zijde, maar de overheid kiest de kant van de eigenaar.’
Khaled Ali, advocaat gespecialiseerd in arbeidsrecht en directeur van het Egyptisch Centrum voor Economische en Sociale Rechten, bevestigt dat: ‘De wet houdt eigenaars de hand boven het hoofd en stelt hen in staat hun verplichtingen ten opzichte van hun werknemers te ontwijken. Het beleid van de overheid is om het land aantrekkelijk te maken voor buitenlandse investeringen. Dat doen ze door een goedkope en machteloze, werkende bevolking te creëren.’
Maar sinds een aantal jaren broeit het in de Egyptische industriële sector. In een land waar onafhankelijke politieke initiatieven en vakbonden verboden zijn, is sinds 2006 de grootste stakingsbeweging actief sinds de jaren veertig van de vorige eeuw.

Kettingreactie


Veruit de meeste Egyptenaren leven in steden en industrie is de op een na grootste economische sector van het land. Voormalig president Anwar Sadat introduceerde het zogenaamde Opendeurbeleid, een verschuiving van het Arabisch socialisme van zijn voorganger Nasser naar een neoliberaal vrijemarktsysteem. De economie werd opengesteld voor buitenlandse investeerders die afkwamen op de lage lonen en relatief zwakke positie van Egyptische loonarbeiders. Onder huidig president Mubarak, aan de macht sinds 1981, is dat proces in een stroomversnelling terechtgekomen. In de jaren tachtig en negentig werden publieke bedrijven en instellingen aan een hoog tempo en tegen relatief lage prijzen verkocht.
In 2004 werd een nieuw kabinet aangesteld onder leiding van huidig premier Ahmed Nazif. Dat kabinet heeft de Egyptische economie de laatste jaren letterlijk in de uitverkoop gezet. Volgens advocaat Khaled Ali is dat een van de voornaamste redenen voor de heropleving van de arbeidersstrijd de laatste jaren.
Het was in Mahalla El-Kubra, een drukke industriestad in de Nijldelta ten noorden van Caïro, dat het startschot werd gegeven voor een beweging die door verschillende onderzoekers de grootste sociale beweging in het Midden-Oosten wordt genoemd. Arbeiders van Misr Spinning and Weaving Company, een katoenfabriek die werk biedt aan meer dan 25.000 mensen, legden in december 2006 massaal het werk neer.
Geruchten over een aanstaande privatisering en een niet nagekomen belofte van premier Nazif over loonsverhoging voor alle werknemers in de publieke sector deden de bom barsten. Ongeveer tienduizend arbeiders namen vervolgens vier dagen lang bezit van het plein tegenover de fabriek. Ze haalden een flinke bonus binnen, een toezegging dat privatisering niet door zou gaan en tien procent van de winst wanneer deze hoger zou uitvallen dan zestig miljoen Egyptische pond.
Journalist Hisham Fouad van dagblad al-Arabi: ‘In de daarop volgende maanden legden duizenden arbeiders in de delta het werk neer om hetzelfde te eisen als in Mahalla El-Kubra. In vrijwel alle gevallen werden de eisen van de arbeiders ingewilligd. Dat zette een kettingreactie in gang die nog altijd niet uitgewerkt is. Ongeveer twee miljoen mensen hebben tot nu toe deel genomen aan meer dan 3000 acties in uiteenlopende sectoren als de advocatuur, zorg, staal- en katoenindustrie, openbaar vervoer en ambtenarij.’

‘De enorme winsten verdwijnen naar het buitenland en in de zakken van een kleine binnenlandse elite.’
Stijgende winsten, dalende koopkracht


Egypte, met zijn gemiddelde economische groei van zeven procent tussen 2005 en 2008,  wordt door liberale economen vaak aangehaald als een voorbeeld van een ontwikkelende economie op de goede weg. Maar van de ongeveer tachtig miljoen Egyptenaren leeft de overgrote meerderheid rondom of onder de armoedegrens, terwijl de enorme winsten verdwijnen naar het buitenland en in de zakken van een kleine binnenlandse elite.
Volgens Ahmed Sayed El-Naggar, als econoom verbonden aan het al-Ahram Centrum voor Politieke en Strategische Studies, hebben hoge inflatie, stijgende prijzen en stabiele lonen de levenstandaard voor een groot deel van de bevolking structureel verslechterd. Statistieken van de Wereldbank bevestigen dat beeld. Tussen 1984 en 1999 daalde het reële loon in de industriële sector met 262 euro terwijl de productiviteit of meerwaarde per arbeider in dezelfde sector 1728 euro gestegen is.

‘Protesteren tot we erbij neervallen’


Egypte bevindt zich in een overgangsfase. De 82-jarige Mubarak heeft nooit een opvolger of vicepresident aangesteld. De verwachting is echter dat de president zijn jongste zoon, de alom gehate Gamal, klaarstoomt om zijn positie over te nemen. Gamal bekleedt nu al een hoge positie binnen de partij van zijn vader en wordt sterk geassocieerd met het privatiseringskabinet van premier Nazif. Een andere economische koers ligt dus niet in de lijn der verwachting. Vandaar dat Hisham Fouad verwacht dat de beweging haar hoogtepunt nog lang niet bereikt heeft.
Voor de arbeiders van FPI ziet de toekomst er echter somber uit. De organisatoren van het protest zijn door de leiding, die niet beschikbaar was voor een reactie, op non-actief gesteld in een poging de arbeiders monddood te maken. De uitslag van een rechtszaak die de arbeiders hebben aangespannen om hun ontslag aan te vechten, kan twee jaar op zich laten wachten. In de tussentijd ontvangen ze geen loon. Mohammed Saïd vat hun situatie samen: ‘We blijven protesteren tot we erbij neervallen. We hebben niets te verliezen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift