Steeds grotere kloof tussen arm en rijk in Portugal

Portugal heeft de grootste kloof tussen arm en rijk in heel Europa, en het wordt er niet beter op. De lonen van topmanagers zijn de hoogste in Europa en blijven sneller stijgen dan het loon van de arbeiders.
Portugal heeft de best betaalde topmanagers in Europa, maar de arbeiders hebben de laagste koopkracht van de hele Unie. Een topmanager verdient in Portugal meer dan zijn collega’s Frankrijk, Italië of zelfs Duitsland. In de Portugese staatsbedrijven zijn de hoogste salarissen 27 keer hoger dan de laagste. Dat blijkt uit een rapport van de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling.

Economen wijten de verslechterende situatie sinds de Socialistische Partij (PS) aan de macht is aan Eerste minister José Sócrates, die vasthoudt aan neoliberale principes en vindt dat de markt de lonen van topmanagers moet bepalen.

Het gemiddelde loon van de Portugese topmanagers is meer dan 28.000 euro per maand, en dat loon wordt gemiddeld veertien keer per jaar uitbetaald. Daarnaast genieten ze van bonussen, percentages op de winst en extralegale voordelen zoals een bedrijfswagen, brandstof en ongelimiteerde dekking van onkosten. Zo kan het inkomen oplopen tot meer dan 60.000 euro per maand.

In andere Europese landen zoals Duitsland is een debat op gang gekomen over de “onrechtvaardigheid” van de lonen van topmanagers, die soms tien keer hoger liggen dan het gemiddelde loon van de werknemers. Maar in Portugal lijkt niemand wakker te liggen van het feit dat Vítor Constâncio, de gouverneur van de nationale bank, tweeënhalf keer meer verdient dan zijn collega in de Verenigde Staten.

Kritiek van de president

In zijn nieuwjaarsspeech gaf president Aníbal Cavaco e Silva onrechtstreeks kritiek op Sócrates toen hij het probleem van de kloof aankaartte in zijn nieuwjaarsspeech.

De president, zelf econoom en voormalig Eerste minister van 1985 tot 1995, vindt de hoge salarissen onverantwoord en buiten elke proportie. “We kunnen niet anders dan bezorgd zijn om de ongelijkheid in de verdeling van rijkdom die blijkt uit de statistieken”, zei hij. De krant Jornal de Negócios ziet Cavaco e Silva’s boodschap als een waarschuwing aan de managers en aandeelhouders dat ze zichzelf moeten reguleren.

Áurea Sampaio, hoofdredacteur van het weekblad Visao, schreef dat ook de recente statistieken over gezondheidszorg, ontwikkeling en onderwijs in Portugal “zorgwekkend” waren. Fernando Madrinha van het populaire weekblad Expresso is het daarmee eens: “Portugal bestaat nog altijd uit de twee landen die het altijd geweest is,” zegt hij. “Het rijke land dat te koop loopt met altijd maar meer rijkdom, en het arme dat steeds dieper gebukt gaat onder armoede. Het zijn twee landen die elkaar nooit tegenkomen in het echte leven, enkel in de nieuwsbulletins en in kranten.”

Slechte leerling

Een rapport van de OESO waarschuwde in 2004 al dat Portugal een slechte leerling was in de Europese klas. Het land had volgens de OESO de laagste productiviteit in de EU, een gebrek aan innovatie en vitaliteit in de privésector, gebrekkig onderwijs en een slecht beheer van openbare financiën. Portugal deed het daarmee een stuk slechter dan Spanje en Griekenland, ook twee relatief arme landen toen ze in de jaren tachtig toetraden tot de Europese Unie.

Nochtans krijgt het land al twintig jaar de hoogste steun per capita van de Europese Unie. Aanvankelijk ging het ook negen jaar lang beter, maar vanaf 1995 ging het opnieuw bergaf. Portugal slaagde er in tegenstelling tot Spanje en Griekanland niet in om de Europese steun om te zetten in een sterkere economie en meer gelijkheid.


Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3153   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift