Steeds minder mijnwerkers moeten almaar harder werken (IAO)

De voorbije jaren zijn er miljoenen banen verloren gegaan in de mijnbouwsector. De mijnbouwproductie blijft intussen wel stijgen. Die toenemende efficiëntie heeft niet alleen met technologische vooruitgang te maken: werknemers wordt ook regelrecht afgejakkerd, waardoor er bijvoorbeeld meer ongevallen gebeuren. Dat blijkt uit een studie van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO).

Begin de jaren 90 werkten er wereldwijd ongeveer 25 miljoen mensen in de mijnbouwsector. Daarvan hielden er zich goed 10 miljoen bezig met het delven van steenkool. In een beperkt aantal belangrijke mijnbouwlanden is het aantal mijnwerkers nog stabiel of breidt de werkgelegenheid in de sector zelfs uit, stelde de IAO vast. Dat is het geval in Argentinië, Brazilië, Ecuador, Kenia, Papoea-Nieuw-Guinea, Indonesië en Sri Lanka. In de andere landen met grote grondstoffenvoorraden halen steeds minder werknemers nog altijd toenemende voorraden mineralen boven. De IAO verwacht dat die tendens zich de komende vijf à tien jaar voortzet.

In sommige landen is intussen al een groot deel van de vroegere werkgelegenheid in de sector verloren gegaan. Duitsland telde in 2000 nog 52.600 mijnwerkers tegen 166.200 in 1985. In de Chinese mijnen werkten in 1995 nog bijna 6,7 miljoen mensen; vijf jaar later waren dat er nog maar 4,2 miljoen. Tussen 1985 en 2000 verloren in de VS bijna 110.000 mijnwerkers hun baan, in India meer dan 150.000 en in Zuid-Afrika zelfs 390.000.

De grote mijnbouwbedrijven die de voorbije jaren zijn ontstaan door fusies en overnames, hebben geïnvesteerd in een doorgedreven rationalisering van de productie, waardoor er massaal arbeidsplaatsen verdwenen, zegt Norman Jennings, de auteur van de IAO-studie. Maar de slinkende werkgelegenheid heeft ook andere oorzaken. Tegenwoordig wordt meer aan open mijnbouw gedaan, waarvoor minder arbeid nodig is. Oude mijnen die naar ertslagen diep onder de grond leiden worden gesloten omdat ze onrendabel zijn of omdat de lagen stilaan uitgeput raken.

Daardoor verplaatst de werkgelegenheid zich ook van Noord naar Zuid: de meeste nieuwe mijnen worden in ontwikkelingslanden geopend. In een handvol landen zit er daardoor wel nog groei in de werkgelegenheid in de mijnbouwsector. In Ecuador steeg het aantal mijnwerkers van 15.000 in 1990 tot 84.500 in 2000, in Indonesië van 22.100 in 1995 naar 37.700 in 2000 en in Brazilië in diezelfde periode van 77.100 tot 104.300.

Steeds meer mijnwerkers zijn goed opgeleid; samen met de overschakeling naar open mijnbouw heeft dat voor een enorme productiviteitswinst gezorgd. In de jaren 90 is de productiviteit in de mijnbouw verdubbeld in de VS, Canada en India. In Australië werd een stijging met 200 procent vastgesteld, terwijl Zuid-Afrika tussen 1985 en 2000 zelfs een winst van 250 procent deed optekenen.

Mijnwerkers werken steeds harder. Volgens de IAO leggen de ondernemers bij voorkeur shifts van 12 uur op. Die extreme belasting leidt volgens Jennings tot meer arbeidsongevallen, doet het rendement van de werknemers teruglopen en verkort de loopbaan van veel mijnwerkers.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2925   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift