Stem seculiere vredesbeweging wordt niet gehoord

De oorlogsdreiging in Irak is een lakmoesproef
voor niet-religieuze vredesactivisten in Pakistan. De vredesbeweging kampt
met een gebrek aan geld en politieke steun en moet lijdzaam toezien hoe
conservatieve religieuze stokebranden het ongenoegen over een “oorlog tegen
de Islam” omzetten in electoraal gewin.


Op 15 februari kreeg de seculiere vredesbeweging 100 mensen bij elkaar in de
stad Rawalpindi. Een alliantie van zes religieuze partijen, de Muttahida
Majils-i-Amal (MMA) verzamelde later op dezelfde plaats moeiteloos een half
miljoen mensen voor een demonstratie tegen de “Amerikaanse oorlog tegen de
islam”. Seculiere vredesactivisten verzetten zich tegen het menselijk leed,
de vernieling en de economische schade van een oorlog, maar hebben moeite om
hun stem te laten horen.

“De lage opkomst op 15 februari was een schok, maar ook een aanleiding om te
onderzoeken waarom niet meer mensen kwamen opdagen”, zegt Asim Sajjad Akhtar
van de Pakistani Rights Movement (PRM). De vredesbeweging is er niet in
geslaagd verder te bouwen op de populaire steun die ze kreeg voor haar
kritiek op de nucleaire wapenwedloop tussen India en Pakistan. In 1998
ontstonden overal vredesgroepen die later samensmolten tot de Pakistan Peace
Coalition. Het Citizens Peace Committee wist in 1998 op de verjaardag van de
atoombom op Hiroshima een duizendtal mensen te verzamelen in Islamabad. Naar
Pakistaanse normen is dat een record voor een niet-gouvernementele
organisatie.

De Pakistan Peace Coalition bleef echter te afhankelijk van westerse ngo’s
en verzuimde politieke en financiële rugdekking te zoeken van de gevestigde
partijen in Pakistan. “Veel mensen hier wantrouwen buitenlandse ngo’s,
omwille van hun werkwijze en financiering. Ngo’s zijn geen alternatief voor
politieke partijen en zijn totaal ongeschikt om de publieke opinie te
mobiliseren”, zegt vredesactivist Kaneez Zehra.

Sajjad Akhtar van PRM noemt de vredesbeweging een “politiek weeskind”. Vrede
is nu eenmaal geen prioriteit op de agenda van niet-religieuze partijen. “De
seculiere partijen zijn te zeer verwikkeld in machtsspelletjes om zich bezig
te houden met de zaken die de mensen nauw aan het hart liggen”, meent
Akthar. Hij doelt daarmee vooral op de progressieve Pakistan People’s
Party., die in oktober 2002 26 procent van de stemmen haalde en de
tweedegrootste fractie heeft in het parlement.

De PPP heeft de Amerikaanse oorlogsplannen nog niet expliciet veroordeeld.
Volgens waarnemers komt dat om de VS in Pakistan veel politieke invloed
hebben. “Wanneer de PPP in de oppositie gaat, zal men in Amerikaanse
officiële kringen besluiten dat de militairen de enigen zijn die de
Amerikaanse invloed in de regio kunnen handhaven”, zegt een anonieme
waarnemer van overheidsinstituut voor Regionale Studies.

Sarwar Bari staat aan het hoofd van de Pattan Development Foundation en
houdt zich bezig met politieke sensibiliseringscampagnes op straat. Volgens
Bari is het belangrijk dat de mensen te horen krijgen dat de expansiedrang
van de Verenigde Staten niets te maken heeft met de islam maar met
geostrategische doelen. “Sinds 1945 trokken de VS 34 keer ten oorlog.
Slechts een miniem aantal slachtoffers waren moslims. Het stilzwijgen van
seculiere partijen maakt religieus rechts alleen maar sterker”.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift