Steve Stevaert versus professor zonnebloem

De populairste politicus van Vlaanderen zit nooit verlegen om een snedige uitspraak, een pakkend beeld of een grappige vergelijking. Hij wordt echter zelden betrapt op een standpunt over de globalisering of over internationale thema’s. Op die ene keer na, toen hij sneerde dat ‘de mensen niet bezig zijn met Cancun’. Dat is hem kwalijk genomen door de andersglobalisten onder "de mensen". Onterecht, vindt Stevaert.
Stevaert is op z’n best als er een publiek is voor zijn grapjes. Op een zaterdagvoormiddag in Hasselt, bijvoorbeeld. Oxfam-Wereldwinkels nodigde Steve uit op een aperitiefgesprek en de Cubaanse minister van Buitenlandse Zaken kwam even meetoasten. Twee weken later, op zijn kantoor in Brussel, is de voorzitter een stuk minder bevlogen. De mensen doen hem tikken, niet de haperende opname-apparatuur van een journalist. Het meest mondiale van Stevaert, gepuurd uit twee gesprekken.
U hebt wellicht allang spijt dat u gezegd hebt dat ‘de mensen niet bezig zijn met Cancun’?
Steve Stevaert: Ik heb die uitspraak niet gedaan zoals ze in De Morgen verschenen is, maar ik wens er mij niet voor te excuseren. Je moet ze trouwens in haar context zien. Vlaams-Brabant verrot door problemen rond de nachtvluchten, het overvloeien van Brussel in het Pajottenland, de typische zorgen van een randstedelijk gebied zonder sociale samenhang, enzovoort. De plaatselijke socialisten nodigen mij uit en krijgen een zaal vol gewone mensen. Arbeiders die sigaretten rollen en een klak op hebben, en die nu eens met Steve Stevaert willen discussiëren over verkeerscamera’s en migrantenstemrecht. Op een bepaald moment staat er zo’n type professor Zonnebloem recht die een veel te lang exposé houdt over de Wereldhandelsorganisatie en Cancun en wat weet ik nog. De mensen trekken hun klak dieper over hun oren en beginnen buiten te gaan. Daarop heb ik gezegd: ‘De mensen die in deze zaal zitten, die willen nu niet over Cancun discussiëren.’ Zo’n Zonnebloem wil in zijn vraag ook altijd bewijzen dat hij heel veel van de zaak kent, dus ik kon toch al niks meer toevoegen aan wat hij gezegd had. Omdat de moderator die man maar liet doorpraten, heb ik het zelf afgehandeld. Ik wil geen mensen uit de kerk preken of uit het Volkshuis duwen. Ik wil hen juist beter betrekken bij internationale thema’s.’
U bent een internationalist die zijn betrokkenheid op de wereld gewoon goed verstopt?
Steve Stevaert: Je kan geen socialist zijn zonder internationalist te zijn. Socialisme is gebaseerd op solidariteit en die houdt niet op bij de landsgrenzen. Ik kom niet vaak naar buiten met die internationale thema’s, omdat ik niet opgesloten wil geraken in de kleine kring geïnteresseerden. Je moet een politieke partij trouwens niet beoordelen op wat ze zegt, maar op wat ze doet.
En wat doet de partij?
Steve Stevaert: Eigenlijk is er een probleem in de partij, maar zeg het niet verder. In verhouding is het aantal mensen die zich op studiediensten en binnen organisaties bezighouden met internationale thema’s groter dan nodig is. Gelukkig leid ik geen bedrijf, want dan zou ik dat onevenwicht meteen moeten aanpakken. Politici die zich bezighouden met de thema’s van de andersglobalisten moeten zich daarin specialiseren en moeten goed weten waarover ze spreken, maar ik verzeker u: een politicus die zich alleen nog met wereldthema’s bezighoudt, wordt nooit een machtige politicus. En dat betekent dat hij of zij ook nooit veel zal kunnen realiseren voor deze, zo belangrijke thema’s.
Moet een partij met zoveel kennis terzake niet Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking opeisen? U laat dat hele terrein nu aan de liberalen.
Steve Stevaert: Ik laat dat niet aan de liberalen, de kiezers doen dat. Als wij een absolute meerderheid krijgen, zullen we alle bevoegdheden opeisen, ik beloof het u. Eerlijk: we moeten af van het fetisjisme van de portefeuilles. Alsof je alleen wat kunt betekenen op internationaal vlak als je minister van Buitenlandse Zaken bent. Frank Vandenbroecke heeft de superliberale viirstellen van EU-commissaris Frits Bolkenstein onlangs op een heel performante manier geblokkeerd. Dat is ook iets realiseren. We moeten op alle beleidsterreinen en op alle niveaus ervoor zorgen dat onze inspanningen om de zwaksten te beschermen zo efficiënt mogelijk zijn. Er worden op wereldschaal bijvoorbeeld eindelijk meer middelen vrijgemaakt voor aids-bestrijding, maar als we niet opletten, vloeien die middelen vooral naar de grote farmaceutische bedrijven. Er zijn namelijk dure therapieën, maar er zijn ook gelijkwaardige therapieën die veel minder kosten. Het belastinggeld moet gaan naar de mensen die het nodig hebben, niet naar de bedrijven die ervan profiteren.
Dus: méér aandacht voor Cancun en de WTO, want daar wordt beslist of de goedkopere therapieën aangeboden kunnen en mogen worden.
Steve Stevaert: Juist. Maar als de Wereldhandelsorganisatie een zaak van schriftgeleerden blijft, dan krijg je nooit de politieke macht gemobiliseerd die nodig is om er iets aan te veranderen. Als je de debatten over de WTO op het niveau van de mensen brengt door heel concrete voorbeelden, dan sta je ervan versteld hoe progressief en verontwaardigd Vlaanderen wel is. En dan is het plots ook geen probleem meer om over patentrecht te spreken, of over generische medicijnen, of zelfs over de samenhang van al die dingen. We moeten al dat overbodige jargon schrappen. Dit is een uitdrukkelijke oproep aan andersglobalisten en andere progressievelingen: denk aan de verpakking! Het is makkelijk om gelijk te hebben, maar we moeten veel meer inspanningen leveren om ook gelijk te krijgen van de mensen.
Is het wel waar ‘dat het allemaal zo ingewikkeld niet is’?
Steve Stevaert: Je moet beginnen met een goede theoretische analyse en onderbouwing, en dat is echt millimeterwerk. Dat moet juist zijn. Maar daarna moet je mensen kunnen mobiliseren voor het gevecht dat je wil leveren. Daarvoor heb je eenvoudige ideeën nodig, geen oeverloze blablabla. Kijk, de Wereldwinkels stellen voor om in de toekomst betere invoermogelijkheden te geven voor bananen die op een duurzame manier geproduceerd zijn. Dat vind ik heel slim, want bananen vormen een schitterend en concreet voorbeeld om een thema als wereldhandel aan te pakken en tot bij de mensen te krijgen. Een beetje kok weet hoe belangrijk bananen kunnen zijn -ik heb trouwens een heel goed recept om ze klaar te maken met Cubaanse rum. Om zo’n voorstel te realiseren, moeten we wel heel goed uitkijken dat we niet meteen door Europa of de WTO op de vingers getikt worden. Misschien kunnen we het via labeling doen. De consument heeft immers ook een verpletterende verantwoordelijkheid. Als je het debat al in de winkel kunt brengen, dan sta je ook veel sterker als er op politiek niveau beslissingen genomen moeten worden.
Kunnen we niet méér doen voor kleine importeurs uit het Zuiden dan nog eens een labeltje produceren?
Steve Stevaert: Ik ben voorstander van een soort helpdesk die kleine producenten uit de Derde Wereld moet helpen bij het leggen van de juiste contacten en het verwerven van de juiste kennis van onze markten en reglementen. Maar daarmee is de kous niet af. De vraag van de consumerende wereld -wij, dus- verandert steeds sneller, en het wordt voor kleine producenten dus ook steeds moeilijker om dat te volgen. Zo’n helpdesk moet dus ook de vinger aan de pols hebben van de consument hier en raad durven geven aan producenten ginder.
En de politiek, kan die nog keuzes maken of wordt de wereld geregeerd door consumenten?
Steve Stevaert: We leven in een wereld waar koopkracht en concurrentie bepalend zijn. Daar hoeven we ons niet bij neer te leggen, maar we moeten wel beseffen dat het zo is. Ik vind in elk geval dat concurrentie moet gebeuren op een eerlijke basis. In Vlaanderen organiseren we het openbaar vervoer vanuit de overheid, maar in combinatie met mededinging vanuit privé-bedrijven. Ik wil dat wel aanvaarden, maar alleen als die privé-bedrijven hun chauffeurs evenveel betalen als de overheid. Concurrentie moet over creativiteit gaan, niet over het afschrapen van rechten en regels.
Karel Van Miert (sp.a) heeft als EU-commissaris de concurrentie nooit ingevuld in termen van betere sociale of ecologische regels.
Steve Stevaert: Van Miert vindt het boekje van Caroline Gennez over Europa dan ook een slecht boekske, en ik vind dat een goed boekske. Er bestaan natuurlijk verschillende meningen binnen de partij, en de inzichten kunnen met de tijd ook veranderen. Wij verdedigen momenteel een minderheidsstandpunt in Europa door te pleiten voor sociale bescherming en het recht van de overheid om maatschappelijke prioriteiten te stellen. Je zou er versteld van staan hoe conservatief Europa is, en dat gaat niet verbeteren met de uitbreiding. Op een ontmoeting met Fidel Castro heb ik mijn bedenkingen over de uitbreiding van Europa nogal duidelijk geformuleerd. De Cubanen dachten: een groter Europa is een sterker Europa, en dat is dus goed tegenover de VS. Castro is daar misschien wel vijf, zes keer op teruggekomen. Tot ik zei: ‘Maar verdomme, Bush is voor een groter Europa. Denk je nu echt dat dat is omdat hij voorstander is van een sterker Europa?’ Gaan de nieuwe landen die bij de EU komen zich inspannen om Cuba uit zijn isolement te halen? Ik geloof het potverdikke niet.
Uw basisslogan is dat het socialisme gezellig moet zijn. Daardoor kunt u natuurlijk nooit eens met moeilijke boodschappen naar de mensen.
Steve Stevaert: Excuseer, het tweede deel van mijn slogan -die natuurlijk niet onthouden wordt door de media en de intellectuelen- is dat het socialisme ethisch zal zijn, of dat het niet zal zijn. Bovendien moet ik u er op wijzen dat het migrantenstemrecht er gekomen is dankzij de sp.a onder Steve Stevaert. Hoe hebben we dat gedaan? Door er niet over te spreken. Onze opdracht was niet om daar een groot publiek debat over te gaan voeren, wel om het stemrecht te realiseren. Ik denk dat een groot deel van de Vlamingen, ook van onze kiezers, geen voorstander was van dit stemrecht. Uit rechtvaardigheidsoverwegingen kan je nochtans niet anders dan dit realiseren, en dus moet je je tactiek daar ook op afstellen.
Met andere woorden: de voorzitter houdt het gezellig, en doet intussen stoemelings wat de mensen niet leuk vinden.
Steve Stevaert: Maar iedereen wéét dat ik voorstander ben van het gemeentelijk stemrecht voor migranten. Alle sp.a-kiezers weten dat. En als het u kan plezieren wil ik dat op een briefje zetten en het in alle brievenbussen laten bezorgen: Steve Stevaert is voorstander van het migrantenstemrecht! De kwestie is dat je de migranten niet helpt door er een publieke halszaak van te maken, het maakt ook niet dat de Vlaamse kiezers hun gekleurde buren aanvaarden, je helpt er alleen het Blok mee. Bovendien moeten we ook bescheiden blijven: dat stemrecht is een heel klein, gratis dingetje. Niet dat we daar tegen zijn, maar er moet veel meer dan dat gebeuren. Daarom ben ik ook zo kwaad geworden over de manier waarop dit puntje buiten alle proporties opgeblazen werd. Toen het voorstel in het parlement gefilibusterd werd, ging het in Genk over de vraag of Ford open zou blijven of niet, hoeveel mensen er aan de slag zouden kunnen blijven en hoeveel er moesten verdwijnen. Daarmee moet ik bezig zijn, daarvoor hadden ze mij in Limburg nodig.
Ford Genk maakt duidelijk waarom de mensen met Cancun moeten bezig zijn.
De sp.a heeft zich echter nooit uitdrukkelijk aan de kant van de andersglobalisten geplaatst. Is dat een vergissing?
Steve Stevaert: Ik heb altijd gezegd dat we bij die protesten thuishoorden. Alleen blijf ik erbij dat we het debat over neoliberalisme veel beter en eenvoudiger moeten verwoorden, zodat iedereen er mee kan over discussiëren. Zo’n man als José Bové, die slaagt er blijkbaar wel in om ingewikkelde problemen te vertalen in duidelijke eisen en daden, die bereikt wel het hart van de mensen. Ik denk dat ik een slechte dienst zou bewijzen aan progressief Vlaanderen als ik ook in zo’n bulldozer naar de MacDonalds zou gaan, maar wat Bové aangeklaagd heeft -de ondermijning van lokale economieën ten voordele van globale bedrijven- dat was wel terecht.
Wanneer doet u eens een sexy voorstel om een andere wereld mogelijk te maken?
Steve Stevaert: Wel, we lanceren de “fatsoensnorm”. Wij vinden het namelijk onaanvaardbaar dat mensen in de Derde Wereld tegen een hongerloon en in onmenselijke omstandigheden veel te lange werkdagen moeten kloppen om, bijvoorbeeld, onze sportschoenen te produceren. Bovendien worden daardoor producten, die door deftig betaalde en beschermde arbeiders gemaakt worden, onverkoopbaar. Dat heet concurrentie, maar volgens ons is dat geen gelijke strijd, maar uitbuiting. Dat haalt onze “fatsoensnorm” niet.
Is dat meer dan een fraaie manier om onze welvaart te verdedigen ten nadele van de groeikansen van het Zuiden?
Steve Stevaert: Het is wél een manier om onze verworvenheden te beschermen, maar niet ten nadele van de mensen uit het de Derde Wereld. Als Europa ons wil verplichten om interim-arbeid mensen te laten werken aan voorwaarden die we voor Vlamingen onaanvaardbaar achten, dan moeten we ons daartegen verzetten. Vroeger kon je de sociale strijd in Gent voeren. Vandaag is de hele wereld opengegooid en een vakbond of een partij die alleen maar bezig is met het verdedigen van arbeiders hier, die voert een verloren strijd. Daarom moeten we vanuit Europa ook veel meer investeren in het versterken van vakbonden in de Derde Wereld. Dat is goed voor de mensen daar, maar ook voor ons.
Bent u zeker dat de belangen van de arbeiders uit het Zuiden en die van uw kiezers uit de Vlaamse middenklasse wel zo gelijklopend zijn?
Steve Stevaert: Er zijn tegenstellingen, maar ik denk niet dat ze onoverbrugbaar zijn. We moeten stap voor stap naar elkaar toegroeien en problemen oplossen. We hebben daarom ook een socialisme van brood en rozen nodig. Wij moeten niet alleen vechten voor steeds hogere inkomens, maar ook voor een stijging van het Bruto Nationaal Geluk. Ik ben voorstander van een cultureel offensief dat mensen gelukkiger kan maken. Zo’n cultuuroffensief kan in gang gezet worden met kunst die het hoofd van de mensen kan openbreken, zodat ze nieuwe dingen zien en zich beter in hun vel gaan voelen. Voor mij mag dat opera zijn of Helmut Lotti, dat maakt me niet uit. Er leven in Vlaanderen mensen die nog nooit een live-optreden gezien hebben, dat is toch niet aanvaardbaar in zo’n rijk land als het onze?
U kunt misschien gratis concerten organiseren?
Steve Stevaert: We moeten in elk geval heel hard knokken om het sociale weefsel in onze maatschappij te herstellen en te verstevigen. Wat we vandaag opgediend krijgen, is een cocktail die de uitersten van de globalisering combineert met de uitersten van de individualisering. Neem het aan van een cafébaas: dat is een levensgevaarlijke cocktail. Om daaraan iets te doen, zullen we een sterk immaterieel tegengif nodig hebben. En dat mag wel wat geld kosten. Vergeet niet dat Anseele de Vooruit liet bouwen in Gent. Toen is daar ook hevig over gediscussieerd: kon dat geld niet beter gebruikt worden om schoenen voor de arbeiders te kopen, of eten voor de gezinnen? Neen, Anseele liet een cultuurpaleis bouwen voor de arbeiders, waar geïnvesteerd werd in volksverheffing.
Niemand in de culturele sector durft dat woord nog te gebruiken.
Steve Stevaert: Oh, ik wel. In elke speech spreek ik over kameraden en over volksverheffing. En ik zing de Internationale.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3306   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur