Stille ramp wint terrein

Landen als Argentinië en Brazilië hebben een
efficiënte landbouwsector die het kan opnemen tegen de grootste
landbouwbedrijven in de Verenigde Staten en Europa, maar toch wordt er in
Latijns-Amerika nog relatief veel honger geleden. Volgens het
Wereldvoedselprogramma (WFP) zijn 72 miljoen mensen - 14 procent van de
totale bevolking van het continent - er te arm om voldoende te eten te
kopen. Nog eens 200 miljoen mensen in de regio kunnen door een natuurramp of
een verslechtering van de economie heel gauw met lege voorraadkasten
geconfronteerd worden. Bijna ongemerkt is de situatie in veel landen de
laatste jaren slechter geworden.


Francisco Roque, de directeur van het WFP voor Latijns-Amerika en de
Cariben, schat het aantal mensen dat echt ondervoed is in de regio op 54
miljoen. De grootste problemen komen voor in kleine landen als Haïti, El
Salvador, Guatemala, Honduras en Nicaragua, maar ook Argentinië, Colombia en
Peru wordt relatief veel honger geleden.

‘Afrikaanse’ toestanden zijn zeldzaam in Latijns-Amerika, maar ze komen
voor. Toen in Guatemala een lange droogteperiode vorig jaar de
belangrijkste oogst deed mislukken, stierven daar enkele honderden mensen
van honger. Nu zijn er nog steeds zeker 60.000 kinderen ernstig ondervoed.
Eén tiende van die groep loopt gevaar te sterven.

Mislukte oogsten zijn maar één oorzaak van de nijpende voedselsituatie in
sommige delen van Latijns-Amerika. Natuurrampen, de extreme armoede en
ongelijkheid en dalende prijzen voor exportgewassen als koffie hebben de
voorbije jaren mensen uit verscheidene landen aan de rand van de afgrond
gebracht. Het is een stille ramp, zegt Roque. Mensen die in bittere
armoede leven, sterven niet van vandaag op morgen, maar op langere termijn
is er wel degelijk een probleem.

Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) is het aandeel
van de bevolking dat honger lijdt in Centraal-Amerika in de jaren 90
toegenomen van 17 tot 19 procent. In de Cariben - waar vooral het straatarme
Haïti doorweegt - steeg dat aandeel in dezelfde periode van 26 tot 28
procent. In Zuid-Amerika daalde het cijfer van 14 naar 10 procent, maar die
gunstige evolutie is inmiddels omgebogen. In Argentinië, de graanschuur van
Latijns-Amerika, leeft na drie jaar van recessie de helft van de bevolking
in armoede. In Venezuela zou zelfs 90 procent van de bevolking niet
voldoende geld hebben om alle levensmiddelen te kopen die onontbeerlijk
worden geacht voor een gezonde en evenwichtige voeding.

Maar zelfs in landen waar de economie het relatief goed doet, komt honger
voor. Ongeveer 4 van de 10 miljoen Mexicaanse kinderen jonger dan vijf zijn
enigszins ondervoed, geeft het Mexicaans Instituut voor de Statistiek toe.
In de zuidelijke deelstaten Chiapas, Oaxaca, Guerrero en Yucatan lijdt 80
procent van de bevolking honger, stelt de plaatselijke onderzoeksinstelling
Instituto Salvador Zubirán (ISZ).

In Brazilië hebben volgens officiële cijfers 22 van de 170 miljoen inwoners
te weinig te eten. Maar het onafhankelijke Foro Brasileño de Seguridad
Alimentaria zegt dat er zeker 44 miljoen Brazilianen honger lijden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift