Stoppen nucleaire dreiging vraagt offers van Verenigde Staten

De Amerikaanse president George W. Bush zal grote compromissen moeten sluiten als hij striktere maatregelen wil tegen de ontwikkeling van nucleaire wapens in ‘schurkenstaten’ zoals Iran en Noord-Korea. Dat blijkt uit een rapport dat gisteren (donderdag) werd gepubliceerd door de gezaghebbende denktank Carnegie Endowment for International Peace (CEIP).

Bush zal op z’n minst moeten afzien van pogingen nieuwe wapens te ontwikkelen, zoals de zogenoemde bunker-busters, stelt het rapport. Met die wapens is het mogelijk ondergrondse doelen te bestoken.

Het rapport komt twee maanden voordat het non-proliferatieverdrag, het verdrag tegen de verspreiding van nucleaire wapens, opnieuw onder de loep genomen wordt. De Amerikaanse regering liet de afgelopen maanden weten zich grote zorgen te maken over de mogelijke ontwikkeling van atoomwapens in Noord-Korea en Iran.

In 1995 werd het non-proliferatieverdrag verdrag aangescherpt. In dat jaar beloofden 173 landen af te zien van de ontwikkeling van atoomwapens, in ruil voor de belofte van de vijf kernmachten China, Frankrijk, Rusland, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, om hun kernwapenarsenaal uiteindelijk volledig te ontmantelen.

Maar de afgelopen jaren liep het verdrag een flinke deuk op. In 1998 voerden India en Pakistan, die geen van beiden het NPT hebben ondertekend, kernproeven uit. Na de aanslagen van 11 september op het World Trade Center in New York en het Pentagon, groeide de zorg over de mogelijke gevolgen als nucleaire kennis in handen komen van terroristen.

En in 2003 bleek dat via een netwerk van wetenschappers en bedrijven uit tenminste negen landen geheime nucleaire informatie was doorverkocht. Spin in het web was de Pakistaanse wetenschapper Abdul Qadeer Khan. Hij bleek geheime nucleaire informatie die hij in de jaren zeventig stal bij ultracentrifugefabriek Urenco in Almelo, te hebben doorverkocht. Volgens de Amerikaanse krant The Washington Post kocht Iran van hem informatie voor het ontwikkelen van een atoomcentrifuge en instrumenten voor het verrijking van uranium.

Noord-Korea, ook een van Khans klanten, zegt sinds een paar jaar te beschikken over atoomwapens. Naar aanleiding van die claims willen sommige landen, zoals Brazilië en Japan, hun besluit om geen atoomwapens te ontwikkelen nu heroverwegen. De regering-Bush heeft inmiddels het Nucleair Test-Stop Verdrag en het Anti-raketverdrag (AMB) verworpen. Ook dringt de regering er bij het Congres op aan om de ontwikkeling van nieuwe soorten kernwapens goed te keuren.

Het Carnegie-rapport is samengesteld door vijf nucleaire specialisten en verwerkte de opmerkingen van ongeveer 25 regeringen. Het rapport wil een raamwerk aanreiken voor een strikter non-proliferatieregime dat niet alleen de ondertekenaars van het non-proliferatieverdrag aangaat, maar ook landen als Pakistan, India en Israël.

Het rapport gaat uit van een aantal veronderstellingen, te beginnen met de conclusie dat het huidige verdrag ongeschikt is om de problemen die zijn ontstaan aan te pakken. Ook stellen de auteurs dat Amerika niet in staat is om samen met een handjevol bondgenoten de nucleaire dreiging te stoppen. Bredere internationale samenwerking is daarvoor onontbeerlijk.

Een nieuw nucleair regime moet volgens het rapport gebaseerd zijn op zes pijlers. In de eerste plaats moet non-proliferatie onomkeerbaar worden. Daarvoor is het nodig de verrijking van uranium en de productie van plutonium in landen die de techniek nog niet toepassen, te voorkomen. In ruil daarvoor kunnen ze tegen voordelige prijzen brandstoffen en diensten krijgen die tegemoet komen aan hun behoefte aan kernenergie. De productie van splijtstoffen moet beëindigd worden en ook de samenwerking met landen waarvan het Internationaal Atoomagentschap (IAEA) niet kan controleren of de regels van het verdrag worden nageleefd.

In de tweede plaats is een devaluatie van nucleaire wapens noodzakelijk. Dat kan door landen strikter te houden aan eerdere afspraken over ontmanteling van hun wapenarsenaal en het ontwerpen van een ‘routekaart’ naar volledige ontmanteling.

Ten derde moet verzekerd worden dat alle nucleaire materiaal veilig verwerkt wordt, zodat terroristen er geen misbruik van kunnen maken. Als vierde noemt het rapport het voorkomen van illegale verkoop van nucleair materiaal door de controleerbare regels in te stellen voor bedrijven, individuen en regeringen die anderen helpen bij het ontwikkelen van nucleaire technologie.

Als vijfde roepen de auteurs op tot grotere diplomatieke inspanningen bij het oplossen van conflicten, zodat spanningen minder snel leiden tot ontwikkeling van kernwapens. Tot wijzen ze op de noodzaak druk uit te oefenen op India, Israël en Pakistan, zodat zij dezelfde verplichtingen aangaan als de landen die het non-proliferatieverdrag ondertekenden.

De regering-Bush steunt een aantal van de aanbevelingen, zoals striktere wetgeving tegen het transporteren van nucleair materiaal en het verspreiden van nucleaire kennis. Ze zijn minder enthousiast over de devaluatie van nucleaire wapens, zegt co-auteur Rose Gottemoeller. Ze verwijst in dat verband naar de recente pogingen van de regering om van het Congres goedkeuring te krijgen voor de ontwikkeling van de bunker-busterbommen. (JS/ADR)



Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift