Strijd om de teugels bepaalt Amerikaanse buitenlandpolitiek 2003

Net als in 2002 staat oorlog hoog op de Amerikaanse agenda van het buitenlands beleid in 2003. Niet alleen de oorlog tegen al Qaeda, Irak of - wie weet - Noord-Korea, maar ook de strijd binnen de regering van president George W. Bush. De neoliberale haviken van vice-president Dick Cheney en Pentagonbaas Donald Rumsfeld en de zogenaamde realisten van minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell zijn minder dan ooit op één lijn te krijgen. Het is koffiedik kijken wie in 2003 het overwicht haalt.



Al lijken de haviken op dit ogenblik aan zet in Irak, waarnemers menen dat het overwicht volgende maand precies omgekeerd kan zijn. President Bush fungeert zowel als ondoorgrondelijke sfinx aan het roer als als windhaan van dienst. Waar de president door de buitenwacht vaak bij het oorlogszuchtige kamp wordt ingedeeld, toont Bush zich bijwijlen verrassend onafhankelijk en een enkele keer uiterst behoedzaam. Zo was het interview dat hij deze week gaf aan US News and World Report geheel gespeend van de stilaan gebruikelijke strijdkreten. Het is erg belangrijk dat het Amerikaanse volk mijn ideeën over militair ingrijpen kent, dat ik het leger alleen als laatste redmiddel zal aangrijpen (…). Ik weet wat de gevolgen van militaire acties zijn, aldus Bush.

De haviken, een coalitie met veteranen van de Koude Oorlog als Cheney en Rumsfeld, joods-conservatieven met banden met de Israëlische Likoed-partij en conservatief-christelijke lobby’s, genieten allerlei steun: van de producenten van zware wapens tot de Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden. Ook in de Nationale Veiligheidsraad en het ministerie van Buitenlandse Zaken hebben ze een aantal getrouwen op sleutelposities zitten. De haviken zijn voor een Amerikaanse bezetting van Irak - unilateraal als het niet anders kan - en willen de machtsbalans in het Midden-Oosten doen overslaan naar een pro-Amerikaans Israëlisch-Turks overwicht.

Aan de andere kant staan de realisten. Ze zijn niet zo goed vertegenwoordigd op hogere posten en kunnen niet bogen op een hecht netwerk buiten Bush’ administratie. Bush senior is één van hen, alsook enkele topambtenaren in de administratie, vele topmilitairen, specialisten in het ministerie van Buitenlandse Zaken en binnen de veiligheidsdienst CIA en de voorzitters van de senaatscommissie Buitenlandse Zaken. Ook de meeste Europese leiders en VN-baas Kofi Annan steunen dit kamp. Zij willen unilaterale militaire initiatieven voorkomen en beklemtonen het belang van overleg binnen de VN en met de EU. Afrika staat hoger op de agenda, net als Latijns-Amerika en - helemaal onbestaande bij de neoliberalen - het klimaat en het milieu.

Zo lang vredesduif Powell in 2003 het laken niet volledig naar zich toe kan trekken, zullen de prioriteiten van het Amerikaanse buitenlandbeleid dezelfde zullen zijn als die van 2002. Landen die buiten de crisisgordel vallen - ruwweg van Kenia, via Palestina, verder door het Midden-Oosten, Centraal-Azië en zo naar Noord-Korea en Indonesië - zullen weinig aandacht krijgen. Het uitstel van Bush’ eerste rondreis door Afrika, oorspronkelijk gepland op 10 januari, is een symptoom van de marginalisering van het door calamiteiten geplaagde Afrikaanse continent. De enige uitzondering is de Hoorn van Afrika, die zowel dienst doet als Amerikaanse legerbasis voor de oorlog op het Arabische schiereiland, als vrijhaven voor al Qaeda-leden en gelijkgestemden. De rest van Afrika wordt ‘gemanaged’ door het Wereldwijd VN-Fonds tegen Aids, Tbc en Malaria, met behulp van een paar honderd miljoen dollar extra voor Bush’ Millennium Challenge Account (MCA). Dat is een soort miljardenpot voor de armste (Afrikaanse) ontwikkelingslanden die zich aan bepaalde politieke en economische regels houden.

Ook Latijns-Amerika valt buiten de kijker van het Witte Huis. Het mogelijk op een burgeroorlog afstevenende Venezuela en de steeds grotere Amerikaanse aanwezigheid bij de ‘War on Drugs’ in Colombia zullen slechts op de aandacht van een aantal middelhoge Amerikaanse ambtenaren van verschillende departementen met uiteenlopende doelstellingen kunnen rekenen. Europese landen zullen er slechts toe doen voor zover ze bereid zijn de VS te steunen bij de oorlog tegen Irak, het terrorisme en bij Palestijnse kwestie. Wanneer ze echter een naar Amerikaanse smaak te eenzijdige pacifistische rol blijven spelen, zal dat de transatlantische kloof nog verbreden, zoals dossiers als het Internationaal Strafhof (ICC) en het Verdrag van Kyoto dat al deden.

De afgelopen twee jaar hebben zowel haviken als realisten belangrijke politieke veldslagen gewonnen, maar nog niet de oorlog. Het China-beleid en het fiat voor het uitsturen van VN-wapeninspecteurs naar Irak zijn overwinningen van de realisten. De haviken slaagden erin Likoed en Sharon op post te zetten in Israël. Zij maken er nauwelijks een geheim van dat de bevindingen van de inspecteurs voor hen geen invloed zullen hebben op hun bereidwilligheid om Irak binnen te vallen, en zeggen luidop dat China op lange termijn - ook militair - een bedreiging van de eerste orde is en beter vandaag dan morgen wordt aangepakt.

De eerste gebeurtenissen van 2003 zullen veel betekend zijn voor de interne strijd in de hoogste Amerikaanse machtsregionen. Op het menu van januari staan alvast de invasie in Irak en de manier waarop er een nieuw bewind zal worden geïnstalleerd, de postelectorale sfeer in Israël en de confrontatie met Noord-Korea.



Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift