Ten oosten van Eden

Baharak Bashar en Pieter-Jan de Pue gingen in Turkije vluchtelingen en asielzoekers opzoeken. Voor velen ligt het beloofde land nog net een beetje meer naar het Westen, maar politiek en bureaucratie lijken samen te spannen tegen hun dromen en rechten.

  • Pieter-Jan de Pue Taher (37) is de vader van vier kinderen. Zowel zijn twaalf- als zestienjarige zoon lijden aan een ernstige vorm van hemofilie. Door een onschuldige schaafwonde zouden ze volledig kunnen doodbloeden als ze niet tijdig de Factor-8-injecties toegediend krijgen. Voor Taher met zijn familie naar Turkije vluchtte, leefde hij zeven jaar illegaal in Iran. Daar kreeg hij de dure spuiten (3500 euro voor zes ampullen) via het UNHCR van Teheran. Toen zijn oudste zoon bijna doodbloedde en nieuw bloedplasma toegediend moest krijgen, geraakte hij besmet met hepatitis B. Na jaren juridische getouwtrek bleek dat hij van het ziekenhuis geen schadevergoeding zou krijgen. Daarop stapte hij met zijn verhaal naar de pers. Maar uit schrik dat hij daarvoor naar Afghanistan gedeporteerd zou worden, vluchtte hij naar Turkije. Taher: ‘Vanaf de eerste dag heb ik aan het UNHCR gezegd dat mijn kinderen aan hemofilie lijden. Ze hebben mijn kinderen al meer dan 150 spuiten gegeven.’ Maryam, die Tahers kinderen helpt verzorgen, klaagt dat de spuiten vaak te laat arriveren. Maryam: ‘Elke keer dat er zich een bloeding voordoet, moet Taher onmiddellijk de getroffen zoon inspuiten. Het probleem is dat de spuiten vanuit Ankara naar de oostlijke stad Van moeten overkomen. Dat duurt vaak een week. In afwachting moeten we de bloedende ledematen in emmers vol ijs onderdompelen om het bloeden af te remmen.’ Pieter-Jan de Pue
  • Pieter-Jan de Pue ‘De prijs die je voor vrijheid moet betalen, is soms te hoog. Na jaren politiek verzet wil men me in de armen van het regime drijven dat ik lang heb bestreden’, zegt Reza (47 jaar), ex-militant van de Mojahedin-e-Khalgh (MEK), één van de meest taaie en goed georganiseerde Iraanse verzetsbewegingen die vanuit het buitenland al decennialang tegen de Islamitische Republiek oppositie voert. In de VS staat de MEK op de lijst van terroristische organisaties, in de EU werd ze enkele jaren geleden van die lijst geschrapt. Reza verliet eind 2009 het kamp van Ashraf, het trainingskamp dat de MEK in 1986 in Irak oprichtte om er vrijwilligers militair op te leiden. Sinds de invasie van de VS in Irak in 2003 werden ze door de VS ontwapend en na de machtsoverdracht aan de Iraakse regering werd het kamp al tweemaal door de Iraakse ordetroepen aangevallen, waarbij tientallen mensen om het leven kwamen en honderden gewond raakten. Kort na de eerste aanval verliet Reza het kamp van Ashraf en vroeg asiel aan bij het UNHCR in Irak en later in Turkije. Pieter-Jan de Pue
  • Pieter-Jan de Pue ‘Op dit moment is mijn enige wens om te weten wat de precieze doodsoorzaak was van mijn vier maanden oude dochter, Muhaddise. Het UNHCR noch de Turkse autoriteiten nemen hun verantwoordelijkheid op om de doodsoorzaak te onderzoeken’, zegt Abdolezagh (32), een gevluchte Afghaanse landbouwer uit de provincie Wardak. Toen zijn dorp in 2007 werd platgebrand, vluchtte Abdolezagh samen met zijn vrouw via Iran naar Turkije en vroeg bij het UNHCR asiel aan. Na elf maanden werden ze door het UNHCR als vluchteling erkend. In datzelfde jaar beviel zijn vrouw van een dochter. ‘Mijn dochter had een gewone verkoudheid en ik bracht haar naar het ziekenhuis. De dokter van wacht heeft haar medicamenten voorgeschreven, zonder mijn dochter te onderzoeken. Nog geen drie uren na het toedienen van de voorgeschreven medicamenten, stierf mijn dochter een vreemde dood. Achteraf bleek dat de voorgeschreven medicamenten te sterk waren voor het kind.’ De resultaten van de autopsie werden nooit meegedeeld. Het UNHCR negeert de herhaalde vragen van de familie. Pieter-Jan de Pue
  • Pieter-Jan de Pue Mohammad Amin (30) werkte in Iran als patissier. ‘In Turkije ken ik maar één persoon die op hetzelfde niveau werkt als ik, hij verdient ongeveer 3400 euro per maand. Ik zou voor hetzelfde werk amper 500 euro krijgen.’ Dat komt doordat de vluchtelingen in Turkije geen wettelijk recht op arbeid hebben. Hoewel hij na amper een jaar na zijn asielaanvraag door het UNHCR als vluchteling werd erkend, wacht hij nu al meer dan vijf jaar tot een gastland hem opneemt. De immigratiediensten van Australië, Canada en de VS, bij wie hij voor een interview werd uitgenodigd, willen eerst zelf nog eens bepalen of hij al dan niet terecht als vluchteling erkend werd. Zo schreef de immigratiedienst van de VS: ‘Je hebt niet aangetoond dat de vervolging –of angst voor toekomstige vervolging– gerelateerd is aan ras, religie, nationaliteit, lidmaatschap van een maatschappelijke groepering of politieke opinie.’ De immigratiedienst van Noorwegen weigerde hem zonder hem überhaupt voor een interview uit te nodigen. Pieter-Jan de Pue
  • Pieter-Jan de Pue Fereshteh was amper achttien jaar oud toen ze in de winter van 2010 met de hulp van een goede kennis het huis van haar gewelddadige oom in Afghanistan verliet en naar Iran vluchtte. Daar zocht ze haar twee jaar oudere broer op. Omdat haar oom haar in Iran op het spoor kwam, vluchtte ze samen met haar broer naar Turkije. Daar vroegen ze asiel aan bij het UNHCR. Vier maanden later werd Fereshteh samen met haar broer als vluchteling erkend. Maar de bescherming die ze zocht, bleek een lege doos. Voor alles is Fereshteh bang om op een dag haar oom op straat tegen het lijf te lopen, want die heeft gezworen om haar waar dan ook te vinden. Normaalgezien hebben erkende vluchtelingen zoals Fereshteh en haar broer recht op financiële steun, maar om daarvoor in aanmerking te komen moet iemand van UNHCR langskomen en onderzoeken of die financiële tussenkomst nodig is. ‘Ik heb al drie maanden geleden zo’n financiële steun aangevraagd. Elke keer ik bij het UNHCR-kantoor langsga, noteren de tolken mijn adres. Maar langskomen doen ze niet.’ Pieter-Jan de Pue
  • Pieter-Jan de Pue ‘We moesten vluchten omdat de neef van mijn vrouw me tot tweemaal toe wilde doden. Op die manier wilde hij zich op de familie van mijn vrouw wreken omdat zij zijn aanzoek hebben geweigerd. Bij één van de aanslagen heb ik mijn broer verloren en ben ik zelf met ernstige verwondingen in het ziekenhuis beland’, vertelt Mohammad (30). Samen met zijn vrouw Sakineh (26) vluchtte hij vanuit de Afghaanse provincie Herat naar Turkije. In Afghanistan werkte Mohammad als kleermaker, zijn vrouw was aan de slag als een verpleegster. ‘We moesten één jaar lang wachten alvorens het UNHCR de tijd vond om naar de reden van onze vlucht te luisteren’, zegt Sakineh. Het koppel maakt zich vooral zorgen omdat het UNHCR hun dossier nog niet heeft overgemaakt aan de immigratiedienst van een derde land. Pieter-Jan de Pue
  • Pieter-Jan de Pue ‘De erkende vluchtelingen geraken vaak niet weg uit Turkije omdat de westerse landen ze niet willen opnemen of omdat ze van de Turkse autoriteiten niet mogen vertrekken. Mijn probleem is het UNHCR zelf’, zegt de jurist in het internationaal privaatrecht. Ongeveer tien jaar geleden vluchtte hij uit Iran om via Turkije naar het Westen te trekken. Na zes maanden verblijf in Turkije werd hij in 2002 door het UNHCR als vluchteling erkend en kort erna werd hij aanvaard door de immigratiedienst van Canada. Normaal mocht hij in januari 2003 naar Canada vertrekken, maar het UNHCR besliste daar anders over. ‘Het frustrerende is vooral dat het UNHCR zich nooit heeft verantwoord waarom ze me zolang in Turkije hebben gehouden.’ Pieter-Jan de Pue
  • Pieter-Jan de Pue Vier jaar geleden vluchtte Naghiebollah (27 jaar) –de ex-directeur van het United Medical Center for Afghanistan– naar Turkije en vroeg er asiel aan bij het UNHCR. Ondanks zijn erkend statuut als politieke vluchteling heeft hij net als zijn lotgenoten geen recht op medische zorg, arbeid en onderwijs. ‘Een maand geleden stierf een vrouw van veertig jaar, omdat haar familie geen 3000 Turkse lira (1500 euro) kon ophoesten om haar operatie te betalen’, zegt Naghiebollah. ‘Soms worden mensen via het UNHCR naar het ziekenhuis gestuurd met de belofte dat ze kosteloos zullen worden behandeld. Als ze dan ter plaatse komen, weet niemand iets over de komst van de patiënt, waardoor ze zich opnieuw tot het UNHCR moeten richten. De autoriteiten behandelen ons als een pingpongbal. Pieter-Jan de Pue

In 2010 wachtten 10.391 geregistreerde vluchtelingen en 6.880 asielzoekers in Turkije op de afhandeling van hun asielaanvraag. De laatste zes jaar gaat het vooral om Irakezen, Iraniërs, Afghanen en Somaliërs. In theorie duurt de volledige afhandeling van de asielprocedure bij het UNHCR gemiddeld één jaar, maar in werkelijkheid zitten sommige asielzoekers en erkende vluchtelingen tot tien jaar of zelfs langer vast in Turkije. In die uitzichtloze wachtperiode werken velen onder hen in de illegaliteit, voor de helft of een derde van het loon van een Turkse burger.

Turkije ondertekende de Conventie van Genève in 1951 en het daaruit voortkomende Protocol in 1967, waarin de specifieke verwijzing naar Europese vluchtelingen uit 1951 geschrapt werd. Turkije bleef die beperking echter hanteren, waardoor in principe enkel Europese asielzoekers als vluchteling erkend kunnen worden. Een niet-Europese asielzoeker die in Turkije door het UNHCR als vluchteling wordt erkend, moet wachten tot een derde land hem of haar wil opnemen. Op dit moment doen alleen de VS, Canada, Australië, Noorwegen en Zweden dat. Noorwegen en Zweden geven volgens de vluchtelingen vooral voorkeur aan gezinnen, terwijl de VS vooral kiezen voor christelijke en andere religieuze minderheden. Ook homo’s en prostituees zouden sneller naar een derde land mogen vertrekken.

Dit project kwam tot stand met de steun van de Koning Boudewijnstichting in het kader van de projectoproep Migratiestromen en hun impact in België en Europa. De volledige reportagereeks van Ten westen van Fort Europa verscheen op www.dewereldmorgen.be.

Baharak Bashar publiceerde onlangs Djenghis, democratie en vrouwen. Een Iraanse van Gent naar Caïro bij uitgeverij EPO.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift