'Terrorist' in VS-delegatie zorgt voor ruzie met Cuba

Tijdens één van de eerste bijeenkomsten van de jaarlijkse zitting van de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties in Genève zat het er opnieuw bovenarms op tussen Cuba en de VS. Het opnemen van een vermeende Cubaanse terrorist in de delegatie van de Verenigde Staten was de steen des aanstoots. Ook andere ontwikkelingslanden zijn misnoegd over de manier waarop de jaarlijkse zitting wordt georganiseerd.


De VN-bijeenkomst van dinsdag in Genève stond vooral in het teken van Luis Zuniga Rey. Het Amerikaanse delegatielid, een Cubaanse vluchteling die nu in Miami woont, werd door de Cubaanse minister van Buitenlandse Zaken Felipe Perez Roque ontmaskerd als een van de belangrijkste krachten achter de Cuban American National Foundation. Die stichting biedt vanuit de VS actief verzet tegen de regering-Castro. De deelname van Zuniga aan verzetsactiviteiten tegen de regering op Cuba is, volgens Perez Roque, onder meer vermeld in een rapport uit 1999 dat is opgesteld door de Peruaan Enrique Bernales Ballesteros. Volgens dat rapport, aldus Perez Roque, zou Zuniga actief mensen hebben geworven om sabotageopdrachten uit te voeren op het Caribische eiland.

Ivan Mora Godoy, de Cubaanse vertegenwoordiger van de internationale organisaties die in Genève zijn gevestigd, heeft de verklaring over Zuniga voorgelegd aan de huidige voorzitter van de VN-Mensenrechtencommissie, de Australiër Mike Smith, en deze gevraagd om actie te ondernemen. Volgens Perez Roque is het niet te begrijpen dat de VS zich als kampioen van de oorlog tegen het terrorisme opstellen, terwijl het vervolgens in een eigen (mensenrechten-)commissie iemand opneemt die wordt verdacht van terroristische activiteiten.

De aanwezigheid van Zuniga in de Amerikaanse vertegenwoordiging moet, volgens een hoge Cubaanse diplomaat, dan ook gezien worden als een concessie door de VS aan het adres van de anti-Castro ‘extremisten’ die zich vooral in en rond Miami hebben gevestigd.

Paula J. Dobriansky, de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken, deed in haar toespraak voor de commissie een oproep aan landen die, volgens de VS, niet al te veel haast maken met het naleven van de mensenrechten. Met name Myanmar (het voormalige Birma) en Cuba kregen van Dobriansky een veeg uit de pan. Dobriansky werd in haar oproep gesteund door onder meer Zweden. De Zweedse minister van Buitenlandse Zaken Leila Freivalds bekritiseerde in felle bewoordingen Cuba, waar een jaar geleden drie veerbootkapers, op verdenking van terrorisme, werden geëxecuteerd.

In de eerste vier dagen van de zes weken durende zitting voeren vooral ministers en hoge ambtenaren het woord. In tegenstelling tot voorafgaande zittingen zullen diverse sprekers al in deze eerste dagen harde taal verkondigen. Zo deed de Zweedse minister Freivalds een beroep op de Commissie om aandacht te besteden aan de schendingen van de mensenrechten in Zimbabwe en stelde ze ook de problemen in China aan de orde. De situatie in Iran noemde de Zweedse minister een kwestie van grote zorg, net als het conflict tussen de Israëliërs en de Palestijnen. De situatie in Iran werd ook onder de aandacht gebracht door Joschka Fischer, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken. Fischer benadrukte verder de schendingen van de mens in China en met name de onderdrukking van etnische en godsdienstige minderheden, in het bijzonder in Tibet.

Een aantal ontwikkelingslanden heeft in de eerste dagen van de zittingen bezwaar gemaakt tegen de manier waarop de discussie wordt gevoerd. Volgens de betrokken landen gaat het in de vergaderingen te veel over de rechten van de mens in specifieke landen, terwijl het meer zou moeten gaan over de rechten van de mens in alle landen. De Pakistaanse afgevaardigde Shaukat Umer, die in Genève namens de Organisatie van de Islamitische Conferentie aanwezig is, ziet de aan landen gebonden resoluties als een bron van confrontaties. De meeste resoluties die worden ingediend zijn uitermate kritisch over islamitische of ontwikkelingslanden, en daardoor wordt de tegenstelling Noord-Zuid tijdens de vergaderingen alleen maar vergroot.

De klachten van ontwikkelingslanden hebben ook betrekking op de tijd die afgevaardigden hebben om de vergadering toe te spreken. Volgens de Cubaanse afgevaardigde Juan Antonio Fernandez Palacios zou die tijd al met 30 procent teruggebracht zijn.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2925   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift