Textielsprookje slaat om in economisch gruwelverhaal

De angst voor delokalisering leeft niet
alleen in rijke landen: het Afrikaanse eiland Mauritius is bang dat de
opdrachten voor zijn textielindustrie de komende jaren grotendeels kwijt te
spelen aan Aziatische landen die goedkoper kunnen produceren. De sector die
Mauritius dertig jaar geleden tot een Afrikaans succesverhaal maakte, begint
nu al af te takelen.


Volgens officiële cijfers zijn op Mauritius vorig jaar 8.000 van de 95.000
banen in de textielsector verloren gegaan. Sinds begin dit jaar zijn daar
nog eens 4.000 ontslagen bijgekomen. Veertien textielbedrijven hebben
aangekondigd dat ze er de komende maanden mee ophouden. Een sociaal drama op
een eiland dat nog geen miljoen inwoners telt. En het kan alleen maar erger
worden. Vanaf 2005 zullen de textielproducenten op Mauritius het
rechtstreeks moeten opnemen met de concurrenten in Azië, vooral dan met die
uit China. Dan verdwijnt het Multivezelakkood tussen de EU en de ACP-landen
dat Mauritius tot hiertoe een bevoorrechte toegang bood tot de Europese
markt.

Raj Chinnigadoo, een voormalige werknemer van Bonair Knitwear dat vorig jaar
de deuren sloot en daardoor 3.000 banen in rook deed opgaan, doet zijn
beklag. Ik heb 25 jaar van mijn leven aan de fabriek van Bonair gegeven.
Nadat ik getrouwd ben, is mijn vrouw er ook begonnen. We hebben drie
kinderen en staan nu allebei op straat.

Ashok Makoonlall, de manager van Summit Textiles, een bedrijf dat ook al
werknemers moest ontslaan, zegt dat zijn onderneming in barslechte papieren
zit. Tijdens het voorbije financieel jaar hebben we 4,5 miljoen dollar
verloren, zegt hij. De opdrachten willen maar niet binnenlopen. Volgens
François Woo, de bedrijfsleider van de Compagnie Mauricienne de Textile die
5.000 werknemers in dienst heeft, vormen de hoge productiekosten de wortel
van alle kwaad. De havenautoriteiten vragen 100 dollar voor het verschepen
van een container, we betalen 10 roepie (30 eurocent) voor een kubieke meter
water terwijl er aan andere sectoren maar een vijfde van dat bedrag wordt
gevraagd, en het gemiddeld maandloon bedraagt hier 180 dollar - drie tot
vier keer meer dan in Azië. Ook de zwakke roepie die de import van
grondstoffen duur maakt, een gebrek aan investeringen en het geringe
kapitaal van de textielbedrijven op het eiland zorgen voor problemen.

Vreemd genoeg klinkt de overheid nog vrij optimistisch. De regering in Port
Louis heeft een kredietlijn van 800 miljoen roepie (24 miljoen euro)
vrijgemaakt om de textielsector door deze moeilijke tijden heen te helpen.
Minister van Industrie Jayen Cuttaree maakt zich sterk dat de African Growth
and Opportunities Act (Agoa) het verlies op de Europese markt zal goedmaken.
De Amerikaanse wet, die Afrikaanse landen die een goed beleid voeren
vrijhandel met de VS toestaat, opent de weg naar meer dan 260 miljoen
consumenten, aldus Cuttaree, al behoren de VS ook nu al tot de
belangrijkste afnemers van textielproducten uit Mauritius, naast Frankrijk
en Groot-Brittannië.

De crisis in de textielsector heeft het aantal werklozen op het eiland
intussen doen aanzwellen tot 55.000 of 10 procent van de actieve bevolking.
Voor de overheid is de malaise ook nog om een andere reden vervelend: de
textielsector was de voorbije jaren goed voor 12 procent van het bruto
binnenlands product. Naast het toerisme, de suikerindustrie en de financiële
sector is de textielsector één van de vier belangrijke pijlers onder de
economie van het eiland.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3081   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift