Theater uit het zuiden

Muziek, film, literatuur en plastische kunsten uit het Zuiden vinden, aarzelend of stormenderhand, hun weg naar het Europese publiek. Als er één kunstuiting is die moeite heeft om de culturele grens over te steken, dan is het theater. De marginale positie van theater uit het Zuiden weerspiegelt de plaats die het Zuiden inneemt in de wereld.
An De Bisschop werkte in Johannesburg gedurende enkele maanden mee aan het Market Theatre, een van de belangrijkste theaters van Zuid-Afrika. Haar reflecties vullen de bedenkingen aan die Soaade Messoudi neerschreef in het novembernummer van Wereldwijd Magazine.

Het theater in Zuid-Afrika is in crisis. De duidelijke tweeledigheid van door de overheid gesubsidieerde theaterhuizen enerzijds en onafhankelijke protesttheaters anderzijds is met de politieke transformatie omgebogen in een divers landschap van gesubsidieerde sociale projecten en toeristische attracties. Voor de anti-apartheidsstrijders van weleer is het ‘als alleen in een boksring staan met de handschoenen nog aan’, zo zegt Malcolm Purkey, hoofddocent aan het drama-departement van de universiteit van Johannesburg. ‘De vraag is nu of Zuid-Afrika de gemakkelijke weg zal kiezen van het zoeken naar een nieuwe tegenstander of de uitdaging durft aan te gaan van het uittrekken van de handschoenen.’ Het post-apartheid Zuid-Afrikaans theater moet zichzelf heruitvinden, maar heeft allerminst een boodschap aan het zoeken naar een nieuwe vorm van gescheiden ontwikkeling. Het dient daarentegen te streven naar een geïntegreerde theaterpolitiek. En deze is niet het gehomogeniseerde pad van de transnationale, kapitalistische globalisering. Het is daarentegen een route die de diversiteit in de Zuid-Afrikaanse samenleving erkent en de historische ongelijkheden niet weglacht.

Het Market Theatre in Johannesburg opende de deuren in 1976. Samen met het Space Theatre in Cape Town vertegenwoordigde het de stem van de zwarte onderdrukte bevolking in dit land. Een overdekte marktplaats gelegen in hartje Johannesburg, temidden van de treinsporen en de taxistations, werd omgetoverd in een theaterhuis dat het symbool werd voor vernieuwing, durf en engagement. ‘We leefden haast vlugger dan we durfden te dromen,’ zegt Vanessa Cooke, actrice en medeoprichter van het theater. Nostalgie kleurt haar ogen wanneer ze praat over deze tijd en ik kan de spirit waarmee ze in het leven staat voelen tot in mijn botten. ‘In enkele jaren tijd werd The Market een brandmerk, elk zichzelf respecterend progressief theaterminnaar volgde de producties hier op de voet. De energie die onze groep bij elkaar hield was groot, we werkten zeer hard en aan het einde van de dag was er steeds de voldoening van overwinning. We verlegden grenzen en bespraken dingen die in geen enkel ander theater het daglicht mochten zien. De verborgen sociale realiteit die voor de blanken geen enkel marktpotentieel had brachten we op het podium. En we overleefden en hadden succes.’ Het Market Theatre ontving geen overheidssubsidies gedurende de apartheid. Het was een onafhankelijk anti-apartheidtheater naast de vier grote theaterhuizen die gerund werden met overheidsgeld, en welke enkel deden wat ze moesten doen: het cultiveren en onderhouden van blank, elitair en eurocentrisch theater. Vandaag zijn deze vier iconen van blank theater er eerder droef aan toe, begrensd niet enkel door gelimiteerde overheidssubsidie maar ook door een statusverandering van productiehuis naar speelhuis. Maar ook The Market, welke nu wel overheidsgelden ontvangt voor zijn werking, is niet meer de broedplaats voor vernieuwende kunst die het was. Volgens Vanessa is het duidelijk dat het Market Theater z’n kritische functie verloren heeft. ‘Toen was theater politiek, nu is het geld. Theaters die erin geslaagd zijn ook na de democratie een leidende rol te spelen, zijn deze die zich georiënteerd hebben op de markt en geen enkele schroom hebben als Aladin uit een Disneyfilm boven de sociale realiteiten te zweven.’

FASTFORWARD

Met het einde van de apartheid is voor de theaterwereld het accent verschoven van een gerichtheid op het binnenland naar een concentratie op internationale ontwikkelingen. De Market heeft hier, net als vele andere kleinere theaterhuizen, op gereageerd met een inhaalbeweging en werkt vandaag volop aan het moderniseren van zijn looks: nieuwe lederen zetels pronken in de inkomhal, de muren zijn angstwekkend wit en de vergulde kraantjes in de toiletten worden gepoetst. En met de renovatiewerken aan de façade ontpopt zich tevens een nieuw artistiek management, dat zich bewust is van het marktpotentieel van het geprogrammeerde werk. De fastforward-mode van versnelde transformatie is duidelijk van start gegaan en het valt nu enkel te hopen dat mét de verf ook het publiek komt. ‘Maar ik weet het niet’, zegt Vanessa, ‘ik geloof niet in deze omschakeling en voor mij is er geen punt in het halen van de trein. Misschien valt het publiek nu met bosjes binnen en wordt het verleid door de veilige omgeving en het intellectueel comfort van de stukken. En dan? Zal iemand durven kijken wie het precies is die op de stoelen zit? De witte elite aangevuld met de zwarte elite? En vooral, zal er nog iemand zijn die de kwaliteit van het werk bekritiseert? Uiteindelijk is dit toch nog steeds theater, en de eerste vraag zou moeten zijn of hier kwaliteitsvol theater wordt gemaakt’.

POPCORN EN LIEFDADIGHEID

Voor sommige spelers in het Zuid-Afrikaans theaterlandschap stelt deze vraag naar kwaliteit zich echter niet en dient theater dezelfde functie als shoppen, een film kijken en een spelletje kaart. Het moet entertainen, popcorn is het handelsmerk. Pieter Toerien bijvoorbeeld heeft zichzelf rijk gemaakt met een formule van dure Broadway-style hits, populair lichtspektakel, cabaret en sexy drama. Met z’n Montecasino en Theatre on the Bay onderwijst hij de huidige theaterwereld waardevolle lessen in marketing en hoe een trouw publiek op te bouwen en te behouden. Daarnaast ijvert hij in overheidsorganen als de National Arts Council voor de sponsering van theaterprojecten die zich richten op de bewoners van de townships. ‘Deze splitsing is fataal,’ zegt Malcolm Purkey, ‘sociaal relevant en dramatisch significant theater mag niet structureel worden afgesneden van de markt. Geëngageerde kunst maken, betekent niet afhankelijk zijn van sponsering. Op deze manier keren we de logica om en wordt het echte theater tweederangs.’ Vanessa vind de praktijk ironisch. ‘Het is als geld geven aan bedelaars of werken met achtergestelde groepen om je eigen imago een duwtje te geven, je te verzekeren van je eigen superioriteit. Het is zou niet minder betekenen dan een verderzetting van een gescheiden benadering van blanke- en zwarteculturen. Sponsering mag geen alibi worden voor een voor een globale democratische politiek, het is additioneel en moet in termen hiervan bekeken worden. Extra sponsering en subsidiëring van theaterprojecten in de townships is vandaag erg nodig, maar met als uiteindelijke doel de historisch verwaarloosde bevolking een stem in de markt te geven, het vereiste sociale- en culturele kapitaal te geven zodat ze autonoom kunnen participeren.’

OVERZEEZIEK

Heel wat internationaal gesponserde projecten dienen deze fase van overbrugging, en zijn in deze zin erg welkom. Maar toch is het interessant te bedenken wat het plaatje van theater in Zuid-Afrika zou zijn indien men de banden met het noordelijke halfrond zou doorknippen. Het verhaal van Thembi Mtschali lijkt een goede illustratie van de problemen die in dit verband verschijnen. Thembi was in haar jonge jaren dienstmeid bij een blanke familie, net als haar moeder. Met een enorme doorzettingskracht is ze erin geslaagd een carrière op te bouwen als actrice, wat haar de mogelijkheden bood te reizen met een productie. ‘Tijdens een reis naar Washington ontmoette ik Yael Farber, die toen in New York werkte maar tevens Zuid-Afrikaanse is. Ik vertelde haar over de idee waarmee ik reeds lange tijd speelde om een theaterstuk te maken over mijn eigen ervaringen als kind en als jonge vrouw, welke me ertoe gebracht hebben mijn eigen leven in handen te nemen. Het is een verhaal van wachten. Het tekende me als kind te wachten op mijn moeder die thuis zou komen van haar werk in de stad, één of twee keer per jaar. Maar als ik zelf een vrouw werd leek ik nog steeds mijn leven te leiden wachtend op een toekomst die nooit zou komen. Yael vond het een mooi idee en we werkten het stuk samen uit.’ A Woman in Waiting werd op poten gezet met Amerikaanse subsidie en toerde in Amerika, Engeland, Tunesië en Zuid-Afrika, een successtory bekroond met meerdere internationale awards waaronder in mei dit jaar de Sony Gold Award van beste radiotheaterstuk van het jaar in Engeland. De eerste ironie in dit verhaal is dat twee Zuid-Afrikaanse vrouwen die een krachtig Zuid-Afrikaans verhaal brengen, in een vreemd land moeten werken, met geld van vreemde sponsers, om een internationaal gerenomeerd toneelstuk te creëren. Ze kregen noch subsidie van het Zuid-Afrikaanse kunstendepartement, noch van enige andere Zuid-Afrikaanse sponsor. De tweede ironie is dat, wanneer het stuk getoond werd in de Zuid-Afrikaanse zalen, bijna voor een lege zaal werd gespeeld, en dit terwijl overzeese producties als Cats of Lord of the Dance steeds konden rekenen op overvolle zalen met ticketprijzen die ver boven de prijs van gewone producties uitsteken.

Deze situatie is geen éénmalig voorbeeld maar wijst op een onevenwicht in het actuele theaterlandschap dat het product is van een beïnvloeding over een langere termijn . ‘Het is een chronische ziekte die progressief dreigt te worden,’ verduidelijkt Malcolm, ‘het geloof dat werk dat afkomstig is van overzee per definitie goed is, of minstens heel wat beter dan hetgeen lokale artiesten kunnen produceren. Ik noem het overzeeziek. Deze houding is duidelijk het gevolg van eeuwen koloniale overheersing, en niettegenstaande de politieke structuren vandaag hertekend zijn, is geest van de bevolking nog niet bevrijd van het gevoel van minderwaardigheid. We hebben de onderdanigheid als het ware geïncorporeerd, wat er nu toe leidt dat we actieve spelers dreigen te worden in het devalueren van onze eigen cultuur.’ Net als slavernij lijkt apartheid niet verdwenen te zijn, eerder is de oppervlakte ervan zorgvuldig gepolijst.

DUURZAME ONTVOOGDING

Noch historisch noch actueel lijkt het zo relevant de Zuid-Afrikaanse situatie te situeren zonder te verwijzen naar invloeden afkomstig van de voormalige koloniale grootmachten. De crisis stelt zich in het nieuwe Zuid-Afrika dan ook in de vraag hoe de noodzakelijke internationale hulpbronnen aan te wenden zodat de legitieme vragen van z’n burgers worden gediend, zonder hiermee de lokale agent te worden voor ontwikkelingsorganisaties die de winsten van arbeid exporteren naar locaties ver weg van de plaats van productie. En deze economische vraag herhaalt zich in de culturele vraag: wat zijn ‘authentieke’ Zuid-Afrikaanse vormen van theater die voor de inheemse bevolking een kanaal zijn om zichzelf uit te drukken in tegenstelling tot deze vormen ontwikkeld enkel voor competitie op de internationale scène?

‘Het lijkt me cruciaal’, zegt Vanessa, ‘dat Zuid-Afrika de touwtjes in handen houdt in deze onderhandeling tussen eigenheid en vreemde invloed, het opnemen van eigen verantwoordelijkheid via de nationale subsidiepolitiek en het delegeren van verantwoordelijkheden. Toch wil ik erop wijzen dat dit geen star debat mag worden. Het is me erg belangrijk dat internationale beïnvloeding niet wordt geschuwd.’ Ook Mike Van Graan, meent dat ‘de huidige oefening voor Zuid-Afrika alles behalve eenvoudig is.’ Hij is hoofd van het Netwerk Podiumkunsten van de Westkaap, directeur van het Internationaal Netwerk voor Culturele Diversiteit en in het dagelijks leven theatercriticus. Hij weet wat hij zegt wanneer hij ‘de opdracht van diversiteit en diepgaande communicatie over cultuur een wereldwijde uitdaging’ noemt. ‘Zuid-Afrika is in deze niet anders dan elk ander gekoloniseerd land, al is de politieke ommekeer wel erg recent. Maar wil de transformatie, of de ontwikkeling duurzaam kunnen worden genoemd dan meen ik dat het voor de ex-kolonies belangrijk is dat vertrokken wordt van de grassroots. In de confrontatie met het gebrek aan slagkracht van de bestaande theaterhuizen moeten we mijns inziens de vraag omkeren en begrijpen dat beroemde theaters als het Space Theatre en het Market Theatre gebouwd zijn op de rug van de apartheid, een baksteen zijn als reactie op de bakstenencultuur van de toenmalige politieke heersers. In deze symboolfunctie hebben de theaters succes gekend. Deze context is nu veranderd maar theater zal bestaan zolang er een verhaal is dat verteld kan worden, of zelfs een acteur die het kan vertellen. We moeten dan vertrekken van de vraag hoe deze verhalen het best tot hun recht kunnen komen en misschien moeten de grote symbolen van vroeger hierbij aan slagkracht inboeten. Het is dan aan Zuid-Afrika om zich in dit onderzoek niet te laten dicteren door de wetten van het geld of internationale ontwikkelingsorganisaties die menen te weten wat duurzame ontwikkeling is. Misschien moeten we beginnen met ontvoogding.’

HET ERFGOED VAN HET PROTEST

‘Indien substantieel, kwalitatief theater in Zuid-Afrika de invasie van de entertainmentindustrie weet te overleven is het onwaarschijnlijk dat dit theater de spiegel zal zijn van een blanke eurocentrische, lineaire en textgebaseerde traditie’ meent Malcolm. ‘Het nieuwe werk lijkt eerder te staan voor een hoge graad van visuele en fysische sterkte en combineert op een creatieve wijze inheemse tradities met de exotische invloed van het westerse drama. De nadruk ligt, eerder dan op het geschreven woord, op de communicatieve directheid.’ En inderdaad, indien we even verder kijken dan het officiële theatercircuit, kunnen we zeggen dat het Zuid-Afrikaans theater reeds bezig is zichzelf te herontdekken, op een wijze die niet de destructieve neveneffecten heeft van de zichzelf verloochenende sneltrein. Volgens Mike Van Graan zijn er twee belangrijke tendensen die betekenisvol zijn voor kwalitatief hedendaags theater: de opkomst van de theaterfestivals en de nog steeds vitale traditie van het gemeenschapstheater. ‘Gedurende de apartheid was theater voor de onderdrukte zwarte bevolking één van de belangrijke communicatievormen, een ontsnappingsroute. Dit protesttheater is in de townships een nog steeds levende vorm van sociale interactie en bezit heel wat potentieel. Gemixt met de traditie van het vertellen van verhalen, zien we dat hier een notie van theater groeit die niet past binnen de beschermde grenzen van de gevestigde theatergebouwen: theater als een kleiner, meer intiem gebeuren. De theaterfestivals, die momenteel in Zuid-Afrika als paddestoelen uit de grond rijzen, zijn hiervoor de ideale toonmomenten. Het is in termen van deze praktijk dat we kunnen spreken van een diepgaande transformatie, een cultuur die zijn erfgoed erkent.’

KWAITO IN DE HOMELANDS!

Het is duidelijk dat het herdenken van de theaterwereld in post-apartheid Zuid-Afrika een onderhandeling vraagt die ook andere dan markteconomische argumenten in rekening durft te brengen. Theater en theorie zijn etymologisch verbonden met elkaar en het zal inderdaad een nieuwe theorie en een nieuwe terminologie vergen om tot een democratische theaterpolitiek te komen. Bestaande tegenstellingen als mainstream en alternatief, formeel- en gemeenschapstheater roepen vragen op als we duurzaamheid in ontwikkeling naar voor schuiven. Transformatie gaat over het ontwikkelen van een politiek voor theater die ontsnapt aan het harnas van de geschiedenis zonder de lessen ervan te vergeten. Eén van deze lessen belangrijk zijn voor Zuid-Afrika, is huisvesting. ‘Protesttheater’, zo zegt Vanessa, ‘was zo effectief omdat het overal werd opgevoerd. De uitdaging vandaag bestaat erin de locus van sociaal transformerend theater -want theater is politiek- mede in de townships en de rurale gebieden te leggen en hiermee tevens de gedachten te veranderen van een subsidie-attitude die bepaalt dat succes wordt gemeten door de afstand dat het toneelstuk kan reizen van z’n plaats van creatie.’ Theater uit de townships heeft –voor zover ik het heb mogen beleven- inderdaad marktpotentieel. Inlands betekent niet minderwaardig, kijken we maar naar de kwaito-muziek die momenteel hoge toppers scoort in de Zuid-Afrikaanse en buitenlandse hitparades. Maar er dient geïnvesteerd te worden in kunsteducatie en studiebeurzen, opdat ook jongeren uit de townships de mogelijkheid krijgen zich te scholen en zich als professioneel theatermaker of theaterpolitieker te profileren. Het is deze gedachtengang die Vanessa ertoe gebracht heeft te werken met theatergroepen uit de townships. ‘We breng hen de vaardigheden bij om de overstap te maken naar het professionele circuit. De door hen geschreven en geregisseerde stukken krijgen via ons werk enkel een duwtje.’ Want als theater politiek is, dan is de vraag : wie schrijft het scrip? En het vergt enkel een basiskennis van democratie om te kunnen stellen dat er zonder participatie aan het politieke en het theaterproces weinig duurzame ontwikkeling zal bestaan die verder reikt dan de lijnen van de apartheid. Zolang politiekers en hun multinationale poppenspelers in bureaus ver weg van de plaats van hun destructieve acties toegelaten worden de agenda’s te schrijven, zal de strijd voor de democratie tevergeefs geweest zijn, zal de éne cel enkel geruild zijn voor een andere.



Malcolm Purkey is acteur, regisseur en hoofddocent aan het Drama-departement van de universiteit van Witwatersrand, Johannesburg. In 1976 stichtte hij Junction Avenue Theatre Company, een theatergroep die, net als The Company, controversie en confrontatie op de planken niet schuwde.

Vanessa Cooke was als actrice en lid van The Company, mede-oprichter van The Market Theatre Foundation in Johannesburg. Momenteel is ze coördinator van The Market Laboratory, het op opleiding en veldwerk gerichte onderdeel van de Foundation.

Thembi Mtschali is actrice. In de jaren ‘80 werd ze bekend met haar prestaties in ondermeer de bekende sitcom s’gidi s’nice, de musical Ipi ntombi en meerdere langspeelfilms. Vandaag is ze nog steeds erg actief en gewaardeerd in haar vak.

Mike Van Graan is hoofd van het Netwerk Podiumkunsten van de Westkaap, lid van het bestuur van het Internationaal Netwerk voor Culturele Diversiteit en een gerenomeerd en tevens gevreesd theatercriticus.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3210   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift