Thierry Michel: 'In Katanga woedt een economische oorlog'

Na spraakmakende documentaires als ‘Mobutu, roi du Zaïre’ (1999) en ‘Congo River’ (2005), concentreerde de Luikse regisseur Thierry Michel zich in zijn nieuwste prent op Katanga, de mijnprovincie in Zuidoost-Congo. ‘Katanga Business’ laat zich lezen als een scherpe ontleding van de geglobaliseerde wereldeconomie tegen de achtergrond van een door oorlog ontwricht land.
Uw laatste documentaire gaat over de mijnbouw in Katanga. Wat symboliseert Katanga voor u?
Thierry Michel:
Katanga is, in het hart van Afrika, ongetwijfeld de provincie die het rijkst is aan minerale grondstoffen. Het is een brandkast van de mensheid, met koper en kobalt, maar ook uranium, germanium en andere strategische mineralen. Aan deze plaats kunnen de grote wereldmachten moeilijk voorbij gaan.
Binnen het kader van de globalisering, woedt op deze plaats een economische oorlog. Het is niet enkel een oorlog tussen de mijnbouwbedrijven, maar ook tussen westerse mogendheden aan de ene kant, en nieuwe opkomende machten als China en India aan de andere kant. Dat is wat zich hier afspeelt: nieuwe economische verschuivingen en nieuwe strategische allianties. De documentaire is een soort cinematografische parabel over de staat waarin de wereld verkeert: de economie, de machtsverschillen, de situatie in Afrika, en de roofbouw die er gebeurt.
Eveneens is het een parabel over de economische wederopbouw van de regio. Precies dat interesseert me. Er woedt tezelfdertijd een economische en een sociale oorlog tussen dat wat ik ‘de krachten van het kapitaal’ en ‘de krachten van de arbeid’ zou kunnen noemen. Deze laatsten zijn natuurlijk de Afrikanen, die bij het verdelen van de taart te weinig armslag hebben, maar die desondanks toch proberen om kleine kruimels mee te pikken. Ik heb het hier over ofwel de artisanale ‘creuseurs’, ofwel om industriële arbeiders.
In uw documentaire volgen we enkele van de voornaamste actoren in de mijnsector. De gourverneur van Katanga, Moïse Katumbi, is een zeer opmerkelijk figuur. Hij wordt voorgesteld als een zeer zelfzeker politicus-zakenman. Is hij volgens u werkelijk in staat is om voorspoed te brengen naar Katanga?
Michel:
Laten we hopen. Door zijn verkiezing heeft hij democratische legitimiteit. Hij beschikt over zijn persoonlijk fortuin, waardoor hij niet de politiek in hoefde te gaan om zichzelf te verrijken. De man heeft een visie, denk ik. Hij wil zijn provincie wederopbouwen en bestuurt die werkelijk als een onderneming. Het is een complexe, veelzijdige persoonlijkheid.
Men kan hem beschouwen als een Afrikaanse Berlusconi die zijn eigen voetbalclub heeft, een eigen televisiekanaal, eigen bedrijven en politieke macht. Hij is zeker ook een populist. Hij legt bedrijven normen op ten gunste van de bevolking, schrijft arbeids- en veiligheidsnormen voor, laat arbeiders contracten afsluiten. Hij int belastingen en legt minimumlonen op. Op die manier doet hij ook denken aan Hugo Chavez.
Hij is populair bij iedereen. Hij werpt zich op als een scheidsrechter tussen het kapitaal en de arbeid. Het is een man van de breuk, of zoals men in Congo zegt, een politicus die de kip niet zal doden. Er is steeds de fabel van de kip en het ei, hé. Als hij het ei heeft gepakt, zal hij de kip niet doden. Tot nog toe doodden zijn voorgangers de kip en aten ze het ei. Vandaar dat men spreekt van een historische kans.
Hij is intelligent en beschikt over een intuïtie om vallen te ontwijken. Met zijn populariteit kan hij in zijn opzet slagen. Hij is niet beneveld door macht, zoals Mobutu dat was. Indien hem iets zou overkomen, ziekte of moord, denk ik dat Katanga een fase van geweld en politieke destabilisatie zou ingaan. Laten we hopen dat hij de man zal zijn van de wederopbouw van Katanga. Ik denk wel dat hij daartoe in staat is.
U maakte reeds een aantal documentaires over Congo. Vanwaar komt deze fascinatie voor dit land?
Michel:
U spreekt van ‘fascinatie’. Voor mij wil ‘fascinatie’ zeggen dat ik de kritische afstand verloren heb. Ik denk dat ik deze kritische afstand behoud, dat ik de zaken analyseer. Mijn camera is als een scanner die de werkelijkheid opneemt in al haar complexiteit, in al haar veelzijdigheid en in al haar tegenstrijdigheden. Maar ik heb wél een passie voor Congo. Dit land interesseert me uitermate. Ik was er getuige van de geschiedenis, maar evenzeer kroniekschrijver.
Franz Fanon, een theoreticus van de dekolonisatie, merkte destijds op dat Afrika de vorm heeft van een revolver en dat Congo aan de trekker ligt. Het is bovendien het grootste Franstalige land, zowel qua bevolking als qua oppervlakte. Aangezien ik zelf Franstalig ben en aangezien het een voormalige Belgische kolonie is, verklaart dat ergens mijn passie. Ik voel me ook ergens Congolees. Wellicht is dit omdat ik getuige ben geweest van alle omwentelingen van dit land, vanaf de muiterijen en plunderingen in 1991, over de val van de maréchal-président, tot de wederopbouw van vandaag. Gedurende zes maanden doorkruiste ik het land langs de 4.300 kilometer lange Congostroom. Ik begin het dus betrekkelijk goed te kennen.
Momenteel ondervindt ook Katanga de gevolgen van de economische crisis. Hoe kijkt u tegen de toekomst van deze provincie aan?
Michel:
“Ik denk dat Katanga een diepe crisis doormaakt, gezien de sterk gedaalde koers van koper en andere grondstoffen. Maar het is niet meer dan een pauze in haar wedergeboorte. Er liggen nog immense bodemrijkdommen. Niets is verloren. Bovendien raken in andere uithoeken van de wereld de bodemrijkdommen uitgeput. Het zal volstaan dat de prijs van de koper opnieuw de hoogte in gaat, om van dit nieuwe Eldorado opnieuw de plaats van afspraak te maken voor grote beursgenoteerde mijnbouwbedrijven. Ik zie nog geen reden voor ongerustheid.
Wat zich nu op het terrein afspeelt is tragisch. Vele mensen hebben geen werk meer. De bedrijven zijn, met hun kapitaal, in rook opgegaan. Maar de situatie zal wel heel snel heropstarten, denk ik. De wereld heeft de Katangese bodemrijkdommen hard nodig. Onder meer de luchtvaart-, de batterij- en de verfindustrie kunnen niet zonder de Katangese rijkdommen. De toekomst van de wereld wordt bepaald door wat zich in de Afrikaanse ondergrond bevindt.
Vele Chinese en Indiase ondernemers vertrokken reeds uit Katanga. U denkt dus dat ze zullen terugkomen.
Michel:
Natuurlijk zullen ze terugkeren. Samen met de winsten, staan ze er op een dag terug. De maffia is vertrokken. Des te beter. Ik denk dat de Congolezen hen beter kwijt dan rijk zijn. Ze voeren illegaal uit, ze kopen mineralen aan tegen de laagste prijs, uiteraard zonder de minste belastingen te betalen. Ook sommige ondernemers, die illegale en clandestiene fabrieken oprichtten, zoals je kunt zien in de film, vertrekken.
Dan is er het grote Chinese kapitaal. Deze heronderhandelen al over een contract. Ze hebben de Katangese grondstoffen broodnodig. Ze waren destijds niet gekomen om er te blijven, maar om zich zo vlug mogelijk te verrijken. Ze hebben zich verrijkt tot de situatie veranderde en dan hebben ze hun boeltje gepakt.
Welke boodschap wilt u verspreiden met deze documentaire?
Michel:
Moet een cineast een boodschap verspreiden? Of is hij een kritische waarnemer die de wereld tracht te analyseren door tumult, revoltes, hoop te tonen? Steeds stelt men mij deze vraag. Waarom wilt men dat ik een boodschap breng?
Ja, in ieder geval is er een impliciete boodschap in de film: de rijkdommen van Afrika moeten ook de ontwikkeling van het continent ten goede komen. Maar mijn doel ligt eerder in het begrijpelijk maken van de economische mechanismen, en datgene waarin ze onrechtvaardig zouden zijn. Voilà.
Ik probeer een film te maken die aangenaam is om naar te kijken, omdat er emoties in worden vertolkt, een die tot nadenken aanzet, inzichten aanreikt en de wereld van morgen beter wil doen begrijpen. Ik wil tonen dat de wereld verandert en dat in het hart van Afrika een nieuwe politieke generatie opstaat. Dus, ja, mijn bedoeling ligt vooral in het doen begrijpen van de wereld.
U bent destijds uw documentaire “Mobutu, roi du Zaïre” gaan tonen in Congo. Bent u hetzelfde van plan met “Katanga Business”?
Michel:
Dat is voorzien. Ik neem vakantie om de film in elke provincie en in elke Katangese stad te vertonen. Dit vergt tijd, maar ik wijd er mijn vakantie aan. Met de beperkte middelen, zeker als het op filminfrastructuur aankomt, is het nodig dat het uit vrije wil gebeurt. We nemen dus ook zelf een generator, brandstof, een scherm, een geluidsinstallatie, een projector mee. Maar ik ga het zeker doen.
Hierin ligt voor mij het ultieme plezier: het delen van de beelden die ik met met de bevolking heb gemaakt. Het zal hen een spiegel van hun Katangese werkelijkheid voorhouden. Het zal hen beter hun condition humaine laten begrijpen. In de andere provincies en steden kennen ze Katanga niet. Ik denk dat het voor hen even nieuw zal zijn als voor een Europeaan. Ze leven tenslotte in een land zonder media, waar geen televisie, bioscopen, zelfs geen pers is. Er is niets. Steeds weer is het een ontdekking. Het is een verrukking.
De mensen zijn geëmotioneerd door te zien wat ze nog niet kenden. Het ontroerde me te zien hoeveel mensen huilden tijdens de film.
Het is dus een manier om hen te bedanken.
Michel
: Natuurlijk. Ik vind het een morele verplichting om, wanneer ik ergens een film gemaakt heb er nadien de film te gaan tonen. Indien ik de ervaring niet deel, zou het zijn alsof ik hen heb beroofd. Maar nogmaals, het is iets waarvoor tijd moet vrijgemaakt worden. 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3153   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift