Tien jaar Chávez: De petroleumrevolutie

Hugo Chávez is tien jaar aan de macht in Venezuela. Het impulsieve en eigengereide optreden van de president maakt het moeilijk om zijn beleid nuchter te beoordelen. Voor sommigen is Chávez een messias, een nieuwe leider, voor anderen een tweede Mussolini of een ouderwetse volksmenner. Alma De Walsche nam in Venezuela de maat van een decennium Bolivariaanse revolutie.

  • Alma De Walsche Rood is de kleur van de revolutie Alma De Walsche

‘Het volk was de oude politiek en zijn corrupte leiders zat.’ Het is één van de weinige dingen waarover de voor- en tegenstanders van Chávez het eens zijn. De traditionele politieke partijen waren in diskrediet geraakt en miljoenen armen diep gefrustreerd. In dat klimaat forceerde Hugo Chávez Frias op 4 februari 1992 met een staatsgreep zijn doorbraak in de politiek. De staatsgreep mislukte, maar in 1998 keerde Chávez terug. Met zijn Beweging voor de Vijfde Republiek –Movimiento Va Republica–  stelde hij zich kandidaat voor de presidentsverkiezingen, die hij glansrijk won.

Chávez kwam als de redder des vaderlands, iemand die de schreeuw van zijn volk had gehoord. Hij kwam tegemoet aan het diepe verlangen naar verandering. Dat was voor het eerst naar boven gekomen tijdens een andere revolte, die van 27 februari 1989 in de Caracazo. Het volk kwam toen massaal op straat om met potten en pannen zijn afkeer te uiten tegen het neoliberale beleid van president Carlos Andrés Perez. Chávez brak met dat neoliberale beleid en ontketende een Bolivariaanse revolutie, genoemd naar zijn grote idool, vrijheidsstrijder Simon Bolívar.

Bolivar leeft!

Met Chávez brak een nieuw tijdperk aan, de Vijfde Republiek. Er kwam een nieuwe, progressieve grondwet, die onder meer het land een nieuwe naam gaf: Republica de Venezuela werd Republica Bolivariana de Venezuela. De regeertermijn van de president werd verlengd van vijf naar zes jaar en de machtsdeling werd uitgebreid van drie naar vijf instanties: naast de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht kwam er ook een burgerlijke en een electorale macht. Die burgerlijke macht incarneert het morele gezag, met instanties voor corruptiebestrijding. De electorale macht is verantwoordelijk voor het goede verloop van alles wat met verkiezingen en referenda te maken heeft.

‘Hier in Venezuela hebben wij geen representatieve democratie, zoals jullie in Europa’, zegt een Venezolaan. ‘Wij hebben een participatieve democratie. Het volk mag over alles zijn mening geven.’ Chávez noemt dat Poder Popular, de macht van het volk, en “een verdieping van de democratie”. Het afgelopen decennium is het volk al zo’n tien keer naar de stembus getrokken voor verkiezingen of referenda. Slechts één keer is die stemming negatief uitgevallen voor het officialisme, de beweging van de president. Dat was in het referendum van 2 december 2007.
Chávez’ succes heeft veel met zijn stijl te maken. Als geen ander politiek leider spreekt hij de taal van zijn volk, voelt hij hen aan, gesticuleert hij zoals hen. Hij weet de harten van de mensen te beroeren. ‘Chávez is heel erg zoals wij: emotioneel, impulsief, spontaan. En oké, hij maakt wel eens een misstap, maar hij is nooit verlegen om zijn excuses aan te bieden. Ik heb dat nooit gezien in een president’, klinkt het. Of nog: ‘Chávez breekt met alle diplomatieke fatsoen en lapt het protocol aan zijn laars. Maar, so what? Vaak zegt hij wat wij allemaal in stilte denken.’ Dat is de manier waarop vele Venezolanen hun president zien. 

Lagere klassen

Van in het begin heeft Chávez de lagere klassen tot speerpunt van zijn politiek gemaakt. Tot dan waren zij altijd buiten beeld gebleven. Aan de meest dringende noden kwam de president tegemoet gekomen met ontelbare misiones, sociale programma’s over het hele land verspreid. Voor de gezondheidszorg is er Barrio Adentro, overeind gehouden door Cubaanse dokters. Misión Rivas, Robinson en Sucre is een soort tweedekanstraject voor basis-, middelbaar en universitair onderwijs.

Duizenden sociale woningen werden gebouwd, al blijft het programma voor huisvesting mijlenver achter op de planning en de noden, en op wat vorige regeringen deden. Er is de Misión Alimentación via de Mercados de Alimentos (voedingswinkels), waar mensen basisproducten kunnen kopen aan de helft of een derde van de marktprijs. Nog belangrijker dan deze misiones, zo vinden sommigen, zijn de consejos comunales of wijkraden voor zelfbeheer. Die zijn een directe oefening in lokale politiek en ontvangen rechtstreeks van de president werkingsmiddelen voor projecten in de wijk, zoals gemeenschapshuizen of infrastructuurverbeteringen.

Enkele nuchtere cijfers van het Nationaal Instituut voor Statistiek geven aan dat Venezuela het niet slecht doet. Tien jaar geleden was 29,3 procent van de bevolking arm, nu is dat 23,4 procent. De VN-index over Menselijke Ontwikkeling (een gecombineerde indicator voor levensverwachting, vorming en koopkracht) steeg tot 0,8263. Venezuela behoort hiermee tot de landen met een hoge ontwikkelingsgraad. De ongelijkheid tussen arm en rijk is tussen 1998 en 2007 gedaald met 13,7 procent. Het minimumloon bedraagt 312 dollar per maand en is het hoogste van Latijns-Amerika. De werkloosheid bedroeg in januari 2008 7,6 procent, al is meer dan veertig procent informele arbeid. 

Ook in de regio liet Chávez zich opvallen. Hij lanceerde de ALBA –Alternativa Bolivariana de America– als alternatief  voor het neoliberale Vrijhandelsverdrag voor de Americas (ALCA), dat er overigens nooit gekomen is. Alba betekent ook dageraad. De ALBA staat voor sociaal georiënteerde samenwerkingsverbanden met bevriende landen: Cuba, Bolivia, Ecuador, Nicaragua en Honduras. Er zijn handelsakkoorden met Brazilië, Argentinië en de Caribische regio, onder meer in Petrocaribe en Petrosur, en Chávez stimuleerde de oprichting van Unasur en de Banco del Sur. 

‘Wie niet voor mij is, is tegen mij’

Eind 2006 wordt Chávez met een grote meerderheid herverkozen voor een tweede ambtstermijn. Maar in de daaropvolgende periode neemt hij met zo’n vaart maatregelen om zijn project door te drukken, dat het volk hem op 2 december 2007 terugfluit in een referendum. Daarin stelde hij een wijziging voor van 69 artikelen van de grondwet, met de bedoeling om ‘de socialistische revolutie dieper te verankeren’ Die wijzigingen hadden vooral betrekking op een grotere macht voor de president, een wijziging in de definitie van bezit en een ‘andere geografie van de macht’.
Het resultaat was dat drie miljoen Chávez-aanhangers thuis bleven, om niet tegen te moeten stemmen. Chávez zelf noemde 2008 een periode van correctie en herziening, om de overwinning in de lokale verkiezingen van voorbije november te garanderen. Eenmaal die slag thuis gehaald, moest het referendum van februari alweer een volgende doorbraak forceren.

Sinds 2006 is de politiek in Venezuela steeds meer gecentreerd geworden rond de figuur van Chávez. De oppositie heeft het over een “autocratisch” leiderschap. Ook Miguel Angel Contreras, die het veranderingsproces ten volle steunt, is erg kritisch over de leider. Hij heeft het over zijn ‘solipsistisch’ gedrag: Chávez stelt steeds meer zijn eigen persoon centraal en duldt moeilijk concurrenten in zijn omgeving.

Na zijn herverkiezing eind 2006 vroeg Chávez het parlement speciale volmachten voor 18 maanden om een aantal beslissingen door te duwen. Die geven duidelijk aan waar Chávez naartoe wil. Zo besliste hij om naast de petroleummaatschappij PVDSA ook andere strategische sectoren te nationaliseren, zoals de staalindustrie, de telecomunicatie, de elektriciteit van Caracas, de cementindustrie en het suikerbedrijf Cumanacoa.

Hij verving eigenstandig de Beweging van de Vijfde Republiek door de Eengemaakte Socialistische Partij van Venezuela, de PSUV (Partido Socialista Unido de Venezuela) en vond dat coalitiepartners hun eigen naam moesten achterwege laten om samen PSUV te vormen. De Communistische Partij (PCV), Podemos en Patria Para Todos (PPT) weigerden dat, wat door Chávez geïnterpreteerd werd als “contrarevolutionair”. ‘Wie niet voor mij is, is tegen mij’, zo redeneert het staatshoofd. Waarop Podemos en PPT de coalitie verlieten.

Ook het referendum van 2 december 2007 had Chávez op eigen houtje beslist. Volgens Miguel Angel Contreras heeft Chávez de vergissing begaan de verkiezingsoverwinning van 2006 te lezen als een carte blanche van het volk. Ten onrechte, want het volk volgt niet onvoorwaardelijk zijn leider, zoals tijdens het referendum bleek. ‘De Venezolanen willen geen project dat enkel afhangt van de figuur van Chávez. Meer en meer beseft het volk dat politiek iets is waar het bij betrokken wil zijn.’ Dat is alvast iets wat de Venezolanen de afgelopen tien of twintig jaar verworven hebben en niet meer willen afgeven.

‘Chávez is fysiek en mentaal geboetseerd in de rangen van het leger, volgens een verticale structuur en niet in een cultuur van politieke machtsdeling’, halen sommigen aan als verklaring. Zijn Bolivariaanse revolutie heet ook een “burgerlijk-militair” project. De naam van het leger, Fuerzas Armadas Nacionales, is onder Chavez overigens veranderd in Fuerzas Armadas Bolivarianas –een maatregel die ook in eigen rangen op heel wat controverse stootte want het leger moet in principe aan het land en niet aan de president en zijn project verbonden zijn.
De militaire aanwezigheid in de Venezolaanse maatschappij blijft ook niet beperkt tot de civiele functies van soldaten in de sociale projecten. De jongste tijd kreeg de revolutie er een heuse gewapende arm bij. Eén van de bepalingen in het referendum van 2 december stelde de oprichting voor van volksmilities als vijfde segment van het leger –naast de landmacht, de luchtmacht, de marine en de Nationale Garde. Het volk keurde dit af, maar de milities zijn er intussen toch gekomen. Chávez houdt immers rekening met de optie dat de revolutie ooit misschien gewapenderhand moet verdedigd worden.

De macht van de media

‘In de geesten van de mensen zit vaak nog meer het droombeeld van de Amerikaanse way of life dan van een socialistisch revolutionair alternatief’
In het politieke strijdperk hebben de media zich ontwikkeld als een volwaardige speler. Eleazar Díaz, directeur van Ultimas Noticias, de grootste en meest onpartijdige krant van het land: ‘In al de verkiezingen en referenda van de voorbije tien jaar zien we een stemmenverdeling van zestig-veertig procent. Die veertig procent zijn niet enkel toe te schrijven aan de elite en de rijke middenklasse, want die vertegenwoordigen hooguit 13,5 procent van de bevolking. Als de oppositie als politiek project weinig of niets voorstelt –geen programma, geen kandidaten– waarom slaagt Chávez er dan niet in het andere kamp te verkleinen?’

Volgens Díaz ligt dat aan de macht van de media. ‘In Venezuela zijn er negentig dagbladen, waarvan meer dan tachtig in handen van de oppositie. Van de zeshonderd radio’s zijn er vijfhonderd in handen van de oppositie.’ Voor de tv-kanalen is er meer evenwicht. Koploper aan de kant van de oppositie is Globovisión, terwijl het officialisme onder meer VTV-Canal 8, Vive-TV en Telesur bezit. Op Canal 8 is de president goed voor uren politiek discours tijdens het programma Alo Presidente.

Televisie heeft in Venezuela een gigantische impact op de cultuur en mentaliteit van de mensen. Dat beseft ook Joel Capriles. Hij is een volksleider in Barrio 23 de Enero, een legendarische zone van Caracas waar zo’n half miljoen armen wonen. Van hier kwamen de mensen die bij de Caracazo van februari 1989 de lont in het kruitvat staken, en die ook Chávez terughaalden bij de staatsgreep. Hier wonen ook de stoottroepen van de president. Capriles gelooft in het proces. Chávez heeft volgens hem wel degelijk  paradigma’s doorbroken. De nieuwe grondwet en het feit dat iedereen vandaag betrokken is bij de politiek, is volgens hem een niet te onderschatten ontwikkeling. Toch acht hij de revolutie nog niet verworven. ‘Wij zijn heel erg consumptiegericht en kijken uren tv. Dat tast de mentaliteit en de cultuur van de mensen aan.’

Ruben Martínez is het daar mee eens. Martínez, coördinator voor Barrio Adentro in zijn zone van Caracas, is een Chávezmilitant van de eerste lijn –rojo-rojito heet dat in Venezuela, diep rood. Martínez: ‘Wij wonen thuis met tien volwassen mensen. Er zijn vijf tv’s in huis. Mijn zussen stemmen wel op Chávez’ partij, maar ik ben de enige die naar Canal 8 kijk.

De anderen verkiezen soaps en reclamespots.’ Martinez vat het dilemma als volgt samen: ‘In de geesten van de mensen zit veel meer het droombeeld van de Amerikaanse way of life dan een socialistisch revolutionair alternatief. Het ontbreekt aan politieke vorming en bewustwording. We staan voor de aartsmoeilijke opdracht om een revolutie te maken, terwijl er veel geld in het land is.’ Dat geld is afkomstig van petroleum. Dat was al zo vóór de komst van Chávez, maar Chávez heeft die petroleumeconomie nog versterkt.  

Petro-socialisme

Precies omwille van dat oliegeld heeft Venezuela massaal gekozen voor de import van voedsel en afgewerkte producten. Zeventig procent van wat de Venezolanen consumeren, moet ingevoerd worden –voor voedsel is dat tachtig procent. De prijzen van het voedsel zijn in de loop van 2008 vijftig procent gestegen. De productieve sector is gehalveerd en de nationaliseringstendens ontmoedigt buitenlandse bedrijven om in Venezuela te investeren. Die sterke afhankelijkheid van petroleum kenmerkt Venezuela sinds de olie-exploitatie er op gang kwam rond 1936, maar Chávez heeft dat patroon nog sterker verankerd.

In 2008 sloot de economie af met een inflatie van 30,9 procent, de hoogste in de regio! De stijging van het minimumloon blijft achter op die inflatiegraad. De economische groei daalde van 8 procent in 2007 naar 4,9 in 2008. Vooral de grote importafhankelijkheid in de landbouw is de jongste tijd fel bekritiseerd en zowel in zijn State of the Union van januari als in de wekelijkse uitzendingen van Alo Presidente licht Chávez nu omstandig de plannen toe die hij heeft voor ontwikkeling en investering in de landbouw, onder meer de ontwikkeling van een hele agrochemische industrie, een derivaat van de petroleum.

De permanente revolutie

Intussen groeit het kamp van de ni ni, mensen die noch voor de oppositie noch voor Chávez willen stemmen. Tal van problemen blijven onopgelost of zijn het afgelopen decennium toegenomen. De corruptie tiert weliger dan ooit, en op het vlak van onveiligheid hoort Venezuela tot de koplopers van de wereld. In 2008 werden er maar liefst 14.000 mensen vermoord. En er is de mondiale economische crisis die ook Venezuela niet ongemoeid zal laten.

De lokale verkiezingen van november waren formeel een overwinning voor het officialisme. Het behaalde tweederde van de burgemeesterposten en 17 van de 23 gouverneurs. Maar strategisch gezien verloor het belangrijke posities, waaronder de burgemeesterfunctie van de hoofdstedelijke regio van Caracas.  Toch vinden blijkbaar de meeste Venezolanen dat Chávez “voorlopig” onmisbaar is.

Op 15 februari trokken ze naar de stembus om te antwoorden op de vraag of verkozen functionarissen zich een onbeperkt aantal keren kandidaat mogen stellen. Lees: of Chávez zich in 2012 nog eens mag aandienen als presidentskandidaat. Chávez won de stembusgang, en kreeg als het ware het fiat voor een volgende ambtstermijn. Hij zal echter op zijn tellen moeten letten want het volk is wakker en heeft onder Chávez geleerd zich de toekomst van het land aan te trekken. Dat is beslist de verworvenheid van het voorbije decennium.
Maar het is algemeen geweten dat het Chavisme geen andere leider heeft van het formaat van Chávez. En ook de oppositie heeft geen leider die zich met de president kan meten. Een hele groep vindt dat er heel wat kritiek te geven is op zijn leiderschap, maar dat Chávez de enige is die dit proces van emancipatie verder kan zetten.

Revolutie?

Is dit wel een revolutie? De oppositie, zowel van de linker- als van de rechterzijde, meent van niet. Teodoro Petkoff, ooit guerrillero, nu ideoloog van de rechtse oppositie en uitgever van het krantje Tal Cual: ‘Ik zie geen diepgaande structurele veranderingen in de samenleving. Er is een breuk met de oude elite, maar er is een nieuwe in de plaats gekomen.’ De kritiek van de linkerzijde klinkt nog scherper. Douglas Bravo, eveneens ex-guerrillero: ‘De reële machtsfactoren zijn nog steeds de multinationals, kijk naar de petroleumsector. Er zijn bedrijven genationaliseerd, maar de staat is eigenaar en beheerder.’

Een staatskapitalisme noemt Bravo dit, dat ver afstaat van socialisme, laat staan communisme. ‘Dit soort links is een nieuw rechts dat we moeten bestrijden’, vindt de oud-strijder. ‘Elke revolutie vandaag moet vertrekken vanuit de ecologie. De toekomst van de planeet staat op het spel.’ En hij voegt eraan toe: ‘Op dit eigenste ogenblik zijn er vijf parlementsleden die samen met een dertigtal burgemeesters een nieuwe beweging willen oprichten binnen het Chávisme om een revolutie te ontwikkelen. Met deze nieuwe linkse beweging zullen we de twee rechtse stromingen verslaan.’ Petroleumgeld is de levensader van de Bolivariaanse revolutie. Het spijst de sociale programma’s en is de basis van de buitenlanddiplomatie.

Voor sommigen zijn die goedkope olieleveringen aan het buitenland een doorn in het oog omdat Venezuela op die manier miljoenen dollars derft. Ook in het land zelf is de benzine spotgoedkoop, zo’n twee tot drie eurocent per liter. Een flesje water van 25 centiliter kost twintig keer meer dan een liter benzine. Die prijzen optrekken zou politieke zelfmoord betekenen. Ondanks de lage petroleumprijs voor de vrienden stroomde er nooit eerder zoveel geld Venezuela binnen als het voorbije decennium.
Toen Chávez aan de macht kwam, kostte een vat ruwe olie 10 dollar, midden  2008 was die prijs gestegen tot 116 en 147 dollar. In december was een vat nog 31 dollar waard maar 2008 kon toch afsluiten met een gemiddelde van 87,2 dollar. Voor 2009 rekent men op een gemiddelde van 60 dollar per vat. Volgens Saul Ortega, vice-president van het parlement, is er geen enkel probleem om de sociale programma’s aan te houden. Venezuela heeft reserves opgebouwd, zo’n 43 miljard dollar, die met nog fondsen her en der oplopen tot 70 miljard. Bovendien gaat Ortega er ook van uit dat de olieprijs weer zal stijgen.

‘De oliereserves op wereldvlak worden schaarser, terwijl alternatieve energie heel duur blijft. Venezuela heeft bewezen oliereserves. Ik ben ervan overtuigd dat we daar nog veel geld voor zullen krijgen.’ Al heeft Chávez zijn project van in het begin voorgesteld als een “Bolivariaanse revolutie”, toch zijn er verschillende fasen te onderscheiden. De eerste jaren had hij het vaagweg over een “derde weg” zoals door Tony Blair gepromoot, een correctie op het neoliberalisme met een grotere rol voor de staat. Geen spoor van zware uithalen naar de VS in die periode.
De grote mijlpaal in die tien jaar was de staatsgreep van 11 april 2002. De oppositie greep toen op een erg onhandige manier de macht. Twee dagen later haalden Chávez-aanhangers hun president terug. Vanaf toen nestelde die zich steviger dan ooit in zijn presidentszetel in Miraflores. Het is op het Wereld Sociaal Forum in Porto Alegre, in januari 2005, dat Chávez voor de eerste keer uitpakt met zijn project van het “socialisme van de 21ste eeuw”. Volgens Miguel Angel Contreras, socioloog aan de Centrale Universiteit van Caracas, begint hier een periode van verdieping van het Bolivariaanse project.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.