Tien jaar vrouwen en conflicten

Tien jaar geleden, op 31 oktober 2000, nam de VN Veiligheidsraad resolutie 1325 aan. Met deze resolutie werden vrouwen voor het eerst centraal gezet in de strijd tegen en de preventie van gewapende conflicten. Een decennium na de ondertekening maakt MO* de balans op van deze resolutie met twee Belgische senators voor wie vrouwen en hun rechten centraal staan in hun werk: Sabine de Bethune (CD&V) en Marleen Temmerman (sp.a).

  • Olivia Rutazibwa Sabine de Bethune en Marleen Temmerman Olivia Rutazibwa
  • Olivia Rutazibwa Sabine de Bethune Olivia Rutazibwa
  • Olivia Rutazibwa Marleen Temmerman Olivia Rutazibwa

We vieren nu 10 jarig bestaan van Resolutie 1325…
de Bethune: Iedereen zegt ‘vieren’, maar eigenlijk mogen we dat niet zeggen omdat er weinig te vieren valt. Op zich was de aanvaarding van die resolutie echt wel een kentering. Het was de eerste keer dat vrouwen in alle aspecten van conflicten erkend werden. Niet alleen als slachtoffer, maar ook als actor. Dat was iets revolutionair en een primeur in heel de geschiedenis van de mensheid. Het viel niet toevallig samen met de oprichting van het Internationaal Strafhof, waar seksueel geweld ook als misdaad tegen de menselijkheid werd erkend. Een enorme stap vooruit dus, vooral in de mentaliteit.

Hoe staan we er dan voor vandaag?
Temmerman: In 2004 werd een algemeen Actie Plan (AP) gestemd om de resolutie te implementeren. Het Belgisch Nationaal Actie Plan (NAP) kwam er pas in 2009. We waren niet bij de eersten, maar er waren er die nog later waren. Ik denk wel dat we kunnen zeggen dat het Belgische NAP één van de betere, zo niet de beste is.

Wat maakt het Belgische NAP dan zo goed?
de Bethune: Het bijzondere is dat het van onderuit is gegroeid. De eerste aanzet kwam vanuit de Senaat. Ik heb in 2005 een resolutie aan de Senaat voorgelegd dat met unanimiteit over de partijgrenzen heen, is gestemd om aan de regering te vragen met een AP te starten. Toen heeft de Nederlandstalige Vrouwenraad daarop ingepikt met een grote campagne: ‘Vrouwenkracht is Vredesmacht’. We hebben een grote petitie gelanceerd, mensen gemobiliseerd, betoogd en vredesvrouwen uit heel de wereld uitgenodigd.

In 2007 had België voor twee jaar een zitje in de VN Veiligheidsraad. Het was ondenkbaar dat we in die positie de slechtste leerling van de klas zouden zijn rond resolutie 1325. Door de handen in elkaar te slaan zijn het parlement en de civiele maatschappij er in geslaagd om druk uit te oefenen op de regering en is het AP er gekomen, net voor het einde van ons mandaat in de VN Veiligheidsraad. Het sterkste punt van ons AP is dus dat het zo gedragen is.

Temmerman: Op papier is het dus een echt een goed AP. Maar als we dan kijken naar de implementatie ervan, dan merken we die echt wel te wensen overlaat. En naar inhoud toe meen ik me te herinneren dat er niets of niet veel instaat over HIV/Aids.

de Bethune: Een ander belangrijk punt is het genoeg ruimte geven aan de vrouwenbeweging en de lokale vrouwengroepen op het terrein. Vandaag gaan die vaak verloren en worden ze niet genoeg gehoord en gewaardeerd. Ons land zou meer middelen kunnen vrijmaken voor projecten van vrouwenbewegingen ginder en hier bij ons.

Temmerman: Vorige week er was bijvoorbeeld de internationale vrouwenmars in Bukavu, Oost Congo. Zo’n dingen hebben weerklank. Het is nog maar de vraag of ze werkelijk iets veranderen aan de situatie, de straffeloosheid gaat men hiermee niet tegenhouden, maar het heeft geen zin zo te denken of niets te doen. We moeten blijven hameren en zorgen voor een groter draagvlak.

de Bethune: Ook in het kader van het Belgische EU voorzitterschap neemt ons land haar verantwoordelijkheid op over 1325. Minister Steven Van Ackere heeft samen met EU Buitenland Vertegenwoordiger Catherine Ashton drie high level meetings opgezet in verband met 1325: één in Brussel, één in Geneve en één in New York. Over de toepassing van de resolutie en de drie P’s: participatie, preventie en ‘protection’. Niet zomaar om mensen rond de tafel te brengen maar om gericht op de toekomst concrete engagementen te nemen.

Temmerman: Misschien ben ik nog niet gewend aan het trage ritme binnen de politiek (lacht). Maar persoonlijk vind ik wel dat het allemaal sneller zou mogen gaan. We hebben allemaal heel hard gewerkt maar toch heeft het vijf jaar geduurd voor wij een eigen NAP hadden. In 2009 of 2010 stond er ook een evaluatie van ons NAP gepland, maar die is er naar mijn weten nog niet geweest.

de Bethune: Een van deze dagen vindt hierover een open debat plaats in de Veiligheidsraad. We verwachten dat daar eindelijk wat maatregelen worden genomen, indicatoren worden aanvaard, monitoring mechanismen worden ingesteld. In die zin is het goed dat we nog even wachten met onze evaluatie op Belgisch niveau zodat we alle inzichten van de Veiligheidsraad kunnen meenemen in de invulling van ons NAP.

De implementatie van Resolutie 1325 komt maar traag op gang dus. Maar zijn er in de afgelopen tien jaar al concrete verdiensten gesteld?
de Bethune: In ons leger zijn er bijvoorbeeld positieve acties ondernomen. Men probeert er de bril van de gelijke kansen op te zetten, maar ook daar er is nog veel werk. Ook binnen Ontwikkelingssamenwerking is er nog heel veel werk aan de winkel. Men start langzaamaan met de gendermarker metodiek. Bij Buitenlandse Zaken werkt Minister Van Ackere samen met VN Speciale Vertegenwoordiger voor Seksueel Geweld in Conflicten Margot Walström via financiële bijdragen om vrouwen in conflicten in de kijker te zetten.

Temmerman: Rond gendermainstreaming moeten we in België toch nog heel wat doen. Tien jaar geleden hebben wij met ons centrum aan de Universiteit Gent een gender assessment uitgevoerd. Een doorlichting van het aandeel van vrouwen in projecten, zowel voor België als enkele andere landen. België kwam er bedroevend uit. Acht jaar later werd die zelfde studie gedaan en was er voor België weinig veranderd. Intussen wordt er op het terrein gemainstreamed, en in veel andere landen ook.

de Bethune: Dat er dus moet nog heel wat gebeuren, daar zijn we het over eens! (lachen) Er is nog veel werk aan de winkel.

We moeten dus nadenken over dwingende maatregelen. Waar zouden jullie die eerst op inzetten? Daar waar de vrouw het slachtoffer is of eerder waar ze een deel van de oplossing is?
Temmerman: Ik zou voorstellen dat we eerst inzetten op de vrouw als oplossing. Vanuit humaan en humanitair oogpunt is het belangrijk aandacht te hebben voor het slachtoffer, maar als we daar alles op inzetten, dan denk ik dat er structureel te weinig zal veranderen.

We moeten structureel te werk gaan door bijvoorbeeld te tellen hoeveel vrouwen betrokken zijn in een project voordat we een contract afsluiten. Dat doen we nog veel te weinig. Een soort van conditionaliteit inbouwen dus. Er gaan stemmen op die vragen van donoren dat samenwerking zouden weigeren indien een land helemaal niets doet aan vrouwenrechten, moedersterfte of verkrachting bijvoorbeeld.

Maar die conditionaliteit is een moeilijke kwestie. Ik stel het dus eerder als een vraag dan als een stelling. Want we zouden een lijst met prioriteiten moeten opmaken die in principe voor iedereen verschillend kan zijn. Zo’n manier van werken zou niet erg stabiel zijn want telkens we van minister zouden veranderen, zou er een ander lijstje zijn. Het is dus een moeilijk debat. Maar dat mag ons niet om na te denken over basiselementen.

de Bethune: Het zou inderdaad goed zijn moest er al over gepraat worden. Vaak staat het niet eens op de agenda. Ik ben voorstander van conditionaliteit als we het in de eerste plaats toepassen op dwingende mensenrechtenkwesties. Opschorten van de samenwerking moet enkel in de meest extreme gevallen. Het gaat er eerder om om een punt te maken.
Maar we kunnen ook anders te werk gaan. Als we er voor het ondertekenen van een samenwerkingsakkoord voor zorgen dat de juiste mensen rond de tafel zitten, dat de lokale vrouwenbewegingen er bijvoorbeeld van meet af aan bij betrokken zijn, dan zullen de juiste prioriteiten op tafel liggen.

Om terug te komen op het aantal vrouwen dat betrokken moet worden, dan denk ik dat we het woord quota in de mond moeten nemen. Zeker als we zien welke goede resultaten het heeft opgeleverd in onze politieke vertegenwoordiging in eigen land, en wat we nu ook in de Raden van Bestuur aan het doorvoeren zijn. Of het nu gaat om vrouwen in de politiek, of vrouwen in Peacekeeping missies, of de civiele maatschappij en de mate waarin zij deelnemen aan de onderhandelingen of reconstructie operaties: We zullen quota’s moeten hanteren. Dat zal wellicht het enige middel zijn.

Hoe kunnen we er intussen voor zorgen dat de idee van participatie geen dode letter blijft?
Temmerman: Als parlementariërs hebben wij er eigenlijk niet altijd zicht op hoe overeenkomsten worden afgesloten. Zoals de bilaterale Nationale Indicatieve Programma’s bijvoorbeeld, die worden via de regering onderhandeld.

de Bethune: In dat verband heb ik heb er vorige week nog een grote actie gelanceerd. Met de Belgische sectie van AWEPA (organisatie van de parlementariërs voor Afrika) hebben we 150 parlementsleden uit Europa en Afrika uitgenodigd in de Senaat voor een internationale conferentie. We zijn overeengekomen om de punten van resolutie 1325 centraal te stellen in de komende drie jaar, en dit in samenspraak met de collega’s parlementariërs uit Afrika en via hen ook hun civiele maatschappij en zij met hun regering.

Ook bij ons zien we dat de participatie van de betrokken vrouwen niet altijd evident is. Denk maar aan de moslima’s in het hoofddoekendebat bijvoorbeeld. Hoe kijken jullie aan tegen de kritiek die er soms is op de westerse vrouwenbeweging dat ze zich zou bezondigen aan het ‘Saving the Brown Women’-syndroom: het willen redden van bijvoorbeeld de Afrikaanse vrouwen via de eigen waarden en normen?

de Bethune: Als ik met de betrokken vrouwen spreek op het terrein, dan vinden we elkaar al heel vlug in dezelfde opvattingen. Over de plaats die vrouwen moeten innemen in de samenleving, daarover zijn we het helemaal eens. De vrouwenmars in Bukavu is daar een goed voorbeeld van. Het waren vooral de Congolese vrouwen hier en uit de regio die er actief aan deelnamen.

Temmerman: Wat kunnen wij doen voor hen, is inderdaad de vraag. Wij hebben reeds drie feministische golven achter de rug, we hebben dus al een hele weg afgelegd. Maar dat wil dus niet zeggen dat zij precies dezelfde weg moeten afleggen. Wat we wel kunnen doen is zorgen dat hun thema’s hun agendapunten op de internationale agenda blijven staan. Wij moeten hen het forum geven.

de Bethune: We kunnen ook zien wat we van hen kunnen leren. Qua quota’s in het parlement, op de universiteiten of de diplomatie staan veel Afrikaanse landen vaak heel wat verder. Wij hebben hen de les dus niet te spellen.

Temmerman: Ook als het op waarden en normen aankomt bijvoorbeeld. Er is de gezegde: ‘It takes two to make a child, it takes a village to raise one.’ Over het gemeenschapsgevoel zouden we veel van hen kunnen leren.

de Bethune: Een ander voorbeeld is de gender-budgettering. Wij hebben hierover een wet gestemd maar het wordt nog steeds niet toegepast. In Marokko dus wel. Het is er gekomen met de steun van onze ontwikkelingssamenwerking en wordt daar dus effectief uitgevoerd. Wel, ik stel voor dat we de expert van Marokko eens naar hier uit te nodigen om ons te onderwijzen.

Temmerman: Dat lijkt me een goed idee!

Hoe ziet de toekomst er uit? Gaat het, gezien de andere prangende problemen zoals de financiële crisis of klimaatverandering die nu in de kijker staan, moeilijker of gemakkelijker zijn om vrouwenrechten op de agenda te houden?
de Bethune: De troef is dat het bewustzijn rond vrouwen is gegroeid. Het is belangrijk dat we beseffen dat ons lot wereldwijd met elkaar verbonden is. Uiteindelijk hebben we het een beetje in eigen handen welke richting het uitgaat. En dat is motiverend. Ik ben dus niet optimistisch of pessimistisch, we moeten gewoon vooruit!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur