Tien redenen om tegen het IMF te zijn

Een der machtigste instellingen ter wereld
Het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank werden in 1944 opgericht in Bretton Woods (New Hampshire, Verenigde Staten). Beide instellingen hebben nu hun zetel in Washington. De oorspronkelijke doelstelling van het IMF was het bevorderen van de internationale economische samenwerking en het toestaan van leningen op korte termijn aan de lidstaten.
 

Daardoor konden de landen met elkaar handel blijven drijven en hun betalingen met het buitenland in evenwicht houden, zelfs tijdens grote crisissen. Sinds de schuldencrisis van de jaren 1980 heeft het IMF zich ontwikkeld tot hét centrum voor reddingsoperaties voor landen in financiële nood. Die crisissen zijn in de globale casino-economie overigens meestal het gevolg van speculatie tegen munten. Het IMF verstrekt noodleningen waaraan voorwaarden verbonden zijn. Die voorwaarden worden meestal Structurele Aanpassingsprogramma’s (SAP) genoemd. Het IMF treedt op als een globale krediethaai en oefent een enorme druk uit op de economie van meer dan zestig landen. Deze landen moeten de voorschriften van het IMF volgen om leningen, internationale hulp en zelfs schuldverlichting te krijgen. Het IMF beslist dus hoeveel hulpvragende landen mogen uitgeven voor onderwijs, gezondheidszorg en milieubescherming. Het IMF is een der machtigste instellingen ter wereld, maar toch weten weinigen hoe het fonds werkt.

Reden nummer 1 - Het IMF heeft een immoreel systeem van hedendaags kolonialisme ingesteld, dat de armen leegzuigt (1)


Het IMF heeft, samen met de Wereldbank en de Wereldhandelsorganisatie, de geglobaliseerde wereldeconomie op het pad van grotere ongelijkheid en ecologische afbraak gezet. De Structurele Aanpassingsprogramma’s verzekeren de terugbetaling van de schulden door landen te verplichten de hakbijl te zetten in uitgaven voor onderwijs en gezondheidszorg. Landen moeten hun subsidies voor basisvoedsel en openbaar vervoer verminderen, de nationale munt devalueren om de uitvoer goedkoper te maken, overheidsbedrijven privatiseren en de lonen bevriezen. Deze besparingen verhogen de armoede, ze beperken de mogelijkheden van landen om een eigen sterke economie op te bouwen en geven multinationale ondernemingen de gelegenheid arbeiders uit te buiten en het milieu te vervuilen. In ruil voor een recente lening moest Argentinië de lonen van artsen en onderwijzend personeel verlagen en de uitkeringen van de sociale zekerheid beperken. Het IMF is ervoor verantwoordelijk dat de elite uit het Zuiden veeleer verantwoording aflegt aan de elite uit de Eerste Wereld dan aan de eigen bevolking. Zo ondermijnt het IMF de democratie.

 

Reden nummer 2- Het IMF is het knechtje van de rijke landen en van Wall Street


In een democratische internationale organisatie heeft elk lid één stem. Maar in het IMF ligt de macht bij de rijke landen, omdat het stemrecht bepaald wordt door de financiële bijdrage die elke lidstaat stort in het kader van de quotaregeling van het IMF. Het is dus een systeem waarin één dollar één stem oplevert. De VS is met een quotum van 18 procent de belangrijkste aandeelhouder. De VS, Duitsland, Japan, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk controleren samen ongeveer 38 procent van de stemmen. Deze bovenmatige invloed van de rijke landen heeft tot gevolg dat de belangen van bankiers, investeerders en bedrijven uit de geïndustrialiseerde landen zwaarder wegen dan de noden van de meerderheid van de wereldbevolking in de arme landen.

 

 

Reden nummer 3- Het IMF legt een fundamenteel verkeerd ontwikkelingsmodel op


Zonder rekening te houden met de historische ervaring van de geïndustrialiseerde landen zelf, dwingt het IMF het Zuiden voorrang te geven aan productie voor de uitvoer boven de ontwikkeling van een gediversifieerde binnenlandse economie. Bijna tachtig procent van alle ondervoede kinderen in de wereld leeft in landen waar de boeren gedwongen worden over te schakelen van voedingsgewassen voor de nationale markt op een productie voor de uitvoer naar de rijke landen. Het IMF eist ook dat landen hun steun aan nationale bedrijven afbouwen, terwijl ze wel voordelen mogen geven aan multinationale ondernemingen, bijvoorbeeld door de arbeidskosten te verlagen. Kleine bedrijven en boeren kunnen niet concurreren met de buitenlandse bedrijven. Arbeiders moeten zich in de vrijhandelszones afsloven voor een hongerloon. Ze wonen in krotten en verdienen te weinig om hun gezin te onderhouden. Telkens wanneer de schuld van een regering bij het IMF stijgt, wordt de vicieuze cirkel van de armoede niet bestreden maar voortgezet.

 

 

Reden nummer 4- Het IMF is een gesloten instelling die geen verantwoording aflegt


Het IMF werkt met het geld van de belastingbetalers, maar verschuilt zich achter een sluier van geheimhouding. De inwoners van de landen die de maatregelen van het IMF moeten ondergaan, hebben geen stem bij het opstellen van de voorwaarden die aan de leningen verbonden zijn. Het IMF wordt bestuurd door een selecte club van centrale bankiers en ministers van Financiën zonder inbreng van de verantwoordelijken voor onderwijs, volksgezondheid of milieu. Het IMF verzet zich tegen oproepen voor een openbaar onderzoek en een onafhankelijke evaluatie van zijn beleid.

 

 

Reden nummer 5- Het IMF bevoordeelt de bedrijven


Landen worden aangemoedigd om belastingverminderingen toe te staan en subsidies te geven aan uitvoergerichte bedrijven. De bezittingen van de staat, waaronder de bossen en de leveranciers van water, gas en elektriciteit, worden aan spotprijzen verkocht aan buitenlandse investeerders. In Guyana kreeg het Aziatische houtbedrijf Barama de toelating hout te kappen op een landoppervlakte die anderhalve keer groter is dan het land dat aan inheemse volkeren toegewezen wordt. Barama kreeg ook gedurende vijf jaar vrijstelling van het betalen van belastingen op de winst. Het IMF dwong Haïti zijn markt open te stellen voor zwaar gesubsidieerde rijst uit de VS. Tegelijk mocht Haïti zijn eigen rijstboeren niet langer financieel steunen. Het Amerikaanse bedrijf Early Rice verkoopt nu de helft van al de rijst die in Haïti gegeten wordt.

 

 

Reden nummer 6- Het IMF benadeelt de arbeiders


Het IMF en de Wereldbank geven landen dikwijls het advies de arbeidswetgeving te versoepelen om buitenlandse investeerders aan te trekken. Wetten die de vakbonden bij onderhandelingen beschermen, worden afgebouwd en lonen worden verlaagd. De mantra van de ‘arbeidsmarktflexibiliteit’ geeft bedrijven de kans arbeiders naar believen te ontslaan en zich te vestigen waar de lonen het laagst zijn. Het Trade and Development Report van UNCTAD, de VN-conferentie voor Handel en Ontwikkeling, uit 1995 beschrijft hoe werkgevers in Haïti misbruik maken van deze flexibiliteit om arbeiders weg te sturen in plaats van er andere aan te werven. De Haïtiaanse regering werd aangespoord de bepaling uit het arbeidsrecht te wijzigen, die de aanpassing van het minimumloon voorziet bij een prijsstijging van tien procent. Ook de Amerikaanse arbeiders worden door het IMF in hun belangen geschaad omdat ze moeten concurreren met goedkope, uitgebuite arbeid. Verkeerde adviezen van het IMF tijdens de grote Aziatische financiële crisis dompelden Zuid-Korea, Indonesië, Thailand en andere landen in een diepe recessie, die tweehonderd miljoen ‘nieuwe armen’ veroorzaakte. Het IMF raadde de Aziatische landen aan ‘zich uit de crisis te exporteren’. Daardoor werden in de VS 12.000 staalarbeiders ontslagen, omdat het Aziatische staal gedumpt werd op de Amerikaanse markt.

 

 

Reden nummer 7- Het IMF treft bovenal de vrouwen


De Structurele Aanpassingsprogramma’s maken het vooral vrouwen moeilijk om in de behoeften van hun gezin te voorzien. Als het onderwijs duurder wordt omdat het IMF aanbeveelt de gebruikers te laten betalen voor openbare diensten (de zogenaamde user fees), worden eerst de meisjes thuisgehouden. De gebruikersbijdragen in openbare hospitalen en gezondheidscentra maken de zorg onbetaalbaar voor wie die meest nodig heeft. De overschakeling op landbouwproducten voor de uitvoer maakt het basisvoedsel voor gezinnen duurder. Vrouwen werden sterker uitgebuit na de versoepeling van de arbeidswetgeving toen er meer misbruiken kwamen in de bedrijven die op goedkope arbeid draaien (de sweatshops).

 

 

Reden nummer 8- Het IMF brengt het milieu schade toe


De leningen en reddingsoperaties van het IMF geven aanleiding tot een onthutsende overexploitatie van de natuurlijke rijkdommen. Het IMF houdt geen rekening met de impact van zijn voorwaarden op het milieu en de ministers van Leefmilieu of de milieubeschermers worden niet betrokken bij de voorbereiding van het beleid. De focus op de groei van de uitvoer om deviezen te verdienen voor de terugbetaling van leningen, heeft geleid tot een onhoudbare vernietiging van de natuur. Het streven van Ivoorkust om de uitvoer van cacao te verhogen, veroorzaakte de teloorgang van twee derde van de bossen in het land.

 

 

Reden nummer 9- Het IMF redt rijke bankiers en veroorzaakt morele willekeur en een grotere instabiliteit in de wereldeconomie


Het IMF spoort landen gewoonlijk aan om hun financiële systeem te dereguleren. Het afbouwen van beperkingen die misschien speculatie hadden kunnen voorkomen, heeft heel wat kapitaal naar de financiële markten van de ontwikkelingslanden gelokt. Het grootste deel wordt belegd op korte termijn en maakt landen afhankelijk van de grillen van speculanten. De crisis van de Mexicaanse peso in 1995 was gedeeltelijk het gevolg van dit IMF-beleid. Toen de speculatieve bel ontplofte, traden het IMF en de Amerikaanse regering op om de interestvoeten en de wisselkoers te ondersteunen. Zij gebruikten belastinggeld om de bankiers van Wall Street uit de nood te helpen. Deze reddingsplannen moedigen investeerders aan risico’s te blijven nemen. Zo worden nationale economieën nog instabieler. Tijdens de reddingsoperatie voor Azië eiste het IMF van de regeringen de overname van ‘slechte’ leningen van de privé-banken. De bevolking betaalde dus de kosten van de reddingsoperatie en er werd nog meer geld onttrokken aan sociale programma’s.

 

 

Reden nummer 10- De reddingsoperaties van het IMF brengen geen oplossing, maar verergeren de economische crisissen


Tijdens financiële crisissen  zoals in Mexico in 1995 en Zuid Korea, Indonesië, Thailand, Brazilië en Rusland in 1997  kwam het IMF tussen als ‘kredietverlener in laatste instantie’ (lender of last resort). Maar het optreden van het IMF in Azië maakte geen einde aan de financiële paniek. De crisis werd erger en tastte ook andere landen aan. De voorwaarden die aan de noodleningen verbonden waren, bleken een slecht geneesmiddel. Massale ontslagen op korte termijn en een ondermijning van de ontwikkeling op lange termijn waren het gevolg. In Zuid-Korea deed het IMF een recessie ontstaan door de interesten te verhogen, waarop nog meer faillissementen en ontslagen volgden. Als gevolg van de hervormingen die het IMF in 1995 aan Mexico opdrong, steeg het aantal Mexicanen dat in extreme armoede leeft met vijftig procent en daalde het nationaal minimumloon met twintig procent.
Vertaling: Emiel Vervliet
(1) In de oorspronkelijke Engelse versie staat: “… that SAPs the poor.” To sap betekent onder andere ondermijnen, verzwakken, levenskracht onttrekken. Een SAP is ook een Structural Adjustment Programme van het IMF. Die woordspeling gaat in de vertaling verloren.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3100   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift