Tilak: een vrouw

Wie arm is en uitgesloten wordt, hoeft zich daar niet bij neer te leggen. Dat bewijst Tilak, een inheemse vrouw uit Maulipadar in de Indiase deelstaat Orissa. Broederlijk Delen koos haar dit jaar als symbool van de organisaties en bewegingen die de ngo steunt. Kristien Hemmerechts ging een weekje logeren bij Tilak. Terwijl de mannen gokken, zorgen de vrouwen voor ontwikkeling.
  • Stephane Swinnen Broederlijk Delen koos Tilak als symbool van de organisaties en bewegingen die de ngo steunt. Stephane Swinnen
Het is al donker wanneer een motor voor het lemen huisje van Tilak stopt en een jonge man van het achterste zitje stapt. Hij knoopt de zakdoek los die hij tegen het stof voor zijn mond heeft gebonden en loopt het erf op. Nieuwsgierig neem ik hem op. Devnath is Tilaks oudste kind én de man in huis. Tilak is meer dan vijftien jaar weduwe. Ze heeft zeven kinderen gebaard, van wie er vandaag nog twee in leven zijn: de eerstgeborene en de laatstgeborene.
Zoals de meeste inheemse mensen is Devnath tenger gebouwd. Zijn wangen zijn ingevallen en hij kijkt gespannen. Ik heb het gevoel hem een beetje te kennen want ik logeer in zijn kamer. Het is de enige kamer met een aparte ingang en een slot op de deur. Devnath, zo vermoed ik, is op zijn privacy gesteld. Hij heeft een ijzeren koffer waar ook al een slotje op zit.
Het enige bed in Tilaks huis staat in zíjn kamer. Aan de muur hangen foto’s van blitse jongens en meisjes. In een hoek staat een piepkleine televisie en op een plank liggen cursussen. Devnath is tien jaar naar school geweest. Hij heeft zijn geluk in Chennai beproefd, maar na vier maanden dreef heimwee hem naar zijn dorp terug. En naar het huisje dat zijn moeder kraaknet houdt, al bestaat de vloer uit aangestampte aarde.

Tijd om te trouwen


Devnath is vijfentwintig. Tijd om te trouwen, zo hebben hij en zijn moeder beslist, maar voorlopig hebben ze geen geschikt meisje op het oog. De ideale bruid moet net als zij tot het volk van de Dhurwa behoren. Ze moet beleefd zijn, kunnen lezen en schrijven en minstens achttien jaar oud zijn, zoals de wet het voorschrijft. ‘Als mensen langskomen, moet ze hen vriendelijk te woord staan’, zegt Tilak. Ik glimlach, want bij Tilak komt de hele dag volk over de vloer.
Tilak weet al hoeveel ze voor de bruid zal betalen: tweehonderd kilo rijst. Ook herinnert ze zich precies hoeveel haar man destijds voor haar heeft neergeteld: tweehonderd roepies. Maar eerst had hij haar geschaakt. Op een bruiloft had hij zijn oog op haar laten vallen, maar zij wees hem af omdat ze hem te oud vond. Ze was pas dertien of veertien en hij was er tweeëntwintig.
Haar toekomstige man kon de belediging niet verkroppen en kwam op een nacht met vrienden naar haar huis. Terwijl haar ouders sliepen ging ze met hem mee. ‘Ik was mezelf niet,’ zegt Tilak. ‘Hij had me gehypnotiseerd. Mannen gebruiken daarvoor de kracht van de godin –de Devi– van het dorp.’
‘En was je dan niet verontwaardigd toen je ontwaakte?’
‘Nee. Hij was een goede man, die niet dronk en ook niet bij andere vrouwen ging. Ik zorgde ervoor dat hij niet te klagen had. We hebben in tien jaar tijd zeven kinderen gehad. Dat zegt genoeg.’
Na hem heeft ze nooit een andere man gewild, al was ze pas vijfentwintig toen hij aan tbc overleed.
‘Ik heb voor mijn kinderen gekozen,’ zegt ze. ‘Zij zijn het allerbelangrijkste in mijn leven.’

Hanen


We kunnen de opgewonden kreten horen van de mannen die op het marktplein hun hanen ophitsen. Voor de hanen het strijdperk betreden, krijgen ze een scherp mesje aan hun poot gebonden. Hun bazen strijken hun nekveren omhoog en slaan op hun kont. Dan stuiven de getergde vogels op elkaar af. Bij elk tweekamp regent het roepies.
Daarnet stond ik als enige vrouw naar het spektakel te kijken. Elders op de markt werd ingezet bij een spel met teerlingen. Er viel niet naast te kijken: de mannen vergokten roepies, terwijl de vrouwen ze moeizaam bij elkaar probeerden te schrapen. Geduldig wachtten ze op klanten voor hun tomaten, aardappelen, uien, beignets of glazen armbandjes.
De mannelijke neiging tot goklust en drankzucht heeft de regering doen besluiten dat vrouwen beter de handen in elkaar kunnen slaan. In 1999 heeft Tilak zich met negen andere vrouwen verenigd. Maandelijks spijzen ze hun gemeenschappelijke bankrekening met een klein bedrag. Van dat spaarpotje kunnen de leden geld lenen. Tegenwoordig is Tilak de trotse president van haar groepje, dat dankzij de begeleiding van PARDS [zie kader] uitgegroeid is tot een volwaardige zelfhulpgroep.
’s Morgens word ik gewekt door een boze mannenstem. Is Devnath het zat op de koude grond te slapen naast zijn moeder en zijn zus? Was hij het die de hele nacht heeft liggen hoesten? Of was het Tilak? Tilak zal die hoest vast verzorgen. Ze is een village friend, iemand die opgeleid is om zwangere vrouwen en moeders met baby’s informatie te verstrekken over de medische hulp die ze kunnen en moeten krijgen.

Geen wc


Ook de honden hebben in de nacht van zich laten horen. Toen het huilen ophield, waagde ik me naar buiten om te plassen. De huizen in Maulipadar hebben geen badkamer of wc. Er is zelfs geen put gegraven achter op het erf en ook pispotten zijn hier nooit geïntroduceerd. Overdag zit er niets anders op dan de bosjes in te trekken, maar ’s nachts hoef je je niet zo ver te wagen. Terwijl ik hurkte, genoot ik van het concert dat de krekels gaven en de schitterende sterrenhemel. Iemand, zo leek het wel, had halogeenlampjes aan het firmament gehangen.
Tegen alle regels in vul ik een emmer met water en was me in Devnaths kamer. Tilak en haar dochter Mariam wassen zich op het erf. Voor de zedigheid trekken ze eerst een petticoat aan. Soms wassen ze zich in de dorpsvijver, niet meer dan een forse plas, een drenkplaats voor koeien en geiten, maar Tilak wil er niet meer komen sinds haar dochter er afgelopen september is verdronken. Shyambati was tweeëntwintig en niet helemaal goed in haar hoofd. Daarom was ze niet getrouwd, vertelt Tilak, maar hielp ze haar moeder bij het huishouden. Het was meer dan helpen. Tilak had alle tijd om naar het woud te gaan om er zaden, vruchten, bladeren en hout te rapen.
Die fatale dag was ze rond de middag naar huis gekomen. Shyambati was er niet. De tijd verstreek en Tilak werd ongerust. Uiteindelijk bleek dat ze bij de vijver was gezien. Een vriend van Devnath heeft haar levenloze lichaam uit het water gehaald.
Ook naar het graf van haar dochter wil Tilak niet gaan. Sinds het ongeluk voelt ze zich erg moe. Ze heeft niet meer de moed om te werken. Haar vriendinnen zeggen dat ze geduld moet oefenen. ‘Je kunt niet sterven in de plaats van iemand anders’, zeggen ze.
De vierde dag na de begrafenis heeft ze een maaltijd gegeven voor tweehonderd mensen. Vrienden en familie hebben haar erbij gesteund met geld en rijst. Maar sommige vrouwen beweerden dat ze ongeluk brengt. Zo jong weduwe worden en vijf kinderen verliezen is ook in Maulipadar uitzonderlijk. ‘Je hebt je man en kinderen opgegeten’, zeiden die vrouwen.
Mariam gaat met me mee naar het graf, dat een vijftigtal meter achter het huis tussen de struiken is gegraven. Maulipadar heeft geen begraafplaats. Op het graf liggen een bamboemat, wat takken en een bundeltje kleren.
‘Van Shyambati?’
‘Ja.’
Ik vraag Mariam of ze in reïncarnatie gelooft. Ze schudt haar hoofd. En in een hiernamaals?
Dat weet ze niet. Haar zus is dicht bij haar, zegt ze.
Die twee kibbelden veel. En op de dag van het ongeluk wilde Mariam haar zus eerst niet gaan zoeken omdat ze ruzie hadden gemaakt.
Terwijl we de eeuwige portie rijst met wat groenten in curry eten, kan ik de gedachte aan het graf niet uit mijn hoofd zetten. Ze ligt daar zo alleen.
Ook Tilak weet niet of ze in een hiernamaals gelooft. Kort voor de dood van haar man heeft ze zich op aandringen van een priester tot het christendom bekeerd. Ze had al zo dikwijls kippen en rijst gegeven aan de “medicijnmannen” van het dorp in ruil voor bemiddeling bij de Devi, maar het haalde niets uit. Voor haar bestaat er geen verschil tussen beide godsdiensten.
Devnath ziet dat ik water nodig heb om mijn tanden te poetsen en beveelt zijn zus me een beker te brengen. Water is hier een vrouwenaangelegenheid. Bij de pomp tillen vrouwen een gevulde kruik op hun hoofd en vervolgens plaatsen ze er een tweede volle kruik bovenop. Mariam houdt het bij één kruik. En toch is ze steviger gebouwd dan heel wat van haar dorpsgenoten. Hoe ouder de dorpelingen, hoe peziger hun lichaam, hoe meer kromgegroeid hun benen en hoe vinniger hun blik. Die generatie draagt nog de inheemse kledij, die anders dan de kuisere sari’s borsten nauwelijks bedekt.
Mariam is een opgewekt meisje dat zonder morren haar huishoudelijke taken vervult: water halen, de was doen en niet te vergeten: het erf besprenkelen met een mengeling van koeienstront en water ter bestrijding van het stof. Ze was pas acht dagen oud toen haar vader stierf. Een blinde kan zien dat haar moeder haar beschermt en verwent. Tilak piekert er niet over haar nu al uit te huwelijken.
‘Ze is nog een kind’, zegt ze fel. En al helemaal wil ze niet dat ze naar de stad trekt om er te werken.
Wanneer we naar de markt gaan, dirkt Mariam zich op onder Tilaks goedkeurende oog. Ze trekt een fraaie gele salwar en kurta aan (een broek met een tuniek) en draagt discrete juwelen. Ter bekroning van dit alles laat Tilak haar het paar plastic sandalen met hakjes aantrekken dat in “mijn” kamer op een balk staat. De buurt mag weten wat een leuke en flinke dochter ze in huis heeft.
Een weduwe wordt niet gerespecteerd, zegt Tilak. Maar dan is zij de uitzondering op die regel. Bij al haar tegenslagen heeft ze ook geluk gehad, niet alleen met haar man maar ook met haar ouders, van wie ze veel liefde heeft gekregen. Ze had het geluk dat haar schoonvader haar bouwgrond gaf en een stuk akkerland. De rijst die haar zoon er teelt, kan ze op de markt verkopen. Sinds hij zaaigoed van PARDS gebruikt, is de opbrengst verdubbeld.
Tilak heeft de kansen die haar geboden zijn met beide handen aangegrepen. Maar bovenal is ze zichzelf, een vrouw met een aangeboren rust, voornaamheid en waardigheid.
Op het veld achter haar huis wordt geschreeuwd. En man zwaait met een bamboestok. Een andere man hakt er met zijn bijl op in. Tilak heeft hen in minder dan geen tijd gescheiden. ‘Hij was dronken’, zegt ze. ‘Hij wilde de huisraad verkopen om alcohol te kopen. Zijn zoon probeerde hem tegen te houden.’
We glimlachen naar elkaar. Dan neemt ze een stok en jaagt een verdwaalde koe van haar erf af.

Baas over eigen bos


Tilak is voorzitster van een lokele vrouwengroep die begeleid wordt door PARDS (Participatory Action for Rural Development Society). PARDS zet zich sinds 2000 in om het tij te keren voor de inheemse bevolking in de oostelijke deelstaten van India. De organisatie wil ervoor zorgen dat het beheer van het woud en de opbrengsten van de woudproducten weer in handen komen van de inheemse bevolking. De mannen- en vrouwengroepen organiseren zich voor gezondheidszorg, de verbetering van zaaizaad en vorming rond betere landbouwtechnieken of wetgeving. Met microkredieten kunnen gezinnen een kippenwinkel of een fietsenatelier opstarten en zo een extra inkomen verwerven.
De dorpelingen verkopen hun woudproducten niet onmiddellijk na het plukken. Door ze eerst te bewerken, verdubbelen de groepen hun inkomsten en investeren ze in ontwikkeling. Zo levert elke kilogram verwerkte tamarinde acht roepie winst op. De groep verdeelt de winst in dertien delen. Tien delen gaan naar elk van de tien groepsleden. Het elfde deel gaat naar een bankrekening, als spaarpotje voor nieuwe investeringen. Het twaalfde deel gaat naar het gemeenschapsfonds, een kas voor microkredieten aan gezinnen of voor verbeteringen in het dorp. Het dertiende deel is een bijdrage voor PARDS. Zo maken de groepen de ondersteuning die ze krijgen zelf financieel mee mogelijk. (gg)
Dit portret verschijnt eveneens in het glossy Tilak dat Broederlijk Delen vanaf 25 februari op de markt brengt. Te koop in de meeste krantenwinkels. Info: www.broederlijkdelen.be

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift