Tobintaks: Het ijzer is heet, wie zal het smeden?

De crisis van de jaren dertig was een ideologische waterscheiding, maar of dat met de huidige crisis ook het geval wordt, is onduidelijk. De Tobintaks, de belasting op het wisselen van geld, waar een deel van de civiele samenleving al jaren om vraagt, wordt een interessante lakmoesproef.
‘De tijd is rijper dan hij ooit geweest is om de Tobintaks in te voeren,’ gelooft Lieven Denys, professor internationale fiscaliteit van de Vrije Universiteit Brussel en de man die de Belgische wet op de invoering van de Tobintaks schreef.
Denys heeft namens ons land zitting in een internationale deskundigengroep die moet onderzoeken in hoeverre belastingen in de financiële sector kunnen fungeren als alternatieve financieringsbron voor ontwikkeling en andere mondiale noden. De deskundigengroep werkt in opdracht van de Leidende Groep inzake Innovatieve Financiering voor Ontwikkeling, een groep van 55 landen, internationale organisaties zoals de VN en het IMF, en ngo’s zoals Attac, dat sinds 1997 strijdt voor de invoering van de Tobintaks.
Onder de 55 landen bevinden zich de meeste grote EU-landen, België en sinds april 2010 ook Nederland. Zij duwen aan de kar van de zoektocht naar vernieuwende financiering. Voor ontwikkeling in de eerste plaats, maar ex-premier Yves Leterme en anderen menen dat er ook nieuwe geldbronnen nodig zijn voor andere mondiale doelen, zoals de strijd tegen klimaatverandering.
Denys ziet drie redenen waarom de omstandigheden zo gunstig zijn voor de invoering van een Tobintaks: ‘De banken zitten momenteel in het beklaagdenbankje. Zowel in de Verenigde Staten als in de Europese Unie zijn veel mensen kwaad op de financiële sector. Daarnaast hebben veel regeringen grote begrotingstekorten: zij kunnen die financiële problemen niet oplossen door arbeid of consumptie nog meer te belasten. Tot slot zal op de komende Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in september van dit jaar blijken dat we nog ver van de realisatie van de millenniumdoelen af staan. Dat we dus echt tekortschieten inzake onze beloften om de armoede in de wereld te halveren tegen 2015.’
Concreet wordt in de deskundigengroep niet enkel gestudeerd op een belasting op de handel in valuta’s, maar ook op een heffing op alle financiële transacties (Financial Transactions Tax), dus ook de verkoop van aandelen, obligaties en vooral de afgeleide producten die mee aan de basis liggen van de financiële crisis. Denys: ‘De wisseltransacties bedragen nu 800 biljoen (800.000.000.000.000) dollar op jaarbasis. Alle financiële transacties –inclusief de wisseltransacties– belopen liefst 4200 biljoen dollar. Dat is de belastingbasis die wij bestuderen.’

Hing het IMF aan de rem?


Dat is iets heel anders dan de bankheffingen waar nu overal sprake van is. Het Internationaal Muntfonds(IMF) pleit in een recent rapport voor de invoering van dergelijke bankbelastingen. Enerzijds stelt het fonds een belasting voor op de balans van de banken in verhouding tot de risico’s die ze nemen. Anderzijds bepleit het IMF een belasting op de toegevoegde waarde (BTW), die tot nu toe niet bestaat in de geldsector: die zou slaan op de (bovenmatige) winst en de bonussen van de banken.
Denys: ‘Hier gaat het om een belasting op de banken om de kosten gemaakt voor hun redding te recupereren en om een soort verzekeringsfonds tot stand te brengen waaruit kan worden geput bij een volgende crisis. Deze belasting moet ook helpen om de gevolgen van de crisis op te vangen en de nationale begrotingen te steunen.’
Eric Goeman, woordvoerder van Attac Vlaanderen, is sceptisch over de IMF-voorstellen: ‘We zijn niet tegen een bankbelasting. Ik vind dat ze zeker mogen betalen voor deze crisis, maar de IMF-heffingen reguleren op geen enkele manier de sector. Zo’n verzekeringsfonds zet eerder aan tot verder gokken. Dat is het verschil met de Tobintaks, die wel het speculeren onderdrukt. Ik vrees dat de bankbelasting ertoe leidt dat de Tobintaks wordt begraven.’
Rudy Demeyer van 11.11.11 zit op dezelfde golflengte: ‘We moeten nu alles op alles zetten opdat de taks er komt. Het is een goed instrument om middelen te mobiliseren én om het heen en weer flitsen van kapitaal af te remmen. Het is eigenlijk een schande dat dit soort kansen wordt gemist. Maar de tegenstand blijft groot en de kans dat we via een of andere banktaks op een zijspoor geraken, al evenzeer. Hopelijk doet de huidige Eurocrisis de Europese leiders inzien dat ze de financiële sector veel harder moeten aanpakken. Wat die de jongste weken vertoont, is echt crimineel gedrag. Laten ze dus maar niet te moeilijk doen over de transactieheffing, die eigenlijk nog een heel milde vorm van regulering en belasting is.’
Professor Denys is niet pessimistisch. ‘Het is van groot belang om die belastingen niet door elkaar te haspelen en ze echt met de juiste doelen te verbinden. Immers, in de G20 verzetten de ontwikkelingslanden zich tegen de IMF-banktaks. Hun banken kenden immers weinig problemen en ze zien dan ook de zin niet in van een bankbelasting. Dat hoeft evenwel niet te betekenen dat ze ook gekant zijn tegen een FTT.’

Vruchten globalisering beter verdelen


Denys vindt dat een deel van de opbrengst van de brede FTT ook gebruikt kan worden voor nationale begrotingen. ‘Een deel van de transacties in aandelen, obligaties en afgeleide producten is immers nationaal of regionaal van aard. Dan zou het ook logisch zijn om dat deel van de opbrengst ook voor noden op dat niveau te gebruiken. Het helpt tevens om het evenwicht tussen de belasting op arbeid en die op kapitaal wat te herstellen.’
Voor Denys neemt de Tobintaks een aparte plaats in. ‘Die slaat op het wisselen van geld en is dus per definitie internationaal. Dat behoort dus tot de kern van de globalisering en het lijkt me dan ook logisch dat je de opbrengst daarvan louter gebruikt wordt voor globale objectieven: de strijd tegen de armoede in de wereld en eventueel het bereiken van mondiale milieudoelen. De G20 zei in Pittsburgh dat we de weelde die voortvloeit uit de globalisering beter moeten verdelen. Welnu, de Tobintaks sluit daar perfect bij aan.’
Professor Denys twijfelt er niet aan dat innovatieve financiering tot resultaten kan leiden. Hij verwijst naar een kleine heffing op vliegtickets in Frankrijk, Zuid-Korea, Chili, Madagaskar, Mauritius en Niger die al een miljard dollar opbracht voor medicijnen tegen aids, tbc en malaria.
Eind mei komt de expertengroep met zijn rapport dat dan zijn weg moet maken op de G20-topbijeenkomsten van dit jaar. De Belgische regering had zich geëngageerd om zich als Europees voorzitter op die fora in te zetten voor de invoering van de Tobintaks of de FTT. Nu de regering is gevallen, is de vraag wat dit engagement in de praktijk nog zal betekenen.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur