Toerisme rijmt niet op communisme

In het Cubaanse Calixto Garcia Ziekenhuis is de toestand kritiek: chirurgen hergebruiken de plastic wegwerphandschoenen tot ze openscheuren, patiënten wachten dagenlang op X-stralen omdat het ziekenhuis geen film meer heeft en de geneesmiddelen die de dokters geregeld voorschrijven zijn niet te verkrijgen in de apotheek van de kliniek.
‘Dit ziekenhuis stond bekend als Cuba’s belangrijkste instelling op het vlak van onderzoek’, vertelt de directeur. ‘Nu laten we kopieën van medische tijdschriften circuleren omdat we niet aan de meest recente literatuur geraken. We verhuizen patiënten van kliniek naar kliniek op zoek naar apparatuur die werkt.’ Gratis gezondheidszorg is in Cuba een constitutioneel recht maar een garantie op de geschikte medische behandeling biedt dit niet. ‘De medicijnen zijn nochtans voorradig in Cuba’, beweert een apothekeres in Havana. De uitstalramen van haar apotheek zijn leeg maar ze weigert de oorzaak van de schaarste bij het Amerikaanse handelsembargo te leggen. Wie dollars heeft, geraakt aan de nodige medicijnen. Op de zwarte markt natuurlijk, of in speciale ziekenhuizen waar met de zo begeerde dollars wordt betaald. Door het uiteenvallen van de Sovjetunie verloor Cuba zijn belangrijkste handelspartner. Tot dan betaalden de Sovjets, die net zoals Cuba een planeconomie hadden, voor het ingevoerde Cubaanse rietsuiker het drievoud van de wereldmarktprijs. Hierdoor verhoogde de buitenlandse koopkracht van Cuba en het land raakte gewend aan veel invoer: onder meer voedsel, medicijnen en petroleum. Toen echter die handelsrelatie met de Sovjetunie op een paar maanden tijd wegviel, verminderden niet alleen de exportinkomsten, maar stokte ook de invoer. De regering geraakte niet meer aan voldoende buitenlandse deviezen en opeens was er van alles te kort. Castro besefte dat het tijd werd om de productie op te drijven. Voortaan mochten de landbouwcoöperaties al wat ze boven de opgelegde productiequota voortbrachten, voor eigen rekening op vrije landbouwmarkten verkopen.

Suiker, nikkel en witte stranden

In 1993 besloot de Cubaanse regering de deur voor buitenlands kapitaal open te zetten en het toerisme werd één van de belangrijkste bronnen van inkomsten. De netto-opbrengst van de toeristische sector is nu goed voor een derde van de totale overheidsinkomsten en rivaliseert met de winsten van de suiker- en nikkelindustrie. Volgens velen is het toerisme de motor van de Cubaanse economie geworden. Deze ommezwaai naar economische liberalisering en vooral de explosieve groei van het toerisme hebben echter ook een negatieve kant. ‘In Cuba zijn er twee economieën ontstaan’, zegt Luuk Zonneveld van Oxfam Solidariteit, ‘een dollar-economie en een peso-economie.’ Hotelportiers, parkeerwachters, gidsen en anderen die het geluk hebben in Cuba’s toeristenindustrie te werken, zijn de nieuwe rijken van het socialistische eiland. De fooien in dollars overvleugelen ver de peso-inkomens van hun landgenoten. Alejandra, een kloeke Cubaanse van in de dertig geeft toe dat ze af en toe, zo’n drie keer per week, haar lichaam aan buitenlanders verkoopt. Wat ze vroeger deed ? Vroeger was ze advocate. ‘Ik verdiende maar 220 peso’s per maand en omdat ik niet alle dagen rijst met bruine bonen wilde eten, spendeerde ik al mijn geld aan voedsel.’ Maar volgens Mark Vandepitte, auteur van ‘De gok van Fidel’, had de Cubaanse regering geen andere keus. ‘De versnelde ontwikkeling van het toerisme was één van de absolute voorwaarden om te kunnen voorzien in de allernoodzakelijkste medicijnen en het basisrantsoen voor de bevolking. Alleen door te investeren in de toeristische sector kun je op zeer korte termijn aan buitenlandse deviezen geraken. Hetzelfde resultaat is niet haalbaar met de suikerindustrie bijvoorbeeld. Daar duurt het jaren eer je winst begint te maken.’ In zijn toespraak voor het parlement van 22 juli noemde Fidel Castro de nieuwe rijken ‘de opkomende klasse van inheemse miljonairs die de egalitaire waarden van bijna vier decennia van communistisch bestuur op de tocht zetten.’ Hij hield de toespraak naar aanleiding van de reeks maatregelen die de Cubaanse regering had genomen om de uitwassen van het kapitalisme in te perken. Voortaan mogen de lokale autoriteiten de uitoefening van een bepaalde economische activiteit opschorten, moeten alle zelfstandigen belastingen betalen in dollars en moet iemand die een nieuw zaakje wil opzetten of zijn licentie wil vernieuwen, zich rechtvaardigen tegenover een functionaris van de staat. ‘Voor de regering is het dansen op een slappe koord’, zegt Xavier Declercq van Oxfam Solidariteit. ‘Ze moet een evenwicht zien te vinden tussen economische liberalisering en het handhaven van de socialistische mechanismen in de maatschappij, wil ze haar politieke steun niet verliezen. Economische liberalisering is nodig omdat de regering hierdoor buitenlandse deviezen binnenkrijgt en zo voedsel in de winkels, gratis onderwijs en gezondheidszorg kan garanderen. Maar de ‘peso-Cubanen’ zijn met de economische liberalisering allesbehalve tevreden. Zij beseffen dat het niet meer voldoende is om ‘een goede revolutionair’ te zijn, want de buurman die puur voor eigen rekening werkt en de principes van gelijkheid aan zijn laars lapt, kan wel mooie kleren kopen en kan zich wel een degelijke wagen permitteren.’

Cuba op zijn Scandinavisch

De frustratie neemt dus toe. Hoog opgeleide Cubanen zitten vast in de oude, egalitaire armoede, terwijl inventieve jongeren gretig dollars rapen. Of Cuba z’n revolutionair ideaal zal kunnen bewaren hangt af van zowel interne als externe factoren. Volgens Luuk Zonneveld denken de Cubanen niet zozeer aan de keuze tussen communisme en kapitalisme. ‘Het staatssocialisme is er op z’n retour en het kapitalisme zoals het in de Verenigde Staten bestaat, daar hebben weinig Cubanen zin in. Men lonkt eerder naar een geleid sociaal kapitalisme op zijn Scandinavisch. Het blijft echter de vraag hoe zo’n systeem eruit zal moeten zien in Cuba, wil men de gelijkheid en de solidariteit in de maatschappij handhaven. Daar wordt in Cuba momenteel hard over nagedacht.’ Extern ziet Xavier Declercq het nogal somber in. ‘Europa is constant aan het opschuiven in de richting van de Verenigde Staten. De Europese politici zijn bang voor een té isolationistische politiek van het Amerikaanse Congres en aanvaarden daarom steeds meer de principes van de Helms Burton-wet. Met deze wet willen de Verenigde Staten de economische blokkade uitbreiden naar de hele wereld. In mei heeft Europa nog een akkoord getekend met de Verenigde Staten waarin het zich ertoe verbindt niet langer te investeren in onteigend bezit op Cuba. Dit kan een signaal zijn voor andere landen om ook af te zien van investeringen. Veel regeringsleiders zullen eieren voor hun geld kiezen en de twee economische grootmachten te vriend willen blijven.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift