Toerisme wordt tweede bron van inkomsten Rwanda

Zijn duizend heuvels, zijn vulkanen en vooral: zijn gorilla’s. Rwanda kent een ware toevloed aan toeristen en de hotels schieten er als paddenstoelen uit de grond. In 2007 werd toerisme er de tweede belangrijkste bron van deviezen, na de teelt van koffie en thee.
Privé-investeerders hebben de hotelcapaciteit in Rwanda vorig jaar met 500 kamers vergroot, zo blijkt uit cijfers van het Rwandese Bureau voor Toerisme en Nationale parken (ORTPN). In 2007 werd 49,5 miljoen euro geïnvesteerd in toeristische infrastructuur. De 39.000 buitenlandse bezoekers, vooral uit Europa en de Verenigde Staten, brachten samen 25 miljoen euro in het laatje, drie keer meer dan in 2003.
Het ontbreekt Rwanda niet aan toeristische troefkaarten op een relatief kleine oppervlakte. Er zijn de nationale parken van Akagera en van de Vulkanen, de oevers van het Kivumeer, grotten, wouden en graslanden. Cultuurliefhebbers kunnen voor een stadsbezoek terecht in Kigali; er zijn ook enkele interessante musea. Dat alles bij een gemiddelde temperatuur van rond de twintig graden in een land dat na de bloedige genocide van 1994 een van de veiligste van Afrika is geworden.

Gorillaspotting


In Musanze, dicht bij het park met de berggorilla’s in het noorden, moet het eerbiedwaardige hotel Musanze sinds kort opboksen tegen concurrentie. Aan de overkant van de straat staan twee gloednieuwe hotels. Eén ervan, het driesterrenhotel La Palme, is al geopend, het andere nog in aanbouw.
“Alleen in Musanze zijn er in één jaar vijf hotels bijgekomen”, zegt Désiré Gatarayiha, directeur van het Muhaburahotel. Ook de katholieke en protestantse kerken zijn mee op de kar gesprongen en hebben geïnvesteerd in gastencentra die door reizigers erg worden geapprecieerd.
De meeste toeristen komen in de hoop een glimp op te vangen van de berggorilla’s. Gatarayiha zag zijn bezoekersaantal in de voorbije jaren verdrievoudigen. Caritas Mushonganono, directrice van het hotel Umbrella in Ngoma, bevestigt de trend. “Sinds twee jaar komen er veel toeristen. Dat is dankzij de verbeterde veiligheidssituatie en de inspanningen van het Rwandese Bureau voor Toerisme.

Lokaal


De lokale gemeenschappen profiteren mee van het toerisme, omdat vijf procent van de toeristendollars en –euro’s wordt geïnvesteerd in landbouwprojecten. De mensen die rond de parken wonen krijgen van het ORTPN geiten en schapen, anderen hebben zich op de bijenteelt gestort. Op die manier wil de overheid voorkomen dat er nog wild wordt gestroopt. De bewoners klagen er wel nog over dat de wilde dieren uit de parken regelmatig de velden komen leeggrazen, ondanks 74 kilometer hekwerk.
De toevloed van toeristen heeft ook een hele souvenirindustrie doen ontstaan. Claudine Umayyade woont naast het nationaal park van de Vulkanen en heeft een winkeltje waar ze traditioneel schilderwerk verkoopt. “Bijna de helft van de mensen die hier voorbijkomen stopt om iets te kopen”, zegt ze. Claudine heeft haar ouders vroeg verloren en slaagt er met het winkeltje in haar hele familie te voeden.
De overheid heeft met de extra inkomsten ook scholen gebouwd. “Nu ga ik naar school dicht bij mij thuis, terwijl ik vroeger tien kilometer moest stappen”, zegt een tienjarig meisje.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3098   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift